1/149
Deze set van 150 flashcards behandelt de essentie van positieve psychologie, modellen voor welbevinden, zingeving, emotionele behendigheid, relaties, veerkracht, en specifieke doelgroepen zoals ouderen, kinderen en de werkvloer, inclusief stressmanagement-concepten.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Martin Seligman
De grondlegger van de positieve psychologie die in 1998 tijdens zijn speech voor de APA de basis legde voor deze stroming.
American Psychological Association (APA)
Een grote organisatie van psychologen in de VS die regels opstelt voor wetenschappelijk schrijven, ethiek en onderzoek.
Virtue
Een positieve eigenschap van een persoon, zoals eerlijkheid, moed, vriendelijkheid of wijsheid.
Traditionele psychologie
Stroming die zich primair richt op het genezen van mentale problemen en vragen stelt als 'Wat werkt niet?' of 'Wat is er mis?'.
Positieve psychologie
Stroming gericht op het vergroten van mogelijkheden en vragen als 'Wat werkt?' en 'Wat maakt het leven de moeite waard?'.
De curve verschuiven
Het doel om de algemene mentale houvast en het gemiddelde geluk van de gehele bevolking te verhogen.
Corey Keyes
Onderzoeker die de MIDUS-studie uitvoerde en het dual-continua model ontwierp.
MIDUS-studie
Onderzoek naar de relatie tussen psychisch welbevinden en psychopathologie via vragenlijsten bij een grote groep mensen.
Dual-continua model
Model dat aantoont dat mentale gezondheid en mentale ziekte twee aparte, gerelateerde dimensies zijn.
Floreren
Optimaal presteren volgens talenten, het leven als betekenisvol beschouwen en over het algemeen positief en hoopvol ingesteld zijn.
Positief-psychologische interventies (PPI)
Eenvoudige, intentionele en regelmatig herhaalde oefeningen bedoeld om gezonde gedachten en gedragingen van gelukkige mensen te imiteren.
Person activity fit
Het concept dat een PPI-oefening goed bij een individu moet passen om effectief te zijn.
Happyology
Een punt van kritiek op de vroege PP wegens een eenzijdige focus op geluk en positieve emoties.
PP 2.0
De evolutie in de PP die naast welbevinden ook inzet op veerkracht bij tegenslag en de donkere kanten van het bestaan omarmt.
Geluk
Een tijdelijk gevoel van plezier of blijdschap dat momentaan kan komen en gaan.
Welbevinden
Een stabielere toestand die te maken heeft met hoe goed iemand zijn leven ervaart op gebieden als groei en relaties.
Aristoteles
Grieks filosoof die welbevinden onderverdeelde in hedonische en eudaimonische vormen.
Hedonisch welbevinden
Vorm van welbevinden gericht op plezier, genot en het vermijden van pijn in het huidige moment.
Eudaimonisch welbevinden
Vorm van welbevinden gericht op een betekenisvol leven, zelfontwikkeling en het realiseren van doelen en talenten.
Geluksindustrie
Commerciale sector die zich vooral richt op het direct verkoopbare, hedonische aspect van geluk.
Carol Ryff
Onderzoekster die het zes-factorenmodel van Psychologisch Welbevinden creeerde.
Zelf-acceptatie (Ryff)
Tevreden zijn met wie je bent en jezelf accepteren met zowel sterke als zwakke punten.
Persoonlijke groei (Ryff)
Jezelf blijven ontwikkelen, nieuwe dingen leren en jezelf verbeteren.
Meesterschap (Ryff)
Zich competent voelen in wat men doet en effectief kunnen handelen in het leven.
Autonomie (Ryff)
Zelfstandig keuzes kunnen maken en de regie voeren over het eigen leven.
PERMA-model
Model van Martin Seligman uit 2011 bestaande uit vijf elementen die nodig zijn om te floreren.
Engagement (PERMA)
De 'E' uit PERMA; volledig opgaan in activiteiten waarbij men helemaal gefocust en betrokken is.
Meaning (PERMA)
De 'M' uit PERMA; iets doen dat waarde en richting geeft aan het leven, een groter doel hebben.
Accomplishment (PERMA)
De 'A' uit PERMA; het bereiken van doelen en prestaties die voldoening geven.
Hedonische adaptatie
Het verschijnsel dat mensen na positieve of negatieve gebeurtenissen steeds terugkeren naar hun basisniveau van welbevinden.
Sonja Lyubomirski
Onderzoekster bekend van de 'gelukstaart', die de invloed van genetica, omstandigheden en acties op welbevinden beschrijft.
