1/12
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced |
|---|
No study sessions yet.
Dura later
Kenmerken: - taai, stevig vlies Ruimte/Klinisch belang - Subdurale ruimte = potentiale ruimte tussen dura en arachnoïdea - bij trauma Kan zich vullen met veneus bloed subduraal hematoom |
Arachnoïdale membraan
Kenmerken: - Dun - spinnenwebachtig vlies Ruimte/klinisch belang - Scheidt dura mater van piamater -Onder arachnoïdea ligt de subarachnoïdale ruimte - Spontane bloeding meestal door scheur arterie subarachnoïdale bloeding |
Pia mater
Kenmerken
- zacht, dun membraan (niet te verwijderen)
- direct contact met hersenen
Ruimte/klinisch belang
- Subarachnoïdale ruimte tussen pia en arachnoïdea bevat hersenvocht
Bij aneurysmaruptuur:subarachnoïdale bloeding
Hydrocephalie
Hersenvocht stroming doorheen ventrikels is verstoord wat zwelling van de ventrikels veroorzaakt.
onschadelijk bij baby’s → schedel kan nog uitzetten
Schadelijk bij volwassenen → druktoename waardoor hersenweefsel samengedrukt
Behandeling: overtollige CSF af tappen
CT SCAN
1) grove visualisatie van de grijze stof, witte stof & locatie ventrikels in levende hersenen (niet gedetailleerd)
op basis van röntgenstraling
Bot houdt veel straling tegen( wit op CT) weinig komt aan bij de detector
Spieren en organen houden een deel tegen , lucht en vet niet
Hersenweefsel laat meer straling door grijstinten
Vloeistof (bv. Hersenvocht) of lucht laat nog meer door donkerder
niet-invasief
MRI scan
Kan hoeveelheid atomen bepalen op bepaalde locaties van het lichaam
· Algemene werking
- waterstofatomen die zich in hersenen bevinden worden gekwantificeerd
- kern waterstofatoom bestaat uit 1 proton, komt voor in 2 toestanden (hoge energie of lage energie)
- sleutel MRI = protonen omzetten van ene toestand naar de andere
- elektromagnetisch veld wordt door hersenen gestuurd protonen in lage energie-toestand springen over naar
hoge energie-toestand
- resonantiefrequentie = frequentie waarop protonen energie (van elektromagnetisch veld) absorberen
- elektromagnetisch veld uitgeschakeld protonen in hoge energie-toestand terug in lage energie-toestand
radiosignaal komt vrij vrijgekomen energie (radiosignaal) opgevangen door radio-ontvanger
PET scan ( positron emission tomography)
Meet metabole activiteit via radioactieve tracer
werkingsmechanisme :
1) radioactieve glucose oplossing in bloedbaan gebracht deze stof “vervalt” en stuurt kleine positronen uit
2) positronen interageren met elektronen botsen
3) Botsing er ontstaan 2 lichtflitsen die precies tegengesteld wegschieten
4) detector die uitgezonden fotonen oppikt onthuld locatie van de radioactieve oplossing
(die pos. geladen elektronen bevat)
Nadelen PET scan
- Nadelen van PET:
1) lage resolutie dus beeldvorming van duizenden cellen
2) blootstelling aan straling
3) PET-scan maken duurt één tot drie minuten
fMRI
Detectie van regionale bloedstroom en metabolisme hersenen
→ observatie van verandering in hersenactiviteit
HbO zwak magnetisch
HB sterk magnetisch
werkingsmechanisme :
1) oxyhemoglobine (HbO) & deoxyhemoglobine (Hb) hebben verschillende resonantie
2) actieve hersengebieden ontvangen meer bloed
3) actieve hersengebieden rijk aan bloed geven zuurstof af (bevatten dus veel Hb)
4) fMRI meet de verhouding van oxyhemoglobine tot deoxyhemoglobine (HbO/Hb)
- De zuurstofaanvoer in groter dan het vebruik (waar de hersenen actief zijn zal er meer Hbo
- Gevolg: in het actieve gebied daalt het aandeel deocyhemoglobine er blijft meer oxyhemoglobine over
de verhouding Hbo en Hb veranderd dus
Voordelen fMRI
1) hoge resolutie
2) fMRI-scan maken duurt 50 milliseconden
niet-invasief
Voordelen MRI
Gedetailleerd
Geen schadelijke röntgenstraling
Beelden van hersenen mogelijk in elk gewenst vlak
Wat hebben PET en fMRI
actieve neuronen vragen meer glucose en zuurstof
Bloedvaten voorzien actieve neuronen van bloed
Verandering in bloedstroom = actieve neuronen
PET & fMRI detecteren verandering in bloedstroom → onthullen actieve hersengebieden
hierbij nuance:
bij PET is dit indirect, via opname van een radioactieve stof
bij fMRI is dat direct, via veranderingen in bloedoxygenatie en doorstroming