H4 politicologie macht in weinig handen

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/33

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 12:38 PM on 8/23/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

34 Terms

1
New cards

betekenis van studie van elites

  • doel: machtsstructuur/verdeling in SL studeren

  • politieke elite = besluitvormer MAAR veel actoren uit het zicht betrokken (democratisch)

  • belgie = moeilijk te besturen → veel breuklijnen (particratie, neocorporatisme)

  • neocorporatisme = staat, werkgevers & vakbonden werken samen & ontwikkelen beleid over sociaal-economische kwesties

  • particratie = politieke partijen hebben invloed bij besluitvorming

  • pacificatiedemocratie = spanning op vreedzame wijze oplossen

  • belgie = politieke elite, niet problematisch: diverse beleidsmakers, onzichtbare actoren)


2
New cards

2 benaderingen bij eliteonderzoek

  • theoretisch-filosofisch = elite in brede zin

  • concreet & actueel eliteonderzoek = empirisch/wetenschappelijk: elite via politieke verkiezingen aan de macht


3
New cards

beschrijving elite

  • negatieve connotatie = ongelijkheid, superioriteit

  • elk domein heeft zijn elite (politici, voetballers…) → wie het best presteert

  • tijdelijk & voorwaardelijk

    = bezitten DISPROPORTIONELE macht


4
New cards

criterium elite (meisel)

  1. group consciousness = eigen identiteit & belangen

  2. coherence = groepsverbondenheid

  3. conspiracy = willen gemeenschappelijk handelen

  4. Continuity (niet Meisel) = elite moet die kennen


5
New cards

onderzoek elite (afhankelijk van periode)

  • literatuur

    • 1967 Putnam: comparative studies of political elites = studie v elitevorming, interactie, opvattingen, structuren…

    • 2018 best & highley: palgrave handbook of political elites

  • onderzoek:

    • vroeger: demografische & biografische studie

    • nu: impact van elites


6
New cards

verandering in elitetheorie

  • begrippen = duidelijker & operationeler

  • reikwijdte = sterk uitgebreid

  • consensus = macht is geconcentreerd bij top van elites → naar niet elites (beneden)


7
New cards

hedendaagse elitetheorieen

  1. neo-elitisme = autonome werking & eigenbelang van elites & beperkingen van hun machtconcentratie op anderen

  2. demo-elitisme = allianties & wederkerigheid tss elites & non elites = bewakers van democratie


8
New cards

pluralisme/group approach (rule by all) bentley

  • normatief (diversiteit +)

  • beschrijvend = theorie over spreiding v macht

  • antitheorie = focus op verwerping

  • traditioneel pluralisme = wijde & gelijkverspreide macht

  • nieuw pluralisme = erkende imperfecties machtsspreiding


9
New cards

kenmerken pluralisme (VS)

  • SL = dfferentiatieerd & gespecialiseerd (gelijke toegang)

  • macht = ongelijk verdeeld → verspreid (vrijheid vereniging & open concurrentie)

  • veel strijdende elitegroepen met afzonderlijke machtsbasis

  • democratisch ideaal = open & competitief systeem → iedereen evenveel inspraak

  • vrije markt

  • niemand overheerst (domeinspecifiek)


10
New cards

pluralisme groepen

  • individu = verschillende lidmaat. in verschillende groepen

  • georganiseerde groep = fundament v politiek systeem

    → belangen uitspreken & verzamelen = poortwachters

  • staat = scheidsrechter: regelen beleid voor balans v posities

  • ongelijke verdeling: natuurlijk evenwicht door countervailing powers


11
New cards

roots v pluralisme

  • VS: madison papers (19de eeuw)

    = eerste systematische ontwikkeling

  • organisatie van VS & verdeling v bevoegdheden over verschillende macht (Pluralisme)

  • evenwicht → checks & balances = majoritarianism (ongecontroleerde democratie)

  • <-> madisionian democracy (minoriteiten heersen samen)

    → democratie als evenwicht; concurrentie verschillende belangen


12
New cards

begrip pluralisme

  • dagelijks: geloof aan diversiteit & multipliceit

  • politicologisch (Schmitter): verspreiding v macht over verschillende instituties


13
New cards

bekenste pluralist

Dahl: who governs?

