1/31
Kleine set flashcards met kernbegrippen uit de lezingen over BBP, de kringloop, meetmethoden en inflatie. gericht op definities en basisverbanden (Voca-opzet).
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced |
---|
No study sessions yet.
BBP (Bruto Binnenlands Product)
De totale toegevoegde waarde geproduceerd binnen een geografische entiteit gedurende een periode; som van alle finale goederen/diensten of som van alle gerealiseerde inkomens.
BBP volgens de productiebenadering
BBPproductie = TWbedrijven + TWoverheden + TWgezinnen (toegepaste waarde van productie).
TW (toegevoegde waarde)
Waarde die productie toevoegt: omzet minus de waarde van intermediaire inputs.
BBP volgens de inkomstenbenadering
BBPinkomen = Yarbeid + Ykapitaal + Tindirect (netto-schatting van indirecte belastingen en subsidies).
BBP tegen marktprijzen vs. tegen factorkosten
BBP tegen marktprijzen = Yarbeid + Ykapitaal + Tindirect; BBP tegen factorkosten = Yarbeid + Ykapitaal.
Bestedingenbenadering BBP
BBPbestedingen = C + I + G + (X – M); optelling van finale bestedingen door gezinnen, bedrijven, overheid en buitenland.
NX (netto-export)
Saldo van export en import; NX = X – M.
Consumptie (C)
Consumptieve bestedingen van gezinnen aan finale goederen en diensten.
Investeringen (I)
Bruto-investeringen: uitgaven aan vast kapitaal door bedrijven, gezinnen en overheid, inclusief uitbreidings- en vervangingsinvesteringen en voorraden.
Overheidsbestedingen (G)
Bestedingen van de overheid aan goederen en diensten; lonen van ambtenaren, infrastructuur, etc.
X – M (netto-export)
Export minus import; onderdeel van bestedingen en van NX.
BNI (Bruto Nationaal Inkomen)
BBP + NFI (netto-factorinkomens).
NNI (Netto Nationaal Inkomen)
BNI min depreciatie D ( NNBI = NNI + NTR, later).
NFI (netto-factorinkomens)
Inkomens verworven uit inzet factorarbeid of kapitaal minus inkomens naar buitenland; netto van factorinkomens.
D (depreciatie)
Depreciatie/afschrijving van kapitaal; verbruik van vaste activa.
NNI tegen factorkosten
NNI = BBP + NFI − D.
NNBI (Netto Nationaal Beschikbaar Inkomen)
NNBI = NNI + NTR; inkomen beschikbaar voor consumptie na transfers.
NTR (Netto Transfers)
Netto transfers: netto ontvangen of betaalde transfers uit buitenland (ITR/UTr).
Indirecte belastingen en subsidies (Tindirect)
Deel van TW die via indirecte belastingen naar de overheid gaat; subsidies verminderen die belastingdruk.
Intermediaire inputs
Goederen/diensten die gebruikt worden om productie te realiseren; kosten van deze inputs verminderen de toegevoegde waarde.
BBP tegen marktprijzen
BBP gemeten tegen marktprijzen inclusief indirecte belastingen en subsidies.
BBP deflator en CPI
BBP-deflator is de impliciete prijsindex van BBP; CPI is de prijsindex voor een mandje goederen/diensten; beide meten inflatie/deflatie.
Nominaal vs. Reëel BBP
Nominaal BBP (lopende prijzen); Reëel BBP (constante prijzen, ge-deflateerd met een basisjaar).
Koopkrachtpariteitswisselkoers (PPP)
Wisselkoers die ervoor zorgt dat een goederenbundel dezelfde kosten heeft in twee landen; gebruikt om BBP per hoofd vergelijkbaar te maken.
Spilindex
Index die loon/pensioenen aanpassen wanneer deze overschreden wordt; meestal gerelateerd aan inflatie en kosten van levensonderhoud.
Inflatie en deflatie
Inflatie: algemene prijsstijging; deflatie: algemene prijsdaling; beide gemeten via prijsindices.
HICP en CPI
HICP = Harmonised Index of Consumer Prices; CPI = prijsindex voor consumptie door huishoudens; gebruikt voor vergelijkingen.
Geldkringloop vs reële kringloop
Kringloop zonder en met rekening van geldstromen; reële kringloop toont productie/inkomens/bestedingen; geldkringloop toont monetaire stromen.
Fisher-identiteit MV = PQ
MV = hoeveelheid geld × snelheid van geld = prijsniveau × hoeveelheid transacties; geld en prijs/income-relaties.
Easterlin-paradox
Groei van BBP laat niet altijd correlatie zien met geluk/welvaart op lange termijn.
HDI (Human Development Index)
Index met levensverwachting, scholing en inkomen per hoofd als alternatief voor BBP om welvaart te meten.
Kringlopen van België (praktisch voorbeeld)
Illustraties uit de notities tonen hoe BBP, inkomen en bestedingen elkaar beïnvloeden in een gesloten/open setting.