1/29
Een overzicht van belangrijke begrippen over erfelijkheid, evolutie en biotechnologie gebaseerd op de lesstof van hoofdstuk 5.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
DNA
Erfelijk materiaal dat de informatie voor alle eigenschappen van een organisme bevat.
Gen
Een stukje DNA dat informatie bevat voor één bepaalde eigenschap.
Chromosoom
Een opgerolde draad van DNA in de celkern waarop genen liggen.
Genotype
Alle erfelijke informatie (alle genen) van een organisme.
Fenotype
Alle waarneembare eigenschappen van een organisme, ontstaan door het genotype én het milieu.
Milieu
De omgeving en leefstijl die invloed hebben op eigenschappen.
Bevruchting
Het samensmelten van een eicel en een zaadcel.
Mitose
Gewone celdeling waarbij nieuwe lichaamscellen ontstaan.
Meiose
Celdeling waarbij geslachtscellen (zaadcellen en eicellen) ontstaan.
Mutatie
Een verandering in het DNA.
Mutant
Een organisme waarbij een mutatie zichtbaar is in het fenotype.
Evolutie
Het langzaam veranderen van soorten over vele generaties.
Variatie
De verschillen tussen individuen van dezelfde soort.
Natuurlijke selectie
Het proces waarbij organismen met gunstige eigenschappen vaker overleven en meer nakomelingen krijgen.
Isolatie
Het verschijnsel waarbij groepen van dezelfde soort van elkaar gescheiden raken.
Soortvorming
Het ontstaan van een nieuwe soort doordat groepen zich niet meer samen kunnen voortplanten.
Fossiel
Een versteend overblijfsel of een afdruk van een organisme.
Geologische tijdschaal
Een indeling van de geschiedenis van de aarde.
Verwantschap
De mate waarin twee soorten op elkaar lijken, bepaald door de overeenkomst in het DNA.
Rudiment
Een orgaan dat bijna geen functie meer heeft.
Biotechnologie
Het gebruiken van organismen om producten voor de mens te maken.
Recombinant-DNA
Een techniek waarbij nieuwe erfelijke informatie aan het DNA van een organisme wordt toegevoegd.
CRISPR-Cas
Een techniek waarmee DNA heel gericht kan worden aangepast.
eDNA
DNA dat in een omgeving wordt gevonden om te onderzoeken welke soorten daar leven.
Synthetische biologie
Het kunstmatig maken of aanpassen van biologisch materiaal, zoals DNA.
Allel
Een versie van een gen.
Basenpaar
Twee tegenover elkaar liggende bouwstenen van DNA.
Eiwit
Een stof die door cellen wordt gemaakt op basis van de informatie in het DNA.
Eeneiige tweeling
Een tweeling die ontstaat uit één bevruchte eicel die zich splitst, met hetzelfde genotype en hetzelfde geslacht.
Twee-eiige tweeling
Een tweeling die ontstaat uit twee eicellen die door twee verschillende zaadcellen zijn bevrucht.