1/51
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
inhoud
1 — cellulaire communicatie
2 — GPCRs
3 — katalytische receptoren
1 — CELLULAIRE COMMUNICATIE
soorten cel-cel communicatie
direct
via chemische signalen
directe cel-cel communicatie
= juxtacrien
via gap junctions
6 connexines → 1 connexon = hemikanaal
2 connexonen → 1 gap junction
gap junction = regio met lage weerstand voor ionen (syncytium)
regeling door pH, Ca2+ en cAMP
cel-cel communicatie via chemische signalen
endocrien
paracrien
synaptisch
autocrien
endocrien
hormonen worden via bloed verspreid naar doelcellen
over lange afstanden

paracrien
cellen communiceren met naburige cellen via lokale signaalmoleculen
vb. synaptische communicatie

synaptisch
elektrisch → chemisch → elektrisch
neurotransmitter slechts tijdelijk aanwezig;
endocytose = heropname
afbraak door enzymen i/d synaptische spleet
geïmmobilizeerd door ECM

autocrien
cel produceert een signaal dat zijn eigen activiteit beïnvloedt

mogelijke interacties (2)
niet-covalente interacties
bi-moleculaire interactie
niet-covalente interacties (3)

bi-moleculaire interactie — ligand & receptor
AB → A+B
KD = [A][B] / [AB] = 𝓁 / k
met k = associatieconstante [s-1M-1]
met 𝓁 = dissociatieconstante [s-1]
indien n = 1, en er dus geen coöperatie plaatsvindt, is KD de concentratie waarbij 50% v/d receptoren bezet zijn
hoe lager KD
hoe hoger affiniteit
hoe langer levensduur complex
dosis (concentratie)
ICx
[inhibtor] om functie met x% te verminderen
afhankelijk 3 factoren;
[enzym]
[substraat]
mechanisme inhibitie
![<ul><li><p>IC<sub>x</sub> </p><ul><li><p>[inhibtor] om functie met x% te verminderen</p><p></p></li></ul></li><li><p>afhankelijk 3 factoren;</p><ul><li><p>[enzym]</p></li><li><p>[substraat]</p></li><li><p>mechanisme inhibitie</p></li></ul></li></ul><p></p>](https://knowt-user-attachments.s3.amazonaws.com/02a5783f-a910-4b8d-b7ac-e642a78bba90.png)
Hill-functie
dosis-effect curves fitten
Hill-nummer (n) = graad coöperativiteit tss bindingsplaatsen
n = 1; 1 ligand aan 1 receptor = 1 bindingsplaats
n = 2; 2 bindingsplaatsen die elkaar beïnvloeden
in praktijk vaak geen geheel getal

signalisatie via membraan-geassocieerde receptoren
herkenning
transductie
transmissie
modulatie
antwoord
terugkoppeling
herkenning
signaalmolecuul bindt aan een specifieke receptor die zich in het celmembraan bevindt
vb. hormoon, neurotransmitter …
na binding verandert de receptor van vorm → effect
= conformationele verandering
vb. (in)activatie door fosforylatie
transductie
extracellulaire boodschap → intracellulair signaal
vaak ‘second messengers’ aangemaakt
cAMP, IP3, calcium …
transmissie
second messenger signaal → gepaste effector
via bepaalde eiwitcascade
modulatie
signaal wordt aangepast, gereguleerd of geïntegreerd met andere signalen
antwoord
v/d cel op stimulus
enkele voorbeelden;
verandering in genexpressie
celgroei, celdeling, differentiatie
verandering in metabolisme
uitscheiding van stoffen
beweging van de cel
terugkoppeling
= feedback mechanism
voorkomen van overactivatie
types chemische signalen (6)
amines
peptiden / proteïnen
steroïde hormonen
eicosanoïden
kleine moleculen
gassen
opm; ook fysische signalen kunnen
cascades in gang zetten
temperatuur, licht, membraan
tensie/stijfheid, voltage/spanning …
multi-point effect
1 ligand kan meerdere receptoren binden → specifieke cel respons
1 molecule initieert verschillende effecten
vb. bijnier; vrijstelling epinephrine (adrenaline)
hartritme ↗
glycogeen afbraak ↗
vasoconstrictie (smooth muscle contraction)
klassen receptoren (2)
ionotroop
receptoren met ionentransport ingebouwd = ionkanaal
ligand geactiveerde kanalen
metabotroop
geen ionkanaal
G-proteïne gekoppelde, enzym gekoppelde/katalytische en intracellulaire/nucleaire receptoren
types receptoren (4)
ligand geactiveerde kanalen
G-proteïne gekoppelde receptoren (GPCR)
enzym gekoppelde/katalytische receptoren
intracellulaire/nucleaire receptoren
ligand geactiveerde kanalen
ligand = molecule die (meestal extracellulair; soms ook intracellulair) aan receptor bindt
controleren ionen-flux overheen membraan
wijzigen membraanpotentiaal of [Ca2+]
2 — GPCRs
G-proteïne gekoppelde receptor (GPCR)
second messengers → wijziging activiteit ionenkanalen, enzymes, transcriptie factoren …
7 transmembranaire (Tm) segmenten = helices
meestal monomeer
bindingsplaats
extracellulair
ligand; N-terminus
intracellulair
C-terminus
G-proteïnen (loop tss Tm 5-6)