  • geen permanente politieke elite

  • polyarchie = democratisch verkozenen zorgen grondwettelijk voor controle op overheidsbeslissingen) → iedereen stemmen/kandidaat stellen

  • burgers = recht op kritiek → verenigen vormen


14
New cards

kritiek op pluralisme

  • egalitaire samenleving: niet iedereen gelijke macht

  • niet alle belangen gelijk

  • neopluralisme: vrije markt → geen goede waardeverdeling & sociale rechtvaardigheid


15
New cards

kenmerken elitisme (rule by happy few)

  • algemene wet = 1 elite bestuurt SL

  • macht = continu & cumulatief

  • paradigma (visie) =/ theorie

  • democratie = illusie (elite = onvermijdelijk)

  • <-> pluralisme (1 grote pyramide)

  • <-> marxisme (niet enkel kapitaaleigenaars)


16
New cards

Robert Michels

  • wetenschappelijke elitetheorie → ijzeren wet v oligarchie = elke organisatie eigen elite produceert (geen democratie)

  • onderzoek: socialistische partijen + vakbonden die gelijkheid en democratie waarderen → elitevorming?

  • oorzaken oligarchie

    1. organisatorisch = leiders hebben zoveel macht & invloed dat leden dit niet kunnen controleren → behoefte aan leiders (intern)

    2. structureel = partijen & vakbonden = strijdorganisaties: vereisen leiding

    3. psychologisch = geen tegenwicht → concurrentie tss oligarchieen


17
New cards

neo-elitisme (field & Highly)

  • keuzes v elite + voorkeuren v non-elite

    → heersende elite verzoend met electorale participatie


18
New cards

creatieve destructie Schumpeter

  • Competitief elitisme (burger kent eigenbelang niet)

  • realistisch model v democratie

    → rule of politicians = massa beperken tot verkiezingsmomenten

  • democratie & bestuur = tss concurrerende elite

  • voorwaarde: elite = hoge kwaliteit, competente actoren


19
New cards

neocorporatisme (rule by many) kenmerken

  • samenwerking: regering & sociaal-economische belanggroepen (conflict vermijden)

  • peak associations = grote hierarchische groepen met machtige leiders die velen vertegenwoordigen

  • overheid = niet neutraal (bemiddelen/stimuleren vakbondslid)

  • katzenstein = kleine, open landen (behoefte aan gecentraliseerd bestuur)

  • Beperkt aantal monopolistische organisaties betrokken

  • interest intermediation (bemiddeling)



20
New cards

belanggroepen neocorporatisme

= sociale partners/insiders (voordelige relatie met staat)

  • grote rol: voorbereiden, bepalen & uitvoeren van beleid ⇒ besluitvormingsproces (ontwikkelen welvaartstaat

    → steun & respect voor regels bieden

  • erkent & opgenomen bij bescherming v sociale zekerheid

    → verenigen veel leden = handig voor politieke partijen


21
New cards

link pluralisme

  • neocorporatisme = alternatief

  • verschil: NC = georganiseerd, verplicht lidmaatschap, grote impact

  • geen echte variant


22
New cards

Oorsprong corporatisme

  • corporaties = veel autonomie & vrede bewaren

  • IR: alternatief liberalisme & socialisme + rerum novarum

  • gemeenschap als corpus (gedeelde verantwoordelijkheid opgedeeld in sociaal-economische functies

  • connectie solidarisme: wijst kapitalisme af & streeft naar klasse verzoening

  • WOII: gelinkt aan fascisme → ´neo´corporatisme (zonder dwang)

