1/48
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress

Equisetaceae

Echte varen

Lycopodiaceae

Selaginellaceae

Gymnospermae
Houtige planten, 1 of 2 huizig, zinder bloemdek, 1 slachtig op strobili
Bladen = naald/schub vormig
Zaden in kegels (geen echte vruchten) en soms gevleugeld
Kiem met meerdere zaadlobben

Pinaceae

Water planten (met aerenchym en wortelstokken)
vaatbundels gespreid
bladeren enkelvoudig en verspreid
Bloemen alleenstaand
tweeslachtig
bloemdelen talrijk, vaak spiraalsgewijs ingeplant, (straalsgewijs symmetrisch)
Vaak zwakke differentiatie tussen kelk en kroon
Veel meeldraden
Stamper: meerdere vruchtbladen (>8), min of meer vergroeid
Doosvrucht
Nymphaeaceae

houtige planten (bomen en struiken)
Bladeren enkelvoudig
veernervig, met grote afvallende steunblaadjes
Bloemen alleenstaand, tweeslachtig, bloemdelen talrijk, spiraalsgewijs ingeplant
Vaak zwakke differentiatie tussen kelk en kroon
Veel meeldraden
Stamper:
meerdere vrije vruchtbladen op centrale kolom (kegelvormige bloembodem), bovenstandig
Kokervruchten of gevleugelde dopvruchten
Magnoliaceae

kruidachtige planten
geen cambium
zelden houtig
kiem plant met 1 cotyl
Bladeren meestal enkelvoudig, meest parallelnervig,Bloemen meestal 3-tallig
Vaak zwakke differentiatie tussen kelk en kroon (tepalen)
Soms sterk gereduceerde bloemen (bv grassen)
Angiospermae

Meest kruidachtige planten, geofyten (bollen, knollen, wortelstokken)
Bladeren meestal enkelvoudig, min of meer parallelnervig, verspreid of tegenoverstaand
Bloeiwijze een tros (tuil), soms een pluim of alleenstaand
Bloemen vrij groot, tweeslachtig, straalsgewijs symmetrisch, meestal 6 vrije kroonbladachtige tepalen (2 kransen) die vaak gevlekt zijn, met nectarklieren
Meeldraden 3+3
Stamper:
3 vruchtbladen, vergroeid, bovenstandig, 3 hokken
doosvrucht (of bes)
Liliaceae

Meest kruidachtige planten, geofyten (bollen)
Bladeren meestal enkelvoudig, parallelnervig, in 2 rijen, grondstandig
Bloeiwijze meest een scherm met (1-)2 vliezige schutbladen, soms alleenstaand
Bloemen groot, tweeslachtig, straalsgewijs symmetrisch, meestal 6 al dan niet vergroeide kroonbladachtige tepalen (2 kransen)
Meeldraden 3+3
Stamper:
3 vruchtbladen, vergroeid, 3-hokkig, lange stijl
Amaryllidaceae


kruidachtige planten, geofyten (bollen of wortelstokken)
Bladeren verspreid
bloeiwijze meest een aar of tros, zelden alleenstaande bloemen
bloemen met 2-zijdig symmetrisch, tweeslachtige bloemen met 6 vrije bloembladen, kroonbladachtig, 1 uitgegroeid tot kroonlip soms met een spoor
2 meeldraden en stamper vergroeid (gynostemium), stuifmeel in klompjes (2 pollinieën)
vruchtbladen 3, vergroeid,
vruchtbeginsel onderstandig en gedraaid, 1-hokkig met zeer veel minuscule zaden
doosvrucht
Orchidaceae

kruidachtige planten, geofyten (bollen of wortelstokken), uitz houtig : Dracaena
bloemen lelie-achtig (meestal kleiner)
bloeiwijze meest een tros
bloemen met straalsymmetrie, tweeslachtig
bloemen met 6 vrije tepalen
meeldraden 6 in 2 kransen
vruchtbladen 3 vergroeid, vruchtbeginsel bovenstandig met 3 hokken
doosvrucht of bes (Polygonatum, Convallaria, Asparagus)
Asparagaceae

