📘 THEMA 2: DSM-CRITERIA EN SYMPTOMEN VAN AUTISME

0.0(0)
studied byStudied by 0 people
0.0(0)
full-widthCall with Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/11

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Study Analytics
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No study sessions yet.

12 Terms

1
New cards

Uit welke twee kerndomeinen bestaat autisme volgens de DSM?

1. Beperkingen in de sociale communicatie en interactie.

2. Beperkte, repetitieve patronen van gedrag, interesses of activiteiten.

2
New cards

Wat is vereist om de diagnose autisme te kunnen stellen volgens de DSM?

Er moeten beperkingen aanwezig zijn in beide kerndomeinen:

- Op alle drie de subgebieden van sociale communicatie/interactie.

- En op minstens twee van de vier kenmerken van repetitief gedrag of beperkte interesses.

3
New cards

Wat houdt de eerste beperking in binnen sociale interactie?

Moeilijkheden in sociale wederkerigheid.

Voorbeelden: niet aanvoelen wanneer iemand anders wil praten, niet reageren op een begroeting of vraag, minder geneigd zijn gevoelens en ervaringen te delen.

4
New cards

Wat houdt de tweede beperking in binnen sociale communicatie in?

Beperkingen in non-verbale communicatie.

Mensen met autisme begrijpen non-verbale signalen (zoals mimiek of lichaamstaal) minder goed en gebruiken ze ook zelf minder om hun boodschap te versterken. Soms is hun verbale en non-verbale expressie niet op elkaar afgestemd.

5
New cards

Wat houdt de derde beperking in binnen dit domein?

Moeilijkheden in het ontwikkelen, onderhouden en begrijpen van relaties.

Ze vinden het lastig om te weten hoe ze contact moeten maken, hoe ze een gesprek beginnen of gaande houden, en wanneer ze moeten praten of luisteren.

6
New cards

Wat is het eerste kenmerk binnen dit tweede domein?

Repetitieve bewegingen, spraak of gebruik van objecten.

Voorbeelden: herhalen van woorden (echolalie), objecten in een vaste volgorde plaatsen, fladderen met handen of armen.

7
New cards

Wat is het tweede kenmerk binnen dit domein?

Vasthouden aan routines of rituelen.

Kleine veranderingen kunnen stress of paniek veroorzaken.

Voorbeeld: kinderen die exact hetzelfde bedritueel nodig hebben of in paniek raken als een vertrouwde route plots anders is.

8
New cards

Wat is het derde kenmerk binnen dit domein?

Gefixeerde interesses.

Deze interesses zijn intens, specifiek en vaak ongewoon gefocust.

Voorbeeld: niet gewoon interesse in dieren, maar in uitgestorven dieren met gedetailleerde kennis over gewicht, leefperiode, enz.

9
New cards

Wat is het vierde kenmerk binnen dit domein?

Hyper- of hyporeactiviteit op zintuiglijke prikkels.

Dat betekent dat iemand sterker (hyper) of juist zwakker (hypo) reageert op prikkels dan verwacht.

Ze zijn dus niet “gevoeliger”, maar reageren anders: soms overmatig, soms nauwelijks.

10
New cards

Wat zegt de DSM over het tijdstip waarop autistische kenmerken moeten verschijnen?

De kenmerken moeten aanwezig zijn in de vroege kinderleeftijd (meestal zichtbaar vanaf 2 à 3 jaar).

Diagnostisch onderzoek omvat vaak gesprekken met ouders om na te gaan of er toen al signalen waren.

11
New cards

Kunnen autistische kenmerken verklaard worden door een mentale achterstand?

Autisme en mentale retardatie kunnen samen voorkomen, maar als de gedragingen volledig verklaard kunnen worden door de lage intellectuele mogelijkheden, mag de diagnose autisme niet worden gesteld.

12
New cards

Wat is een belangrijk diagnostisch principe volgens de DSM bij autisme?

De beperkingen moeten klinisch significant zijn en het dagelijks functioneren beïnvloeden.

Daarnaast mag het patroon niet beter verklaard worden door andere ontwikkelingsstoornissen.