4DO D1 "A ta santé" - Missions 1,2,3 (p.81-85)

0.0(0)
Studied by 16 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/55

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Last updated 12:30 PM on 3/10/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

56 Terms

1
New cards
obèse
zwaarlijvig
zwaarlijvig
2
New cards
pâle
bleek
bleek
3
New cards
transpirer
zweten
zweten
4
New cards
un muscle
een spier
een spier
5
New cards
un os
een bot
een bot
6
New cards
un poumon
een long
een long
7
New cards
contracter
samentrekken
samentrekken
8
New cards
expirer
uitademen
uitademen
9
New cards
inspirer
inademen
inademen
10
New cards
se pencher
zich buigen
zich buigen
11
New cards
relâcher
loslaten
loslaten
12
New cards
se blesser
zich blesseren
zich blesseren
13
New cards
avoir mal au/à l'/à la/aux + partie du corps
pijn hebben aan + lichaamsdeel
pijn hebben aan + lichaamsdeel
14
New cards
ça sert à
dat dient om
dat dient om
15
New cards
debout
rechtop, rechtopstaand
rechtop, rechtopstaand
16
New cards
une cuillerée
een lepel (inhoudsmaat)
een lepel (inhoudsmaat)
17
New cards
la fièvre
de koorts
de koorts
18
New cards
une goutte
een druppel
een druppel
19
New cards
un médecin
een dokter, een arts
een dokter, een arts
20
New cards
une ordonnance
een voorschrift
een voorschrift
21
New cards
un pansement
een verband
een verband
22
New cards
une plaie
een wonde
een wonde
23
New cards
un plâtre
een gips
een gips
24
New cards
une prescription
een voorschrift
een voorschrift
25
New cards
une radio(graphie)
een röntgenfoto
een röntgenfoto
26
New cards
un rhume
een verkoudheid
een verkoudheid
27
New cards
une salle d'attente
een wachtzaal
een wachtzaal
28
New cards
la toux
de hoest
de hoest
29
New cards
affaibli
verzwakt (mannelijk)
verzwakt (mannelijk)
30
New cards
affaiblie
verzwakt (vrouwelijk)
verzwakt (vrouwelijk)
31
New cards
urgent
dringend (mannelijk)
dringend (mannelijk)
32
New cards
urgente
dringend (vrouwelijk)
dringend (vrouwelijk)
33
New cards
s'allonger
zich uitstrekken, gaan liggen
zich uitstrekken, gaan liggen
34
New cards
désinfecter
ontsmetten
ontsmetten
35
New cards
enlever
verwijderen, uitdoen (kledij)
verwijderen, uitdoen (kledij)
36
New cards
éternuer
niezen
niezen
37
New cards
examiner
onderzoeken
onderzoeken
38
New cards
guérir
genezen
genezen
39
New cards
peser
wegen
wegen
40
New cards
prescrire
voorschrijven
voorschrijven
41
New cards
(se) rincer (la bouche)
(de mond) spoelen
(de mond) spoelen
42
New cards
saigner
bloeden
bloeden
43
New cards
s'évanouir
flauwvallen
flauwvallen
44
New cards
se soigner
zich verzorgen
zich verzorgen
45
New cards
tousser
hoesten
hoesten
46
New cards
avoir bonne mine
er goed uitzien
er goed uitzien
47
New cards
avoir mauvaise mine
er slecht uitzien
er slecht uitzien
48
New cards
avoir le nez qui coule
een loopneus hebben
een loopneus hebben
49
New cards
fixer un rendez-vous
een afspraak vastleggen
een afspraak vastleggen
50
New cards
il vaut mieux + infinitif
het is beter om + infinitief
het is beter om + infinitief
51
New cards
je vous en prie
graag gedaan
graag gedaan
52
New cards
tomber dans les pommes
flauwvallen
flauwvallen
53
New cards
tomber malade
ziek worden
ziek worden
54
New cards
fatigant
vermoeiend (mannelijk)
vermoeiend (mannelijk)
55
New cards
fatigante
vermoeiend (vrouwelijk)
vermoeiend (vrouwelijk)
56
New cards
solide
stevig
stevig