1/136
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
zelfwaardering
positieve/negatieve waarde koppelen aan zelfconcept
-> gedrag + mentale processen beïnvloeden
Positieve zelfwaardering
- makkelijk contact leggen/ durven veel
- meer kans op succes
- aanvaarden
- tegen een stootje kunnen
negatieve zelfwaardering
- op zichzelf teruggetrokken
- onzeker, angstig
- twijfelen aan zichzelf -> minder kans op succes
- durven minder
- moeilijk aanvaarden
- vermijden ( vaak) contact met andere
Lichaamsbeeld
- geheel van gedachten, percepties, houdingen en gevoelens over eigen fysieke verschijnen en handelen
lichaamsbeeld beïnvloed door:
- reactie anderen
- populaire cultuur -> onrealistisch ideaal beeld
populaire cultuur Man
- y figuur
- smalle taille
- brede schouders
- six pack
populaire cultuur Vrouw
- 90,60,90
- slank
- haarloos lichaam
- lang hoofdhaar
- aantrekkelijke borsten en billen
wat is de reactie van anderen bij het lichaamsbeeld?
- bodyshaming/ fatshaming
negatief zelfbeeld
- schaamte en schuld
- minderwaardig
- camouflage
- ontwijking/ vermijdingsgedrag
extreem negatief lichaamsbeeld
- eetstoornissen
- extreem sporten
- letten op eten
- wat je eet overgeven
Waarom hebben adolescenten vaak een negatief zelfbeeld?
- rijping -> puberteit
- zeer dominant aanwezig
- lichaamsbeeld -> heel belangrijk
- grote invloed totale zelfbeeld
- latere leeftijd -> leren relativeren
- vergelijkt lichaam met schoonheidsidealen
Waarom hebben meisjes vooral een negatief zelfbeeld
- grotere gewichtstoename
- rondere vormen
- vergelijken met westerse schoonheidsideaal
negatief zelfbeeld met jongens
- fysiek vaardig
- atletische mogelijkheden
kenmerken jongens die vroeg rijp zijn
- positiever bekeken
- positiever zelfbeeld
- positiever ingesteld
- makkelijker als leider
- meer kans om op het slechte pad te gaan
kenmerken jongens die laat rijp zijn
- vaker afgewezen voelen
- afhankelijk zijn + meer gedomineerd
- minder kans op succes bij meisjes
- negatief zelfbeeld
- minderwaardigheidsgevoelens
kenmerken meisjes die vroeg rijp zijn
- verlegen
- ongemakkelijk
- verschillen in grootte, gewicht,figuur -> leeftijdsgenoten
- kleding aanpassen/verbergen
kenmerken meisjes die laat rijp zijn
- slecht voelen
- hoe meer afwijken gemiddelde leeftijd -> hoe slechter kans slecht voelen
Zelfeffectiviteit
het geloof in het vermogen om handelingen te stellen om een doel te bereiken maar het niet per se halen
Bandura Albert
- canadese psycholoog
- mensen zijn actieve wezens en handelen in context
- met vaardigheden handelen is essentieel
- onze omgeving is niet stabiel -> aanpassen
- zelfeffectiviteit -> belangrijke rol dagelijks handelen
Hoge zelfeffectiviteit
- sneller moeilijke taak aangaan
- behapbaar/ realiseerbaar beschouwen
- weerbaar tegen obstakels
- vergroot motivatie
lage zelfeffectiviteit
- taak ontwijken/ uitstellen
- taak moeilijker inschatten
- slecht omgaan tegen obstakels
- uitstelgedrag
- weinig motivatie
effect attributie op zelfeffectiviteit
- hoge: externe attributie
- lage: interne attributie
zelfeffectiviteit beïnvloedbaar
- succeservaringen
- modeleren
- aanmoediging
-fysiologische conditie
invloed genetische factoren van persoonlijkheid
- nature
- pedagogisch pessimisme
invloed omgevingsfactoren van persoonlijkheid
- nurture
- pedagogisch optimisme
invloed opvoeding op persoonlijkheid
- bepaalde opvoedingsstijl -> effect op gedrag, psychosociale ontwikkelen en persoonlijkheid
verschillende opvoedingsstijlen
- autoritaire opvoedingsstijl
- democratische opvoedingsstijl
- permissief toegeeflijk opvoedingsstijl
- permissief onverschillige opvoedingsstijl
Wie staat er centraal bij autoritaire opvoedingsstijl
- weinig overleg met de adolescent
- ouders vewachten dat de adolescent hun ideëen volgt
mate van controle autoritaire opvoedingsstijl
- veel controle
- veel eisen
bij een overtreding volgt een straf
effecten psychosociale ontwikkeling autoritaire opvoedingsstijl
- gebrek aan initiatief
- niet goed in overleg met anderen
- kan beginnen rebeleren
Wie staat er centraal bij democratische opvoedingsstijl
- veel overleg
- zelfstandigheid wordt aangemoedigd
- ouder gaat met een warme manier om met het kind
mate van controle democratische opvoedingsstijl
- controleren of de gemaakte afspraken worden nageleefd
- stellen grenzen en eisen
effecten psychosociale ontwikkeling democratische opvoedingsstijl
- krijgt zelfvertouwen
- krijgt verantwoordelijkheidsgevoel
- verkrijgt sociale vaardigheden
Wie staat er centraal bij permissief toegeeflijk opvoedingsstijl
- kind mag zijn zin doen
- geluk van de adolescent staat centraal
- ouders zijn emotioneel betrokken bij de jongere
mate van controle bij permissief toegeeflijk opvoedingsstijl
- ouders controleren weinig
- stellen weinig eisen
effecten psychosociale ontwikkeling permissief toegeeflijk opvoedingsstijl
- weinig conflicten, jongeren leert hier niet mee omgaan
- moeilijk aan regels houden
- gebrek aan zelfbeheersing
- moeilijk verantwoordelijkheid nemen
wie staat er centraal bij permissief onverschillige opvoedingsstijl
- kind mag zijn zin doen
- ouders zijn weinig betrokken, weinig geïntereseerd
mate van controle bij permissief onverschillige opvoedingsstijl
- ouders controleren weinig
- stellen weinig eisen
effecten psychosociale ontwikkeling permissief onverschillige opvoedingsstijl
- weinig conflicten, jongeren leert hier niet mee omgaan
- moeilijk aan regels houden
- gebrek aan zelfbeheersing
- moeilijk verantwoordelijkheid nemen
invloed traumatische gebeurtenissen op persoonlijkheid
- schokkende gebeurtenis die niet goed verwerkt is -> kan leiden tot trauma
- niet altijd zelf megemaakt
wisselwerking tussen genetische en omgevingsfactoren
- nature EN nurture -> persoonlijkheid is dynamisch
- interactionele visie
invloed zelfbepaling op persoonlijkheid
- andere ontwikkelingsfactoren -> weinig invloed
- toch ook een eigen verantwoordelijkheid
- derde belangrijke factor
welke 3 begrippen heb je bij het ontvangen van een prikkel
- activatie: actiebereid, emotioneel gedrag, expressie
- fysiologische opwinding
- subjectieve beleving
welke 6 basis emoties zijn er?
