1/70
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No study sessions yet.
Wat zijn de verschillende stappen in de strategiefase?
1. Ordenen beschikbare informatie in clusters - 2. Inschatten mate van ernst - 3. Bepalen of we al genoeg weten om vraagstelling(en) te beantwoorden en/of beslissing(en) te nemen - 4. Als nee: formuleren hypothesen omzetten in onderzoeksvragen en selecteren op relevantie - 5. Als ja: beschikbare informatie integreren - 6. Consistentie met intakefase controleren - 7. Gekozen traject afstemmen met cliëntsysteem
Wat zijn de doelen van de strategiefase?
Beslissen welk diagnostisch traject nodig is - Opstellen van een voorlopig integratief beeld - Opstellen van relevante en toetsbare onderzoeksvragen
Wat is de rol van de professional in de strategiefase?
Expert (wetenschappelijke kennis valkuilen consistentie bewaken) - Samenwerkingspartner
Wat is de kernvraag in de strategiefase?
Wat weten we al en wat moeten we nog weten om verantwoord te kunnen beslissen?
Wat zijn veelvoorkomende inschattingsfouten?
Relevante info onbenut laten - Niet overwegen van alternatieve hypothesen (differentiaal diagnostiek) - Te weinig gebruik van gegevens uit wetenschappelijk onderzoek
Wat is stap 1: Ordenen beschikbare informatie in clusters?
Beknopte samenvatting problematisch/zorgelijk positief hier en nu + elementen uit leer- en ontwikkelingsgeschiedenis - Waarom clusteren: integratief beeld als werkinstrument motivatie perspectief verruimen houvast geen onnodig onderzoek indicator ernst ecologische validiteit samenwerking competentie sfeer hoop motivatie interventiedoelen kans op succes oplossingsgericht werken
Wat is stap 2: Inschatten mate van ernst?
Normale variatie of problematische ontwikkeling? - 10 criteria van Rutter: abnormaal gedrag duur begrijpelijkheid cultuur frequentie type intensiteit situaties omgevingsfactoren gevolgen
Wat is stap 3: Weten we al genoeg?
Bepaalt type vraagstelling (overzicht inzicht uitzicht) of onderkennend verklarend veranderingsgericht of adviserend onderzoek nodig is -> overzicht: onderkennende vraag (voldoende zicht op aard of ernst van problemen en wat goed gaat of onderzoek nodig?); inzicht: verklarende vraag (duidelijk welke risico-en beschermende factoren invloed hebben of onderzoek nodig?); inzicht en uitzicht: veranderingsgerichte vraag: weten we welke aanpak waarschijnlijk bijdraagt aan positieve verandering of onderzoek nodig?); uitzicht: adviserende vraag (kunnen we al doelen, behoeften en aanbevelingen formuleren of onderzoek nodig?)
Wat is stap 4: Formuleren hypothesen onderzoeksvragen en selecteren?
4A Hypothesen: EB-werken doelgericht, transparant, valkuilen voorkomen, therapeutische waarde - Richtlijnen: wetenschappelijk onderbouwd, alternatieven, waarschijnlijk, toetsbaar, transactioneel, gepast aantal, relevant voor besluitvorming - VIB voor samenhang, overzicht-uitzicht-inzicht, cognitieve herstructurering, concreet, duidelijkheid - 4B Van hypothesen naar meetbare onderzoeksvragen (onderkennend verklarend veranderingsgericht adviserend) - 4C Selecteren obv als-dan-redenering (als info nodig is om beslissing te nemen, dan gaat de vraag mee naar de onderzoeksfase) beïnvloedbaarheid van de factor en impact/functionaliteit op probleem
Wat is stap 5: Beschikbare informatie integreren?
Verkort traject direct naar integratie/aanbeveling als geen onderzoekfase nodig
Wat is stap 6: Consistentie met intakefase checken?
Gegevens benut verhaal/theorie cliënten wensen/verwachtingen afstemming vraagstellingen
Wat is stap 7: Gekozen traject afstemmen met cliëntsysteem?