Kruidachtige planten
Bladeren verspreid of in rozet (pollen), rolrond (Juncus) of vlak (Luzula), lijnvormig, grasachtig uitzicht
Bloeiwijze een (soms samengetrokken) pluim
Bloemen klein, groenig of bruin, tweeslachtig, straalsgewijs symmetrisch, meestal 6 tepalen (2 kransen), vrij
Meeldraden 6 (soms 3)
Stamper:
3 vruchtbladen, vergroeid, bovenstandig, 1 stijl met 3 stempels
doosvrucht
Juncaceae


Kruidachtige planten, overblijvend, wortelstokken of pollenvormend
Stengel rolrond of driekantig
Bladeren verspreid of in rozet (pollen), lijnvormig, grasachtig uitzicht
Bloemen gereduceerd, één- of tweeslachtig, elke bloem met één schutblaadje (kafje) verenigd in aren.
Bloeiwijze: een alleenstaande aar of aren verenigd in een pluim, scherm, kluwens, hoofdjes of samengestelde aren.
Meeldraden 3
Stamper:
2 of 3 vruchtbladen, vergroeid,
bovenstandig, met 1 hok en 1 zaad
1 stijl met 2 of 3 stempels
Cyperaceae


Kruidachtige planten, zelden houtig (bamboo)
stengel rolrond, meestal hol maar met volle knopen
1 blad/knoop met een stengelomvattende bladschede en lange smalle bladschijf. tongetje bij de overgang tss schede en schijf
Bloemen sterk gereduceerd in 2 rijen op de as van de deelbloeiwijze (aartjes)
bloempjes omgeven door 2 schutblaadjes (kroonkafjes), aartjes zelf ook omgeven door 1 of 2 schutblaadjes (kelkkafjes), kafjes soms genaald
Bloemen meestal tweeslachtig, soms éénslachtig
Bloeiwijze: aartjes verenigd tot aren, trossen of pluimen
Meeldraden meestal 3
Stamper: 1 vruchtblad, bovenstandig, met 1 hok en 1 zaad
2 stijlen met een pluimstempel
Poaceae


kruidachtige planten, vaak met melksap
Bladeren verspreid, onderste soms in rozet, bladschijf gedeeld, gelobd of samengesteld
bloeiwijze bloemen alleenstaand of in schermen (papavers) of in tros
(Fumaroideae)
bloemen tweeslachtig, met straalsymmetrie (papavers) of 2-zijdig symmetrisch
(Fumaria), kelk met 2 vrije kaduke kelkbladen; kroon 4 vrije kroonbladen (1 met spoor bij Fumaria)
meeldraden talrijk (Papaveroideae) of 2 (Fumaroideae)
vruchtbladen 2-20
vergroeid
vruchtbeginsel bovenstandig
doosvrucht met onvolledige schotten, soms dopvrucht
Papaveraceae

kruidachtige planten, zelden lianen
bladeren meestal verspreid (enkelvoudig tot samengesteld)
bloemen tweeslachtig, met vrije bloembladen
straalsymmetrie / 2-zijdige symmetrie
kelk + kroon ofwel bloemdek met 3-12 vrije tepalen
vaak met honingklieren
bloembladen soms met spoor
meeldraden talrijk
vruchtbladen aantal variabel, niet (nauwelijks) vergroeid,
vruchtbeginsel bovenstandig
stelsel van kokervruchten of dopvruchten
Ranunculaceae


kruidachtige planten, bladen/stengels vlezig-succulent (soms struikachtig)
Bladeren enkelvoudig
Bloeiwijze meestal bijscherm, soms tuil of pluim, zelden alleen of in
okselstandige kluwens
bloemen tweeslachtig, met straalsymmetrie
Kelk (3)-5-(20) vlezige kelkbladen,
Kroon (3)-5-(20), kroonbladen niet vlezig, vrij
meeldraden : evenveel of dubbel zoveel als kroonbladen
Vruchtbladen : evenveel als kroonbladen, niet vergroeid, vruchtbeginsel bovenstandig stelsel van kokervruchtjes
Crassulaceae

