1/24
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Wat is de definitie van duurzame ontwikkeling volgens het Brundtland-rapport (1987)?
Voorzien in de behoeften van de huidige generaties, zonder de mogelijkheden van toekomstige generaties in het gedrang te brengen.
Noem drie redenen waarom het huidige gebruik van grondstoffen een probleem kan zijn voor toekomstige generaties.
Niet alle grondstoffen zijn hernieuwbaar, vervuiling is soms cumulatief, er zijn onomkeerbare gevolgen (zoals het uitsterven van diersoorten), en onzekerheid over de toekomst leidt tot een grotere focus op kortetermijngevolgen.
Wat is decoupling en noem de twee types?
Decoupling is het ontkoppelen van economische groei en milieu-impact. Relatieve resource decoupling: BBP stijgt maar grondstoffengebruik per eenheid BBP daalt. Absolute resource decoupling: BBP stijgt maar totaal grondstoffengebruik daalt.
Wat zijn de drie benaderingen om het BBP te berekenen?
Toegevoegde waarde (waarde van alle finale goederen en diensten), inkomensbenadering (inkomens van productiefactoren) en bestedingsbenadering (Y = C + I + G + (X-M)).
Waarom is BBP geen goede maatstaf voor welvaart of welzijn?
BBP zegt niets over ongelijkheid, vrije tijd en onbetaald werk, en kwaliteit van het leefmilieu. Het opruimen van milieuvervuiling verhoogt het BBP, maar het regenwoud kappen ook — terwijl dit de voorraad natuurlijk kapitaal en toekomstig inkomen verlaagt. BBP is een stroomconcept, geen voorraadconcept.
Wat is de Environmental Kuznets Curve en wat is de kritiek erop?
De EKC suggereert dat milieu-impact eerst stijgt bij economische groei maar daarna daalt bij hogere welvaartsniveaus (omgekeerde U-curve). De kritiek is dat dit vaak verkeerd wordt geïnterpreteerd alsof je meer moet groeien om milieuproblemen op te lossen. Beleidsinterventies blijven absoluut noodzakelijk.
Noem de vier types kapitaal in het economische duurzaamheidsconcept.
Geproduceerd kapitaal (KM): machines, infrastructuur. Menselijk kapitaal (KH): kennis, opleiding. Natuurlijk kapitaal (KN): grondstoffen, ecosystemen. Sociaal kapitaal (KS): instituties, vertrouwen.
Wat is het verschil tussen weak sustainability en strong sustainability?
Weak sustainability: substitutie van alle types kapitaal is mogelijk — geproduceerd of menselijk kapitaal kan natuurlijk kapitaal volledig vervangen. Strong sustainability: substitutie van natuurlijk kapitaal door ander kapitaal is onmogelijk of beperkt — de voorraad natuurlijk kapitaal mag niet dalen.
Wat is de visie van Robert Solow op duurzame ontwikkeling?
Duurzame ontwikkeling houdt in dat elke volgende generatie er minstens even goed voorstaat als de huidige generatie, en dat dit voor altijd zo doorgaat. Menselijk geproduceerd kapitaal en kennis zijn substituten voor natuurlijk kapitaal (weak sustainability).
Noem vier argumenten voor strong sustainability.
Onzekerheid over de mate van substitutie (voorzorgsprincipe). Onomkeerbaarheden zoals uitgestorven diersoorten. Drempeleffecten en tipping points bij klimaatverandering. Loss aversion: mensen waarderen een verloren eenheid hoger dan een gewonnen eenheid.
Wat is het argument tegen strong sustainability?
Er is geen empirisch bewijs dat natuurlijk kapitaal totaal niet te vervangen valt door andere vormen van kapitaal.
Wat zijn de drie effecten van technologische innovatie op duurzaamheid?
Positief: kapitaal kan een hogere stroom goederen en diensten voortbrengen. Negatief: schaarse grondstoffen zijn nodig voor innovatie zelf. Negatief: mogelijke negatieve impact op emissies en vervuiling. Netto-effect: innovatie verhoogt het welvaartsniveau dat bereikt kan worden met een bepaalde kapitaalsvoorraad.
Wat is het netto-effect van bevolkingsgroei op duurzaamheid?
Bevolkingsgroei gaat historisch gepaard met uitvindingen en innovaties (positief), maar legt ook negatieve druk op natuurlijk kapitaal. Netto-effect: bevolkingsgroei verlaagt het welvaartsniveau per capita dat bereikt kan worden met een bepaalde kapitaalsvoorraad.
