Cognitieve Psychologie H1: Geschiedenis & Thematiek van het Vakgebied

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/268

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

300 practice flashcards covering the history and themes of Cognitive Psychology based on the provided lecture notes.

Last updated 10:03 PM on 6/17/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

269 Terms

1
New cards

Wat is een basisvereiste om adequaat te kunnen handelen in de omgeving?

Beschikken over voldoende informatie om te beoordelen hoe we acties het best uitvoeren.

2
New cards

Waarom moet ons brein zintuiglijke prikkels selecteren?

Omdat we op elk moment worden overladen door prikkels en alleen de relevante moeten verwerken.

3
New cards

Wat is het uiteindelijke doel van alles wat we doen in het dagelijks leven?

Overleven, wat zich uit in doelgericht gedrag.

4
New cards

Welke emoties zijn vaak gekoppeld aan de evaluatie van gedrag?

Blijdschap bij succesvol gedrag en verdriet bij onsuccesvol gedrag.

5
New cards

Wat is de definitie van de informatieverwerkingstheorie?

Relevante signalen uit de omgeving worden waargenomen door zintuigen en verwerkt door cognitieve processen, resulterend in een beslissing en actie.

6
New cards

Met welk apparaat vergeleken cognitieve psychologen de mens vroeger?

Met een computer.

7
New cards

Wat is een belangrijke tekortkoming van de klassieke informatieverwerkingstheorie?

Er is een te hoge mate van éénrichtingsverkeer (bottom-up verwerking) in de informatieverwerking.

8
New cards

Wat wordt bedoeld met bottom-upverwerking?

Zintuigen pikken prikkels op en sturen deze naar complexere delen in het brein voor verdere verwerking.

9
New cards

Wat beschouwt de bottom-upverwerking als de rol van zintuigen?

Zij fungeren als passieve receptoren.

10
New cards

Wat kan de bottom-upverwerkingstheorie niet goed verklaren?

Dromen, hallucinaties en mentale inbeeldingen.

11
New cards

Wat is de kern van de Predictive Coding Theorie?

Het brein is actief bezig om interne modellen van de omgeving te creëren.

12
New cards

Hoe wordt de rol van de mens beschreven binnen de Predictive Coding Theorie?

Als intrinsiek, nieuwsgierig en exploratief.

13
New cards

Wanneer is het brein volgens de Predictive Coding Theorie actief?

Dag en nacht.

14
New cards

Wat zijn interne modellen in de context van de Predictive Coding Theorie?

Mentale simulaties die voorspellen wat er verandert wanneer we een actie uitvoeren.

15
New cards

Wat is het doel van top-down predicties in het brein?

Het selecteren van acties die de interne fysiologische toestand (homeostase) op lange termijn in balans houden.

16
New cards

Wat gebeurt er bij een predictiefout?

Er is een discrepantie tussen het interne model en de zintuiglijke waarneming, waarna het model wordt geactualiseerd.

17
New cards

Wie formuleerde in de 19e eeuw de basisprincipes van predictie als hersenfunctie?

Helmholtz.

18
New cards

Welke twee Amerikaanse neurowetenschappers identificeerden basale neuroprocessen van visuele waarneming met predictie?

R. Rao en D. Ballard.

19
New cards

Welke Britse neurowetenschapper beschreef de mathematische basis voor het predictive coding mechanisme?

K. Friston.

20
New cards

Wat is een belangrijk verschil tussen mensen en computers wat betreft probleemoplossing?

Mensen zijn flexibel en doorzien de essentie, terwijl computers volgens vaste logische regels werken.

21
New cards

Wat is het nut van protocollen in risicovolle omgevingen?

Zorgen dat menselijke tekortkomingen niet direct leiden tot foutieve handelingen.

22
New cards

Waardoor vinden grote rampen meestal plaats volgens de cognitieve psychologie?

Door een opeenstapeling van menselijke fouten, zoals bij de vliegtuigcrash naar Athene.

23
New cards

Welke vragen stelt de cognitieve psychologie om menselijk handelen te begrijpen?

Wanneer kunnen we signalen uit elkaar houden, hoeveel info kunnen we verwerken en wat zijn de gevolgen van mentale belasting?

