1/16
Flashcards gericht op orthopedagogische begrippen zoals sensitieve responsiviteit, emotionele beschikbaarheid en structureren op basis van de verstrekte collegedictaten.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Sensitieve responsiviteit
Het afstemmen op de emotionele toestand van de cliënt, het juist interpreteren van signalen (sensitiviteit) en daarop passend en tijdig reageren (responsiviteit).
Onvoorwaardelijke acceptatie
Het aanvaarden van de persoon in zijn eigenheid, kwaliteiten en noden zonder dat de cliënt hoeft te 'betalen' met gewenst gedrag.
Speelsheid en creativiteit
Basis-tools voor de orthopedagogisch begeleider om spannende situaties te ontmijnen, escalaties te voorkomen en ademruimte te creëren.
Broaden-and-Build Theory of Positive Emotions
Een theorie van Barbara Fredrickson die stelt dat positieve ervaringen en emoties mentale reserves aanleggen en het arsenaal aan reacties uitbreiden.
Timen, doseren en anticiperen
Het helpen van de cliënt bij het doseren van gedrag door te anticiperen op negatieve lange-termijngevolgen die de cliënt zelf (nog) niet overziet.
Herkennen van intenties / verlangens
Het blijven zien van positieve intenties achter 'lastig' of ongepast gedrag om de verbinding met de cliënt in stand te houden.
Spiegelen
Het opvangen en teruggeven van (negatieve) emoties op een wijze die de cliënt het gevoel geeft weer verder te kunnen.
Splitting
Een copingsmechanisme waarbij de cliënt personen als uitsluitend 'goed' of 'slecht' (zwart-wit) ziet, wat vaak leidt tot spanningen binnen teams of tussen ouders.
Sensitief structureren
Het bieden van houvast, veiligheid en voorspelbaarheid door betrouwbaar, consistent en congruent handelen.
Congruente communicatie
Wanneer de verbale en non-verbale communicatie van de begeleider volledig met elkaar in overeenstemming zijn.
Ritme
De regelmaat en snelheid van het (samen)leven die rust bevordert en gereguleerd kan worden door ritmische activiteiten zoals wandelen of dans.
Vluchtheuvel
Een fysieke of figuurlijke eigen ruimte (plek, voorwerp of activiteit) waar een cliënt zich veilig voelt en naartoe kan als het te veel wordt.
Holding Environment
Een door de begeleider gecreëerde veilige omgeving waarin de cliënt zorgvuldig gedoseerd leert omgaan met frustraties en negatieve emoties.
Containment
De context waarin een begeleider de onaangename, onhanteerbare gevoelens van de cliënt incasseert en in een 'verteerbare' vorm aan de cliënt teruggeeft.
Transitionele objecten
Voorwerpen (zoals een knuffel of foto) die de overgang tussen nabijheid en afstand van een zorgfiguur vergemakkelijken en emotionele houvast bieden.
Waakzame zorg
Een concept van Haim Omer dat verwijst naar het flexibel bewegen tussen open dialoog, gericht toezicht en eenzijdig ingrijpen op basis van de veiligheidssituatie.
Helpende grenzen
Het integreren van houvast en ruimte door voortdurend af te stemmen op de noden en emotionele signalen van de cliënt.