1/294
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
un appareil
een apparaat/ toestel
un appel (téléphonique)
een (telefonische) oproep
le nombre (de)
het aantal
les réseaux sociaux
de sociale media
un texto / un message
een sms / een bericht
une appli(cation)
een app
la loi
de wet
accro(ché) à
verslaafd aan
au début de
in het begin van
au long de
in de loop van / langs
à la fin de
op het einde van
augmenter
stijgen
échanger
inruilen
échanger un mot
een woord uitwisselen
empêcher (qq'un/ qq'chose)
(iemand/ iets) verhinderen
enregistrer (qq' chose)
(iets) opnemen
envoyer (qq' chose)
(iets) versturen, zenden
recevoir (qq'chose)
(iets) ontvangen, krijgen
un compte
een account
une diminution
een vermindering
inférieur à
onder/ minder dan
supérieur à
boven/ meer dan
de temps en temps
af en toe
avoir accès à (qq'chose)
toegang hebben tot
déranger
storen
diminuer
verminderen
être à jour
up-to-date zijn
mettre à jour
bijwerken/ updaten
s'inscrire à
zich inschrijven voor
parvenir à (qq'chose/ une action)
slagen in
quitter (qq'un/ un lieu)
verlaten
suivre
volgen
le cerveau
de hersenen
le comportement
het gedrag
le lever
de zonsopgang
le coucher
de zonsondergang
le hasard
het toeval
le numérique
het digitale
une augmentation
een stijging
une baisse
een daling
la majorité (de)
de meerderheid (van)
la modération
de mate
une notification
een melding
la pensée
de gedachte
addictif
verslavend
moyen
gemiddeld
sensible
gevoelig
dès
al vanaf
lorsque
wanneer
baisser
dalen
faire baisser
doen dalen
causer
veroorzaken
réduire
verminderen
un bienfait
een voordeel
un écran
een scherm
le quotidien
het dagelijks leven
le sommeil
de slaap
une anxiété
een angst/ ongerustheid
une enquête = une étude
een onderzoek/ een studie
la perte
het verlies
la sagesse
de wijsheid
en ligne
online
attentif (adj.)
aandachtig
attentivement (adv.)
aandachtig
élevé
hoog
préoccupant
zorgwekkend
quotidien (adj.)
dagelijks
journalier, journalière (adj.)
dagelijks
quotidiennement (adv.)
dagelijks
journalièrement (adv.)
dagelijks
or = mais
echter/ maar
l'or
het goud
ajouter
toevoegen
améliorer
verbeteren
favoriser
bevorderen, begunstigen
nuire à
beschadigen
se traduire par
zich vertalen in
le harcèlement
het pesten, de intimidatie
le lien
de band
la dépendance
de afhankelijkheid/ verslaving
une estime de soi
een zelfvertrouwen
utile/ pratique
(een) handig (object)
mener à
leiden tot
à partir de
vanaf
en revanche = par contre = au contraire
anderzijds/ integendeel
lors de
tijdens
toutefois
echter/ toch
d'abord = premièrement
ten eerste
en second lieu = deuxièmement
ten tweede
en plus = en outre
bovendien
enfin = finalement
uiteindelijk
un livreur
een koerier/ bezorger
un lycéen
een middelbare scholier
une alerte
een alarm/ een waarschuwing
une envie (de)
een zin (om te)
une flèche
een pijl
la frénésie
de razernij/ drukte
bâclé
gehaast/ slordig
jetable
wegwerp-
d'habitude
gewoonlijk