G-proteïnen
α-, β- en γ-subunit;
waarbij βγ samen complex vormen; hangen altijd vast aan elkaar
alle subunits zijn betrokken bij signaal transmissie / effector modulatie
belangrijkste G-proteïnen (3)
Gs
stimuleert cAMP pathway
activatie adenylyl cyclase
PKA
Gi
inhibeert cAMP pathway
inhibitie adenylyl cyclase
PKA
Gq
activeert PLC-β enzymes
PIP2 hydrolyseren → DAG & IP3;
second messengers
PKC

regulation of G-protein signaling (RGS)
ligand bindt → G-proteïne laat receptor los
αβγ → αGTP + βγ
α → E1
βγ → E2
RGS; GTP → GDP

second messenger — types (3)
hydrofiele moleculen:
vb. cAMP, cGMP, IP3 en Ca2+
in cytosol
hydrofobe moleculen:
vb. DAG en fosfatidylinositolen
membraangeassocieerd
diffunderen; plasmamembraan → intermembraanruimte
gassen:
vb. NO, CO, H2S
diffunderen; door cytosol/celmembraan
second messenger — functies
versterken signalen;
meerdere 2nd messengers per geactiveerde receptor
2nd messenger kan meerdere effectoren beïnvloeden
iedere effector kan meerdere enzymes activeren
integratie van signalen;
receptoren kunnen met verschillende effectoren koppelen
zelfde effector kan door verschillende receptoren geactiveerd worden
second messenger — gemeenschappeljke eigenschappen
synthese en afbraak in specifieke reacties
kan gelokaliseerd → beperking ruimte en tijd signaalactiviteit
opslag in speciale organellen + snelle synthese
3 belangrijkste Gα-protein effector (second messenger) modulatie mechanismen
αs/αi + adenylyl cyclase (AC)
ATP → cAMP → activatie PKA
αt + phoshodiësterase (PDE)
cGMP → GMP → sluiten kanalen
αq + phospholipase (PLβ)
PIP2 → IP3 + DAG
IP3 regelt [Ca2+]
DAG activeert PKC
αs/αi + adenylyl cyclase (AC) — ATP → cAMP

αs/αi + adenylyl cyclase (AC) — cAMP
cAMP beïnvloedt werking enzymes en kanalen
vb. controle hartslag
meestal is Gα de transmitter; soms ook βγ-complex
kan effect van α-subeenheid versterken (synergisch effect)
kan effect van α-subeenheid tegenwerken (antagonistisch effect)
kan onafhankelijk werken
αs/αi + adenylyl cyclase (AC) — hartslag

αs/αi + adenylyl cyclase (AC) — activatie kinases
activiteit van receptoren / kanalen / enzymes beïnvloed
kinase; soort enzyme
vb. Proteine Kinase A (PKA)
fosforylatie van proteïnen kan deze meer of minder actief maken
kinase ←→ fosfatase
kinase zet een fosfaat aan Ser/Thr/Tyr
fosfatase verwijdert fosfaat van aminozuren
αs/αi + adenylyl cyclase (AC) — PKA
zeer streng gecontroleerd door ons lichaam;
regulatoire subeenheden
subcellulaire localizatie van PKA door AKAP (A Kinase Anchoring Protein)
fosfatases keren reactie van kinases om
αt + phoshodiësterase (PDE)
vb. foton receptie in oog
ligand = licht
cGMP → GMP → kanaal sluit

αq + phospholipase (PL)

3 — KATALYTISCHE RECEPTOREN
katalytische receptoren — klassen (5)
guanylyl cyclase
serine / threonine kinase
tyrosine-kinase (RTK)
tyrosine-kinase geassocieerd
tyrosine fosfatase

guanylyl cyclase
GTP → cGMP
liganden zijn meestal kleine peptides
ligand binding → dimerizatie 2 monomeren → activatie guanylyl cyclase → [cGMP] ↑ → activatie PKG (cGMP-afhankelijk kinase) → activatie / inhibitie van proteïnes via fosforylatie
![<ul><li><p>GTP → cGMP</p></li><li><p>liganden zijn meestal kleine peptides</p><p></p></li><li><p>ligand binding → dimerizatie 2 monomeren → activatie guanylyl cyclase → [cGMP] ↑ → activatie PKG (cGMP-afhankelijk kinase) → activatie / inhibitie van proteïnes via fosforylatie</p></li></ul><p></p>](https://knowt-user-attachments.s3.amazonaws.com/3df6a6f5-d7d7-4be5-ad0c-b7df31cafaf2.png)
serine / threonine kinase
type 2 receptor bindt met een ligand + interageert met type 1 receptor
type 1 receptor wordt gefosforyleerd aan Ser/Thr → kinase activiteit → verdere effecten (downstream)

tyrosine-kinase (RTK)
fosforyleren zichzelf en anderen aan tyrosine
herkenning kan pas na fosforylatie
ligand binding → vorming receptor dimeer → via dimerizatie fosforyleren ze elkaar aan fosfotyrosine motieven (autofosforylatie) → fungeren als bindingsplaats voor proteïnen → vorming receptor signaal complex → verdere effecten (downstream)

tyrosine-kinase (RTK) — in detail
3x autofosforylatie

tyrosine-kinase (RTK)
extracellulair signaal → veranderingen in gen-expressie

tyrosine-kinase geassocieerd
tyrosine-kinase geassocieerde receptoren activeren ‘loosely non-covalent’ geassocieerde tyrosine kinases
liganden;
cytokines
groeifactoren die cel proliferatie en differentiatie reguleren
receptoren bestaan uit meerdere subunits;
homo/heterodimeren (αα & αβ)
heterotrimeren (αβγ)
ligand binding → vorming receptor dimeer → activatie kinases → kinases fosforyleren elkaar en de receptor (autofosforylatie) → fungeren als bindingsplaatsen voor proteïnen

tyrosine fosfatase
verwijdert de fosfaat van tyrosine
actieve vorm = monomeer (itt andere katalytische receptoren)

intracellulaire/nucleaire receptoren
hydrofobe / membraan permeabele moleculen
bovenste 6 (her)kennen