Cliënten begrijpen en accepteren onderzoeksvragen en implicaties - Consensus voor verdergaan - Vroege afstemming beter
Wat zijn opvoedingsvaardigheden?
Positieve betrokkenheid (engageren in wederzijds plezierige activiteiten) - Bekrachtiging (opmerken en versterken van prosociaal gedrag) - Dyadische probleemoplossing (gezins-probleemsoplossingsvaardigheden) - Disciplineren (accuraat opmerken en klasseren van probleemgedrag, negeren van triviaal dwinggedrag en gebruiken van effectieve consequenties als straf nodig is) - Ouderlijk toezicht (monitoring)
Vroege maladaptieve basisschema's
- onverbondenheid en afwijzing (-> verlating)
- verzwakte autonomie en verzwakte prestatie (-> mislukking)
- verzwakte grenzen (-> onvoldoende zelfcontrole)
- gerichtheid op anderen (-> onderwerping, goedkeuring zoeken)
- overmatige waakzaamheid en inhibitie (-> emotioneel geremd, negatief, pessimistisch, meedogenloze normen)
ontwikkelingstaken 0-2j
gebruik zintuigen en spieren, lichaamsbeheersing; aanpassing aan dag/nachtritme en voedingsporties/tijden; differentiatie van personen, hechting aan verzorgingsfiguren en broers en zussen
-> typisch: graaien, kwijlen, sabbelen op alles, kruipen, vallen, omgooien, slecht inslapen, huilen, voedsel weigeren, volproppen, lachen, geluidjes herhalen, kleven, etc.
-> leren overwinnen van scheidingsangst en exploreren van omgeving
ontwikkelingstaken 2-6j
van aanhankelijk naar zelfstandig gedrag; via experimenteren omgaan met eigen temperament, eigen gedragsstijl ontwikkelen; frustratietolerantie vergroten, plaats delen met anderen, minder egocentrisch; naar school gaan
-> typisch: imiteren, willen zijn als ouders, koppigheid, grenzen testen, angst bij onvermogen, ruzie met broers en zussen, soms weer hevige separatieangst
ontwikkelingstaken 6-11j
aanpassing aan leeftijdsgenootjes; vorming van sociaal invoelingsvermogen; school en leerstof; vorming eigen normen en waarden
-> typisch: spelinitiatieven nemen, vriendschappen sluiten, rivaliseren, leren presteren, interesses opbouwen, soms schoolfobische klachten of leerstoornissen, meer zelfstandigheid
ontwikkelingstaken 12-15j
omgaan met veranderingen in het lichaam; verdere afweging normen en waarden, eigen referentiekader opbouwen; vaardiger omgaan met leeftijdsgenoten en anderen
-> typisch: lichamelijke klachten, hormonale problemen, debatteren, selftalk, dagboeken, rationaliseren, idolenverheerlijking, probleem oplossen, soms sociale angst, zich terugtrekken, depressie
ontwikkelingstaken jongvolwassene
opvoeding (bv nemen van verantw. voor verdelen vd taken tav de opvoeding van jeugd); relatie (relatie ontwikkelen waarin tegemoet gekomen wordt aan beider behoeften); seksualiteit (vormgeven aan seksuele relatie die tegemoet komt aan beider behoeften); werk en bezigheden (kiezen voor en realiseren van werk en bezigheden); ouders (opnieuw vormgeven aan relatie met ouders); vriendschap en sociaal contact (opbouwen en onderhouden van relaties); financiën en huishouden (nemen van verantwoordelijkh voor verdelen van taken)
Wat is het doel van de onderzoeksfase?
Toetsen hypothesen en beantwoorden onderzoeksvragen - Onderzoek capaciteiten/vaardigheden kind en afstemming context - Eindproduct verslag met antwoorden
Wat is de rol van de professional in de onderzoeksfase?
Expert - Samenwerkingspartner
Wat zijn de stappen in de onderzoeksfase?
1. Expliciteren begrippen onderzoeksvraag - 2. Kiezen onderzoeksmiddelen (multi-method) - 3. Formuleren toetsingscriteria - 4. Bespreken onderzoeksopzet met cliëntsysteem - 5. Verzamelen onderzoeksgegevens - 6. Interpreteren en beantwoorden onderzoeksvragen
Wat zijn aanbevelingen voor kiezen instrumenten?