kruidachtige planten
Bladeren verspreid, zelden tegenoverstaand, enkelvoudig tot diep ingesneden
Bloeiwijze een bijscherm, pluim of alleenstaand (Parnassia) eindstandig
bloemen tweeslachtig, met straalsymmetrie, (4-)5 tallig
Kelk en kroon evenveel bladen, soms geen kroon (Chysosplenium), vrij
meeldraden : 5-10
Vruchtbladen : 2-4 vergroeid aan de voet vruchtbeginsel, bovenstandig of halfonderstandig, stijlen vrij (soms zeer kort)
Doosvrucht met veel zaden
Saxifragaceae


struiken
Bladeren in bundels, verspreid, enkelvoudig tot hand-delig gelobd
Bloeiwijze een tros
bloemen tweeslachtig, met straalsymmetrie, 4 of 5 tallig, met vrije sepalen en petalen
Bloembodem klokvormig
meeldraden : 4-5
Vruchtbladen : 2 vergroeid onderstandig, stijlen 2 (vrij tot kort vergroeid)
vrucht een bes met restanten kelk
Grossulariaceae

Kruiden – struiken, met melksap, soms succulent, één- of tweehuizig
Bladeren verspreid of tegenoverstaand, steeds enkelvoudig, soms ontbrekend (stengelsucculent)
bloemen éénslachtig, klein, groenachtig, naakt (Euphorbia) of met 3 tepalen (Mercurialis)
Bloeiwijze Euphorbia : zeer kenmerkend cyathium (schijnbloemen)
meeldraden : variabel
Vruchtbladen : meestal 3 (Euphorbia) zelden 2 (Mercurialis) vergroeid, bovenstandig, elk hok met 1 zaad, stijlen 2 (vrij tot kort vergroeid)
vrucht een splitvrucht
Euphorbiaceae


Kruiden en struiken, vaak met zwarte en (of) doorschijnende kliertjes
Bladeren tegenoverstaand, steeds enkelvoudig, zittend of kort gesteeld
Bloeiwijze een eindstandige pluim of alleenstaande bloem
Bloemen tweeslachtig met straalsymmetrie
Kelk: (4)-5, (bijna) vrij, soms ongelijk
Kroon: (4)-5, vrij, geel
meeldraden : talrijk in 3-5 bundels
Vruchtbladen : (2-)3 (-5) vergroeid, bovenstandig, 1-3 hokken met veel zaden, stijlen 2-5
vrucht een doosvrucht of bes
Hypericaceae

Kruiden (tot struiken en bomen in de tropen)
Bladeren verspreid met steunblaadjes, meest enkelvoudig, gaaf tot gekarteld
Bloeiwijze een tros of alleenstaande bloem
Bloemen tweeslachtig zygomorf, 5 delig
Kelk: 5, (bijna) vrij, met een aanhangsel aan de basis
Kroon: 5, vrij, het onderste kroonblad met een spoor
meeldraden : 5, het vruchtbeginsel afdekkend in een kegel.
Vruchtbladen : 3 vergroeid, bovenstandig, 1 hok met veel zaden
vrucht een doosvrucht
Zaad met kiemwratje (myrmecochory)
Violaceae

(Dwerg-)Struiken en bomen, meestal tweehuizig
Bladeren verspreid zelden tegenoverstaand, met steunblaadjes, enkelvoudig
Bloeiwijze katjes met ♂ of ♀ bloemen
Bloemen naakt met honingklier of –schijf
meeldraden : 2-6 bij Salix, 4-30 bij Populus
Vruchtbladen : 2 vergroeid, bovenstandig, 1 hok, 1 stijl, 2 stempels
vrucht een doosvrucht met veel zaden
Zaad met pluis
Salicaceae


Kruiden, lianen, struiken, bomen
Bladeren meestal samengesteld met onpaar aantal blaadjes, veer- of handnervig, meestal verspreid
Bloeiwijze een tros, tuil, bijscherm of okselstandige bloemen
Bloemen tweeslachtig, zygomorf
Kelk: 5, vaak vergroeid tot 2 lippen (2+3)
Kroon: 5, meestal vrij (vlag, zwaarden en kiel)
meeldraden : A(10) of A(9) +1.
Vruchtblad : 1, bovenstandig, 1 hok met veel zaden
vrucht een peul (2 naden)
Fabaceae


