1/22
Deze flashcards behandelen de opbouw van de atmosfeer, de mondiale lucht- en warmtecirculatie, neerslagmechanismen en meteorologische verschijnselen in West-Europa.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Atmosfeer
De dunne laag gassen rond de aarde die wordt vastgehouden door de zwaartekracht en ijl wordt naarmate men hoger gaat.
Samenstelling droge lucht
Bestaat uit 78% stikstof (N2), 21% zuurstof (O2), 1% argon (Ar), 0,04% koolstofdioxide (CO2) en 0,02% andere gassen.
Troposfeer
De onderste laag (0 - 12 km) die 80% van de lucht en bijna alle waterdamp bevat; de temperatuur daalt hier gemiddeld met 0,65∘C per 100m.
Stratosfeer
De laag van 12 tot 50 km hoogte die de ozonlaag bevat en waar de temperatuur stijgt met de hoogte.
Mesosfeer
De laag van 50 tot 85 km hoogte waar meteoren verbranden en de temperatuur daalt tot de koudste waarde van circa −90∘C.
Thermosfeer
De laag tussen 85 en 500 km waar de temperatuur sterk stijgt en het poollicht ontstaat.
Ozon (Troposfeer)
Schadelijk voor longen en luchtwegen; ontstaat als zomersmog op warme dagen door zonlicht en uitlaatgassen.
Ozon (Stratosfeer)
Nuttige laag die schadelijke UV-straling tegenhoudt en het leven op aarde beschermt.
Luchtdruk
Het gewicht van de lucht dat op de aarde drukt, gemeten met een barometer, met een gemiddelde van 1013hPa.
Lage luchtdruk (L)
Ontstaat door stijgende warme lucht die afkoelt en wolken vormt, wat leidt tot bewolkt en regenachtig weer.
Hoge luchtdruk (H)
Ontstaat door dalende koude lucht waarbij wolken oplossen, wat leidt tot zonnig en droog weer.
ITCZ
Intertropische Convergentiezone; een thermisch lagedrukgebied rond de evenaar waar warme lucht stijgt en veel neerslag valt.
Corioliseffect
De afbuiging van de wind door de aardrotatie: naar rechts op het noordelijk halfrond en naar links op het zuidelijk halfrond.
Golfstroom
Een warme zeestroom vanuit de Golf van Mexico die warmte naar West-Europa brengt en zorgt voor een milder klimaat.
Thermohaliene circulatie
Wereldwijd systeem van zeestromen aangedreven door verschillen in temperatuur (thermo) en zoutgehalte (halien/dichtheid).
Evapotranspiratie
De optelsom van de verdamping uit open water (evaporatie) en de waterdampafgifte door planten (transpiratie).
Relatieve luchtvochtigheid (Vrel)
De verhouding tussen de absolute waterdamp (Vabs) en de maximale capaciteit (Vmax), berekend als Vrel=VmaxVabs×100.
Stijgingsregen
Neerslag die ontstaat wanneer lucht aan de loefzijde van een gebergte omhoog wordt geduwd en daardoor afkoelt en condenseert.
IR-beelden
Infrarood-satellietbeelden die warmte meten en daardoor dag en nacht wolken zichtbaar maken op basis van hun koudere temperatuur.
Isobaren
Lijnen op een weerkaart die punten met dezelfde luchtdruk verbinden; hoe dichter bij elkaar, hoe krachtiger de wind.
Warmtefront
Grens waar warme lucht langzaam over koude lucht schuift, gekenmerkt door stratuswolken en langdurige landregen.
Koufront
Grens waar koude lucht onder warme lucht schuift, gekenmerkt door cumulonimbuswolken en korte, hevige buien of onweer.
Occlusiefront
Weersituatie waarbij een koufront een warmtefront inhaalt, wat leidt tot een brede zone met langdurige en vaak hevige neerslag.