Psychometrische kwaliteit - Vertaling naar aanbevelingen - Multi-method multi-informant multi-session - Eén sterk instrument beter dan twee zwakke - Culturele sensitiviteit - Cliënten als medeonderzoeker - Positieve/beschermende factoren - Bekwaamheid/bevoegdheid - Eventueel zelf instrument ontwikkelen
hoe gedragsstoornissen onderzoeken
diagnostisch handelen op onderkennend niveau:
- brede screener: aseba, sdq
- specifiek: GvK, VvGK
- scid-junior
diagnostisch handelen op verklaringsniveau:
- ontwikkelingsanamnese
- kind temperament/persoonlijkheid, ER, EF, schema's
- gezin opvoeding en klimaat
- leerkracht-leerling relatie, peers
- gesprekken, observatie
Waarvoor dient de SDQ?
4-16 jaar - Brede screening van probleemgedrag (emotioneel gedragsproblemen hyperactiviteit peergroep prosociaal) + impact thuis/school
Waarvoor dient de ASEBA (CBCL YSR TRF)?
6-18 jaar (ouders/leerkracht) 11-18 jaar (zelfrapport) - Algemene screening vaardigheden en psychopathologie (syndroomschalen + competentiegedeelte)
Waarvoor dient de GvK/VvGK?
3-6 jaar / 6-16 jaar (ouders/leerkracht) - Assessment gedragsproblemen (aandacht hyperactiviteit ODD CD)
Waarvoor dient de SCID-Junior?
8-18 jaar (semi-gestructureerd multi-informant) - Diagnosticeren DSM-5 stoornissen
Waarvoor dient de HiPIC?
6-12 jaar (ouders) 12-20 jaar (zelf) - Adaptieve persoonlijkheidskarakteristieken (Big Five + facetten)
Waarvoor dient de BRIEF?
5-18 jaar (zelf ouder leerkracht) - Executieve functies (gedragsregulatie metacognitie)
Waarvoor dient de (V)SOG?
4-18 jaar (ouder) - Opvoedingsgedrag (positief regels belonen straffen hard straffen)
ZVG onderzoeken
onderkennend:
- brede screening ASEBA en SDQ
- objectieve bevraging ZVG over methoden, materiaal, frequentie, ernst, evolutie, etc.
- suïcidegedachten bevragen
- specifieke instrumenten: SITBI, Self-Injury Questionnaire
- observatie en registratie
- SCID-junior
verklarend:
- ontwikkelingsanamnese
- emotieregulatie
- opvoedingsklimaat
- sociale omgeving
- observatie-registratie
Waarvoor dient de SITBI?
Adolescenten/jongvolwassenen - Aanwezigheid frequentie kenmerken zelfbeschadigende gedachten/gedragingen (incl. suïcide en ZVG)
Waarvoor dient de Self-Injury Questionnaire - Treatment Related?
Adolescenten/jongvolwassenen - Kenmerken en functies ZVG voor functionele analyse
Waarvoor dient de FEEL-KJ?
8-18 jaar (zelf/ouder) - Emotieregulatie bij angst verdriet woede (adaptief maladaptief overige strategieën)
depressieve klachten onderzoeken
onderkennend:
- brede screening
- specifiek (CDI)
- diagnostisch interview: SCID-junior (geen diagnose); Diagnostic Interview Schedule for Children (DISC_IV)
verklarend:
- ontwikkelingsanamnese
- kindfactoren
- gehechtheid en gezinsfunctioneren
- diagnostiek en school
- ABC
Waarvoor dient de CDI-2?
8-17 jaar (zelf ouder variant) - Affectieve cognitieve gedragsmatige symptomen depressie (dimensioneel incl. suïcidegedachten)
Waarvoor dient de CBSK?
8-12 jaar (kind) - Competentie-inschatting en zelfwaardering (school sociaal sport fysiek gedrag algemeen)
Waarvoor dient de CBSA?