Wat meet de Human Development Index (HDI)?
Het ontwikkelingsniveau van een land via drie dimensies: levensstandaard (BNP per capita), alfabetisme en toegang tot onderwijs, en levensverwachting bij geboorte. Uitgedrukt als een getal tussen 0 en 1.
Wat is de ecologische voetafdruk?
De hypothetische oppervlakte bioproductief land en water die continu nodig is om alle verbruikte energie en materialen te produceren en al het afval te absorberen van een bepaalde bevolking. Uitgedrukt in globale hectares (gha).
Noem de zes categorieen van de ecologische voetafdruk.
Vraag naar akkerland, grasland, visgronden, productieve bossen, bebouwd land en CO2-captatie. CO2-captatie is goed voor twee derde van de totale score in de praktijk.
Noem twee voordelen en vier nadelen van de ecologische voetafdruk als duurzaamheidsindicator.
Voordelen: gemakkelijk te communiceren, visueel aantrekkelijk en begrijpelijk. Nadelen: negeert productie van plutonium, zware metalen en andere broeikasgassen dan CO2. Houdt geen rekening met bodemerosie, uitsterven van soorten en zoetwatervoorraden. Eenzijdig: enkel ecologisch, geen sociale of economische dimensie.
Wat is Adjusted Net Savings (ANS) en door wie wordt het berekend?
ANS of genuine savings is een indicator van de Wereldbank die klassieke BBP-indicatoren aanpast om alle manieren van welvaartopbouw te reflecteren. Het houdt rekening met investeringen in geproduceerd kapitaal, menselijk kapitaal (onderwijs), uitputting van natuurlijke grondstoffen en schade door vervuiling.
Geef de formule voor ANS stap voor stap.
Start met bruto investeringen. Aftrekken: depreciatie vast kapitaal. Optellen: uitgaven onderwijs. Aftrekken: netto uitputting bossen. Aftrekken: uitputting energiebronnen en mineralen. Aftrekken: schade CO2 en lokale vervuiling. Resultaat: ANS als percentage van het bruto nationaal inkomen.
Wat betekent een negatieve ANS voor een land?
Een negatieve ANS is een vermoeden van niet-duurzaamheid: het land tast zijn totale kapitaalsvoorraad aan — het verbruikt meer dan het opbouwt. Voorbeeld uit de tabel: Oekraïne had een ANS van min 2,7 procent in 2015.
Noem vier beperkingen van ANS als duurzaamheidsindicator.
Houdt geen rekening met internationale handelsstromen, technologische vooruitgang en bevolkingsgroei. Menselijk en natuurlijk kapitaal worden beperkt meegenomen (biodiversiteit ontbreekt). Een positieve ANS garandeert geen duurzaamheid. Negatieve evolutie van een aspect kan gecompenseerd worden door positieve evolutie van een ander.
Wat is de Genuine Progress Indicator (GPI)?
Een brede welvaartsindicator die naast economische activiteit ook negatieve factoren meerekent zoals ongelijkheid, criminaliteit, vervuiling, klimaatverandering, uitputting van niet-hernieuwbare hulpbronnen en werkloosheid, en positieve factoren zoals onbetaald werk.
Wat is de Index of Sustainable Economic Welfare (ISEW) en hoe verhoudt die zich tot GPI?
ISEW is gebaseerd op GPI en combineert economische, milieu- en maatschappelijke indicatoren in een enkel getal dat vergelijkbaar is met BBP. Het is een beyond-GDP indicator die welvaart breder meet dan louter economische output.
Noem drie zwaktes van ISEW.
Gebrek aan sterke theoretische fundering. Conclusies worden sterk beinvloed door veronderstellingen over gewichten in inkomensverdeling, waardering van uitputting en langetermijnmilieuschade. Negeert technologische vooruitgang en stijging van menselijk kapitaal.
Wat zijn de struikelblokken voor internationale samenwerking rond duurzame ontwikkeling?
Wantrouwen van G77 en China bij verwijzingen naar democratie en mensenrechten, vraag naar financiele ondersteuning vanuit het Globale Zuiden, defensieve houding van VS en andere industrielanden, en bijkomende crises zoals terrorisme, vluchtelingenstromen, nationalisme en COVID-19.