Hoofdstuk 5. Psychodynamische benadering van psychopathologie - Ankikaartjes

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/38

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 3:19 PM on 8/14/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

39 Terms

1
New cards
Wat is psychoanalyse?
De historische basis van de psychodynamische benadering, gericht op het bewust maken van onbewuste conflicten die volgens Freud onder zichtbare psychische klachten liggen.
2
New cards
Wat wordt bedoeld met psychodynamiek?
Dat psychische krachten, zoals emoties en gedachten, beweeglijk zijn en met elkaar in conflict kunnen komen.
3
New cards
Wat is overdracht?
Het verschijnsel waarbij de patiënt de therapeut beleeft alsof deze lijkt op belangrijke personen uit de kindertijd. Daardoor wordt onbewust relationeel materiaal zichtbaar.
4
New cards
Wat zijn afweermechanismen?
Onbewuste psychische processen waarmee iemand bedreigende emoties, herinneringen, verlangens of conflicten probeert te hanteren, bijvoorbeeld via vermijding, loochenen of projectie.
5
New cards
Wat is ontwikkelingspathologie?
Psychopathologie waarbij psychische functies onvoldoende zijn ontwikkeld, zoals emoties herkennen, verdragen, verwoorden, mentaliseren en vertrouwen op anderen als betrouwbare informatiebron.
6
New cards
Wat is conflictpathologie?
Psychopathologie die ontstaat wanneer conflicterende gevoelens, verlangens of fantasieën niet samen verdragen kunnen worden en daarom worden verdrongen of afgeweerd.
7
New cards
Wat is een psychisch toevluchtsoord?
Een innerlijke fantasiewereld waarin iemand zich terugtrekt om pijn, schaamte, angst en relationele teleurstelling te vermijden, maar die wederkerige relaties en verandering belemmert.
8
New cards
Wat is mentaliseren?
Het vermogen om eigen en andermans gedrag, emoties en ervaringen te begrijpen als voortkomend uit innerlijke toestanden.
9
New cards
Een patiënt ervaart de opmerkingen van de therapeut als dwingend, alsof de therapeut geen eigen denkwereld verdraagt. Welk psychodynamisch fenomeen herken je?
Overdracht via verdrongen expliciete herinneringen: de patiënt beleeft de therapeut vanuit vroegere relationele ervaringen die afweer of verdringing hebben ondergaan.
10
New cards
Iemand krijgt paniek bij het zien van een groengele vrachtauto, zonder bewuste herinnering aan een ongeluk op jonge leeftijd. Welk proces speelt hier?
Impliciete geheugenprocessen: het lichaam reageert automatisch op een impliciet geheugenspoor, zonder bewuste herinnering of expliciete betekenis.
11
New cards
Een patiënt vertelt vooral over lichamelijke onrust en vage verklaringen, maar kan nauwelijks zeggen wat hij voelt. Welke problematiek past hierbij?
Ontwikkelingspathologie: affecten zijn onvoldoende omgezet in betekenisvolle emoties en gevoelens; mentaliseren en verwoorden zijn beperkt ontwikkeld.
12
New cards
Een patiënt stelt nooit grenzen, rivaliseert niet en wordt somber omdat hij zich niet gezien voelt. Welke psychodynamische verklaring past hierbij?
Conflictpathologie waarbij gezonde agressie massaal wordt afgeweerd door schuld of schaamte, waardoor autonomie onvoldoende tot uitdrukking komt.
13
New cards
Een patiënt met narcistische trekken verklaart een gemiste promotie volledig uit angst en jaloezie van de leidinggevende. Wat herken je?
Een psychisch toevluchtsoord of fantasie van onbeperkte zelfredzaamheid, waarbij pijnlijke afhankelijkheid en kwetsbaarheid buiten beeld blijven.
14
New cards
Vergelijk impliciet geheugen en expliciet geheugen in relatie tot overdracht.