12-18 jaar (jongere) - Zelfbeleving op levensgebieden (schoolvaardigheden sociale acceptatie sport fysiek gedrag hechte vriendschap eigenwaarde)
Waarvoor dient de YSQ?
12-18 jaar - Disfunctionele schema's
Waarvoor dient de ECR-R-C?
Lagere school/adolescenten - Hechtingsangst en hechtingsvermijding (band ouder-kind)
angstklachten onderzoeken
onderkennend:
- screening
- specifiek: SCARED-NL
- diagn interview: SCID-junior, Anxiety Disorders Interview Schedule (ADIS)
verklarend:
- ontwikkelingsanamnese (geremd gedrag, separatiefase, hechting, etc)
- vragenlijsten, gesprek, observatie (kindkenmerken, gezin en school)
- leertheoretische diagnostiek
Waarvoor dient de SCARED-NL?
7-19 jaar - Symptomen angststoornissen (separatie paniek fobie sociale OCS PTSS gegeneraliseerd)
Waarvoor dient de NOSI-K?
2-13 jaar (ouder) - Ouderlijke stress bij opvoeding (ouder- en kinddomein)
verslaving onderzoeken
onderkennend:
screening en detectie van beginnende problematiek -> vroegdetectie -> objectiveren van vermoeden en in gesprek gaan met jongere
- gebruikspatroon en gevolgen, motieven of kenmerken
- brede en smalle screeners
- AUDIT
- screeningsinstrument Ervaring met Middelengebruik voor Jongeren (SEM-J)
- CRAFFT (car, relax, alone forget, friends, trouble)
- ASSIST (alcohol, smoking and substance involvement test)
- ADAD semigestructureerd interview: ernst van gebruik en toestand op levensdomeinen
- SCID-junior
verklarend:
- uitgebreide ontwikkelingsanamnese
- kindfactoren
- gezin (draagkracht!)
- school en vrienden!
- leertheoretische diagnostiek
- expliciete aandacht positieve factoren en hulpbronnen
-> inschatten veiligheid!! van zowel jongere als context
-> motiverende gespreksvoering
-> ABC-schema, G-schema, dagboek (=observatieinstrumenten) of topografische analyse
Waarvoor dient de AUDIT?
Algemeen (standaard 1e lijn) - Screening alcoholconsumptie afhankelijkheid en gerelateerde problemen
Waarvoor dient de SEM-J?
12-18 jaar - Ernst middelengebruik nood begeleiding bespreekbaarheid (probleemernst defensiviteit psychosociale indicatoren gebruiksgeschiedenis)
Waarvoor dient de LLRV?
3-12 jaar (leerkracht) - Affectieve kwaliteit leerkracht-kindrelatie (conflict nabijheid afhankelijkheid)
Waarvoor dient de LRI?
Leerkracht - Gedifferentieerd beeld beleving leerkracht (sensitiviteit veilige basis perspectief etc.)
Waarvoor dient de SVL?
9-16 jaar - Relatiekwaliteit school (motivatie welbevinden zelfvertrouwen)
Waarvoor dient het ABC-schema?
Observator kind ouder - Temporele verbanden functionele analyses (antecedent behavior consequent)
Wat is het doel en belang van het formuleren van toetsingscriteria voorafgaand aan de afname?
Bewust inzichtelijk en controleerbaar toetsingsproces Transparant samenwerken Beschermt tegen confirmation bias en overconfidentie Bij welke uitkomst nemen we de hypothese aan of verwerpen we deze? Gebaseerd op handleiding instrument theoretisch kader hypothese praktijkkennis
Wat zijn de aandachtspunten bij het bespreken van het onderzoeksopzet met het cliëntsysteem?
Privacy respecteren: wat vertel je wie? Uitleg wat je gaat doen waarom je dit gaat doen en wat zijn mogelijke implicaties van de uitkomsten Toestemming vragen voor de uitvoering Koppeling aanmeldreden hulpvraag vraagstelling onderzoeksvraag en gekozen instrument Onderzoeksinstrument: wat meet het sterktes en zwaktes ervan en mogelijke uitkomsten Verwachte uitkomsten met aandacht voor alternatieve mogelijkheden Wie bespreekt de uitkomsten met wie wanneer en hoe? Rol van de betrokkenen als medeonderzoeker rol van jezelf?
