1/110
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
un goût
een smaak
un atout
een troef
un diplômé
een gediplomeerde
le fonctionnement
de werking
un banquier
een bankier
un bilan
een balans
un frais
een onkost
un métier
een beroep
un tube
een tube
du miel
honing
un logiciel
een software
un créateur
een schepper
le bac(calauréat)
het examen aan het einde van het middelbaar onderwijs
le fond
de essentie
un consiel
een raad
un prêt
een lening
un point du départ
een startpunt
un jouet
een speelgoed
un rayon
een rek
un échec
een mislukking
un risque
een risico
le savoir-faire
de vakkennis
un technicien
een technicus
un vendeur, une vendeuse
een verkoper, een verkoopster
le sang
het bloed
l’indépendance
zelfstandigheid
une épreuve
een proef
une étude
een studie
la fac(ulté)
faculteit, universiteit
une décision
een beslissing
la répugnance
de afschuw, de afkeer
l’adolescence
de adolescentie
une échéance
een deadline
une boum
een fuif
une création
een schepping, een creatie
une conservation
een bewaring
une ruche
een bijenkorf
une abeile
een bij
une aventure
een avontuur
une affaire
een zaak
une réussite
een succes
une aide
een hulp
une économie
een besparing
une bonne
een meid
une boite
een doos
une gestion
een beheer
une appréciation
een waardering
une sous-estimation
een onderschatting
une fibre
een vezel
créer
scheppen
obéir
gehoorzamen
justifier
rechtvaardigen
affronter
aanpakken, onder ogen zien
rêvaseer
dagdromen
prolonger
verlengen
discuter
redetwisten
plaire
bevallen, graag hebben
imaginer
zoch voorstellen
se passioner
gepassioneerd zijn
assommer
buiten westen slaan
consacrer (à)
toewijden (aan)
se lancer dans
zich storten in
s’entraîner
trainen, oefenen
se réunir
samenkomen
bosser
werken
rigoler
lachen
se débrouiller
zijn plan trekken
soutenir
ondersteunen
héberger
huisvesten
accorder
toestaan
rembourser
terug betalen
emprunter
ontlenen
hésiter
twijfelen
rassembler
verzamelen
louer
huren
réussir
lukken, slagen
échouer
mislukken
négliger
verwaarlozen
surmonter
overwinnen
renoncer à
afzien van
posséder
bezitten
prononcé(e)
uitgesproken
incapable
onbekwaam
financier, financière
financieel
tangible
tastbaar
douillet(te)
gezellig, warm
indispensable
onontbeerlijk
impensable
ongelooflijk
ancien(ne)
voormalig
solitaire
eenzaam
pareil(le)
gelijk
éloigné(e)
ver, verwijderd
aigu(ë)
scherp
commercial(e)
commercieel
sain (e)
heilzaam
solide
sterk
sacré(e)
heilig, sterk
particulier, particulière
bijzonder
à toute épreuve
tegen alles bestand
par coeur
van buiten