24
New cards

Waarom nemen miljoenen mensen deel aan de loterij ondanks de kleine winstkans?

Omdat statistische waarschijnlijkheden niet objectief worden geregistreerd en kleine kansen vaak worden overschat.

25
New cards

Wat is 'Einstellung'?

Het automatisch verwerpen van een simpele oplossing omdat men ingesteld is op een complex probleem.

26
New cards

Wat is nodig om een belangrijke taak te voltooien ondanks automatische afleidingen?

Cognitieve controle om de meest saillante (opvallende) informatie te onderdrukken.

27
New cards

Wat wordt bedoeld met het feit dat cognitieve processen 'reconstructief' zijn?

Het brein genereert een rijke en consistente representatie van de omgeving op basis van spaarzame informatie.

28
New cards

Wat zijn visuele illusies in relatie tot cognitieve representatie?

Situaties waarin de door cognitie gegenereerde representatie niet overeenstemt met de werkelijkheid.

29
New cards

Wat was de naam voor cognitieve psychologie in het Nederlandse taalgebied tot de jaren 50?

Experimentele psychologie.

30
New cards

Welke Amsterdamse hoogleraar stelde de term 'Functieleer' voor?

Duijker.

31
New cards

Waarom werd de term 'Functieleer' alleen in Nederland gebruikt?

Het had geen equivalent in het Engels of Duits.

32
New cards

Wat is de focus van Psychonomie (psychonomics)?

Het kwantitatieve karakter en het precies in kaart brengen van wetmatigheden van gedrag.

33
New cards

Waar verwijst de term 'cognitie' naar?

Het vermogen van kennisverwerving en informatieverwerking.

34
New cards

Wat bestudeert de cognitieve neuropsychologie?

Hersenprocessen die ten grondslag liggen aan cognitie.

35
New cards

Wat is de definitie van cognitieve psychologie als vakgebied?

De wetenschappelijke studie naar de basis van menselijk gedrag, vooral op basis van experimentele methodes.

36
New cards

Op welke methodes, naast experimenten, steunt de cognitieve psychologie?

Quasi-experimenteel en correlationeel onderzoek.

37
New cards

Wat is de eerste stap in de wetenschappelijke cyclus?

Het formuleren van een theorie op basis van observaties.

38
New cards

Wat is de tweede stap in de wetenschappelijke cyclus?

Het formuleren van hypotheses om predicties te doen.

39
New cards

Waarom is het doel van een experiment het ontkrachten (falsificeren) van een theorie?

Omdat het onmogelijk is een theorie definitief te bewijzen; er kan altijd tegenbewijs (een zwarte zwaan) komen.

40
New cards

Wat zijn 'convergerende operaties'?

Wanneer verschillende methodes resultaten opleveren die consistent zijn met elkaar om een beeld van de werking te vormen.

41
New cards

Wie beargumenteerde rond 400400 v.Chr. dat het brein de zetel van de logos (rationele ziel) is?

Plato.

42
New cards

Wat hield de Emissietheorie van Empedocles in?

Ogen bevatten een innerlijk vuur dat naar buiten straalt en objecten doet oplichten.

43
New cards

Waarom is de Immisietheorie van Ibn al-Haytam belangrijk?

Het stelde dat waarneming ontstaat doordat licht objecten weerkaatst en het oog binnendringt, wat de basis vormt voor modern onderzoek.

44
New cards

Wat is Associativisme?

Het idee dat onze waarneming en gedachten verweven zijn met eerdere ervaringen en ideeën.

45
New cards

Welke Britse filosoof voegde het hoofdstuk 'the association of ideas' toe aan zijn werk?

John Locke.

46
New cards

Hoe beschreef Hume de vorming van gedachtenreeksen?

De nabijheid van individuele sensorische impressies in tijd en ruimte is bepalend.

47
New cards

Wie deed onderzoek naar klassiek conditioneren?

Pavlov.

48
New cards

Wat is operante conditionering volgens Thorndike?

Het idee dat consequenties van keuzes een rol spelen in associatievorming.

49
New cards

Wat is 'shaping'?