Impliciet geheugen bevat onbewuste geheugensporen zonder concrete herinneringen; overdracht ontstaat dan via automatische lichamelijke en relationele reacties. Expliciet geheugen bevat bewuste ervaringen en verhalen; overdracht ontstaat dan via verdrongen of vervormde herinneringen die aan de therapeut worden gekoppeld.
15
New cards
Vergelijk affecten, emoties en gevoelens.
Affecten zijn basale lichamelijke signalen. Emoties ontstaan wanneer affecten betekenis krijgen. Gevoelens zijn emoties waarover iemand kan nadenken en spreken.
16
New cards
Vergelijk conflictpathologie en ontwikkelingspathologie.
Bij conflictpathologie bestaan emoties en conflicten wel, maar worden ze als onverdraaglijk afgeweerd of verdrongen. Bij ontwikkelingspathologie zijn psychische functies zoals het herkennen, verdragen en verwoorden van emoties onvoldoende ontwikkeld.
17
New cards
Vergelijk subjectief zelf en objectiverend zelf.
Het subjectief zelf is het persoonlijke narratief van wat iemand heeft meegemaakt en daardoor is geworden. Het objectiverend zelf is het vermogen om van afstand naar zichzelf te kijken en emoties zoals schaamte, trots en schuld te ervaren.
18
New cards
Vergelijk symptoomgerichte behandeling en psychodynamische behandeling.
Symptoomgerichte behandeling richt zich op vermindering van concrete klachten. Psychodynamische behandeling onderzoekt het onbewuste disfunctionele netwerk van emotionele ervaringen dat klachten in stand houdt.
19
New cards
Casus: Een patiënt zegt dat therapie toch geen zin heeft, vlak nadat hij zich emotioneel heeft geopend. Hoe duid je dit psychodynamisch?
Dit kan passen bij een psychisch toevluchtsoord: na een moment van emotioneel contact trekt de patiënt zich terug om schaamte, afhankelijkheid of verandering te vermijden.
20
New cards
Casus: Een patiënt voelt zich steeds leeg en niet goed genoeg, en verbreekt relaties zodra nabijheid ontstaat. Wat onderzoekt de psychodynamisch therapeut?
De therapeut onderzoekt onderliggende innerlijke werkmodellen, ontwikkelingsgeschiedenis, overdracht en disfunctionele netwerken van emotionele ervaringen die nabijheid als bedreigend laten voelen.
21
New cards
Casus: Een patiënt zegt altijd: “Ik voel niets, alleen spanning in mijn lijf.” Welke interventie past bij ontwikkelingspathologie?
Samen woorden en betekenis zoeken voor affecten, lichamelijke ervaringen koppelen aan emoties en mentaliseren bevorderen in plaats van meteen klassieke interpretaties geven.
22
New cards
Casus: Een patiënt voelt zich onbewust schuldig over boosheid en neemt daarom nooit ruimte in. Welke behandeling past?
Bij conflictpathologie helpt de therapeut afgeweerde agressieve gevoelens, schuld en schaamte te activeren, te herkennen en te interpreteren, zodat het subjectieve zelf verstevigt.
23
New cards
Casus: Er ontstaat spanning tussen patiënt en therapeut. Wat doet een intersubjectief werkende therapeut?
De therapeut onderzoekt niet alleen overdracht van de patiënt, maar ook het eigen aandeel in de interactie en neemt verantwoordelijkheid voor het herkennen en herstellen van breuken.
24
New cards
Valkuil: denken dat overdracht altijd bewust herinnerde jeugdervaringen betreft.
Correctie: overdracht kan ook via impliciete geheugenprocessen verlopen, zonder bewuste herinnering of expliciet verhaal.
25
New cards
Valkuil: ontwikkelingspathologie verwarren met DSM-ontwikkelingsstoornissen.
Correctie: in dit hoofdstuk verwijst ontwikkelingspathologie naar onvoldoende ontwikkelde psychische functies, niet naar ADHD of autismespectrumstoornissen.
26
New cards
Valkuil: afweermechanismen alleen als pathologisch zien.
Correctie: afweer kan adaptief zijn, maar wordt problematisch als het emoties, zelfwaardering of relaties duurzaam verstoort.
