GESCH

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/108

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 7:43 AM on 6/19/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

109 Terms

1
New cards
2
New cards
3
New cards
4
New cards

Migranten Mensen die verhuizen naar een andere plaats.

5
New cards
6
New cards

Nomaden iemand die rondzwerft, die geen vaste verblijfplaats heeft

7
New cards
8
New cards

Sedentair een vaste woonplaats hebben

9
New cards
10
New cards

Veeteelt Landbouw met de nadruk op het houden en fokken van dieren.

11
New cards
12
New cards

Akkerbouw Landbouw met de nadruk op het planten en telen van gewassen.

13
New cards
14
New cards

Stadstaat staat die bestaat uit een stad met een klein gebied eromheen

15
New cards
16
New cards

Leger de militaire macht van een land

17
New cards
18
New cards

Oorlog gewapende strijd tussen landen of bevolkingsgroepen

19
New cards
20
New cards

Imperialisme Uitbreiding van de macht door nieuwe gebieden te veroveren en andere volkeren te overheerseren

21
New cards
22
New cards

Rijk een grondgebied (over de hele mediterrane wereld)

23
New cards
24
New cards

Prestige Aanzien, gezag, status

25
New cards
26
New cards

Rechtvaardige oorlog Oorlog

27
New cards
28
New cards

Verdedigingswerken

29
New cards
30
New cards

natuurlijke grenzen Stenen muren, forten, uitkijktorens en kampen aan de natuurlijke grenzen van het rijk ter verdediging

31
New cards
32
New cards

Militair wegennet Een netwerk van wegen aangelegd door en voor het leger

33
New cards
34
New cards

Rechten en plichten Rechten zijn dingen die je mag, je hebt er recht op. Plichten zijn verplichtingen, je moet ze doen.

35
New cards
36
New cards

Verdeel en heers Tactiek van het Romeinse bestuur waarbij de veroverde gebieden niet allemaal dezelfde rechten kregen. Dat hielp om de inwoners onder controle te houden.

37
New cards
38
New cards
39
New cards
40
New cards

Familia Een Romeinse familie die bestaat uit ouders, kinderen, schoondochters, schoonzonen, kleinkinderen en de slaven.

41
New cards
42
New cards

Pater familias Het hoofd van een Romeinse familia.

43
New cards
44
New cards

Patriarchale samenleving Een samenleving waarin vaders, of in het algemeen mannen, een dominante rol innemen.

45
New cards
46
New cards

Solidariteit Elkaar willen steunen omdat je je verbonden voelt.

47
New cards
48
New cards

Stand Je plaats in de samenleving.

49
New cards
50
New cards

Ongelijkheid Wanneer niet iedereen gelijk aan elkaar is.

51
New cards
52
New cards

Patriciër De grootgrondbezitters

53
New cards
54
New cards

Plebejer Gewone Romeinen, kleine boeren of mensen van andere beroepen

55
New cards
56
New cards

Vreemdeling Migranten

57
New cards
58
New cards

Slaaf Een persoon die het bezit is van een meester en werkt voor zijn/haar meester.

59
New cards
60
New cards

Standenmaatschappij De verdeling van de mensen in een maatschappij op basis geboorte, geslacht, leeftijd, geografische afkomst en grondbezit.

61
New cards
62
New cards

Stadstaat Een land dat bestaat uit een stad en de omliggende landbouwgronden.

63
New cards
64
New cards

Koninkrijk Staatsvorm waarbij het staatshoofd een koning is..

65
New cards
66
New cards

Republiek Staatsvorm waarbij het staatshoofd (president) wordt gekozen.

67
New cards
68
New cards

Volksvergadering Het (regelmatig) bijeenkomen van een aantal burgers om te vergaderen over de wetgeving van het rijk.

69
New cards
70
New cards

Wetegevende macht De macht die wetten maakt.

71
New cards
72
New cards

Senaat Deel van het bestuur van Rome. De Patres Familias en ex-magistraten die de raadgevende macht hadden. Ze gaven advies aan magistraten, stelden nieuwe wetten voor, controleerden de rijksfinanciën en de magistraten.

73
New cards
74
New cards

Raadgevend Het geven van raad of advies

75
New cards
76
New cards

Magistraat Een overheidspersoon

77
New cards
78
New cards

Uitvoerende macht De macht die het land bestuurt.

79
New cards
80
New cards

Rechterlijke macht Doet uitspraken over conflicten en straft wanneer nodig.

81
New cards
82
New cards

Consul De hoogste magistraat in het Romeinse Rijk.

83
New cards
84
New cards

Vetorecht Bevoegdheid om een besluit dat door een vergadering is genomen, tegen te houden.

85
New cards
86
New cards

Dictator Iemand die voor een periode van 6 maanden alle macht in handen kreeg om een noodsituatie op te lossen.

87
New cards
88
New cards

Politieke carrière Het werk dat je in je leven hebt gedaan op politiek vlak

89
New cards
90
New cards

Monopolie (van de macht) De macht was lange tijd in handen van de rijkste families.

91
New cards
92
New cards
93
New cards

Grootrijk Een zeer groot rijk

94
New cards
95
New cards

Politiek geweld Geweld inzetten om polieke doelen te bereiken

96
New cards
97
New cards

Burgeroorlog Een oorlog tussen groepen mensen in één land. De Romeinse legers vochten tegen elkaar.

98
New cards
99
New cards

Keizerrijk Een rijk geleid door een keizer

100
New cards