1/17
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No study sessions yet.
Spatial Competition: Onderzoeksvraag
Zijn de hogere auditvergoedingen voor Big N-auditors of branchespecialisten het gevolg van gespecialiseerde kennis en/of marktmachtseffecten door differentiatie ten opzichte van concurrenten?
Spatial Competition: Voorgaand onderzoek
IO-theorie
Specifiek maakt men gebruik van ruimtelijke competitie met prijsdiscriminatie, als uitbreiding op Hotelling. Bedrijven kiezen eerst hun positie in de productruimte en concurreren daarna op prijs en hoeveelheid.
Audit-markt
De auditmarkt wordt gezien als niet perfect competitie, met heterogene cliënten die elk een eigen audit fee hebben op basis van hun kenmerken.
Spatial Competition: Hypotheses
Hypothese 1
De auditvergoeding die door de zittende auditor in rekening wordt gebracht, stijgt naarmate de differentiatiestrategie van de zittende auditor beter aansluit bij de voorkeuren van de klant op het gebied van auditors.
Hypothese 2
Ceteris paribus stijgt de auditvergoeding die door de zittende auditor in rekening wordt gebracht naarmate de afstand tussen de differentiatiestrategie van de zittende auditor en de differentiatiestrategie van zijn naaste concurrent groter wordt.
Spatial Competition: Resultaat
Beide hypotheses worden bevestigd.
De auditkantoren concurreren op het gebied van prijzen, maar ze kunnen de concurrentie verzachten en zo een premie verdienen door te specialiseren in bepaalde sectoren, met name deze die ver afstaan van de sectorexpertise van concurrenten.
Materiality Threshold: Onderzoeksvraag
Houdt de materialiteitsdrempel van de auditor verband met de kwaliteit van de controle?
Materiality Threshold: Voorgaand onderzoek
Voorgaand onderzoek
Strikte (lagere) materialiteitsdrempels worden in de literatuur gekoppeld aan hogere kwaliteit, omdat auditors meer uren besteden, misstatements zorgvuldiger beoordelen en door verplichte Britse openbaarmakingen meer verantwoordelijkheid dragen.
Earnings management
Een lagere materialiteitsdrempel garandeert echter geen hogere auditkwaliteit wanneer management hun cijfers binnen die drempel zal gaan sturen.
Materiality Threshold: Hypotheses
Hypothese
De door de auditor bekendgemaakte materialiteitsdrempel volgens de herziene ISA 700 houdt geen verband met de kwaliteit van de audit.
Materiality Threshold: Resultaten
We zien positieve en significante coëfficiënten voor de materialiteitsdrempel voor alle proxies. Een lagere materialiteit gaat gepaard met een hogere kwaliteit.
MICW: Onderzoeksvraag
Wat is de impact van materiële tekortkomingen in de interne controle op winststuring?
MICW: Voorgaand onderzoek
Indirect bewijs via auditcomité
Sterke auditcomités gaan samen met minder discretionaire accruals en meer winstkwaliteit, terwijl onafhankelijke auditcomités leiden tot een sterkere marktrespons op winstcijfers.
MICW en SOX 404
Dit levert bewijs dat slechte interne controles de nauwkeurigheid van financiële rapportering en winstcijfers verminderen.
MICW: Hypotheses
Hypothese
Bedrijven met een zwakke IC (bijvoorbeeld MICW) zijn eerder geneigd om hun winst te manipuleren en te beheren.
MICW: Conclusies
De resultaten van de analyse wijzen op licht bewijs van toegenomen (opwaartse) winststuring bij MICW-bedrijven.
GCO: Onderzoeksvraag
Krijgen bedrijven die een GCO krijgen, daarna te maken met een stijging van CE door investeerders?
GCO: Voorgaand onderzoek
GCO zijn voorspellend voor een faillissement
Een GCO blijkt een sterke voorspeller; ongeveer de helft van de faillissementen wordt voorafgegaan door zo’n waarschuwing.
Marktreactie op een GCO
Onverwachte GCO leiden tot een negatieve marktreactie.
Terughoudendheid van cliënten op ontvangst van een GCO
Cliënten vrezen hogere kapitaalkosten, negatieve signalen naar de markt en mogelijk verslechterde relaties met schuldeisers of leveranciers.
GCO: Hypotheses
Hypothese
Ceteris paribus bestaat er een positief verband tussen het afgeven van een continuïteitsverklaring en de daaropvolgende kosten van eigen vermogen.
GCO: Resultaten
De resultaten ondersteunen de hypothese. Er is een positief en significant effect van de GCO op de kost van eigen vermogen. Een eerste GCO heeft een sterker effect dan een terugkerende GCO. De hypothese wordt daarom bevestigd.
Wat zijn de principes van Corporate Governance?
Expliciete keuze over Governance
Binnen bevoegdheden blijven
Evenwichtige en goed samengestelde raad
Gespecialiseerde comités
Transparante benoemingsprocedure
Handelen in belang van vennootschap
Billijke vergoeding
Gelijke behandeling van aandeelhouders
Rigoureuze & transparante beoordeling van Governance
Openbaar verslag over naleving van Code
Wat zijn de taken van het auditcomité?
RvB in kennis stellen van wettelijke controle en duurzaamheidsrapportering.
Monitoring van financiële verslaggeving en achterliggend proces.
Monitoring van interne controle en risicobeheer.
Monitoring en opvolging van wettelijke controle en duurzaamheidsrapportering.
Beoordeling van onafhankelijkheid van commissaris