1/34
Deze flashcards behandelen de belangrijkste begrippen en gebeurtenissen uit de colleges over de Rechtsstaat, van de Koude Oorlog tot de vorming van de sociale welvaartsstaat.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Charter voor een nieuw Europa
Een document uit 1990 dat de grondslag legde voor vreedzaam samenleven en de eenwording van Europa op basis van democratie, mensenrechten en de rechtsstaat.
Fukuyama: 'The end of history'
De theorie dat het eindpunt van de ideologische evolutie van de mensheid is bereikt met de triomf van het westerse liberale model over communisme en fascisme.
Perestroika
De economische herstructurering onder Gorbatsjov die streefde naar meer vrijheid voor bedrijven en een verschuiving van een centrale planeconomie naar een vrijemarkteconomie.
Glasnost
Het politieke beleid van openheid onder Gorbatsjov, gekenmerkt door meer debat, persvrijheid en democratische hervormingen binnen de Sovjet-Unie.
Brezjnevdoctrine
De doctrine (sinds 1968) die stelde dat communistische landen verplicht waren hun zusterregimes te helpen bij interne conflicten; later vervangen door de Sinatradoctrine.
Externe zelfbeschikking
Het recht van elk volk om een eigen staat te vormen of zich aan te sluiten bij andere volkeren in een staat.
Interne zelfbeschikking (Westerse visie)
Het recht van het volk om via een meerpartijendemocratie bestuurders te kiezen en weer af te zetten.
Montevideo Conventie
Een verdrag dat vier voorwaarden stelt voor een staat: een permanente bevolking, een afgebakend grondgebied, een regering en de mogelijkheid tot internationale relaties.
Rechtspositivisme
De opvatting dat alleen regels die voortvloeien uit de wil van de overheid (positief recht) als recht gelden, omdat het natuurrecht niet kenbaar of afdwingbaar is.
Jus gentium
Een universeel recht dat zowel internationaal recht (tussen staten) als transnationaal recht (tussen burgers van diverse staten) omvat.
Feodaliteit
Een middeleeuws stelsel gebaseerd op een wederkerig contract tussen leenheer (dominus) en leenman (vassus), bestaande uit trouw, raad en daad.
Investituurstrijd
Het conflict tussen de paus en de keizer over wie het recht had om bisschoppen te benoemen.
Inquisitoriale procedure
Een procesvorm waarbij de rechter een actieve rol heeft in het zoeken naar de waarheid, het ondervragen van de verweerder en het interpreteren van het recht.
Vrede van Westfalen (1648)
Het verdrag dat een einde maakte aan de 30-jarige oorlog en de basis vormde voor de interne en tussenstatelijke soevereiniteit van moderne staten.
Encomienda
Een Spaans koloniaal systeem waarbij kolonisten gronden en groepen indianen (voor dwangarbeid) in leen kregen, vaak leidend tot uitbuiting.
Dilatatio-leer
De uitbreidingstheorie van paus Innocentius IV die stelde dat een christelijke bestuurder niet-christelijke gebieden mocht veroveren om het geloof te verspreiden.
Vénalité des offices
De verhandelbaarheid en erfelijkheid van openbare ambten, een kenmerk van het bestuur onder het Ancien Régime in Frankrijk.
Lit de justice
Een ceremoniële zitting waarbij de Franse koning persoonlijk in het parlement verscheen om de registratie van een wet af te dwingen.
Salische wet
Een fundamentele wet van het Franse koninkrijk die bepaalde dat de opvolging van de troon enkel in mannelijke lijn kon geschieden.
Gallicaanse doctrine
De leer die de autonomie van de Franse kerk onder de koning benadrukte tegenover de macht van de paus.
Artificiële redelijkheid
Het concept van Edward Coke dat de common law niet op gewone rede berust, maar op een specialistische juridische rede die over eeuwen door rechters is ontwikkeld.
Habeas Corpus Act (1679)
Een wet die bepaalde dat niemand van zijn vrijheid beroofd mocht worden zonder een eerlijk proces voor een reguliere rechtbank.
Virtual representation
Het Britse standpunt dat de Amerikaanse kolonisten indirect vertegenwoordigd werden in het Parlement door de afgevaardigden van de Britse graafschappen.
Marbury v. Madison (1803)
Een mijlpaalarrest van het Amerikaanse Hooggerechtshof dat de bevoegdheid tot rechterlijke grondwettigheidstoetsing (judicial review) vestigde.
Common Sense (Thomas Paine)
Een invloedrijk pamflet uit 1776 dat pleitte voor de Amerikaanse onafhankelijkheid en het uitroepen van een republiek.
Wet Le Chapelier
Een revolutionaire wet die ambachten en gilden ontbond en collectieve actie door arbeiders (zoals stakingen) verbood.
Onderscheid actieve en passieve burgers
Een indeling door Sieyès waarbij enkel actieve burgers (die een bepaalde belasting betaalden) politiek stemrecht genoten.
Nachtwakerstaat
Een staatsmodel waarbij de overheid zich beperkt tot de kernfuncties (veiligheid, rechtspraak) en zo min mogelijk ingrijpt in de economie.
Extraterritoriale jurisdictie
Het recht van een staat om op het grondgebied van een andere staat zelf recht te spreken over de eigen burgers (bijv. via consulaire rechtbanken).
Li (Confucianisme)
Het stelsel van morele gedragsregels en rituelen die de harmonie in de natuurlijke en sociale orde bewaren.
Terra nullius
Een juridisch concept waarbij onbewoonde of 'onbeschaafde' gebieden werden beschouwd als niemandsland, klaar voor toe-eigening door een soevereine staat.
Historisch determinisme
De opvatting van Hegel en Marx dat de geschiedenis een collectief leerproces is met onontkoombare wetmatigheden die naar een logisch eindpunt leiden.
Dictatuur van het proletariaat
De overgangsfase in de Marxistische theorie waarbij de arbeidersklasse de macht over de productiemiddelen overneemt om een contrarevolutie te voorkomen.
Grundnorm (Hans Kelsen)
De objectieve fundamentele norm aan de top van de hiërarchie die alle andere rechtsnormen hun bindende kracht verleent.
Lüth-arrest (1958)
Een uitspraak van het Duitse Grondwettelijk Hof die bepaalde dat fundamentele waarden en grondrechten ook doorwerken in het privaatrecht (horizontale werking).