1/53
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
une chambre à coucher
een slaapkamer
un château
een kasteel
une entrée
een inkom
une pièce
een ruimte
le rez-de-chaussée
het gelijkvloers
confortable
comfortabel
équipé/ équipée
uitgerust
impeccable
onberispelijk/perfect
déménager
verhuizen
louer
huren
se situer
zich bevinden
des affaires
spullen
un instant
een ogenblik
clair/ claire
licht/ helder
foncé/ foncée
donker
déplacer
verplaatsen
à l’aise
op het gemak
marron
kastanjebruin
prudent/ prudente
voorzichtig
à l’extérieur
aan de buitenkant
à l’intérieur
aan de binnenkant
être de bonne humeur
goedgehumeurd zijn
être de mauvaise humeur
slechtgehumeurd zijn
une crêpe
een pannenkoek
une gaufre
een wafel
la nourriture
het voedsel
un plat
een gerecht
dégoutant
walgelijk
délicieux/ délicieuse
heerlijk
sain/ saine
gezond
essayer
proberen
goûter
proeven
des céréales
ontbijtgranen
la mémoire
het geheugen
un risque/ un risque de
een risico/ een risico op
consommer
verbruiken
avoir l'habitude de
de gewoonte hebben om
le cerveau
de hersenen
le corps
het lichaam
une différence
een verschil
un goût
een smaak
une naissance
een geboorte
un produit
een product
exigeant/ exigeante
veeleisend
joyeux/ joyeuse
vrolijk
patient/ patiente
geduldig
dépendre de
afhangen van
fonctionner
functioneren
permettre
toestaan
reconnaître
herkennen
sembler
lijken
quelque chose de
iets
à nouveau
opnieuw
comme
zoals