H2: Oncogenen en tumor suppressor genen

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/42

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 12:03 PM on 6/6/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

43 Terms

1
New cards

Welke twee genklassen spelen een centrale rol in kanker?

- Oncogenen → stimuleren celgroei ("groen licht")

- Tumorsuppressorgenen → remmen celgroei ("rood licht")

2
New cards

Wat is de functie van oncogenen?

Ze bevorderen celproliferatie.

3
New cards

Wat voor mutatie activeert oncogenen?

Gain-of-function mutatie → verhoogde/constitutieve activiteit.

4
New cards

Waarom zijn oncogene mutaties dominant?

Omdat één gemuteerd allel voldoende is ("one-hit").

5
New cards

Wat betekent constitutieve activatie?

Het eiwit is continu actief, onafhankelijk van groeifactoren.

6
New cards

Wat is de functie van tumorsuppressorgenen?

Ze remmen celgroei en induceren apoptose.

7
New cards

Wat voor mutatie treedt op bij TSG?

Loss-of-function mutatie

8
New cards

Waarom zijn TSG-mutaties recessief?

Beide allelen moeten geïnactiveerd zijn ("two-hit").

9
New cards

Wat is haplo-insufficiëntie?

Wanneer één normaal allel onvoldoende is → één mutatie al effect heeft.

10
New cards

Wat zijn de drie hoofdgenen van een retrovirus?

- gag → structurele eiwitten

- pol → reverse transcriptase

- env → enveloppe-eiwitten

11
New cards

Wat gebeurt er bij infectie door een retrovirus?

RNA → DNA (via reverse transcriptase) → integratie in gastheer (provirus).

12
New cards

Wat zijn acuut transformerende retrovirussen?

Virussen die snel kanker veroorzaken door aanwezigheid van oncogenen (bv. v-src).

13
New cards

Wat is het verschil tussen v-src en c-src?

- v-src: viraal oncogen

- c-src: normaal cellulair gen

14
New cards

Noem 4 mechanismen die oncogenen activeren.

1) Puntmutaties

2) Translocaties (transcriptionele deregulatie)

3) Amplificatie

4) Fusiegenen

15
New cards

Wat is de normale functie van RAS?

GTPase-schakelaar in signaaltransductie.

16
New cards

Wat gebeurt er bij RAS-mutatie?

RAS blijft actief (GTP-gebonden) → constante proliferatie.

17
New cards

Welke pathways worden geactiveerd door RAS?

- RAF-MEK-ERK

- PI3K-AKT

- Rho/Rac

18
New cards

Wat is FLT3?

Een groeifactorreceptor voor hematopoëtische cellen.

19
New cards

Wat is het effect van FLT3-mutaties?

Constitutieve activatie → verhoogde proliferatie.

20
New cards

Wat gebeurt er bij transcriptionele deregulatie?

Gen komt onder controle van een andere promotor → overexpressie.

21
New cards

Wat is een voorbeeld van translocatie?

Burkitt-lymfoom: c-MYC onder Ig-promotor → overexpressie.

22
New cards

Wat is genamplificatie?

Toename van aantal kopieën van een gen → overexpressie.

23
New cards

Wat zijn "double minutes"?

Extrachromosomale DNA-fragmenten met oncogenen.

24
New cards

Geef een klinisch voorbeeld van amplificatie.

HER2-overexpressie bij borstkanker.

25
New cards

Hoe wordt HER2-positieve kanker behandeld?

Met Trastuzumab (Herceptin).

26
New cards

Wat zijn fusiegenen?

Genen gevormd door chromosomale translocatie.

27
New cards

Wat is het Philadelphiachromosoom?

Translocatie t(9;22) → BCR-ABL fusiegen.

28
New cards

Wat doet het BCR-ABL eiwit?

Constitutief actief tyrosinekinase → verhoogde proliferatie en overleving.

29
New cards

Hoe wordt CML behandeld?

Met Imatinib (gerichte therapie).

30
New cards

Wat is een beperking van Imatinib?

Slapende stamcellen blijven bestaan → kans op herval.

31
New cards

Wat is het verschil tussen TSG en oncogenen in erfelijke kanker?

- TSG: vaak betrokken (recessief, 2 hits nodig)

- Oncogenen: minder vaak (gain-of-function in kiemlijn vaak letaal)

32
New cards

Wat stelt de "two-hit" hypothese van Knudson?

Dat twee mutaties ("hits") nodig zijn om een tumorsuppressorgen volledig uit te schakelen en tumorvorming te veroorzaken.

33
New cards

Wat is retinoblastoom?

Een zeldzame, agressieve tumor van de retina bij kinderen, afkomstig van fotoreceptorprecursoren.

34
New cards

Wanneer ontstaat een tumor bij TSG?

Pas wanneer beide allelen geïnactiveerd zijn.

35
New cards

Wat is de functie van het RB-gen (pRB)?

Een negatieve regulator van de celcyclus, vooral bij de overgang van G1 naar S fase.

36
New cards

Wat doen CDK-inhibitoren (bv. p27)?

Ze remmen cycline-CDK complexen en dus de celcyclus.

37
New cards

Wat doet actief (niet-gefosforyleerd) pRB?

Bindt en inhibeert E2F, waardoor de celcyclus stopt in G1.

38
New cards

Wat gebeurt er bij fosforylatie van pRB?

- pRB wordt geïnactiveerd

- E2F komt vrij

- Activatie van genen nodig voor S-fase

39
New cards

Wat is het gevolg van RB-inactivatie?

Ongecontroleerde overgang van G1 naar S fase → celproliferatie

40
New cards

Wat betekent LOH (Loss of Heterozygosity)?

Verlies van het normale (wildtype) allel, waardoor enkel het gemuteerde allel overblijft.

41
New cards

Wat is mitotische non-disjunctie (mechanisme 1)?

Verlies van het gezonde chromosoom tijdens mitose.

42
New cards

Wat is mitotische recombinatie?

Uitwisseling van DNA → leidt tot gedeeltelijke homozygositeit.

43
New cards

Waarom wordt kanker beschouwd als een celcyclusziekte?

Door deregulatie van de celcyclus, vooral via defecte checkpoints.