Het proces waarbij gedrag verfijnd wordt door middel van specifieke straffen of beloningen.

50
New cards

Welk jaar wordt gemarkeerd als de start van psychologie als empirisch wetenschappelijke discipline?

18791879.

51
New cards

Wie vestigde het eerste officiële psychologisch laboratorium in Leipzig?

W. Wundt.

52
New cards

Wat is de Weberfractie?

Het kleinste verschil dat we kunnen waarnemen tussen twee objecten is lineair afhankelijk van de grootte van die objecten.

53
New cards

Wat is Structuralisme?

Een stroming gericht op de structuur van de bewuste ervaring door middel van introspectie.

54
New cards

Wat is introspectie?

Een methode waarbij proefpersonen op gestructureerde wijze hun subjectieve ervaringen beschrijven.

55
New cards

Wie leidde het eerste experimentele psychologie labo aan de Universiteit Gent (1890-1891)?

Jules van Biervliet.

56
New cards

Wie richtte in 18921892 het psychologisch labo aan de Rijksuniversiteit Groningen op?

Gerard Heymans.

57
New cards

Wie wordt vaak gezien als de grondlegger van de psychologie in de VS?

W. James.

58
New cards

Wie was de eerste officiële hoogleraar psychologie in de VS en student van Wundt?

James McKeen Cattell.

59
New cards

Wat was de reactie van John B. Watson op onderzoek naar mentale processen?

Hij stelde voor dat psychologie de studie van observeerbaar gedrag moet zijn onder strikt gecontroleerde omstandigheden.

60
New cards

Hoe noemden behavioristen het interne cognitieve proces?

De 'black box'.

61
New cards

Waarom faalde het behaviorisme uiteindelijk?

Het schoot tekort in het beschrijven van de rijkdom van gedrag in termen van simpele stimulus-responsassociaties.

62
New cards

Wanneer vond de Cognitieve Revolutie plaats?

In de jaren 50 van de vorige eeuw.

63
New cards

Welk invloedrijk werk publiceerde Tolman?

Werk over spatiale navigatie en de cognitieve kaart.

64
New cards

Wat is de betekenis van 'The magic number seven' van G. Miller?

Het verwijst naar de beperkte capaciteit van het kortetermijngeheugen.

65
New cards

Wat ontwikkelden Newell en Simon?

De 'General Problem Solver', een computermodel voor probleemoplossing.

66
New cards

Wat was de bijdrage van N. Chomsky aan de cognitieve revolutie?

Zijn theorie over taal.

67
New cards

Waarom spreken onderzoekers liever van een cognitieve evolutie dan revolutie?

Omdat veel vragen al vóór de jaren 50 in essentie cognitief waren, zoals bij Stroop (19351935).

68
New cards

Wat wordt bedoeld met de hardware-software metafoor?

De hardware is het brein en de software is de menselijke informatieverwerking.

69
New cards

Wat is symboolmanipulatie?

Het verwerken van informatie in symbolische vorm die onafhankelijk van de hardware geïmplementeerd kan zijn.

70
New cards

Wat is het verschil tussen seriële en parallelle verwerking?

Bij seriële verwerking volgen stadia elkaar strikt op; bij parallelle verwerking kunnen ze overlappen.

71
New cards

Wat kenmerkt automatische verwerking?

Het is niet afhankelijk van taakmoeilijkheid en het antwoord wordt direct gevonden.

72
New cards

Welke rol speelt aandacht bij gecontroleerde verwerking?

Gecontroleerde verwerking vindt plaats onder controle van aandachtsprocessen en wordt beïnvloed door taakmoeilijkheid.

73
New cards

Wat zijn cognitieve biases?

Systeemfouten in beoordelingen en beslissingen door de werking van het brein.

74
New cards

Wat is het semantisch primingeffect?

Beslissingen over een woord verlopen sneller als er kort daarvoor een gerelateerd woord is aangeboden (bv. dokter voor verpleegster).

75
New cards

Welke rol heeft associatievorming volgens Kahneman?

Het stelt ons in staat snel en efficiënt relevante info op te halen om predicties te maken.

76
New cards

Wat is Systeem 1 volgens Kahneman?

