Bio H3 fylogenie en taxonomie

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/50

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 12:35 PM on 8/11/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

51 Terms

1
New cards
Wat is fylogenie?
Studie van evolutionaire verwantschappen en afstammingsgeschiedenis.
2
New cards
Wat is taxonomie?
Beschrijven, benoemen en classificeren van organismen.
3
New cards
Welke rijken behoren tot het 2 (3)-rijkensysteem van Linnaeus?
Animalia + Vegetabilia (+ Mineralen).
4
New cards
Wat zijn 2 kenmerken van planten?
Autotroof + onbeweeglijk.
5
New cards
Wat zijn 2 kenmerken van dieren?
Heterotroof + actief beweeglijk.
6
New cards
Wat is binomiale nomenclatuur?
Wetenschappelijke naamgeving met Genus + species.
7
New cards
Hoe schrijf je een wetenschappelijke soortnaam?
Genus met hoofdletter + species met kleine letter, beide cursief.
8
New cards
Wat is de wetenschappelijke naam van de mens?
Homo sapiens.
9
New cards
Wat kan na Genus + species worden vermeld?
Auteur + jaartal.
10
New cards
Wat is de volledige wetenschappelijke naam van de mens?
Homo sapiens Linnaeus, 1758.
11
New cards
Wat is een basioniem?
De oorspronkelijke wetenschappelijke naam van een soort.
12
New cards
Wanneer staat de oorspronkelijke auteur tussen haakjes?
Als de soort later naar een ander genus is verplaatst.
13
New cards
Hoe noteer je een soort die naar een nieuw genus wordt verplaatst?
Nieuwe Genus species + (oorspronkelijke auteur, jaartal) + nieuwe auteur, jaartal.
14
New cards
Wat is een voorbeeld van een soort die naar een nieuw genus werd verplaatst?
Felis leo Linnaeus, 1758 → Panthera leo (Linnaeus, 1758) Oken, 1816.
15
New cards
Waarop was historische taxonomie gebaseerd?
Morfologie + anatomie + embryologische ontwikkeling + voortplanting.
16
New cards
Welke 6 rijken zijn er in het 6-rijkensysteem?
Archaebacteria + Eubacteria + Protista + Plantae + Fungi + Animalia.
17
New cards
Welke 3 domeinen zijn er?
Archaea + Bacteria + Eukaryota.
18
New cards
Wat zijn Protista?
Eencellige eukaryoten met celkern.
19
New cards
Wat zijn Monera?
Prokaryoten zonder celkern.
20
New cards
Wat betekent LUCA?
Last Universal Common Ancestor = laatste universele gemeenschappelijke voorouder.
21
New cards
Wat is een clade?
Groep organismen met dezelfde gemeenschappelijke voorouder.
22
New cards
Wat is een monofyletische groep?
Gemeenschappelijke voorouder + al zijn afstammelingen.
23
New cards
Wat is cladistiek?
Indeling in clades op basis van evolutionaire verwantschap.
24
New cards
Wat is een knooppunt (node) in een fylogenetische boom?
Gemeenschappelijke voorouder waar lijnen splitsen.
25
New cards
Wat is een tak (branch) in een fylogenetische boom?
Evolutionaire lijn tussen knooppunten.
26
New cards
Wat is de wortel (root) van een fylogenetische boom?
Gemeenschappelijke voorouder aan de basis van de boom.
27
New cards
Wat is een terminal node (leaf)?
Uiteinde van een tak; stelt de onderzochte soort of groep voor.
28
New cards
Wat zijn zustersoorten?
2 soorten met dezelfde meest recente gemeenschappelijke voorouder.
29
New cards
Wat zijn zusterclades?
2 clades met dezelfde meest recente gemeenschappelijke voorouder.
30
New cards
Wat is een outgroup?
Groep buiten de ingroup, gebruikt als vergelijking.
31
New cards

betekenis taklengte cladogram

geen betekenis.

32
New cards

betekenis taklengte fylogram

genetische/evolutionaire afstand.

33
New cards

betekenis taklengte ultrametrische boom (chronogram)

tijd.

34
New cards
Wat is een monofyletische clade?
Voorouder + ALLE afstammelingen.
35
New cards
Wat is een voorbeeld van een monofyletische clade?
Reptielen mét vogels.
36
New cards
Wat is een parafyletische clade?
Voorouder + SOMMIGE afstammelingen.
37
New cards
Wat is een voorbeeld van een parafyletische clade?
Reptielen zonder vogels.
38
New cards

Wat is een polyfyletische clade?

Afstammelingen van verschillende voorouders; zonder laatste gemeenschappelijke voorouder

39
New cards
Wat is een voorbeeld van een polyfyletische clade?
Zoogdieren + vogels.
40
New cards
Wat is een polytomie of multifurcatie?
Knooppunt met meer dan 2 aftakkingen; wijst op een onopgeloste verwantschap.
41
New cards
Wat is een plesiomorfie?
Oud/ancestraal kenmerk van een voorouder, behouden bij de nakomelingen.
42
New cards
Wat is een apomorfie?
Nieuw kenmerk uniek voor een bepaalde clade.
43
New cards
Wat zijn homologe kenmerken?
Kenmerken met dezelfde evolutionaire oorsprong; functie kan verschillen.
44
New cards
Wat is een voorbeeld van homologe kenmerken?
Voorste ledematen van tetrapoden met dezelfde basisbeenderen.
45
New cards
Wat zijn analoge kenmerken?
Kenmerken met gelijkenis/dezelfde functie die onafhankelijk van elkaar zijn ontstaan.
46
New cards
Wat is een voorbeeld van analoge kenmerken?
Vleugels van vogels en vleermuizen.
47
New cards
Wat is het verschil tussen de vleugels van vogels en vleermuizen als homoloog en analoog kenmerk?
Beenderstructuur = homoloog; vleugels als vliegstructuur = analoog.
48
New cards
Waarop kan moderne fylogenie gebaseerd worden?
DNA-, RNA- en proteïnesequenties.
49
New cards
Wat is sequence alignment?
Sequenties vergelijken; organismen met de meeste overeenkomst worden dichter bij elkaar geplaatst.
50
New cards

Wat is een voorbeeld van een apomorfie?

Haar bij Mammalia

51
New cards

Wat is een voorbeeld van een plesiomorfie?

Wervelkolom bij Mammalia