•Kruiden met gelede stengel
•Bladeren meestal verspreid, handnervig (Geranium) of veernervig (Erodium), gelobd of gedeeld
•Bloeiwijze (bij)scherm soms 1 bloem
•Bloemen tweeslachtig, meest radiaal symmetrisch, soms licht zygomorf
•Kelk : 5, vrij
•Kroon: 5 nogal kaduuk
•meeldraden : 5+5
•Vruchtbladen : 5 vergroeid, bovenstandig, as van de bloembodem vormt een snavel, 5-hokkig met 5 stijlen (vergroeid met snavel) en 5 stempels
•vrucht een doosvrucht met 5 zaden (splitvrucht indien openspringend)
Geraniaceae


•Kruiden (land- en waterplanten)
•Bladeren meestal verspreid, tegenoverstaand of kransstandig, enkelvoudig
•Bloeiwijze alleenstaand, aren of trossen
•Bloemen tweeslachtig, meest radiaal symmetrisch, soms licht zygomorf, meestal 4-tallig (soms 2-6)
•Kelk : (2-)4(-5), vrij
•Kroon: 2, 4 of 5 vrij (zelden ontbrekend)
•meeldraden : 2, 4, 8 of 10
•Vruchtbladen : 2-6 vergroeid, (half)onderstandig, met 2-6 hokken
•vrucht meestal een doosvrucht met veel zaden (soms een nootje)
•Zaden soms met zaadpluis
Onagraceae


•Kruiden, struiken of bomen
•Bladeren verspreid, ongeveer even breed als lang, handnervig
•Bloeiwijze okselstandig of in trossen
•Bloemen tweeslachtig, meest radiaal symmetrisch, meestal 5-tallig
•Kelk : 5, vrij, meestal met bijkelk (2-)3-13 delen, kaduuk bij Tilia
•Kroon: 5 vergroeid aan de basis
•meeldraden : talrijk, meestal vergroeid tot een buis rond de stamper
•Vruchtbladen : talrijk, vergroeid, bovenstandig, meestal 1 zaad/hok (splitvrucht)
•soms een doosvrucht met veel zaden of kokervruchten
•Tilia: G(5)
Malvaceae


•Kruiden, soms iets houtig
•Bladeren verspreid, of in rozet
•Bloeiwijze trossen of tuil
•Bloemen tweeslachtig, 2 symmetrie-assen, 4-tallig
•Kelk : 2+2, vaak ongelijk, niet vergroeid, nogal kaduuk
•Kroon: 4, zelden ongelijk, vrij, met een nagel, nogal kaduuk, soms klein of ontbrekend
•meeldraden : 6, meestal 4+2
•Vruchtbladen : 2, vergroeid, bovenstandig, 2 hokken, gescheiden door een tussenschot, gewoonlijk meerdere zaden per hok
•Vrucht met 2 kleppen openspringend (hauw of hauwtje)
Brassicaceae


•Kruiden, soms struiken, lianen (in warme regio’s)
•Bladeren meestal verspreid, enkelvoudig, steunblaadjes vergroeid tot een vliezig kokertje (ochrea of tuitje) rond de stengel
•Bloeiwijzen : aren, tros, pluim of okselstandige kluwens
•Bloemen één- of tweeslachtig, radiair symmetrisch, (4-)5-6 tepalen, in 2 kransen
•meeldraden 4-9(-12)
•Vruchtbladen : (2-) 3, vergroeid, bovenstandig, 1 hok met 1 zaad
•Vrucht een dopvrucht omgeven door (uitgroeiende) bloembodem (Rumex)
Polygonaceae


•Kruiden, met verdikte stengelknopen
•Bladeren meestal tegenoverstaand, enkelvoudig en gaafrandig, vaak met vliezige steunblaadjes
•Bloeiwijzen : pluimen, tuil, alleenstaand of okselstandige kluwens
•Bloemen (één-) of tweeslachtig, radiair symmetrisch,
•Kelk (4-)5 sepalen, vrij of vergroeid
•Kroon (4-)5 petalen, vrij, soms ontbrekend
•Soms T5
•meeldraden 10, zelden 5 of minder
•Vruchtbladen : (2-) 3-5, vergroeid, bovenstandig, 1 hok met centrale placentatie, veel zaden
•Vrucht doosvrucht, zelden dopvrucht of bes
Caryophyllaceae


