1/128
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No study sessions yet.
Aangelegenheid (de)
la matière
Aangifte (de)
la dénonciation
Aanplakken (plakte aan, aangeplakt)
afficher
Aanvoeren (voerde aan, aangevoerd)
invoquer
Aanvullend
complémentaire
Aard (de)
la nature
Afzien (zag af, afgezien) van
renoncer
Alleenstaand
isolé, seul
Andermans
de quelqu'un d'autre, d'autrui
Arbeid (de)
le travail
Arbeidsbetrekkingen (de)
les relations de travail
Arbeidsvoorwaarden (de)
les conditions de travail
Beding (de)
la stipulation, la condition, la clause
Bedrag (het)
le montant
Behandeling (de)
le traitement
Belangenvereniging (de)
le groupement d'intérêts
Belasting (de)
la charge
Benadelen (benadeelde, benadeeld)
défavoriser
Bepalend
déterminant
Bepaling (de)
la disposition
Bereiken (bereikte, bereikt)
atteindre
Beroep (het)
la profession, l'emploi
Beroepvereiste (de)
l'exigence professionnelle
Beschermen (beschermde, beschermd)
protéger
Bescherming (de)
la protection
Bestaan (bestond, bestaan)
exister
Bestaan (het)
l'existence
Bestrijding (de)
la lutte
Bevelen (beval, bevolen)
ordonner
Bevorderen (bevorderde, bevorderd)
promouvoir
Bewijslast (de)
la charge de la preuve
Bewijzen (bewees, bewezen)
prouver
Bij elkaar optellen (telde op, opgeteld)
additionner
Discriminatieverbod (het)
l'interdiction de discrimination
Doel (het)
le but
Doelstelling (de)
le but
Dwangsom (de)
l'astreinte
Eigen
propre, à soi, en propre
Evenredig
proportionné
Gedrag (het)
comportement
Gegeven (het)
la donnée
Gelijk (gelijke kansen, gelijke behandeling)
Egal (égalité des chances, égalité de traitement)
Gezondheidstoestand (de)
l'état de santé
Gezondheidszorg (de)
les soins de santé
Grondslag (de)
le fondement
Gunstig
favorable
Handelwijze (de)
la pratique
In vergelijking met
en comparaison de, par rapport à
Inbreuk (de)
la violation
Instemming (de)
le consentement, l'accord
Intimidatie (de)
le harcèlement
Kenmerk (het)
la caractéristique
Kennelijk
manifeste, manifestement
Kennmerken (kenmerkte, gekenmerkt)
caractériser
Klacht (de)
la plainte
Leeftijd (de)
l'âge
Lijden (leed, geleden)
souffrir, subir
Maatregel (de)
la mesure
Maatstaf (de)
le critère
Meerder
plusieurs
Melding (de)
le signalement
Met elk rechtsmiddel
par toute voie de droit
Middel (het)
le moyen
Misbruik (het)
l'abus
Nadeel (het)
le désavantage
Nadelig
désavantageux
Nastreven (streefde na, nagestreefd)
poursuivre
Nietig
nul
Noodzakelijk
nécessaire
Ogenschijnlijk
apparemment
Onderscheid (het)
la distinction
Onevenredig
disproportionné
Ongelijkheid (de)
l'inégalité
Ongewenst
indésirable
Ongunstig
défavorable
Onnodig
inutile, inutilement
Onscheidbaar
indissociable
Ontslag (het)
le licenciement
Op elkaar inwerken (werkte in, ingewerkt)
Interagir
Op grond van
sur la base de, fondé sur
Opdracht (de) tot discrimineren
l'injonction de discriminer
Opdracht geven (gaf, gegeven)
enjoindre
Opheffing (de)
la suppression, l'abolition, la levée
Opleggen (legde op, opgelegd)
imposer
Opzettelijk
intentionnel
Overheidsbeleid (het)
la politique publique
Passend
approprié
Patroon (het)
le modèle
Rechtsbescherming (de)
le dispositif de protection
Rechtsvordering (de)
l'action en justice
Rechtvaardigen (rechtvaardigde, gerechtvaardigd)
justifier
Rechtvaardiging (de)
la justification
Rechtvaardigingsgrond (de)
le motif de justification
Rechtvaardigingsregeling (de)
le régime de justification
Redelijke aanpassing (de)
l'aménagement raisonnable
Regeling (de)
la réglementation
Schade (de)
le dommage, le préjudice
Schadevergoeding (de)
les dommages et intérêts
Scheidbaar
dissociable
Slachtoffer (het)
la victime