Sociale psychologie volledig

0.0(0)
Studied by 1 person
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/187

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

alle begrippen H1-H8

Last updated 9:27 AM on 9/22/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

188 Terms

1
New cards

sociologie

studie van gedrag van groepen

2
New cards

sociale psychologie

het gedrag van individuen in sociale relaties duiden

3
New cards

schema

cognitieve structuur waarin eerder verworven kennis over een stimulus of concept is gerepresenteerd

4
New cards

looking-glass self

soort spiegel, de spiegel die iemand anders ons voorhoudt, feedback van iemand vormt mee het beeld dat je hebt over jezelf

5
New cards

sociale vergelijking

vergelijken met anderen, hoe doe ik het tov anderen

6
New cards

prototype

soort gemiddelde van een specifieke groep mensen

7
New cards

script

verloop van opeenvolgende acties, weten hoe het gaat verlopen

8
New cards

need for cognition

mensen die nood hebben om te gaan reflecteren, outside off the box denken

9
New cards

need for certainty

mensen die graag een zekerheid nodig hebben, een houvast nodig hebben

10
New cards

primacy-effect

informatie die wij eerst over iemand krijgen beïnvloedt het globale oordeel meer dan later verworven informatie

11
New cards

recency effect

wat als laatst komt, beïnvloedt meer het globale oordeel

12
New cards

configureren

het opbouwen van een schema uit losse elementen

13
New cards

impliciete persoonlijkheidstheorie

verwijst naar onze neiging om van iemand een compleet persoonlijkheidsprofiel uit te werken op basis van intuïtieve veronderstellingen, waarvan we ons niet altijd bewust zijn & die we vaak niet kunnen expliciteren

14
New cards

configureren (4)

1) opvallende kenmerken

2) primacy-effect

3) configuratiemodel Asch

4) impliciete persoonlijkheidstheorie

15
New cards

halo-effect

één positief kenmerk maakt de hele persoon positief

16
New cards

horn-effect

één negatief kenmerkt maakt de hele persoon negatief

17
New cards

forer-effect

of Barnum-effect, de neiging van mensen om vage & algemeen geldende uitspraken over de eigen persoon te accepteren als rake, typerende omschrijving, zonder zich te realiseren dat diezelfde omschrijving voor bijna iedereen opgaat

18
New cards

priming

als een schema recent gebruikt is, wordt het gemakkelijker geactiveerd, zeker de nieuwe situatie ambigu is & enige vergelijken vertoont met de vorige

19
New cards

repetitiepriming

herhaling van het schema

20
New cards

semantische priming

recent schema heeft te maken met hetzelfde concept, berust op een invloed van de conceptuele eigenschappen van een woord

21
New cards

cognitieve dissonantie

tegengestelde cognities/attitudes/gedragingen wekken psychologische spanning op die men wil reduceren

22
New cards

cognitieve dissonantie (4)

1) dollarexperimenten

2) spanningsreductie

3) verslaving & verdwazing

4) endowment effect

23
New cards

stockholmsyndroom

gegijzelden denken soms positief over hun gijzelnemers & voelen sympathie voor heen, zelfde proces zien we bij huishoudelijk geweld of loverboys

24
New cards

endowment effect

voor een bezitter van een object verhoogt de waarde alleen al omdat hij er de bezitter van is

25
New cards

aversie voor verlies

we verkiezen het vermijden van verlies boven het verwerven van winst

26
New cards

negativiteitseffect

negatieve elementen wegen zwaarder door & worden sneller opgemerkt

27
New cards

attributie

toeschrijven van de oorzaken van gedrag aan interne of externe factoren / verklaringen zoeken voor gedrag

28
New cards

interne attributie

oorzaak bij individu, dispositioneel

29
New cards

externe attributie

oorzaak bij omstandigheden of omgeving, situationeel

30
New cards

locus of control

een plaats, waar men de controle legt

31
New cards

dispositionele attributies

het toeschrijven van het gedrag van de actor aan interne eigenschappen

32
New cards

situationele attributies

het gedrag wordt toegeschreven aan externe factoren

33
New cards

stabiele attributie

betekent dat de oorzaak als blijvend wordt beschouwd, ze varieert niet

34
New cards

instabiele attributie

oorzaak kan wel variëren

35
New cards

controleerbaar

oorzaken kunnen beheersbaar zijn

36
New cards

oncontroleerbaar

oorzaken waar men geen vat op heeft

37
New cards

globaal

algemeen toepasbaar

38
New cards

specifiek

geldig voor een specifieke situatie

39
New cards

criteria van attributies

1) intern/extern

2) stabiel/onstabiel

3) controleerbaar/oncontroleerbaar

4) globaal/specifiek

40
New cards

attributietheorieën (4)