Wat zijn de aandachtspunten bij het verzamelen van onderzoeksgegevens?
Afnamevoorwaarden: begrip motivatie en concentratie juist verloop van de afname? (Kind ziek? Sociaal wenselijk antwoorden? Antwoordpatroon? Begrijpt het kind de uitleg?) Objectiviteit Is observatie representatief (ecologisch valide)? Waar let je op tijdens observaties: Factoren die samenhangen met het begrip uit de onderzoeksvraag En op factoren die dit begrip tegenspreken Focus ook op het positieve de uitzonderingen beschermende factoren
Wat is de therapeutische waarde van het bespreken van uitkomsten tijdens het verzamelen van gegevens?
Stijgen van inzicht en motivatie = therapeutische waarde van meten Reflectie vanuit een ideografisch perspectief: 1. Herkennen - overzicht 2. Begrijpen - inzicht 3. Beoordelen - uitzicht 4. Handelen - uitzicht Evalueer verloop van het onderzoek met je cliënten: Verliep het onderzoek zoals ze verwachtten? Heeft het hen geholpen de situatie beter te begrijpen? Wat waarderen ze aan het verloop ervan? Hebben ze suggesties voor jou als onderzoeker?
Hoe bespreek je uitkomsten van nomothetisch naar ideografisch?
1. Herkennen: Uit de lijst komt naar voren dat .... Wat herkent u hiervan en wat niet? 2. Begrijpen: Wat denk u dat maakt dat die scores zat zo hoog zijn? Zijn er uitzonderingen waarin het wel lukt? 3. Beoordelen: Wat zou u willen dat er beter gaat? Als we deze vragenlijst nog eens zouden afnemen na de therapie wat zou er dan anders zijn? 4. Handelen: Wat betekent dit voor hoe jullie met x willen omgaan thuis en op school?
Wat zijn de principes bij het interpreteren van gegevens en beantwoorden van onderzoeksvragen?
Hypothese bevestigen of verwerpen: Hebben we gevonden wat we voorspelden? Indien geen overtuigende evidentie voor of tegen hypothese (of inconsistente evidentie): hypothese nog aanhouden "We weten het (nog) niet" Indien toch antwoord nodig is: terug naar stap 1 van onderzoeksfase (cf. cyclisch karakter van HGD)
Eind van deze fase: Onderzoeksvragen zijn één voor één beantwoord, Besluitvorming is inzichtelijk voor collega's én cliënt Neergeschreven in onderzoeksverslag (deel van diagnostisch verslag)
Wat is de rol van de kwaliteit van leerkracht-kindrelaties vanuit gehechtheidsperspectief?
Leerkracht als ad hoc hechtingsfiguur, lln gaan stress uitreiken nr lkr en lkr is veilige basis waaruit ze weer verder kunnen -> Affectieve kwaliteit van de relatie
Wat zeggen longitudinale studies over de kwaliteit van de leerkracht-kindrelatie?
Kwaliteit relatie is voorspellend voor:
- Schoolse aanpassing (prestatie)
- Gedragsmatige en emotionele functioneren (bv: actief zijn in les)
-> Bescheiden effecten maar betekenisvol omdat ze niet kunnen verklaard worden door andere factoren van het kind en de context
Wat zegt interventieonderzoek over de causale rol van de leerkracht-kindrelatie?
Relatie beter na interventie, Probleemgedrag neemt af, Ook bij kinderen met ernstige emotionele en gedragsproblemen in het buitengewoon onderwijs
Wat is de protectieve rol van nabijheid in de leerkracht-kindrelatie?
Vooral protectieve factor bij diverse groepen van kwetsbare kinderen: Minder veilig gehechtheid, Hoog reactief temperament, Externaliserende problemen, Internaliserende problemen, Andere etnisch-culturele achtergrond, Weinig geliefd bij klasgenoten
Wat zijn de gevolgen van conflict in de leerkracht-kindrelatie?