Snelle, onbewuste en associatieve verwerking die weinig moeite kost maar gevoelig is voor biases.

77
New cards

Wat is Systeem 2 volgens Kahneman?

Nauwkeurige mentale processen die meer aandacht en mentale kracht vereisen voor complexe redeneringen.

78
New cards

Wanneer vond de opkomst van de cognitieve neurowetenschappen plaats?

Tussen 19901990 en 20002000, vaak het 'Decennium van het brein' genoemd.

79
New cards

Wat is de Paradox van Moravec?

Hogere cognitieve taken (zoals logica) zijn makkelijker voor computers dan eenvoudige basale vaardigheden (zoals patroonherkenning).

80
New cards

Wat is 'embodied cognition' (belichaamde cognitie)?

Het idee dat cognitieve processen deels gedreven worden door de interpretatie van lichamelijke signalen.

81
New cards

Wat bestudeert de psychofysiologie?

De relatie tussen fysiologische signalen (hartritme, pupildiameter) en cognitieve processen.

82
New cards

Waarop ligt de focus bij modern multidisciplinair hersenonderzoek?

Het vaststellen hoe verschillende breindelen samenwerken bij een cognitieve taak, in plaats van pure lokalisatie.

83
New cards

Welke filosofen schreven invloedrijke essays over bewustzijn aan het eind van de 20e eeuw?

Daniel Dennett ('Consciousness Explained') en David Chalmers.

84
New cards

Wat was de Stapel-affaire?

Een grootschalige fraudezaak waarbij de Nederlandse sociaal-psycholoog D. Stapel data verzon, wat leidde tot een crisis in de psychologie.

85
New cards

Wat is de aanbevolen kritieke waarde voor statistische significantie?

0.050.05.

86
New cards

Wat is de nulhypothese (H0H_0)?

De aanname dat er geen verschil is tussen de experimentele condities.

87
New cards

Wat is het 'file drawer effect'?

De neiging om alleen significante resultaten te publiceren, terwijl nulresultaten in de bureaula verdwijnen.

88
New cards

Wat is 'data masseren'?

De onbewuste of bewuste strategie om data gunstiger uit de analyse te laten komen, bijvoorbeeld door uitschieters te verwijderen.

89
New cards

Waarvoor staat COS?

Center for Open Science.

90
New cards

Wat is het voordeel van het Open Science Framework (OSF)?

Onderzoekers kunnen hun ruwe gegevens en protocollen opslaan zodat anderen de analyses kunnen verifiëren.

91
New cards

Wat doet de Bayesiaanse benadering in data-analyse?

Het bepaalt de kans op een gebeurtenis op basis van nieuwe evidentie en kan ook evidentie vóór de nulhypothese vinden.

92
New cards

Met welke software kan men Bayesiaanse analyses uitvoeren?

Met programma R of JASP.

93
New cards

Wat zijn 'WEIRD' mensen in wetenschappelijk onderzoek?

Western, Educated, Industrialised, Rich en Democratic; vaak niet representatief voor de gehele mensheid.

94
New cards

Wat zijn de belangrijkste maten in cognitieve gedragsexperimenten?

Reactietijd en accuratesse.

95
New cards

Wat is een stop-signaaltaak?

Een experiment waarbij een proefpersoon een reeds voorbereide respons moet afbreken bij een bepaald signaal.

96
New cards

Wat is een beperking van laboratoriumonderzoek?

Beperkte ecologische validiteit: proefpersonen gedragen zich in een labo anders dan in de buitenwereld.

97
New cards

Wat is mentale chronometrie?

De studie van reactietijden om cognitieve processen te begrijpen.

98
New cards

Wie voerde de eerste succesvolle meting van menselijk reactievermogen uit met de substractiemethode?

F.C. Donders.

99
New cards

Wat houdt de substractiemethode in?

Tijdsduur berekenen door (Gemiddelde RT van conditie met proces) minus (Gemiddelde RT van conditie zonder proces).

100
New cards

Wat is de additieve factoren methode?

Een methode waarbij één taak wordt gebruikt en specifiek de complexiteit van één component wordt gemanipuleerd.