1) zelfwaarnemingstheorie (Ben)

2) corresponderende inferentietheorie (Jones & Davis)

3) covariatiemodel (Kelley)

4) tweestappenmodel (Gilbert)

41
New cards

zelfwaarnemingstheorie (BEM)

vertrekt van het idee dat we onszelf leren kennen door ons eigen gedrag (kritisch) te observeren, als we geen verklaring hebben voor hoe ons lichaam zich voelt dan zijn we vatbaar voor beïnvloeding van anderen

42
New cards

arousal

verhoogde lichamelijke activatie

43
New cards

corresponderende inferentietheorie (Jones & Davis)

we proberen anderen te begrijpen door observatie & analyse van hun gedrag

44
New cards

correspondente gevolgtrekking

een conclusie die we maken dat overeenkomt

45
New cards

covariatiemodel (Kelley)

mate waarin gebeurtenissen samen voorkomen

46
New cards

consensus

overeenstemming

47
New cards

distinctiviteit

onderscheid in situaties

48
New cards

consistentie

vasthoudendheid in situaties

49
New cards

tweestappenmodel (Gilbert)

1) automatisch persoonlijke attributies maken

2) aanpassen obv informatie van situationele factoren

50
New cards

vertekeningen (7)

1) self-serving bias & zelfbeeld

2) beperkte rationaliteit & heuristieken

3) valse consensuseffect

4) basisfrequentievalstrik & tegenfeitelijk denken

5) fundamentele attributiefout

6) actor-observator

7) self-fulfilling prophecy

51
New cards

self-enhancement

de neiging om oorzaken van succes aan onszelf toe te schrijven

52
New cards

self-defence

voor onze mislukkingen verwijzen we naar externe oorzaken

53
New cards

self-serving bias

functie voor onze eigenwaarde te beschermen & op peil te houden

54
New cards

beperkte rationaliteit & heuristieken

veel sociale info te verwerken, weinig tijd om mensen te beoordelen

55
New cards

heuristieken

vuistregels waarmee kans op succes bij oplossen probleem vergroot

56
New cards

valse consensuseffect

overschatting van mate van overeenkomst met eigen opvattingen & gedrag

57
New cards

basisfrequentievalstrik

ongevoeliger voor statistieken dan spectaculaire gebeurtenissen

58
New cards

fundamentele attributiefout

sterke tendens om de persoon zelf als oorzaak te zien van zijn gedrag, gedragskenmerk wordt tot persoonskenmerk gemaakt

59
New cards

actor-observatoreffect

treedt op als je het gedrag van anderen toeschrijft aan interne factoren, maar je eigen gedrag toeschrijft aan externe of situationele factoren

60
New cards

self-fulfilling prophecy

de verwachtingen die je hebt zorgen ervoor dat die verwachtingen uitkomen

61
New cards

conformisme of meerderheidsinvloed

neiging die mensen hebben om eigen gedrag/mening te veranderen obv een groep

62
New cards

conformisme of meerderheidsinvloed (6)

1) Sherif & het autokinetisch effect

2) Jacobs & Campell & het verdwijnen van beïnvloedingsbron

3) Festinger & sociale vergelijkingstheorie

4) Lijnexperiment van Asch

5) informatieve & normatieve beïnvloeding

6) beïnvloedende factoren

63
New cards

sociale vergelijkingstheorie

mensen gaan zichzelf met anderen vergelijken als objectieve informatie ontbreekt

64
New cards

opwaartse sociale vergelijkingen

vergelijken met anderen die beter presteren, opkijken naar iemand, doel: identificeren, je wil hetzelfde bereiken als de ander

65
New cards

neerwaartse sociale vergelijkingen

vergelijken met anderen die het minder goed hebben om zo ons zelfbeeld positief te houden

66
New cards

beïnvloeding

interactie waarbij het gedrag van de ene actor verandert via het proces van overtuigen

