Nederlands

0.0(0)
studied byStudied by 0 people
0.0(0)
full-widthCall with Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/27

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

woordenlijst

Study Analytics
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No study sessions yet.

28 Terms

1
New cards

Het synoniem

een ander woord met dezelfde betekenis

2
New cards

De omschrijving

dingen noemen om iets beter uit te leggen

3
New cards

De tegenstelling

verschil in 2 (of meer) dingen die elkaars tegenovergestelde zijn.

4
New cards

De voorbeelden

dingen noemen om iets beter uit te leggen

5
New cards

De strategie

manier die je kunt gebruiken om iets aan te pakken

6
New cards

De woordraadstrategie

een manier die je kunt gebruiken om de betekenis van woorden te achterhalen (bijvoorbeeld het woord in stukjes hakken).

7
New cards

De oorzaak

waardoor iets gebeurt

8
New cards

Het gevolg

iets wat door iets anders (oorzaak) gebeurt

9
New cards

De reden

waarom je iets doet of vindt.

10
New cards

De stelling

uitspraak waarmee je het eens of oneens kunt zijn.

11
New cards

Noteer

schrijf op

12
New cards

De alinea

stukje van een tekst dat over hetzelfde deelonderwerp gaat

13
New cards

De strofe

alinea van een gedicht

14
New cards

Markeer

de tekst markeren met een markeerstift > aanstrepen

15
New cards

Onderstreep

zet een streep onder.

16
New cards

Oriënterend lezen

Vooral de tekst bekijken en de inleiding lezen. Waar gaat de tekst over?

17
New cards

Globaal lezen

Je leest de belangrijkste stukjes van de tekst. De inleiding + de eerste en laatste zin van alle alinea’s.

18
New cards

Precies lezen

Je leest de tekst helemaal. Van het begin tot het eind.

19
New cards

Het onderwerp

Waar gaat het over inéén of een paar woorden?

20
New cards

De hoofdgedachte

het belangrijkste wat er in de tekst over het onderwerp wordt gezegd in één zin.

21
New cards

Activeren

mensen zover krijgen dat ze iets gaan doen

22
New cards

Instrueren

een instructie geven. Uitleggen hoe je iets moet doen.

23
New cards

Informeren

informatie geven. Hierdoor kom je meer over iets te weten.

24
New cards

Amuseren

vermaken (iets leuks of interessants delen)

25
New cards

Overtuigen

mensen zover krijgen dat ze jouw mening overnemen

26
New cards

Verklaar

leg uit hoe iets in elkaar zit of waardoor iets komt

27
New cards

Aanvullen

nieuwe, extra informatie geven.

28
New cards

De pitch

een korte presentatie, waarin je de belangrijkste dingen vertelt.