•Kruiden, (soms struiken in warme regio’s)
•Bladeren meestal verspreid, bladeren en stengel soms vlezig (zoutplanten)
•Bloeiwijzen dicht: aren, bijschermen, trossen
•Bloemen één- of tweeslachtig, radiair symmetrisch, klein, groenachtig of vliezig, 2-5 tepalen
•meeldraden : evenveel als tepalen
•Vruchtbladen : 2 of 3, vergroeid, bovenstandig, zelden halfonderstandig, 1 hok met 1 zaad
•Vrucht een dopvrucht
•alle plantendelen soms met rode pigmenten (betaine rode biet)
Amaranthaceae


•Meestal (dwerg-)struiken
•Bladeren enkelvoudig, langlevend, vaak gaafrandig en naaldvormig
•Bloeiwijzen : pluimen, tuil, alleenstaand of okselstandige kluwens
•Bloemen tweeslachtig, radiair symmetrisch, 4 of 5 delig
•Kelk (4-)5 sepalen, klein
•Kroon (4-)5 petalen, meestal vergroeid
•meeldraden idem kroon
•Vruchtbladen : (4-)5, vergroeid, boven- of onderstandig, 4-5 hokkig met veel zaden
•Vrucht doosvrucht of bes
Ericaceae


•Kruiden (in tropen ook bomen en struiken)
•Bladeren enkelvoudig,
•Bloeiwijzen : tros, scherm, pluim of alleenstaand in oksels
•Bloemen tweeslachtig, radiair symmetrisch, 5-tallig
•Kelk (4-)5 (-7) sepalen, vrij of vergroeid
•Kroon (4-)5 (-7) petalen, vrij of vergroeid
•meeldraden (4-)5 (-9), helmdraden vergroeid met kroon en tegenover de kroonslippen staand (komt alleen nog voor bij Plumbaginaceae)
•Vruchtbladen : 5, vergroeid, bovenstandig, 1 hokkig met veel zaden, centrale placentatie, 1 stijl, 1 stempel
•Vrucht doosvrucht
Primulaceae


•Kruiden en (dwerg)struiken (ook bomen in de tropen), vaak behaard en aromatisch
•Stengels vaak vierkantig
•Bladeren tegenoverstaand, kruisgewijs ingeplant, enkelvoudig en gezaagd
•Bloeiwijzen : in kransen in oksels en/of eindstandig
•Bloemen tweeslachtig, meestal 2-zijdig symmetrisch
•Kelk vergroeid met 5-12 gelijke slippen of met 2 lippen
•Kroon vergroeide petalen, 4 of 5 min of meer gelijke slippen (Mentha) of met 1 (Teucrium) of 2 (Lamium) grote lippen.
•Meeldraden 2 of 2+2, op kroonbuis ingeplant
•Vruchtbladen : 2, vergroeid, bovenstandig met 4 zaadbeginsels, 2-spletige stijl
•Vrucht 4-delige splitvrucht
Lamiaceae


•Kruiden, alle parasieten of halfparasieten
•Bladeren enkelvoudig (soms gereduceerd tot schubben), soms diep ingesneden, verspreid of tegenoverstaand
•Bloeiwijzen : aren, trossen
•Bloemen tweeslachtig, meestal 2-zijdig symmetrisch
•Kelk vergroeid met 2 of meer slippen
•Kroon vergroeide petalen, 2-lippig.
•Meeldraden: 4, op kroonbuis ingeplant
•Vruchtbladen : 2, vergroeid, bovenstandig met veel zaadbeginsels, 1 stijl met 1-2 stempels
•Vrucht een doosvrucht
Orobanchaceae


•Kruiden, geen (half)parasieten
•Bladeren enkelvoudig tot diep ingesneden, tegenoverstaand of in kransen of rozetten
•Bloeiwijzen : aren, trossen, in oksels
•Bloemen meestal tweeslachtig, straalsymmetrie (Plantago) of (zwak) 2-zijdig symmetrisch, 3-4 tallig
•Kelk vergroeid
•Kroon vergroeid, kroonbuis soms met een uitstulping of spoor (Linaria, Cymbalaria)
•Meeldraden: 2 (Veronica) of 4, meestal vergroeid met kroon
•Vruchtbladen : (1)-2, vergroeid, bovenstandig, 1 stijl
•Vrucht een doosvrucht, nootje
Plantaginaceae