67
New cards

normatieve beïnvloeding

bij de groep willen horen, conformeren aan de verwachtingen van de andere

68
New cards

informatieve beïnvloeding

minder vertrouwen in eigen oordeel

69
New cards

privaat conformisme

wanneer we ook voor onszelf gaan conformeren --> je gelooft voor jezelf dat het antwoord van de anderen juist is --> je twijfelt aan jezelf & je past je mening aan

70
New cards

publiek conformisme

wel in publiek gaan meedoen met de groep, maar je bent er niet van overtuigd, doet het om mee te doen met de groep

71
New cards

innovatie of minderheidsinvloed

de hele groep doet altijd hetzelfde & er komt één persoon die iets anders doet

72
New cards

diachronisch consequent

intra-individuele consequentheid of stabiliteit over de tijd

73
New cards

synchronisch consequent

inter-individuele consequentheid binnen de minderheid, de minderheid moet synchroon consequent zijn door tegelijk hetzelfde te beweren

74
New cards

agentic state

een toestand waarin je je bevindt, ik doe wat er gevraagd wordt, bevel is bevel

75
New cards

sociale belemmering

het feit dat de toezichter bij jou passeert zorgt ervoor dat ik mij minder kan concentreren

76
New cards

sociale facilitatie

proces waarbij aanwezigheid van anderen het uitvoeren van eenvoudige taken bevordert

77
New cards

eenvoudige taak

correcte respons / verbetering van de prestaties

78
New cards

complexe taak

incorrecte respons / belemmering van de prestaties

79
New cards

dominante respons

acties die simpel, instinctief en/of goed geleerd zijn zodat ze automatisch kunnen worden uitgevoerd zonder veel bewuste gedachten

80
New cards

niet-dominante actie

actie die veel concentratie & aandacht vraagt

81
New cards

distractie-conflicttheorie

aandacht verdelen, men kan zijn aandacht vaak maar op één doel richten

82
New cards

sociaal meeliften

doorgaans minder inspannen bij groepsprestaties

83
New cards

sucker-effect

denken dat andere free riders zijn, ook niet meer optimaal meedoen

84
New cards

altruïsme

een sociale handeling waarbij men een optimale of maximale opbrengst voor de ander beoogt, zonder daarbij rekening te houden met de kosten of opbrengsten voor zichzelf

85
New cards

the selfish genes, Dwakins

we willen succesvol voortplanten dus we beschermen onze eigen familie meer

86
New cards

verwantschapsselectie

bloedverwanten zijn dragers van dezelfde & als je een bloedverwant helpt, help je indirect jezelf omdat je de genen die je gemeenschappelijk hebt, helpt instandhouden

87
New cards

directe fitness

de voortplanting van genen die hij zelf realiseert

88
New cards

indirecte fitness

de voortplanting van gemeenschappelijke genen door bloedverwanten

89
New cards

inclusive fitness

directe + indirecte fitness

90
New cards

wederkerig altruïsme

mensen die iets doen voor iemand anders maar er zit een wederkerigheid, je doet iets omdat je denkt dat er iets van zal terugkomen

91
New cards

wederkerig altruïsme (5)

1) dieren

2) kosten-batenanalyse

3) ultimatum game

4) prisoner's game

5) emoties

92
New cards

kosten-baten analyse

de kosten om anderen te helpen moeten relatief laag zijn vergeleken met de opbrengsten die daar later tegenover staan

93
New cards

empathie

het vermogen om je in te leven in de gedachten & gevoelens van anderen

94
New cards

empathie (2 componenten)

1) cognitieve component

2) emotionele component

95
New cards

theory of mind

het menselijke vermogen om zich een beeld te vormen van wat de ander ziet, voelt & denkt, vanuit het perspectief van die ander

96
New cards

stappenplan hulp bieden

1) opmerken

2) interpreteren

3) verantwoordelijkheid nemen

4) hoe gaan we helpen

5) hulp bieden

97
New cards

bystandereffect

of omstaanderseffect, hoe meer omstaanders getuige zijn van een noodgeval, hoe kleiner de kans is dat iemand vlug het slachtoffer te hulp schier

98
New cards

situationele factoren

plaats waar de noodsituatie zich voordoet

99
New cards

situationele factoren (3)

1) grotere anonimiteit

2) asluiten tov teveel aan stimuli

3) diversiteit --> minder similariteit

100
New cards

sociale categorisatie

cognitieve proces waarbij individuen geclassificeerd worden als lid van groep of categorieën