De boekhoudkundige verwerking van vaste activa

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/20

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Deze flashcards dekken de kernconcepten van hoofdstuk 7 over de boekhoudkundige verwerking van vaste activa, inclusief waardering, afschrijvingsmethoden, herwaarderingen en leasing.

Last updated 3:41 PM on 7/30/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

21 Terms

1
New cards

Niet-financiële vaste activa

Activa in bezit voor een lange periode ter ondersteuning van productie en verkoop van goederen en diensten, niet bestemd voor verkoop in het kader van de normale bedrijfsactiviteit.

2
New cards

Aanschaffingswaarde

De aankoopprijs van een actief plus de bijkomende kosten.

3
New cards

Vervaardigingsprijs

De waarde van een zelf geproduceerd actief, waarbij gekozen kan worden tussen de integrale of variabele kostprijsmethode.

4
New cards

Inbrengwaarde

De waarde van een inbreng in natura door een aandeelhouder.

5
New cards

Matching-principe (overeenstemming)

Het principe waarbij kosten worden gespreid over de gebruiksduur, zijnde de periode waarin de opbrengsten van het actief worden gerealiseerd.

6
New cards

Lineaire afschrijvingen

Een methode waarbij de afschrijvingen gelijk zijn in elke periode, gebaseerd op de filosofie dat vaste activa in elke periode dezelfde opbrengsten genereren.

7
New cards

Degressieve afschrijvingen

Een methode waarbij de afschrijvingen afnemen over de tijd, gebaseerd op de filosofie dat activa in de eerste periodes meer opbrengsten genereren of ter compensatie van hogere onderhoudskosten later.

8
New cards

Jaarlijkse lineaire afschrijving (formule)

AFS=1/n×(AWRW)AFS = 1/n \times (AW - RW), waarbij nn de gebruiksduur is, AWAW de aanschaffingswaarde en RWRW de restwaarde.

9
New cards

Double Declining Balance (DDB)

Een degressieve methode waarbij de afschrijving 2/n×BW2/n \times BW bedraagt zolang dit groter is dan de lineaire afschrijving op de aanschaffingswaarde minus restwaarde.

10
New cards

Sum-of-the-years’-digits (SYD)

Een methode waarbij de jaarlijkse afschrijving wordt berekend met de formule AFS=(nt+1)/(n2)×(AWRW)AFS = (n - t + 1) / \textstyle\binom{n}{2} \times (AW - RW) of vergelijkbare sommatie van jaren.

11
New cards

Afschrijvingsexcedent

Het verschil dat ontstaat wanneer de bedrijfseconomische afschrijvingen groter zijn dan de fiscaal toegestane afschrijvingen.

12
New cards

Niet-recurrente afschrijvingen

Verplichte afschrijvingen wanneer de gebruikswaarde of realisatiewaarde van een actief lager is dan de boekwaarde door gewijzigde economische of technologische omstandigheden.

13
New cards

Waardeverminderingen

Correcties op de boekwaarde van activa met een beperkte of onbeperkte gebruiksduur die nooit stelselmatig gebeuren.

14
New cards

Herwaarderingen

Een facultatieve boeking van een vaststaande en duurzame waardestijging die rechtstreeks via het eigen vermogen (herwaarderingsmeerwaarden) wordt verwerkt.

15
New cards

Minderwaarde op realisatie

Het verlies dat geboekt wordt wanneer een actief wordt verkocht voor een prijs die lager is dan de boekwaarde.

16
New cards

Belastingvrije reserve (1320)

Een rekening die wordt gebruikt om een gerealiseerde meerwaarde tijdelijk te neutraliseren wanneer er een herbelegging plaatsvindt binnen 3 jaar.

17
New cards

Oprichtingskosten

Kosten verbonden aan de oprichting, kapitaalverhoging of herstructurering die over maximaal 5 jaar moeten worden afgeschreven.

18
New cards

Immateriële vaste activa (IVA)

Niet-fysieke activa zoals kosten van ontwikkeling, concessies, octrooien, licenties en goodwill.

19
New cards

Financiële overheersing bij leasing

Situatie waarbij de leasingnemer als bedrijfseconomische eigenaar het goed op de balans activeert omdat hij het meeste risico draagt.

20
New cards

Koopoptie bij leasing

Een contractuele bepaling waarbij de leasingnemer het goed kan verwerven, meestal tegen een prijs die 15%≤ 15\% van de waarde van het goed bedraagt.

21
New cards

Sale & leaseback

Een constructie waarbij een onderneming een goed verkoopt aan een leasinggever om het vervolgens onmiddellijk terug te leasen als alternatieve vorm van financiering.