•Recent sterk afgeslankte familie
•Kruiden geen (half)parasieten
•Bladeren enkelvoudig, niet ingesneden, vierkante stengel bij Scrophularia
•Bloeiwijzen : aren, trossen
•Bloemen tweeslachtig, 2-zijdig symmetrisch bij Scrophularia, bijna radiair symmetrisch bij Verbascum
•Kelk vergroeid met 2 of 5 slippen
•Kroon vergroeide petalen, 2-lippig bij Scrophularia.
•Meeldraden: 5 (vaak ongelijk) of 4 + 1 staminodium (steriele meeldraad), op kroonbuis ingeplant
•Vruchtbladen : 2, vergroeid, bovenstandig met veel zaadbeginsels, 1 stijl met 1-2 stempels
•Vrucht een doosvrucht
Scrophulariaceae

•Kruiden (in het zuiden ook struiken), vaak klimplanten, soms parasieten
•Bladeren enkelvoudig
•Bloeiwijzen : kluwens, trossen, pluimen scherm of alleenstaand in oksels
•Bloemen tweeslachtig, radiair symmetrisch, 5-tallig
•Kelk 5 nauwelijks vergroeid
•Kroon 5 petalen, meestal vergroeid tot een trechter (soms ook bij Solanaceae)
•Meeldraden 5, diep in kroonbuis ingeplant, helmdraden vergroeid met kroon
•Vruchtbladen : 2, vergroeid, bovenstandig, 2(-4) hokkig, 1(-2) stijl, 1 of 2 stempels
•Vrucht doosvrucht met 4 zaden
Convolvulaceae


•Kruiden of struiken
•Bladeren verspreid
•Bloeiwijzen : okselstandig of verenigd in bijschermen
•Bloemen tweeslachtig, radiair of zwak 2-zijdig symmetrisch
•Kelk 5 aan basis vergroeid
•Kroon 5 petalen, deels vergroeid
•Meeldraden 5, op kroonbuis ingeplant, afwisselend met kroonslippen Vruchtbladen : 2 (zelden meer), vergroeid, bovenstandig, meestal 2-hokkig (zelden meerhokkig), 1 stijl
•Vrucht doosvrucht of bes met veel zaden
Solanaceae


•Kruiden (struiken en bomen in de tropen)
•Stengels vaak vierkantig (gematigde regio’s)
•Bladeren in kransen, enkelvoudig, (nagenoeg) zittend
•Bloeiwijzen : vertakte bijschermen eindstandig of compact okselstandig, soms een hoofdje
•Bloemen tweeslachtig, radiair symmetrisch
•Kelk rudimentair, meestal 3-6 kleine tanden
•Kroon (3-)4(-5) petalen, deels vergroeid
•Meeldraden (3-)4(-5), op kroonbuis ingeplant, afwisselend met kroonslippen Vruchtbladen : 2, vergroeid, onderstandig, 2-hokkig, 1 stijl, 2 stempels
•Vrucht 2-delige splitvrucht
Rubiaceae


•Kruiden, meestal stijf behaard, haren onderaan verdikt
•Bladeren gaafrandig, verspreidbladig
•Bloeiwijzen : meestal schichten (opgerolde bijschermen), soms in oksels
•Bloemen meestal met straalsymmetrie of (zwak) 2-zijdig symmetrisch, (4)-5 tallig
•Kelk vrij of onderaan vergroeid
•Kroon vergroeid, vaak met keelschubben
•Meeldraden: idem als kroon, vergroeid met kroon
•Vruchtbladen : 2, vergroeid, bovenstandig, op een ringvormige schijf, 1 stijl, elk vruchtblad met 2 zaadknoppen
•Vrucht een 4-delige splitvrucht (zoals bij Lamiaceae)
Boraginaceae


