Gedragskennis, Verpleegkundige en Medische Kennis Samenvatting

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/41

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Deze flashcards dekken de kernbegrippen uit de lessen Gedragskennis, Verpleegkundige kennis en Medische kennis, inclusief ontwikkelingspsychologie, wetgeving en specifieke zorgdoelgroepen.

Last updated 1:31 PM on 6/24/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

42 Terms

1
New cards

Ontwikkelingspsychologie

De studie naar hoe mensen zich ontwikkelen vanaf de conceptie tot aan de volwassenheid, waarbij gekeken wordt naar biologische, psychologische en sociale factoren.

2
New cards

Sensomotorische fase

De eerste fase van Piaget (020-2 jaar) waarin kinderen de wereld ontdekken door middel van hun zintuigen en motoriek.

3
New cards

Schema's

Mentale structuren, zoals zuigen, grijpen en kijken, die kinderen gebruiken om de wereld om hen heen te begrijpen.

4
New cards

Assimilatie

Het proces waarbij nieuwe ervaringen worden ingepast in reeds bestaande kennis of schema's.

5
New cards

Accommodatie

Het aanpassen van bestaande kennis of schema's wanneer nieuwe informatie niet in de huidige structuren past.

6
New cards

Objectpermanentie

Het cognitieve besef dat een voorwerp blijft bestaan ook al is het niet meer zichtbaar, meestal ontwikkeld rond 787-8 maanden.

7
New cards

Biopsychosociaal model

Een model dat de ontwikkeling van een kind verklaart vanuit drie invloedsgebieden: biologisch (erfelijkheid, groei), psychisch (emoties, persoonlijkheid) en sociaal (gezin, omgeving).

8
New cards

CAF-model (Common Assessment Framework)

Een beoordelingskader dat kijkt naar de ontwikkelbehoeften van het kind, de opvoedcapaciteiten van de ouders en de invloed van gezin en omgeving.

9
New cards

Hechting

Een duurzame emotionele band tussen een kind en een of meer verzorgers die veiligheid en vertrouwen biedt.

10
New cards

Sensitiviteit

Het vermogen van een verzorger om de signalen van een kind tijdig en correct op te merken.

11
New cards

Responsiviteit

Het adequaat en passend reageren op de signalen die een kind uitzendt.

12
New cards

Still Face Experiment

Onderzoek van Tronick dat aantoont hoe baby's gestrest raken wanneer een verzorger plotseling stopt met reageren, wat het belang van emotionele afstemming bewijst.

13
New cards

Veilige hechting

Hechtingsstijl waarbij het kind de ouder als veilige basis gebruikt, van streek raakt bij vertrek en zich snel laat troosten bij terugkomst.

14
New cards

Onveilig-ambivalente hechting

Hechtingsstijl waarbij het kind extreem veel nabijheid zoekt maar tegelijkertijd boos of angstig reageert op de ouder, vaak door wisselend gedrag van de verzorger.

15
New cards

Verstandelijke Beperking (VB)

Een beperking in zowel het intellectuele als het adaptieve functioneren die ontstaat tijdens de ontwikkelingsperiode.

16
New cards

Stoornis

Een afwijking in de ontwikkeling waarvan de oorzaak vooral ligt in aanleg of de rijping van het centrale zenuwstelsel, zoals ADHD of autisme.

17
New cards

Belemmering

Een vertraging in de ontwikkeling die hoofdzakelijk wordt veroorzaakt door externe omgevingsfactoren zoals trauma of verwaarlozing.

18
New cards

Internaliserende problemen

Problemen die naar binnen zijn gericht, zoals angst, depressie, teruggetrokken gedrag of psychosomatische klachten.

19
New cards

ODD (Oppositioneel-opstandige stoornis)

Een gedragsstoornis gekenmerkt door boosheid, veel ruzie maken en verzet tegen volwassenen.

20
New cards

Sociale competentie

Het vermogen om succesvol met anderen om te gaan door sociale signalen te begrijpen en conflicten op te lossen.

21
New cards

Puberteit

De periode tussen ongeveer 121712-17 jaar die vooral wordt gekenmerkt door lichamelijke veranderingen en het geslachtsrijp worden.

