Flitskaarten - Weer

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
full-widthPodcast
1
Card Sorting

1/41

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 7:13 AM on 7/16/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

42 Terms

1
New cards

Weer

De toestand van de atmosfeer op een bepaald moment en op een bepaalde plaats.

2
New cards

Meteoroloog

Een wetenschapper die zich bezighoudt met de studie van de atmosfeer en het weer.

3
New cards

Klimaat

Het gemiddelde weer over een lange periode (minimaal 30 jaar) voor een bepaald gebied.

4
New cards

Klimaatdiagram

Een grafiek die het klimaat van een locatie samenvat.

5
New cards

Vegetatie

Alles wat leeft aan land: bomen, struiken, kruiden en grassen.

6
New cards

Temperatuur

Een maat voor de warmtegraad van de lucht. Wordt uitgedrukt in graden Celsius (°C).

7
New cards

Neerslag

Alle vormen van water die vanuit de wolken naar beneden vallen.


8
New cards

Luchtdruk

De kracht waarmee de kolom lucht boven ons op onze aarde duwt. Wordt veroorzaakt door het gewicht van de lucht.

9
New cards

Windkracht

Een indeling van de windsterkte volgens de Schaal van Beaufort.

10
New cards

Windsnelheid

Hoe ver de lucht beweegt in een bepaalde tijd. Wordt meestal uitgedrukt in kilometer per uur (km/u) of meter per seconde (m/s).

11
New cards

Bewolkingsgraad

Het percentage van de hemel dat bedekt is met wolken.

12
New cards

Atmosfeer

De laag gas rondom de aarde die ons beschermt.

13
New cards

Ozonlaag

Een deel van de atmosfeer (stratosfeer) waar relatief veel ozongas (O₃) zit.

14
New cards

Natuurlijk broeikaseffect

Het proces waarbij bepaalde gassen in de atmosfeer (broeikasgassen zoals CO₂ en waterdamp) warmte vasthouden die anders terug zou ontsnappen naar de ruimte.

15
New cards

Maximum

Een gebied met hoge luchtdruk (hogedrukgebied).

16
New cards

Minimum

Een gebied met lage luchtdruk (lagedrukgebied).

17
New cards

Depressie

Een gebied met lage luchtdruk (lagedrukgebied).

18
New cards

Corioliseffect

Door de draaiing van de aarde worden bewegingen (zoals wind) afgebogen. In het noordelijk halfrond buigt de wind naar rechts af, in het zuidelijk halfrond naar links. Hierdoor waait de wind niet recht van hoog naar laag, maar langs de isobaren.

19
New cards

Westenwind

De heersende windrichting in de gematigde breedten (waaronder Nederland en West-Europa), die voornamelijk uit het westen of zuidwesten waait.

20
New cards

Passaatwind

Wind die waait van de subtropische hogedrukgebieden (rond 30° NB/ZB) naar de evenaar. In het noordelijk halfrond waait deze uit het noordoosten, in het zuidelijk halfrond uit het zuidoosten.

21
New cards

Poolwind

Koude, droge wind die waait vanaf de poolgebieden naar de lagere breedtes.

22
New cards

Schaal van Beaufort

Een schaal van 0 tot 12 (en hoger) die windkracht indeelt op basis van zichtbare effecten in de natuur (bijv. beweging van bladeren, golven op zee).

23
New cards

Verdampen

Het proces waarbij vloeibaar water omzet in waterdamp (gas) door hitte (zonnestraling).

24
New cards

Condenseren

Het proces waarbij waterdamp afkoelt en weer omzet in vloeibaar waterdruppels. Dit gebeurt bijvoorbeeld als warme, vochtige lucht opstijgt en afkoelt, waardoor wolken ontstaan.

25
New cards

Neerslag

Alle vormen van water die vanuit de wolken naar beneden vallen.

26
New cards

Stijgingsneerslag

Neerslag die ontstaat wanneer lucht opstijgt, afkoelt en verzadigd raakt met waterdamp.

27
New cards

Stuwingsneerslag

Neerslag die ontstaat wanneer vochtige wind tegen een obstakel (zoals een gebergte) aan komt en gedwongen wordt omhoog te gaan.

28
New cards

Frontale neerslag

Neerslag die ontstaat aan de grens (front) tussen twee verschillende luchtsoorten (koude en warme lucht).

29
New cards

Loefzijde

De kant van een gebergte waar de wind vandaan komt. Hier stijgt de lucht op, condenseert en geeft veel neerslag.

30
New cards

Lijzijde

De achterkant van een gebergte, beschut tegen de wind. De lucht daalt hier weer af, wordt warmer en droger. Er valt weinig neerslag.

31
New cards

Regenschaduw

Het droge gebied aan de lijzijde van een gebergte.

32
New cards

Luchtsoort

Een grote massa lucht met dezelfde eigenschappen (temperatuur en vochtigheid), ontstaan boven een bepaald brongebied. Bijvoorbeeld: mariene tropische lucht (warm en vochtig, van over de oceaan).

33
New cards

Front

De grenslaag tussen twee verschillende luchtsoorten. Fronten zijn plaatsen waar vaak weerwisselingen optreden.

34
New cards

Warmtefront

De voorkant van een warmtebult. Warme lucht glijdt langzaam over koude lucht heen. Levert vaak langdurige, matige neerslag op.

35
New cards

Koufront

De achterkant van een koudbult. Koude lucht schuift onder warme lucht door en dwingt deze steil omhoog. Levert vaak korte, hevige buien op.

36
New cards

Regenmeter

Een instrument om de hoeveelheid neerslag in millimeters te meten.

37
New cards

Windzak

Een doek (vaak conisch) dat aan een paal wordt bevestigd om de windrichting visueel aan te geven.

38
New cards

Anemometer

Een instrument om de windsnelheid te meten. Bestaat vaak uit drie kopjes die door de wind worden doen draaien.

39
New cards

Barometer

Een instrument om de luchtdruk te meten.

40
New cards

Weerbericht

Een overzicht van het huidige weer, vaak gebaseerd op recente observaties en satellietbeelden.

41
New cards

Weersverwachting

Een voorspelling van het weer voor de komende dagen, gemaakt op basis van computermodellen en analyse van luchtdrukgebieden en fronten.

42
New cards

Isobaren

Lijnen op een weerkaart die punten verbinden met gelijke luchtdruk. Hoe dichter de isobaren bij elkaar liggen, des te groter het drukverschil en des te harder de wind.