  • elementen bij idenitificatie: centralisering v sociaal overleg


23
New cards

Schmitter neocoporatisme

systeem van belangenvertegenwoordiging, niet beleidsmaking

24
New cards

ruil/basiscompromis

  • in ruil voor rechten → organisaties meewerken als sociale partners (besluitvormingsproces)

    → elites belangrijk bij overleg (groep v 10)

    → eltes: grote autonomie t.o.v politieke overheid

  • joint-decision making: social partners medeverantwoordelijk voor beleid → ontwikkeling v welvaartstaat


25
New cards

sociale partners

  • ontwikkelen welvaartstaat (samen met overheid)

  • concertatie (overleg) & conflictregulatie (concurrentie)


26
New cards

macht v elites

  • bij besluitvorming & binnen eigen organisatie

  • bij verzuiling → sociaaleconomische elitaire machtspositie

    → horizontale macht (verschillende belangorganisaties)

    → verticale macht (over eigen organisatie)


27
New cards

kritiek neocorporatisme

  • favoritisme = bedreiging democratie, sommige groepen bevooroordeelt (democratische strijd verstoord)

  • primaatpolitiek = enkel verkozen parlement & regering moet besturen, niet piekorganisaties (adviseren), niet democratisch

  • politieke elite > elite van belangorganisaties

  • new Right-literatuur : moral hazard

    = elites zijn ontverantwoordelijk want ze dragen zelf geen nadelen


28
New cards

hedendaagse relevantie neocorporatisme

  • belgisch neocorporatisme = geinstitutionaliseerd → versterkt door andere vormen

    = onder druk (pluralisme), nog steeds voordelige status


29
New cards

kanditatenselectie → comparatief onderzoek (gallagher & marsch)

3 centrale vragen

  1. hoe gecentraliseerd?

  2. wie neemt deel aan selectie?

  3. welke criteria voldoen?

    • externe factoren

    • achtegrond, gedrag in parlement v kandidaten, cohesie & machtsverdeling


30
New cards

methodes van kandidatenselectie

= primaries

  • voorverkiezing, geheime stemming v kiezers

  • zonder caucus (publiek voorkeur uiten)

  • door partijen zelf


31
New cards

4 dimensies Rahat & Hazan

  1. kandidaatschap (wie mag?)

  2. selectoraat (wie selecteert inclusief/exclusief)

    → leden = inspraak, maar beslissingsmacht aan top

  3. mate v centralisatie (waar? territioriaal/functioneel)

    • functioneel (vertegenwoordiging van bepaalde groep)

    • territoriaal (lokale/regionale/nationale afdeling)

  4. stemming/aanduiding (hoe?)



32
New cards

selectiecriteria kandidatenselectie

  • partijen = zoveel mogelijk goeie kandidaten (spreken kiespubliek aan)

  • geen formele criteria (ook wegen geslacht :(

  • ticket balancing = lijst zo evenwichtig mogelijk opstellen (zoveel mogelijk kiezers aanspreken)

  • ascriptieve vs. achievement related, objectief/subjectief, informeel/formeel

  • electorale overwegingen = bevooroordeeld (inclusiever)


33
New cards

kandidatenselectie in België

  • nuttige volgorde = opstelling & rangschikking van lijst

  • realistische lijstposities = verwachte positie obv verkiezing

  • gedecentraliseerd → gecentraliseerd & exclusieve methoden

    → exclusief:

    • oligargische selectie

    • op elk domein zelfde electoraat,

    • bekendegezichtenstrategie

    • daling voorkeurstemmen

    • lijst < intrapartijkandidaatselectieproces

    → gecentraliseerd:

    • balanced ticket systeem: multi-member districts


34
New cards

nieuwe rekrutiseringsstrategieen

  • mediatisering v vlaamse politiek

  • persoonlijke populariteit

  • massamedia

  • institutionele veranderingen & maatschappelijke evoluties → invloed