Genetica (gelukstaart)
De factor die voor ongeveer 50% het basisniveau van welbevinden bepaalt volgens Lyubomirski.
Omstandigheden (gelukstaart)
Factoren zoals huis, werk en inkomen die voor ongeveer 10% bijdragen aan het welbevinden.
Intentionele activiteiten (gelukstaart)
Bewuste keuzes en acties die voor ongeveer 40% het welbevinden kunnen be%fnvloeden.
Time well spent
Interventie waarbij men gedurende twee weken activiteiten bijhoudt op basis van betekenisvolheid en plezier.
Betekenis
Een op lange termijn vooruitkijkende intentie om iets zinvols voor jezelf te bereiken met impact op de wereld.
Roy Baumeister
Onderzoeker die in 2023 de relatie tussen hedonisch geluk en eudaimonische betekenis bestudeerde.
Ikigai
Japans concept voor 'een reden om 's ochtends op te staan'; de overlap van passie, missie, beroep en roeping.
Viktor Frankl
Neuroloog en holocaustoverlever die de logotherapie oprichtte, waarbij zingeving centraal staat.
Logotherapie
Therapierichting gericht op het creeren van betekenis, zelfs onder de zwaarste omstandigheden.
Significance (Martela & Steger)
Het gevoel dat je leven ertoe doet en dat je impact hebt op anderen of de wereld.
Coherence (Martela & Steger)
Het gevoel dat het leven begrijpelijk en samenhangend is, waarbij ervaringen logisch aanvoelen.
Purpose (Martela & Steger)
Het hebben van een richting of doel in het leven waar men naartoe werkt.
Best possible self
Interventie waarbij men schrijft over een ideale toekomst waarin alle doelen op diverse levensgebieden zijn bereikt.
Coping
De manier waarop iemand omgaat met lastige of heftige gebeurtenissen om stress te verminderen.
Adaptieve attributie
Het proces waarbij men de oorzaak van gebeurtenissen probeert te begrijpen om inzicht en controle te krijgen.
Sterkepuntenbenadering
Methodiek gericht op het inzetten van talenten om levenstevredenheid en motivatie te verhogen.
VIA van Seligman & Peterson
Tool die wereldwijd aanvaarde waarden en karaktersterktes van de 'goede mens' in kaart brengt.
Strength Finder (Buckingham & Clifton)
Hulpmiddel gericht op het identificeren en inzetten van sterktes in de werkcontext.
Strengths Profile (Linley)
Tool die kijkt naar talenten, het effectieve gebruik ervan en de energie die het kost.
Luk Dewulf
Expert die talent definieert als een natuurlijke aanleg die moeiteloos tot goede prestaties leidt en energie geeft.
Mihaly Csikszentmihalyi
Psycholoog die de matrix van vaardigheid versus uitdaging ontwikkelde om mentale staten te verklaren.
Flow
Optimale staat van betrokkenheid die ontstaat bij een hoge mate van vaardigheid %9n een hoge mate van uitdaging.
Apathie (Flow matrix)
Mentale staat bij een lage uitdaging %9n een lage vaardigheid.
Verveling (Flow matrix)
Status die ontstaat bij een lage uitdaging ondanks een hoge vaardigheid.
Angst (Flow matrix)
Gevoel dat optreedt bij een zeer hoge uitdaging terwijl de vaardigheid laag is.
Negativity bias
De evolutionaire neiging van de hersenen om meer aandacht te schenken aan negatieve ervaringen dan aan positieve.
Barbara Fredrickson
Professor die de broaden-and-build theorie uitwerkte over de functie van positieve emoties.
Broaden-effect
Het effect waarbij positieve emoties de aandacht en het denken verruimen en meer openheid creeren.
Build-effect
Het proces waarbij positieve emoties helpen duurzame intellectuele, fysieke, sociale en psychologische hulpbronnen op te bouwen.
Undoing effect
Het fenomeen waarbij positieve emoties de fysiologische schade van stress en negatieve emoties neutraliseren.
Vreugde
De nummer een positieve emotie in de top 10 van Fredrickson.
Sereniteit
Een bewuste toestand die iemand motiveert om van de huidige omstandigheden te genieten.
Inspiratie
De emotie van het meegesleept worden door iets groters of moois.
Opwaartse spiraal
Proces waarbij een positief moment leidt tot meer zelfvertrouwen en hulpbronnen, wat weer nieuwe positieve emoties oproept.
Emotionele wendbaarheid
Het vermogen om emoties te ervaren en te erkennen zonder erdoor overspoeld te worden of automatisch te handelen.
