1/92
Een uitgebreide lijst met 93 begrippen over communicatie en organisatie, gebaseerd op de verstrekte collegedictaten.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Compenserende regel
Beslissingsregel waarbij een zwak kenmerk gecompenseerd kan worden door een sterk kenmerk.
Conjunctieve regel
Beslissingsregel waarbij een product aan alle minimumeisen moet voldoen.
Lexicografische regel
Beslissingsregel waarbij het belangrijkste criterium de keuze bepaalt.
7S-model
Model van McKinsey met zeven factoren voor organisatiesucces.
Strategy
De richting en doelstellingen van een organisatie.
Structure
De manier waarop een organisatie is opgebouwd.
Systems
Processen en procedures binnen een organisatie.
Shared Values
Gedeelde kernwaarden en cultuur van een organisatie.
Style
De leiderschapsstijl binnen een organisatie.
Skills
Kennis en vaardigheden van medewerkers.
Staff
De medewerkers van een organisatie.
Financiële succesfactoren
Succesfactoren die in geld meetbaar zijn.
Niet-financiële succesfactoren
Succesfactoren die niet rechtstreeks in geld uit te drukken zijn.
Adaptatie
Voortdurend aanpassen aan veranderende omstandigheden.
Quiet quitting
Enkel de afgesproken taken uitvoeren zonder extra inspanningen.
Ondernemingsstrategie
Plan waarmee een organisatie haar doelstellingen wil bereiken.
Openheid
Bereidheid van een organisatie om met haar omgeving samen te werken en informatie uit te wisselen.
Strategisch niveau
Beslissingen op lange termijn.
Tactisch niveau
Vertaling van strategie naar plannen op middellange termijn.
Operationeel niveau
Dagelijkse uitvoering van activiteiten.
Formele structuur
Officiële organisatieopbouw met regels en functies.
Informele structuur
Niet-officiële sociale relaties binnen een organisatie.
Deugdelijke organisatiestructuur
Duidelijke en logische structuur.
Functionele organisatiestructuur
Structuur die missie en visie ondersteunt.
Haalbare organisatiestructuur
Realistisch uitvoerbare structuur.
Esthetische organisatiestructuur
Eenvoudige en overzichtelijke structuur.
F-indeling
Structuur op basis van functies of afdelingen.
P-indeling
Structuur op basis van producten.
M-indeling
Structuur op basis van markten of doelgroepen.
G-indeling
Structuur op basis van geografische regio’s.
Coördinatie
Afstemming tussen afdelingen om doelen te bereiken.
KPI
Key Performance Indicator; meetbare doelstelling.
Span of control
Aantal medewerkers dat een leidinggevende effectief kan aansturen.
Centralisatie
Besluitvorming gebeurt bovenaan de organisatie.
Decentralisatie
Besluitvorming gebeurt lager in de organisatie.
Organisatiecultuur
Geheel van waarden, rituelen, symbolen en gewoonten.
Rituelen
Terugkerende activiteiten binnen een organisatiecultuur.
Helden
Rolmodellen binnen een organisatie.
Symbolen
Zichtbare uitingen van een organisatiecultuur.
Storytelling
Gebruik van verhalen om waarden en cultuur over te dragen.
Communicatie
Uitwisseling van informatie om samenwerking mogelijk te maken.
Corporate communicatie
Communicatie op organisatieniveau gericht op reputatie en relaties.
Marketingcommunicatie
Communicatie gericht op verkoop van producten of diensten.
Stakeholders
Personen of groepen die invloed hebben op of beïnvloed worden door een organisatie.
Imago
Het beeld dat mensen van een organisatie hebben.
Reputatie
Vertrouwen dat een organisatie doorheen de tijd heeft opgebouwd.
Issue management
Opvolgen van maatschappelijke ontwikkelingen die impact kunnen hebben.
Crisiscommunicatie
Communicatie tijdens onverwachte crisissen.
Staffunctie
Adviserende functie zonder directe uitvoerende macht.
Lijnfunctie
Functie met uitvoerende verantwoordelijkheid en beslissingsmacht.
CCO
Chief Communication Officer; hoogste communicatieverantwoordelijke.
PR-team
Team dat communicatie-uitvoering verzorgt.
Omnichannel
Gebruik van meerdere communicatie- en verkoopkanalen tegelijk.
Customer journey
Pad dat een klant aflegt naar een aankoop.
Geïntegreerde marketingcommunicatie
Afstemming van communicatie over alle kanalen heen.
Strategische marketing
Marketing gericht op onderzoek, analyse en lange termijn.
Tactische marketing
Uitvoering van marketingacties en campagnes.
Communicatieprofessional
Persoon die communicatie plant, uitvoert en afstemt.
Componist
Communicatiemanager die mee de strategie bepaalt.
Dirigent
Communicatiemanager die communicatie coördineert.
Instrument
Communicatiemedewerker die enkel uitvoert.
Accountability
Kunnen aantonen dat communicatie resultaten oplevert.
ROI
Return On Investment; opbrengst van een investering.
Oplossingsgerichtheid
Problemen detecteren en oplossingen zoeken.
DESTEP-analyse
Analyse van demografische, economische, sociale, technologische, ecologische en politieke factoren.
SWOT-analyse
Analyse van sterktes, zwaktes, kansen en bedreigingen.
Tijdsoptimalisatie
Communicatie op het juiste moment inzetten.
Kritisch denken
Feiten controleren en informatie kritisch beoordelen.
Analyse
Diepgaand onderzoeken van informatie.
Synthese
Belangrijkste informatie samenvatten.
Strategisch action-response
Kiezen van de juiste communicatieaanpak op basis van context.
Adverteerder
Organisatie die producten, diensten of ideeën promoot.
Profitbedrijf
Organisatie met winst als doelstelling.
B2C
Business-to-Consumer; verkoop aan consumenten.
B2B
Business-to-Business; verkoop aan bedrijven.
FMCG
Fast Moving Consumer Goods; snel roterende consumptiegoederen.
Durables
Duurzame gebruiksgoederen.
Social profit
Non-profitorganisaties zonder winstuitkering.
Overheidscommunicatie
Communicatie van overheidsinstellingen naar burgers en stakeholders.
Communicatiebureau
Bureau dat communicatie- en marketingdiensten aanbiedt.
Briefing
Opdrachtomschrijving voor een communicatieproject.
Pitch
Voorstelling van een campagne-idee om een klant te winnen.
Full service bureau
Bureau dat alle communicatiediensten aanbiedt.
PR-bureau
Bureau gespecialiseerd in public relations.
Mediabureau
Bureau gespecialiseerd in mediaplanning en media-aankoop.
Consultancy
Adviesverlening rond strategie en communicatie.
Freelancer
Zelfstandige professional die opdrachten uitvoert voor klanten.
Influencer marketing
Marketing via invloedrijke personen op sociale media.
Social media management
Beheer van sociale mediakanalen.
Institutionalisering
Proces waarbij een beroep wordt erkend en georganiseerd.
Beroepsorganisatie
Organisatie die professionals uit een vakgebied verenigt.
Professionele socialisatie
Aanleren van normen en gewoonten binnen een beroep.
Brancheorganisatie
Organisatie die een volledige sector vertegenwoordigt.