27
New cards
Valkuil: psychodynamische behandeling zien als alleen praten over het verleden.
Correctie: de behandeling kijkt naar verleden, heden én toekomst, en richt zich ook op nieuwe relationele ervaringen in de therapeutische relatie.
28
New cards
Valkuil: denken dat de therapeut een objectieve buitenstaander is.
Correctie: de intersubjectieve psychoanalyse stelt dat therapeut en patiënt elkaar bewust en onbewust beïnvloeden.
29
New cards
Valkuil: bij ontwikkelingspathologie direct diep interpreteren.
Correctie: eerst zijn woorden, betekenis, regulatie en mentaliseren nodig; klassieke interpretaties kunnen anders niet als helpend worden ervaren.
30
New cards
Welke auteurs of namen zijn belangrijk in de historische ontwikkeling van dit hoofdstuk?
Freud als grondlegger van de psychoanalyse; Melanie Klein vanwege nadruk op agressie en vroege fantasieën; Heinz Kohut vanwege zelfpsychologie en empathie; Carl Rogers vanwege cliëntgerichte therapie; Jeanne Lampl-De Groot vanwege de klassiek-Freudiaanse oriëntatie in Nederland; John Steiner vanwege het psychisch toevluchtsoord.
31
New cards
Welke jaartallen of periodes moet je kennen?
Begin 1900: Freud in de context van Wenen. Jaren vijftig: uitwassen van abstinentie. Jaren zestig en zeventig: veel hoogleraren psychiatrie en klinische psychologie waren psychoanalytici. Begin deze eeuw: drie kleine Nederlandse psychoanalytische verenigingen. 2017: samengaan in de Nederlandse Psychoanalytische Vereniging.
32
New cards
Welke moderne evidence-based psychodynamische therapieën noemt het hoofdstuk?
MBT, TFP, AFT, KPSP, DIT en ISTDP.
33
New cards
Wat is het 9+-onderscheid tussen conflictpathologie en ontwikkelingspathologie in behandeling?
Bij conflictpathologie kunnen emoties in aanleg worden ervaren en als conflicterend worden begrepen; behandeling richt zich op activeren en interpreteren van afgeweerde fantasieën en gevoelens. Bij ontwikkelingspathologie ontbreken of haperen functies zoals herkennen, verdragen en verwoorden van emoties; behandeling richt zich eerst op woorden, betekenis en mentaliseren.
34
New cards
Waarom is rouwverwerking essentieel in psychodynamische therapie?
Omdat therapie niet kan herstellen wat vroeger ontbrak. De patiënt moet leren accepteren wat er niet was, niet is geweest en niet meer zal komen, terwijl de beleving van het verleden wel kan veranderen.
35
New cards
Wat is de uitzondering op de niet-adviserende houding van de therapeut?
Bij vermoeden van schade aan kinderen neemt de therapeut wel stelling.
36
New cards
Waarom is tegenoverdracht diagnostisch en therapeutisch belangrijk?
Wat de therapeut voelt kan informatie geven over impliciete en onbewuste processen in de patiënt of tussen patiënt en therapeut.
37
New cards
Waarom kunnen oude innerlijke werkmodellen na therapie blijven terugkeren?
Onderzoek laat zien dat oude innerlijke werkmodellen op de achtergrond kunnen blijven sluimeren en bij stress terugkeren. Door therapie worden ze sneller herkend, bewuster gecorrigeerd en minder ontwrichtend.
38
New cards
Wat is een toepassingsvraag bij overdracht?
Als een patiënt de therapeut als afwijzend ervaart zonder duidelijke aanleiding, onderzoek dan of dit past bij vroegere relationele ervaringen of impliciete werkmodellen.
39
New cards
Wat is een toepassingsvraag bij psychisch toevluchtsoord?
Als een patiënt afhankelijkheid vermijdt en hulp afwijst vanuit een fantasie van zelfredzaamheid, onderzoek dan voorzichtig of deze fantasie ooit bescherming bood tegen pijn en teleurstelling.