•Kruiden, vaak met schaars melksap
•Bloeiwijzen : aar, tros, pluim, hoofdjes of okselstandig
•Bloemen straalsgewijs symmetrisch, veelal blauw
•Bloemen 2-slachtig
•Kelk met 5 tanden
•Kroon: 5 kroonbladen klok- tot buisvormig vergroeid (soms nauwelijks vergroeid), blijvend na verwelken
•Meeldraden 5, aan de voet van de kroonbuis ingeplant, vaak zitten de helmknoppen rond de stijl
•Vruchtbladen : 2-3(-5), vergroeid, onderstandig met 2-3(-5) hokken, 1 stijl met 2-3(-5) stempels
•Vrucht : een doosvrucht openspringend met kleppen of zijdelingse poriën, met veel zaden
Campanulaceae


•Kruiden (ook bomen, lianen in de tropen), vaak met melksap
•Bloeiwijzen : hoofdjes
•Bloemen klein, maar talrijk, verenigd op de gezamelijke bloembodem (afgevlakte steel vd bloeiwijze), omgeven door omwindselblaadjes. Bloembodem kaal of met stroschubben tussen de bloemen
•Bloemen meestal 2-slachtig
•Kelk klein tijdens bloei, kan uitgroeien bij vruchtvorming (haarkroontje)
•Kroon: buisbloem: (4)-5 vergroeide petalen, met (4 of) 5 tanden of slippen
• lintbloem: (4)-5 vergroeide petalen met een petaal dat tong- of lintvormig is uitgegroeid.
•Meeldraden (4)-5, op kroonbuis ingeplant, helmknoppen vergroeid rond stijl
•Vruchtbladen : 2, vergroeid, onderstandig, stijl met 2 stempels (soms vergroeid)
•Vrucht : een nootje met blijvende kelk of haarkroon (pappus)
Asteraceae


•Kruiden of struiken. Bladen tegenoverstaand, soms in een krans (Adoxa).
•Bloeiwijzen : tuilvormig bijscherm, pluim, zelden klein hoofdje (Adoxa)
•Bloemen: 2-slachtig, (4)-5-tallig, straalsgewijs symmetrisch (verschil met Caprifoliaceae die meestal 2-zijdig symmetrisch zijn)
•Kelk met 4-5 tanden, meestal klein
•Kroon: (4-)5 kroonbladen vergroeid
•Meeldraden 4-5, op de kroon ingeplant
•Vruchtbladen : 3-5, vergroeid, (half)onderstandig, 1-5 hokken, met 1 zeer korte stijl of 4-5 stijlen.
•Vrucht : een bes of steenvrucht
Adoxaceae

•Houtige planten (struiken, klimplanten) of kruiden. Bladen tegenoverstaand.
•Bloeiwijzen : hoofdjes met omwindsel, trossen, bijschermen okselstandig
•Bloemen : meestal 2-zijdig symmetrisch of asymmetrisch
•Bloemen: Meestal 2-slachtig
•Kelk met 4-5 tanden, meestal klein, soms met bijkelk
•Kroon: (4-)5 kroonbladen vergroeid (buisje, soms met spoor), soms 2-lippig
•Meeldraden 1-5, op de kroon ingeplant
•Vruchtbladen : 2-5, vergroeid, onderstandig, 1-5 hokken, met 1 lange stijl met 1(-3) stempels
•Vrucht : een bes, steenvrucht, nootje
Caprifoliaceae


•Kruiden, vaak aromatisch, bladeren vaak met schede en bladschijf meestal veerdelig (behalve Bupleurum, Hydrocotyle)
•Bloeiwijzen : meest samengesteld schermen (eindstandig, in oksel of tegenover een blad) met omwindsels en omwindseltjes. Zelden hoofdjes (Eryngium)
•Bloemen straalsgewijs symmetrisch, of asymmetrisch (buitenste bloemen scherm)
•Bloemen: meeste 2-slachtig, veelal wit of geel
•Kelk met 5 tanden, meestal zeer klein
•Kroon: 5 kleine kroonbladen niet vergroeid
•Meeldraden 5
•Vruchtbladen : 2, vergroeid, onderstandig met 2 stijlen
•Vrucht : een 2-delige splitvrucht meestal met ribben, soms sterk aromatisch
Apiaceae

bloemen met dekbed
zaden in het vrucht
vruchtbladen vormen gesloten compartiment rond zaad (= bedekt)
kiem met ½ cotylen
monocotylen
dicotylen
Angiospermea