1/37
Hoofdstuk 11, Hoofdstuk 13, Hoofdstuk 14, Hoofdstuk 15
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Antropoloog
Wetenschapper die de mens in al zijn aspecten (sociaal, cultureel, …) bestudeert.
Big Five
5 dimensies van persoonlijkheidstrekken waarmee de persoonlijkheid van iemand kan worden omschreven.
Identiteit
De manier waarop we onszelf definiëren en beschrijven.
Pedaloog
Wetenschapper die de opvoeding bestudeert.
Persoonlijkheid
Verzameling van stabiele en unieke psychische ( innerlijke) en gedragsmatige (uiterlijke) kenmerken, waardoor iemand zijn zich in de loop van zijn of haar leven op een min of meer gelijkaardige manier gedraagt.
Rorschachtest
Psychologische test, waarbij men een inktvlek moet interpreteren. Op basis van je antwoord, vertel je iets over je persoonlijkheid (synoniem: inktvlekkentest).
Stereotype
Simplistische veralgemening van één of meerdere eigenschappen die men toekent aan alle leden die tot een bepaalde groep behoren.
Zelfcognitie
Wat je over jezelf weet (synoniem: zelfkennis).
Zelfwaardering
De waardering die je geeft aan alles wat je over jezelf weet.
Temperament
Aangeboren manier van reageren.
Zelfbeeld
(synoniem: zelfconcept) kennis over onszelf.
Persoonlijkheidstrek
Een eigenschap die iemand typeert.
Bore-out
Aanhoudende negatieve gemoedstoestand (Onder prikkeling).
Burn-out
Aanhoudende negatieve gemoedstoestand (Over prikkeling).
Effortzone
Inspanningszone, het tegengestelde van de comfort zone, je gaat te lang tot het uiterste, wat extra moeite kost en waardoor je grenzen worden verlegd.
Menopauze
Overgangsfase van de vrouw (einde menstruatiecyclus).
Midlifecrisis
Periode van twijfel over de manier waarop iemand zijn leven leidt.
Penopauze
Overgangsfase van de man (afname van het mannelijk geslachtshormoon testosteron).
Peter Pan-syndroom
Kinderlijk gedragspatroon van een volwassene die niet wil opgroeien en volwassen worden.
Postformeel denken
Door ervaringen leren om met moeilijke situaties om te gaan, ze nuchterder te bekijken.
Werk-privé balans
Evenwicht tussen werk en privé (gezin, hobby’s, …).
Emancipatie
Het streven naar een volwaardige plaats in de samenleving vanuit een achtergestelde positie.
Gezin
Elke samenlevingsvorm die een herkenbare sociale eenheid op microniveau vormt. Daarbij hebben al dan niet verwante personen duurzame affectieve banden en verlenen ze elkaar onderling steun en verzorging.
Huishouden
Iedereen die onder hetzelfde dak woont.
Individualisme
De overtuiging dat mensen zelf mogen kiezen hoe ze hun leven inrichten.
Kerngezin
Twee generaties mensen waar tussen verwantschapsbanden bestaan.
Polyandrie
Huwelijks vorm, waarbij een vrouw tegelijkertijd met meerdere mannen getrouwd is.
Polygamie
Huwelijks vorm, waarbij één partner tegelijkertijd met meerdere partners van het andere geslacht getrouwd is.
Polygynie
Huwelijks vorm, waarbij een man tegelijkertijd met meerdere vrouwen getrouwd is.
Totale Vruchtbaarheids Cijfer (TVC)
Het aantal kinderen dat een vrouw krijgt.
Alzheimer ( ziekte van )
Meest voorkomende oorzaak van dementie.
Dementie
Chronische, progressieve en onomkeerbare achteruitgang van psychische vermogens.
Desoriëntatie
Verwarring, verlies van oriëntatie.
Levensverwachting
Voorspelling van het gemiddelde aantal jaren dat iemand zal leven.
Migratie
Verhuis van de ene plek naar de andere, binnen eigen land of naar het buitenland.
Progressieve ziekte
Ziekte die stap voor stap erger wordt.
Senioren
‘Jonge’ ouderen, mensen tussen 60 en 80 jaar, die meestal nog actief zijn.
Vergrijzing
Toename van het percentage oudere mensen in de bevolking.