1/41
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Weer
De toestand van de atmosfeer op een bepaald moment en op een bepaalde plaats.
Meteoroloog
Een wetenschapper die zich bezighoudt met de studie van de atmosfeer en het weer.
Klimaat
Het gemiddelde weer over een lange periode (minimaal 30 jaar) voor een bepaald gebied.
Klimaatdiagram
Een grafiek die het klimaat van een locatie samenvat.
Vegetatie
Alles wat leeft aan land: bomen, struiken, kruiden en grassen.
Temperatuur
Een maat voor de warmtegraad van de lucht. Wordt uitgedrukt in graden Celsius (°C).
Neerslag
Alle vormen van water die vanuit de wolken naar beneden vallen.
Luchtdruk
De kracht waarmee de kolom lucht boven ons op onze aarde duwt. Wordt veroorzaakt door het gewicht van de lucht.
Windkracht
Een indeling van de windsterkte volgens de Schaal van Beaufort.
Windsnelheid
Hoe ver de lucht beweegt in een bepaalde tijd. Wordt meestal uitgedrukt in kilometer per uur (km/u) of meter per seconde (m/s).
Bewolkingsgraad
Het percentage van de hemel dat bedekt is met wolken.
Atmosfeer
De laag gas rondom de aarde die ons beschermt.
Ozonlaag
Een deel van de atmosfeer (stratosfeer) waar relatief veel ozongas (O₃) zit.
Natuurlijk broeikaseffect
Het proces waarbij bepaalde gassen in de atmosfeer (broeikasgassen zoals CO₂ en waterdamp) warmte vasthouden die anders terug zou ontsnappen naar de ruimte.
Maximum
Een gebied met hoge luchtdruk (hogedrukgebied).
Minimum
Een gebied met lage luchtdruk (lagedrukgebied).
Depressie
Een gebied met lage luchtdruk (lagedrukgebied).
Corioliseffect
Door de draaiing van de aarde worden bewegingen (zoals wind) afgebogen. In het noordelijk halfrond buigt de wind naar rechts af, in het zuidelijk halfrond naar links. Hierdoor waait de wind niet recht van hoog naar laag, maar langs de isobaren.
Westenwind
De heersende windrichting in de gematigde breedten (waaronder Nederland en West-Europa), die voornamelijk uit het westen of zuidwesten waait.
Passaatwind
Wind die waait van de subtropische hogedrukgebieden (rond 30° NB/ZB) naar de evenaar. In het noordelijk halfrond waait deze uit het noordoosten, in het zuidelijk halfrond uit het zuidoosten.
Poolwind
Koude, droge wind die waait vanaf de poolgebieden naar de lagere breedtes.
Schaal van Beaufort
Een schaal van 0 tot 12 (en hoger) die windkracht indeelt op basis van zichtbare effecten in de natuur (bijv. beweging van bladeren, golven op zee).
Verdampen
Het proces waarbij vloeibaar water omzet in waterdamp (gas) door hitte (zonnestraling).
Condenseren
Het proces waarbij waterdamp afkoelt en weer omzet in vloeibaar waterdruppels. Dit gebeurt bijvoorbeeld als warme, vochtige lucht opstijgt en afkoelt, waardoor wolken ontstaan.
Neerslag
Alle vormen van water die vanuit de wolken naar beneden vallen.
Stijgingsneerslag
Neerslag die ontstaat wanneer lucht opstijgt, afkoelt en verzadigd raakt met waterdamp.
Stuwingsneerslag
Neerslag die ontstaat wanneer vochtige wind tegen een obstakel (zoals een gebergte) aan komt en gedwongen wordt omhoog te gaan.
Frontale neerslag
Neerslag die ontstaat aan de grens (front) tussen twee verschillende luchtsoorten (koude en warme lucht).
Loefzijde
De kant van een gebergte waar de wind vandaan komt. Hier stijgt de lucht op, condenseert en geeft veel neerslag.
Lijzijde
De achterkant van een gebergte, beschut tegen de wind. De lucht daalt hier weer af, wordt warmer en droger. Er valt weinig neerslag.
Regenschaduw
Het droge gebied aan de lijzijde van een gebergte.
Luchtsoort
Een grote massa lucht met dezelfde eigenschappen (temperatuur en vochtigheid), ontstaan boven een bepaald brongebied. Bijvoorbeeld: mariene tropische lucht (warm en vochtig, van over de oceaan).
Front
De grenslaag tussen twee verschillende luchtsoorten. Fronten zijn plaatsen waar vaak weerwisselingen optreden.
Warmtefront
De voorkant van een warmtebult. Warme lucht glijdt langzaam over koude lucht heen. Levert vaak langdurige, matige neerslag op.
Koufront
De achterkant van een koudbult. Koude lucht schuift onder warme lucht door en dwingt deze steil omhoog. Levert vaak korte, hevige buien op.
Regenmeter
Een instrument om de hoeveelheid neerslag in millimeters te meten.
Windzak
Een doek (vaak conisch) dat aan een paal wordt bevestigd om de windrichting visueel aan te geven.
Anemometer
Een instrument om de windsnelheid te meten. Bestaat vaak uit drie kopjes die door de wind worden doen draaien.
Barometer
Een instrument om de luchtdruk te meten.
Weerbericht
Een overzicht van het huidige weer, vaak gebaseerd op recente observaties en satellietbeelden.
Weersverwachting
Een voorspelling van het weer voor de komende dagen, gemaakt op basis van computermodellen en analyse van luchtdrukgebieden en fronten.
Isobaren
Lijnen op een weerkaart die punten verbinden met gelijke luchtdruk. Hoe dichter de isobaren bij elkaar liggen, des te groter het drukverschil en des te harder de wind.