1/13
Deze flashcard-set bevat de belangrijkste begrippen, definities en richtlijnen voor het wiskunde-examen van juni 2026, gebaseerd op de verstrekte leerstofoverzichten per module.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Getallenleer
Een examendeel dat ongeveer 60% van de punten beslaat en modules bevat over machten, rationale getallen en vergelijkingen.
Meetkunde
Een examendeel dat ongeveer 40% van de punten beslaat waarbij hulpmiddelen zoals een rekenmachine, geodriehoek en passer vereist zijn.
Theorievragen
Vragen aan het begin van ieder examendeel die elk ongeveer 10% van de punten per deel waard zijn.
π
De constante waarde die wordt gebruikt bij berekeningen van vlakke figuren, vastgesteld op 3,14.
Rationaal getal
Een begrip uit Module 10 waarvan de definitie uitsluitend in woorden gekend moet zijn.
Module 12 (Ruimtefiguren) Formules
Formules voor manteloppervlakte, totale oppervlakte en volume die verplicht in symbolen (niet in woorden) gekend moeten zijn.
Cavali'ereperspectief
Een weergavevorm van ruimtefiguren uit Module 12 die herkend moet kunnen worden, maar niet zelf getekend hoeft te worden.
Hoogtelijn en zwaartelijn
De twee merkwaardige lijnen uit Module 15 waarvan de definities gekend moeten zijn.
Forum '1 Wiskunde De Ring'
De locatie op Smartschool voor inhoudelijke vragen; leerkrachten beantwoorden hier vragen die tot uiterlijk 24 uur voor het examen gesteld zijn.
Consolidatiemodules
Extra oefenmateriaal achteraan de cursus waarbij de verbetersleutels op Smartschool en Polpo te vinden zijn.
Eigenschappen in Q
De eigenschappen commutativiteit, associativiteit en distributiviteit die toegepast moeten kunnen worden bij de hoofdbewerkingen in Module 14.
Module 11 & 16: Vergelijkingen
Leerstof over het oplossen van vergelijkingen van de eerste graad, patroonherkenning en het omvormen van formules.
Maat-tabellen (Module 9 & 12)
Tabellen voor lengte-, oppervlakte- en volumematen die tijdens het examen gebruikt mogen worden mits de leerling ze zelf opstelt.
Oefeningentypes (VO, SO en DT)
Verwerkingsopdrachten, signaaloefeningen en oefeningen van het differentiatietraject die als basis dienen voor de voorbereiding.