geschiedenis hoofdstuk 5 havo 4

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/27

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 3:22 PM on 9/15/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

28 Terms

1
New cards

algemeen kiesrecht

Situatie waarin alle volwassen burgers (mannen en vrouwen) het recht hebben om hun stem uit te brengen bij verkiezingen.

2
New cards

arbeidersklasse

De groep mensen die zelf geen productiemiddelen bezitten en alleen geld kunnen verdienen door hun arbeid te verkopen.

3
New cards

burgerlijk gezinsideaal

Het in de 19e eeuw algemeen geldende idee dat de man het hoofd van het gezin moest zijn, zodat vrouwen zich op het huishouden en de opvoeding van de kinderen konden richten.

4
New cards

censuskiesrecht

Kiesrechtsysteem waarbij alleen mensen met voldoende vermogen mogen stemmen.

5
New cards

communisme

Stroming binnen het socialisme die het lot van de arbeidersklasse wil verbeteren door middel van een revolutie, die moet leiden tot een klasseloze samenleving en gemeenschappelijk bezit van de productiemiddelen.

6
New cards

confessionalisme

Politieke stroming waarbij het geloof (rooms-katholiek of protestants) uitgangspunt is voor het politieke handelen.

7
New cards

conservatisme

Behoudende politieke stroming die zich keerde tegen de maatschappelijke vernieuwingen van de Franse Revolutie, het liberalisme en het socialisme.

8
New cards

constitutionele monarchie

Staatsvorm met aan het hoofd een vorst die zijn of haar functie uitoefent op basis van erfrecht, en waarin die macht wordt beperkt door een grondwet (constitutie).

9
New cards

democratisering

De uitbreiding van het kiesrecht over een steeds grotere groep burgers.

10
New cards

economisch liberalisme

Het streven naar een economisch systeem waarbij de staat zich zo min mogelijk bemoeit met de economie en de ondernemer maximale vrijheid heeft.

11
New cards

eerste feministische golf

De feministische beweging in de periode 1840-1920, waarbij feministen streden voor meer rechten voor vrouwen, zoals het kiesrecht.


12
New cards

emancipatiebeweging

Beweging die streeft naar de juridische en sociale gelijkberechtiging van achtergestelde groepen, zoals slaven, vrouwen, arbeiders en religieuze groepen.

13
New cards

feminisme

Politieke beweging die zich ten doel stelt de achtergestelde positie van vrouwen te verbeteren, in de eerste plaats via hervorming van het kiesrecht.

14
New cards

handelingsonbekwaamheid

De wettelijke bepaling dat gehuwde vrouwen niet zelfstandig een rechtshandeling konden verrichten, zoals het tekenen van een overeenkomst.

15
New cards

industrialisatie

Mechanisering van de arbeid.

16
New cards

industriële revolutie

Grote verandering in de samenleving waarbij industrie en verkeer steeds meer worden gemechaniseerd.

17
New cards

industriële samenleving

Samenleving waarin industrie het voornaamste bestaansmiddel is.

18
New cards

middenklasse

De groep geschoolde mensen die bijvoorbeeld als boekhouder of ingenieur in fabrieken werken of als onderwijzer, ambtenaar of winkelier in de steden.ò

19
New cards

ministeriële verantwoordelijkheid

Staatkundige afspraak dat de ministers slechts aan het parlement verantwoording verschuldigd zijn voor hun eigen politieke handelen en dat van de koning.

20
New cards

modern kapitalisme

Een economisch systeem waarin ondernemers geld investeren in de productie van goederen met als doel zoveel mogelijk winst te maken.

21
New cards

parlementaire democratie

Vorm van bestuur waarbij de macht ligt bij een volksvertegenwoordiging (parlement) die door alle of een groot deel van de burgers is gekozen.

22
New cards

politiek liberalisme

Politieke stroming die het opneemt voor de vrijheid van het individu tegenover de macht van de staat.

23
New cards

Restauratie

Herstel van de maatschappelijke en politieke verhoudingen van vóór de Franse Revolutie.

24
New cards

sociaaldemocratie

Stroming binnen het socialisme die langs parlementaire weg opkomt voor de arbeidersklasse.

25
New cards

sociale kwestie

Het vraagstuk van de slechte werk- en leefomstandigheden van arbeiders.

26
New cards

socialisme

Politieke stroming die opkomt voor de arbeidersklasse, hetzij door een revolutie, hetzij door te streven naar kiesrechtuitbreiding en hervormingen langs parlementaire weg.

27
New cards

vakbond

Organisatie van arbeiders die samen strijden voor betere arbeidsomstandigheden en meer loon.

28
New cards

verzuiling

Een maatschappelijke en politieke situatie waarin katholieken, protestanten, socialisten en liberalen zich hebben teruggetrokken in hun eigen organisaties en waarin alleen de leiders van deze organisaties nog onderling contact hebben.