Aanwezig zijn (Susan David)
Het herkennen van gedachten en emoties met mededogen en acceptatie van het huidige moment.
Afstand nemen (Susan David)
Gedachten zien als slechts gedachten om ruimte te creeren voor bewuste actie vanuit vrije wil.
Infinity sign (∞)
Symbool voor het continue proces waarbij zowel lastige als aangename emoties mogen bestaan in balans.
Savoring
Het reguleren en versterken van de emotionele impact van positieve gebeurtenissen via reacties.
Mindfulness
Aandacht hebben voor het huidige moment zonder oordeel, ongeacht of de ervaring positief of negatief is.
Versterkende reacties
Reacties zoals het delen van succes of trots zijn die de impact van positieve momenten vergroten.
Dempende reacties
Gedachten zoals 'dit gaat weer voorbij' die de beleving van positieve emoties onderdrukken.
Verbondenheid (Dirk De Wachter)
De essentie van het menselijk groeiproces; jezelf leren kennen in relatie tot de ander om eenzaamheid te voorkomen.
Harvard Study of Adult Development
Een van de langstlopende onderzoeken (sinds 1938) naar menselijk welzijn, gericht op fysieke en mentale gezondheid.
Intimiteit
Kerncomponent van relaties gebaseerd op vertrouwen, nabijheid en het durven tonen van kwetsbaarheid.
Affectie
Kerncomponent van relaties die draait om warmte, zorg, genegenheid en liefdevol gedrag.
Kapitalisatie
Het vergroten van het effect van positieve ervaringen door deze actief te delen met anderen.
Shelly Gable
Onderzoekster naar de manier waarop partners op elkaars goed nieuws reageren.
Active-Constructive Responding (ACR)
Een enthousiaste, betrokken en energieke reactie op het succes van een ander die de relatie versterkt.
Actief-destructief
Een reactie die enthousiast is maar direct de negatieve kanten of risico's van iemands succes benadrukt.
Passief-constructief
Een subtiele, afwachtende ondersteuning zoals 'Oh, wat leuk', die de emotie echter weinig versterkt.
Passief-destructief
Iemands succes negeren of het gesprek meteen verleggen naar een ander, triviaal onderwerp.
Empathie
Het meevoelen met andermans lijden door activatie van pijn- en emotiegebieden in de hersenen.
Empathische stress
Emotionele toestand van machteloosheid wanneer men lijden ziet maar geen hulp kan bieden.
Compassie
Liefdevolle betrokkenheid bij het lijden van een ander zonder zelf overspoeld te worden; bron van kracht.
Loving kindness-meditatie
Interventie waarbij bewust warme wensen gericht worden op zichzelf en daarna op anderen.
Zelfcompassie (Kristin Neff)
Bestaat uit de drie componenten: zelf-vriendelijkheid, medemenselijkheid en mindfulness.
Backdraft
Het verschijnsel waarbij juist pijnlijke emoties opkomen zodra men begint met het toelaten van mildheid en liefde voor zichzelf.
Feeling good by doing good
Het mechanisme waarbij het stellen van goede daden leidt tot een hoger persoonlijk welbevinden.
Doing good by feeling good
Het principe dat mensen vanuit een positieve stemming sneller geneigd zijn tot prosociaal gedrag.
George Bonanno
Onderzoeker die aantoonde dat een grote groep mensen na 9/11 geen PTSS-symptomen ontwikkelde door veerkracht.
Veerkracht (resilience)
Het vermogen om door te zetten bij moeilijkheden en flexibel te blijven onder druk om er sterker uit te komen.
Recovery (Boniwell & Tunariu)
Het vermogen om na een moeilijke gebeurtenis terug te herstellen en opnieuw evenwicht te vinden.
Reconfiguratie (Boniwell & Tunariu)
Het vermogen om zich aan te passen en uit moeilijkheden wijzer of bekwamer te groeien.
Psychologisch kapitaal (PsyKap)
Individuele staat van ontwikkeling gekenmerkt door optimisme, hoop, veerkracht en zelfvertrouwen.
Aangeleerde hulpeloosheid
Het gedrag waarbij honden (of mensen) passief blijven onder tegenslag omdat ze geleerd hebben geen invloed te hebben.
Aangeleerd optimisme
Het proces waarbij men leert invloed uit te oefenen op situaties en actie te ondernemen bij tegenslag.
Attributie
Het toeschrijven van oorzaken aan een bepaalde gebeurtenis.
Attributiestijl
De manier waarop mensen verklaringen geven voor zowel goede als slechte gebeurtenissen.