Toename probleemgedrag -> Vicieuze cirkel: het is een steeds meer negatief wordende relatie
Afname in taakbetrokken gedrag = Verklaring voor het verband tussen agressief gedrag en schools onderpresteren
Wat leert een studie bij middelbare scholen over straffen en uitval?
Hoe minder straffen hoe minder leerlingen afhaken Jongeren 14-16 moeilijker gedrag en hogere kans er op meer kattenkwaad etc MAAR er zijn er weinig waarbij het echt uitloopt tot delinquent gedrag
Jongeren die zich echt misdragen blijken een slechte band te hebben met hun school
Scholen waar minder lln uitvielen waren lkr die net wat meer deden, lkr die wnr het moeilijk gaat met een lln extra inzetten om die lln actief te houden en even apart nemen en ermee praten etc
Ook zuinig zijn met straffen, Bij escalatie helpen straffen niet meer en er ontstaat alsmaar meer probleemgedrag
Wat is de conclusie over de kwaliteit van de leerkracht-kindrelatie?
Bijdrage in gunstige of ongunstige zin aan de ontwikkeling op academisch gedragsmatig en emotioneel vlak van kinderen Gebaseerd op kind- en leerkrachtkenmerken én de fit tussen beide Ingrijpen via de leerkracht is aan te raden meeste hefbomen voor verandering
Wat is de rol van peerrelaties: vriendschappen?
Buffering zelfwaardering, Pesten en gevolgen
Wat is de rol van peerrelaties: groepsinteracties (aanvaarding-verwerping)?
Gedrags- emotionele en academische problemen, pesten, delinquentie, aandachts- en gedragsproblemen en middelenmisbruik tijdens de adolescentie (grotere kans als kind al verworpen werd in basisschool)
verklaring: negatieve informatieverwerkingsprocessen en delinquente peers
Kinderen die uitgesloten/verworpen worden worden niet noodzakelijk gepest - afhankelijk van eigen gedrag, Kinderen die verworpen worden hebben meer kans om gepest te worden
Wat zijn de implicaties voor diagnostisch handelen in peerrelaties: rechtstreeks?
Problemen en sterktes in peerrelaties in kaart brengen: In groep Wederkerige hechte vriendschap Beide soorten peerervaringen kunnen werkzaam zijn als protectieve factoren en dus in de interventie worden benut Studie - mentaal welzijn bij jongeren: preventie en snelle hulp zijn cruciaal Pesten en gebrek aan sociale steun zijn risicofactoren Kwaliteit sociale contacten en ook online hebben positief effect Dus relaties zeker in kaart brengen in ons assessment
Wat zijn de implicaties voor diagnostisch handelen in peerrelaties: onrechtstreeks?
Bestaande gedrags- en emotionele problemen worden versterkt als er moeilijkheden zijn in relaties met peers en of op school er komen vicieuze cirkels Anderzijds ook buffer door positieve relaties met leerkracht, Belangrijke impact dus cruciaal om telkens op te nemen in diagnostisch proces We moeten dus telkens multi-informant werken en breder gaan bekijken
Wat zijn manieren om leerkracht-kindrelatie te beoordelen vanuit perspectief leerkracht?
Gesprekken en observatie Leerling-Leerkracht Relatie Vragenlijst (LLRV) Leerkracht Relatie Interview (LRI)
Wat zijn manieren om leerkracht-kindrelatie te beoordelen vanuit perspectief kind?
Gesprekken en observatie SchoolVragenLijst (SVL)
Wat zijn manieren om relatievorming met leeftijdsgenoten te beoordelen?
Strengths and Difficulties Questionnaire (SDQ) schaal Problemen in de peergroep Competentiebelevingsschaal voor Kinderen/Adolescenten (CBSK/A) subschaal Sociale acceptatie Gesprek: Aanwezigheid van vrienden (! Niet noodzakelijk wederkerig) Kwaliteit van vriendschappen: intimiteit zelfonthulling en vertrouwen Observaties