1/45
Deze flashcardset behandelt belangrijke bacteriën, virussen en diagnostische termen gebaseerd op de samenvattingen van de college-aantekeningen.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Complex Medium
Een kweekmedium bestaande uit een mengsel van natuurlijke onbekende ingrediënten.
Selectief Medium
Een medium dat de groei van bepaalde bacteriën remt.
Differentieel Medium
Een medium dat is voorzien van een indicator om onderscheid te maken tussen micro-organismen.
Sputum
Materiaal verkregen door productieve hoest dat micro-organismen bevat.
MIC
Minimale remmende waarde.
MBC
Minimale bacteriedodende waarde.
Lactobacillen
Bacteriën die in het vaginale ecosysteem leven en melkzuur produceren.
Gardnerella Vaginalis
Bacterie die hecht aan de buitenkant van epitheelcellen en Clu-cellen vormt.
Candida albicans
Gist die vulvovaginale candidiasis veroorzaakt met jeuk, roodheid en brokkelige witte afscheiding wanneer lactobacillen verdunnen.
Toxische schock syndroom (TSS)
Veroorzaakt door Streptococcus aureus; produceert het superantigeen TSTE1 dat een cytokinestorm teweegbrengt.
Chlamydia trachomatis
Obligaat intracellulaire Gram-negatieve bacterie; vaak asymptomatische SOA met risico op PID, infertiliteit en neonatale infecties.
Elementary bodies
De vorm van Chlamydia trachomatis die de cel binnendringt.
Reticulate body
De grotere vorm van Chlamydia trachomatis die in de gastheercel kopieert voordat deze openbarst.
Herpes
Virus dat zich verschuilt in de zenuwknoop en micro-RNA gebruikt om de eigen productie te remmen voor immuuncellen.
HPV (Onco-gene types)
Virussen die viraal DNA direct integreren in de genetische code van menselijke cellen voor ongecontroleerde celdeling.
HIV
Een retrovirus dat RNA met reverse transcriptase overschrijft en met integrase in chromosomen plakt, wat leidt tot het afsterven van CD4-cellen en AIDS.
Trichromas Vaginalis
Een eencellige parasiet die geen zuurstof ademt, maar hydrogenozomen heeft en fermenteert.
Pseudomonas
Een BMRO die een dikke slijmlaag (biofilm) vormt over katheters in het ziekenhuis om antibiotica te weerstaan.
por B-gen
Gen bij de resistente Genokok waarbij een mutatie de vorm van poriën verandert zodat antibiotica niet naar binnen kan.
mrt-gen
Gen bij de resistente Genokok dat verantwoordelijk is voor effluxpompen die antibiotica naar buiten pompen.
blaTem-gen
Gen bij de resistente Genokok dat het enzym beta-lactamase produceert om antibiotica af te breken.
Streptococcus Mutans
Bacterie die tandplak vormt; zet sucrose om in glucanen (biofilm-versterking) en fermenteert fructose tot melkzuur.
pH 5,5
De zuurgraad waarbij de glazuurlaag van tanden oplost onder invloed van melkzuur.
Methamfetamine
Middel dat speekselproductie stopt en weefselsterfte rond het tandvlees veroorzaakt, waardoor tanden afbrokkelen.
Helicobacter Pylori
Bacterie die de maagwand koloniseert en urease gebruikt om ureum in ammoniak om te zetten om de omgeving basischer te maken.
Fibrio Cholera
Bacterie die choleratoxinen produceert (AB-toxine), wat leidt tot een verlies van ongeveer 20L vocht per dag door sabotage van het G-eiwit.
Shigella
Bacterie die via M-cellen binnendringt, macrofagen tot apoptose dwingt en zich via actine naar buurcellen verplaatst; heeft slechts 10−200 cellen nodig voor infectie.
STEC
Shiga-toxine producerende E. coli die bij antibioticagebruik in een stressrespons schiet en massaal toxines produceert, wat kan leiden tot HUS.
HUS
Toestand waarbij rode bloedcellen uit elkaar vallen en niervalen optreedt, vaak volgend op een STEC-infectie.
Clostridioides Difficile (C.diff)
Bacterie die in de darmen ontkiemt na antibioticagebruik, pseudomembranen vormt en behandeld kan worden met een fecestransplantatie.
Salmonella
Bacterie die tetrationaat (een afvalproduct van neutrofielen) gebruikt als brandstof om sneller te groeien dan de normale darmflora.
Campylobacter
Veroorzaakt het Gielen-Bares-syndroom door moleculaire mimicry, waarbij antistoffen de zenuwen aanvallen omdat de suikermantel op de isolatielaag lijkt.
Listeria Monocytogenis
Bevat het enzym LLO waardoor hij kan ontsnappen aan cel-afvalverwerkers en de placenta- en bloedhersenbarrière kan passeren.
Clostridium Botulinum
Produceert botulinetoxine (AB-toxine) dat het eiwit knipt dat acetylcholine afgeeft, wat leidt tot spierverlamming.
Mycobacterium Lepraei
De traag delende lepra-bacterie die specifiek de cellen van Schwann infecteert, waardoor het pijngevoel verdwijnt.
Neisseria meningitis
Veroorzaakt hersenvliesontsteking via endotoxines; kan leiden tot een cytokinestorm, lekkende haarvaten en septische schock.
Heamophilis Influenza Type B (HiB)
Oorzaak van hersenvliesontsteking bij kinderen; verschuilt zich in een suikerkapsel dat het baby-immuunsysteem niet goed herkent.
Hibridisatietemperatuur
De temperatuur waarbij de primers aan het DNA hechten tijdens een PCR-proces.
Rotavirus
RNA-virus dat specifiek de toppen van darmcellen bij kinderen onder de 5 jaar vernietigt, waardoor wateropname stopt.
HA (Hemagglutinine)
Eiwit van Influenza A dat bindt aan receptoren op de cellen van de luchtwegen.
NA (Neuraminidase)
Eiwit van Influenza A dat zorgt dat de nieuw geproduceerde virussen de gastheercel kunnen verlaten.
Hepatitis B
DNA-virus overgedragen via bloed dat voor chronische infectie en leverkanker kan zorgen; vaccinatie is beschikbaar.
Respiratoir Syncyteel Virus (RSV)
Virale luchtweginfectie die zwelling van de kleinste luchtwegzakjes veroorzaakt, vooral gevaarlijk voor baby's.
ETEC
Type E. coli dat waterige diarree veroorzaakt door uitscheiding van enterotoxinen.
EPEC
Type E. coli dat diarree bij zuigelingen veroorzaakt door AE-lesies te maken en microvilli te verwijderen.
KOH-preparaat
Diagnostische methode voor schimmels om hyfen, sporen en schimmelstructuren zichtbaar te maken.