SO 3.1 t/m 3.3 begrippenlijst

0.0(0)
Studied by 1 person
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/32

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 1:49 PM on 2/17/25
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

33 Terms

1
New cards

Prokaryoot

Naam voor bacteriën en archaea; een klein eencellig organisme zonder celkern.

2
New cards

Eukaryoot

Organisme met een of meerdere grote cellen met celkern.

3
New cards

Rijk

Naam voor verdere indeling van een hoofdgroep.

4
New cards

Eencellig

Een organisme dat bestaat uit een cel.

5
New cards

Meercellig

Een organisme dat bestaat uit meerdere cellen.

6
New cards

Vertakkingsschema

Schema waarin je de indeling in steeds kleinere groepen kunt weergeven.

7
New cards

Ras

Groepen waar je de organismen van een soort kunt indelen.

8
New cards

Variatie

Kleine verschillen tussen organismen van dezelfde soort.

9
New cards

Selectie

Het proces waarbij niet alle organismen van dezelfde soort hetzelfde aantal nakomelingen krijgt.

10
New cards

Evolutie

De ontwikkeling van het leven op aarde waarbij soorten ontstaan, veranderen en verdwijnen.

11
New cards

Verwantschap

Overeenkomst in DNA en uiterlijk van verschillende organismen.

12
New cards

DNA-sequentie

De volgorde van basen in het DNA.

13
New cards

DNA-sequencing

De DNA-sequentie van organismen snel in kaart brengen met DNA-technieken.

14
New cards

Symmetrisch

Voorwerpen (of dieren) die je in twee gelijke helften kunt verdelen.

15
New cards

Tweezijdig symmetrisch

Voorwerpen (of dieren) die je op een manier in gelijke helften kunt delen.

16
New cards

Veelzijdig symmetrisch

Voorwerpen (of dieren) die je op meerdere manieren in ongeveer gelijke delen kunt verdelen.

17
New cards

Niet-symmetrisch

Voorwerpen (of dieren) die je op geen enkele manier in twee gelijke helften kunt verdelen.

18
New cards

Skelet

De stevige delen van een dier, geeft stevigheid en bescherming.

19
New cards

Inwendig skelet

Het skelet aan de binnenkant van het lichaam van een dier.

20
New cards

Uitwendig skelet

Het skelet aan de buitenkant van het lichaam van een dier.

21
New cards

Kenmerk

Een eigenschap waarmee je een organise kunt onderscheiden van andere organismen

22
New cards

vaatplanten

Planten die vaten hebben voor transport van stoffen.

23
New cards

spore

Een cel waaruit een nieuwe plant kan ontstaan.

24
New cards

Zaadplanten

Vaatplanten die zich voortplanten door middel van zaden die onstaan in de bloemen van een plant.

25
New cards

Sporenplanten

Planten die zich voortplanten door middel van sporen

26
New cards

wieren (algen)

Planten die in het water leven en geen bladeren, stengels en bloemen hebben.

27
New cards

gisten

eencellige schimmels die zich voortplanten door deling

28
New cards

schimmeldraden

lange, dunne draden waaruit meercellige schimmels meestal bestaan

29
New cards

knop

het begin van een nieuwe gistcel, ontstaat bij gistcellen die zich delen

30
New cards

paddenstoel

speciale organen waar de sporen in ontstaat bij sommige schimmelsoorten

31
New cards

infectie

ziekten bij planten, mensen of dieren die veroorzaakt worden door een schimmel.

32
New cards

biotechnologie

een verzamelnaam voor technieken waarbij mensen organismen gebruiken om producten te maken

33
New cards

antibioticum

geneesmiddel om bacterien te doden