22
New cards

Formeel-operationeel denken

De fase van Piaget vanaf ca. 12\text{ca. } 12 jaar waarin abstract denken, logisch redeneren en hypothetisch denken mogelijk worden.

23
New cards

Preconventioneel niveau (Kohlberg)

Het eerste morele niveau (tot ca. 10\text{ca. } 10 jaar) waarbij gedrag wordt bepaald door angst voor straf of eigenbelang.

24
New cards

Autonomie

Het proces van zelfstandig worden, eigen keuzes maken en de ontwikkeling van een eigen identiteit tijdens de adolescentie.

25
New cards

Identiteitsontwikkeling (Erikson)

De centrale psychosociale taak tijdens de adolescentie waarbij de vraag "wie ben ik?" centraal staat.

26
New cards

Motiverende Gespreksvoering (MGV)

Een methode om cliënten te helpen hun eigen motivatie voor gedragsverandering te ontdekken door technieken als reflectief luisteren en open vragen.

27
New cards

Oplossingsgericht Werken (OGW)

Een gespreksmethodiek die focust op wat al goed gaat, de gewenste situatie en kleine haalbare stapjes in plaats van op problemen.

28
New cards

Wet BIG

Wet Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg, die tot doel heeft de kwaliteit van de zorg te bewaken en patiënten te beschermen via registratie en tuchtrecht.

29
New cards

Voorbehouden handelingen

Medische handelingen met een verhoogd risico, zoals injecteren of opereren, die alleen door bevoegd en bekwaam personeel mogen worden uitgevoerd.

30
New cards

Wkkgz

Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg, die regelt dat zorg veilig en cliëntgericht moet zijn en een goede klachtenprocedure waarborgt.

31
New cards

Hielprik

Een vroege screening bij pasgeborenen om aangeboren aandoeningen zoals AGS, CHT en PKU op te sporen.

32
New cards

Gezondheidsvaardigheden

Het vermogen om informatie over gezondheid te vinden, begrijpen en toe te passen bij het nemen van medische beslissingen.

33
New cards

Trimesters

Drie perioden van de zwangerschap, waarbij in het eerste trimester de orgaansystemen worden aangelegd en in het derde trimester de snelle groei plaatsvindt.

34
New cards

Ductus botalli

Een foetale bloedvatverbinding die ervoor zorgt dat het bloed grotendeels de longen omzeilt en direct naar het hart en de hersenen gaat.

35
New cards

HELLP-syndroom

Een ernstige complicatie tijdens de zwangerschap gekenmerkt door Hemolyse, verhoogde leverenzymen en een tekort aan bloedplaatjes.

36
New cards

FAS (Foetaal Alcohol Syndroom)

Een verzameling van afwijkingen en leerproblemen bij een kind die veroorzaakt worden door alcoholgebruik van de moeder tijdens de zwangerschap.

37
New cards

BRAVO(S)

Een model voor een gezonde leefstijl dat staat voor Bewegen, Roken, Alcohol, Voeding, Ontspanning en Seksuele gezondheid.

38
New cards

Obesogene omgeving

Een omgeving die ongezond gedrag stimuleert door een overvloed aan voedsel en een tekort aan bewegingsmogelijkheden.

39
New cards

Metabool syndroom

Een combinatie van gezondheidsproblemen waaronder buikvet, hoge bloeddruk, verstoorde glucosewaarden en afwijkende cholesterolwaarden.

40
New cards

EMB (Ernstige Meervoudige Beperking)

Een conditie met een zeer ernstige verstandelijke beperking (IQ<25IQ < 25) gecombineerd met ernstige lichamelijke en zintuiglijke beperkingen.

41
New cards

LVB (Licht Verstandelijke Beperking)

Een beperking gekenmerkt door een IQIQ tussen ongeveer 5050 en 8585 en problemen in het sociaal aanpassingsvermogen.

42
New cards

Executieve functies

Hogere cognitieve processen zoals plannen, organiseren, impulscontrole en zelfreflectie, die vaak beperkt zijn bij mensen met een LVB.