1/175
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
approuver
goedkeuren (keurde goed, heeft goedgekeurd)
le rapport, le compte rendu
het verslag
la permission, l’autorisation
de toestemming
la salle
de zaal (zalen)
le cours (= plusieurs leçons)
de cursus
arranger, régler
regelen
collaborer, travailler ensemble
samenwerken (sép.)
avoir envie (de)
zin hebben (in)
la compagnie d’assurances
de verzekeringsmaatschappij
le cours
de les (lessen)
la photocopieuse
het kopieerapparaat
réserver
reserveren = boeken
le contrat
het contrat
le patron, le chef
de baas (bazen)
durant les heures de bureau
onder / tijdens werktijd
être présent
aanwezig zijn
la commande
de bestelling (-en)
la réunion
de vergadering (-en)
la salle de réunion
de vergaderzaal
le projet
het project
l’employé
de werknemer (-s)
l’e-mail
de mail
la cantine, la cafétéria
de kantine
dans les plus brefs délais, le plus vite possible
zo snel mogelijk
suivre, assister à
volgen
assez, suffisamment
voldoende
le papier
het papier
de sorte que
zodat (+P2)
l’étage
de verdieping (-en)
du fait que, puisque
doordat (+P2)
de EU (Europese Unie)
l’UE (Union Européenne)
commun
gemeenschappelijk
la communauté
de gemeenschap
la commune
de gemeente
la monnaie
de munt
l’euro, les euros
de euro, de euro’s
le pays, les pays
het land, de landen
l’Allemagne
Duitsland
l’Estonie
Estland
la Finlande
Finland
la France
Frankrijk
la Grèce
Griekenland
l’Irlande
Ierland
l’Italie
Italië
Malte
Malta
la Lettonie
Letland
la Lituanie
Litouwen
le Luxembourg
Luxemburg
Chypre
Cyprus
les Pays-Bas
Nederland
l’Autriche
Oostenrijk
la Slovénie
Slovenië
la Slovaquie
Slovakije
l’Espagne
Spanje
la Pologne
Polen
le Danemark
Denemarken
l’Europe
Europa
le membre, les membres
het lid, de leden
la Suisse
Zwitserland
l’Islande
Ijsland
la Norvège
Noorwegen
les billets
de briefjes = de bankbiljeten
les pièces de monnaie
de muntstukken, de munten
payer en cash
met contant geld betalen
la carte de banque
de bankkaart, de bankpas
le compte en banque
de bankrekening
ouvrir un compte en banque
een bankrekening openen
le compte courant
de zichtrekening, de betaalrekening
lier à
verbienden met (verbond(en), heeft verbonden)
le code secret
de geheime code
la sécurité
de veiligheid
en toute sécurité
in alle veiligheid, in alle zekerheid
les intérêts
de rente, de interesten
le compte épargne
de spaarrekening
l’argent
het geld
emprunter
lenen
emprunter de l’argent à la banque
geld lenen aan de bank
le montant
het bedrag
payer des intérêts
rente betalen
l’emprunt
de lening
le taux d’intérêt
de rentevoet
le bulletin de virement
het overschrijvingsformulier
virer de l’argent
geld overschrijven (ik schrijf geld over)
remplir un formulaire
een formulier invullen (ik vul het formulier in)
signer
handtekenen, tekenen, ondertekenen
le virement
de overschrijving
le moyen de paiement
het bataalmiddel
la carte de crédit
de creditcard, de kredietkaart
immédiatemment, directement
meteen, onmiddellijk
la transaction
de transactie
changer (de l’argent)
wisselen
retirer de l’argent d’un distributeur
pinnen
le guichet
het loket
avantageux
voordelig
le service en ligne
de onlinedienst
comporter, contenir
bevatten
le centre commercial
het winkelcentrum
fonctionner
werken (hier = functioneren)
ennuyeux, ennuyant
vervelend
la carte bancaire
de bankpas, de bankkaart