Sociale H8

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/6

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 1:14 AM on 8/18/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

7 Terms

1
New cards

Attributie

→ 4 soorten

= verklaring zoeken voor gedrag of gebeurtenis

  1. Oorzakelijke attributie → waarom gebeurde iets?

  2. Trekattributie → wat zegt dit gedrag over de persoon?

  3. Redenen → waarom koos iemand hiervoor?

  4. Excuses → waarom kon iemand iets niet doen?

Voorbeeld: Een student zakt voor een examen → Je kunt zeggen: "Hij heeft niet genoeg gestudeerd."=> oorzaak bij zijn gedrag/inspanning

Of:

"Hij is gewoon niet slim genoeg."
→ oorzaak bij een eigenschap van de persoon (trekattributie)

2
New cards
  1. Consensus, 2. distinctiviteit en 3. consistentie helpen bepalen waar de oorzaak ligt bij attributies

  1. doen anderen dit ook?

  2. gebeurt dit enkel bij dit ene ding?

  3. gebeurt dit steeds opnieuw?

3
New cards

Connectionisme

= ons brein leert door de verbindingen tussen neuronen sterker of zwakker te maken

Als je iets goed voorspelt → verbinding blijft/wordt sterker.
Als je iets fout voorspelt → verbinding wordt aangepast.

→ Voorbeeld: Je denkt dat iemand onaardig is, maar die persoon is heel vriendelijk.
Je brein past zijn inschatting aan.
Na meerdere ervaringen leer je: “Deze persoon is aardig.”

=>verbindingen in brein aangepast

4
New cards

Attributie en competitie

soms zijn er meerdere mogelijke oorzaken voor hetzelfde gedrag → Ons brein moet dan kiezen welke oorzaak het belangrijkst is: kortingsprincipe= Als één oorzaak het gedrag al goed verklaart, geven we andere mogelijke oorzaken minder gewicht

vb. en student haalt een slecht cijfer. → Je weet dat hij: "de hele week ziek was." Dan denk je minder snel: "Hij is lui."

5
New cards

Attributie en depressie

Bij aangeleerde hulpeloosheid kunnen negatieve verklaringen depressieve gevoelens versterken:

  • Intern + stabiel + globaal

    • Intern: “Het ligt aan mij.”

    • Stabiel: “Het blijft zo.”

    • Globaal: “Ik ben slecht in alles.”

    “Ik kan er niets aan veranderen.” → hulpeloosheid → depressieve gevoelens.

    ISG = Intern, Stabiel, Globaal

6
New cards

Attributionele retraining

Dit probeert mensen te leren om gunstigere attributies te maken.

Vooral:

onstabiel + controleerbaar

in plaats van:

stabiel + oncontroleerbaar

Voorbeeld

"Ik ben slecht in studeren en dat zal altijd zo zijn."

"Mijn studiemethode werkte niet goed, maar ik kan mijn methode veranderen."

De tweede verklaring geeft meer controle en hoop.

7
New cards

Attributie en therapie

In therapie probeert men soms iemand te laten zien dat zijn/haar interpretatie van de oorzaak niet klopt