REPRODUCTIE AI

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/38

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Deze flashcards behandelen de fundamentele concepten van reproductie en embryonale ontwikkeling bij metazoa, inclusief gametogenese, bevruchting, klievingstypes, gastrulatie en kiembladonwikkeling.

Last updated 3:53 PM on 6/19/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

39 Terms

1
New cards

Zygote

De diploïde cel die ontstaat uit de versmelting van een eicel en een spermatozoïde, die zich vervolgens deelt in blastomeren.

2
New cards

Kiemcellen

Cellen die al vroeg in de ontwikkeling worden afgezonderd in het kiemplasma van de zygote en later migreren naar de gonaden om gameten te vormen.

3
New cards

Somatische cellen

Lichaamscellen die ontstaan uit de rest van de delende zygote en niet bijdragen aan de vorming van gameten.

4
New cards

Agametogeen

Een vorm van ongeslachtelijke of aseksuele voortplanting waarbij een nieuw individu ontstaat uit diploïde somatische cellen zonder betrokkenheid van gameten.

5
New cards

Gametogenese

Het proces van vorming van haploïde gameten uit diploïde kiemcellen via meiose, wat de genetische variabiliteit verhoogt.

6
New cards

Oögonia

Diploïde cellen die ontstaan uit het kiemepitheel via primaire gonocyten en zich via mitotische deling vermenigvuldigen tijdens de multiplicatiefase van de oögenese.

7
New cards

Poollichaampjes

De twee of drie niet-functionele cellen die het resultaat zijn van asymmetrische cytokinese tijdens de meiotische delingen van de oögenese.

8
New cards

Isolecitaal of oligolecitaal ei

Een eitype met een zeer kleine hoeveelheid dooier, kenmerkend voor onder andere Mammalia.

9
New cards

Telolecitaal ei

Een eitype met een grote hoeveelheid dooier en weinig cytoplasma met de kern aan de animale pool, kenmerkend voor Aves, Reptilia en Selachii.

10
New cards

Centrolecitaal ei

Een eitype waarbij de kern omringd is door een kleine hoeveelheid cytoplasma in het midden, omgeven door een laag dooier met cytoplasma aan de buitenkant, kenmerkend voor Arthropoda.

11
New cards

Mesolecitaal ei

Een eitype met meer dooier dan een isolecitaal ei maar minder dan een telolecitaal ei, waarbij de dooier geconcentreerd is aan de vegetatieve pool.

12
New cards

Spermiogenese

De ombouw van een spermatide tot een functionele spermatozoïde, inclusief de vorming van het acrosoom en de flagel.

13
New cards

Acrosoom

Een structuur op de kop van de spermatozoïde, gevormd uit het Golgi-complex, die enzymen bevat om de geleimantel van de eicel te penetreren.

14
New cards

Spermatoforen

Spermapakketjes die worden overgedragen tijdens inwendige bevruchting bij bepaalde landbewoners en waterorganismen.

15
New cards

Corticale reacties

Reacties van de eicel na contact met een spermatozoïde die tot doel hebben de binnendringing van een tweede zaadcel (polyspermie) te verhinderen.

16
New cards

Klievingen

De eerste mitotische delingen van de zygote waarbij de cellen (blastomeren) verkleinen tot een normale grootte zonder totale volumetoename.

17
New cards

Blastula

Het stadium in de embryogenese waarbij een holle bol van cellen (één cellaag) met een centrale holte, de blastoceel, is gevormd.

18
New cards

Holoblastische klieving

Totale klieving waarbij de gehele zygote wordt gedeeld, voorkomend bij isolecitale en mesolecitale eieren.

19
New cards

Meroblastische klieving

Partiële klieving die optreedt bij eieren met veel dooier, onderverdeeld in discoïdale en superficiële klieving.

20
New cards

Gastrulatie

De eerste reorganisatie van de blastula die leidt tot de vorming van een gastrula met kiembladen (ectoderm, endoderm en eventueel mesoderm).

21
New cards

Ectoderm

Het buitenste kiemblad dat instaat voor bescherming, prikkelwaarneming en prikkelgeleiding.

22
New cards

Endoderm

Het binnenste kiemblad dat de structuren voor de spijsvertering en geassocieerde organen vormt.

23
New cards

Mesoderm

Het middelste kiemblad waaruit het spierstelsel, bloedvaten en het endoskelet ontstaan.

24
New cards

Archenteron

De oerdarm die gevormd wordt tijdens de gastrulatie door instulping (invaginatie) of andere processen.

25
New cards

Protostomia

Diergroepen waarbij de blastoporus zich later omvormt tot de mond.

26
New cards

Deuterostomia

Diergroepen waarbij de blastoporus zich later omvormt tot de anus.

27
New cards

Schizocoelomata

Organismen waarbij het mesoderm ontstaat uit mesoteloblasten nabij de blastoporus die zich als strengen tussen het ectoderm en endoderm wringen.

28
New cards

Enterocoelomata

Organismen waarbij het mesoderm ontstaat uit uitstulpingen ('outpockets') van de endodermlaag.

29
New cards

Coeloom

Een secundaire lichaamsholte die volledig is omgeven door mesoderm, gelegen tussen de somatopleura en splanchnopleura.

30
New cards

Acoelomaat

Een organisme waarbij er geen holte in het mesoderm aanwezig is en het mesoderm de volledige lichaamsholte opvult.

31
New cards

Pseudocoeloom

Een lichaamsholte waarbij het mesoderm tegen het ectoderm aanligt, met daaronder een holte die afkomstig is van de blastoceel.

32
New cards

Cytoplasmatische determinanten

Factoren in het cytoplasma van de zygote die ongelijk verdeeld worden over de blastomeren en de vroege differentiatie sturen.

33
New cards

Mozaïekeieren

Eieren met rigide gedetermineerde plaatsen in het cytoplasma die al in de zygote aanleiding geven tot specifieke organen (bijv. bij spiraalklievers).

34
New cards

Regulatie-eieren

Eieren met presumptief gedetermineerde gebieden in het cytoplasma, waarbij de differentiatie iets later optreedt (bijv. bij radiaalklievers).

35
New cards

Parthenogenese

De ontwikkeling van een individu uit een onbevruchte eicel, geactiveerd door een chemische of fysieke prikkel in plaats van spermapenetratie.

36
New cards

Ameiotische parthenogenese

Een vorm van maagdelijke voortplanting waarbij geen meiose optreedt, waardoor de eicel 2n2n blijft en het nageslacht klonen zijn.

37
New cards

Meiotische parthenogenese

Vorming van een individu uit een haploïde eicel, waarbij soms diploïd herstel optreedt via fusie met een poollichaampje of chromosoomduplicatie.

38
New cards

Hermafroditisme

Een reproductiestrategie waarbij één individu zowel zaadcellen als eicellen produceert.

39
New cards

Paedogenese

Voortplanting die plaatsvindt terwijl het organisme zich nog in een larvaal stadium bevindt.