- Afkeer: iets niet aanstaat
- angst: schrikt of bang
- blijheid: gelukkig
- boosheid: vijand/haatgevoelens
- verbazing: plots
- verdriet: droevig
fysiologische opwinding bij afkeer
- bovenlip gekrult en neus opgetrokken om neusgaten af te sluiten
fysiologische opwinding bij angst
- bloed gaat naar spieren om te kunnen vluchten
- lichaam gaat stokstijf stilstaan om te denken
- je lichaam maakt adrenaline aan: vechten of vluchten
fysiologische opwinding bij Blijheid
- endorfine en serotine worden aangemaakt
- hartslag versnelt en bloeddruk gaat omhoog: energie
- lichaam en geest ontspannen
fysiologische opwinding bij boosheid
- hartslag versnelt en bloeddruk gaat omhoog: energie
- bloed naar handen en spieren spannen op: vechten
- adrenaline wordt aangemaakt: alerter
fysiologische opwinding bij verbazing
- wenkbrauwen naar omhoog en ogen wijd om blikveld te vergroten voor meer info
fysiologische opwinding bij verdriet
- vermindering energie om te rouwen
- tranen ontstaan: opluchting
welke visies zijn er ( emoties en verstand)
- rationalisme
- romantische visie
- darwinistische visie
- huidige visie
wat is het rationalisme
- verstand belangrijker als emoties
- zo min mogelijk bezig emoties
- dualistische visie
wat is het romantische visie
- emoties belangrijker dan verstand
- emoties zijn natuur
- verstand is cultuur
wat is het darwinistische visie
- wisselwerking tussen de twee
- functioneel
wat is het huidige visie
- enkel hersenen
- joseph ledoux
- amygdalae
functies emoties
- waarschuwingsfuncite: info omg: veilig, niet veilig
- aanpassingsfunctie: aanzetten tot handelen, geven energie, onthouden bepaalde ervaringen
- communicatie functie: gevoel gepast?, verbergen -> lichaamstaal
Wanneer emoties uiten goed?
- individu: opluchten, ververken
- relatie anderen verbeteren
- productief
wanner emoties uiten slecht?
- contraproductief
hoe emoties bedwingen of controleren
- emotieregulatie:
- zelfregulatie: controle zelf
- sociale regulatie: impact omgeving
- verstand: meeste voordelen en minste nadelen
Motivatie:
- factoren die je gedrag stimuleren of afremmen
- instrinsieke
- extrinsieke
Motivatie vermijden
- voorkomen ( actief)
- ontlopen (passief)
motivatie toenadering
- nastreven (actief)
- behouden (passief)
Motivatie conflicten
- toenaderings-toenaderings conflict
- vermijdings-vermijdings conflict
- toenaderings- vermijdings conflict
wat is veerkracht?
hoe je omgaat met tegenslagen en veranderingen
welke 2 begrippen heeft veerkracht?
draaglasten en draagkrachten
wat is coping
een bepaalde handeling die je maakt om ervoor te zorgen dat je minder spanning ervaart
welke combinaties kunnen er gemaakt worden bij coping?
- probleemoplossend
- emotiegericht
- actief
- passief
welke coping strategieën zijn er?
- adaptieve coping: opbouwen, aanpassen
- distructieve coping: agressie of disociatie
wat is dissociatie
je loskoppelen van het gene dat je spanning geeft
Sociale positie is:
je plaats tov anderen
sociale rol is:
verwachtingen bij een bepaalde positie
rolset is:
verwante rollen gekoppeld aan 1 specifieke rol
rolrelatie is:
verwachtingen die aan elkaar gekoppeld zijn
sociale structuur is:
- beschrijving
- in overeenkomst/ niet in overeenkomst
- meerdere posities is meer verwachtingen
- norm niet gerespecteerd dan wijk je af en ontstaat er spanning
problemen: rolspanning
geheel van verwachtingen van 1 rol zijn teveel
problemen: rollenconflict
meedere rollen niet gecombineerd krijgen
problemen: oplossingen
- excuus zoeken
- rolafbakening
- organiseren
- roldelegatie
- rol op geven
wat is een sociale status?
een vorm van waardering van je sociale positie die je in de SL inneemt
wanneer heeft je sociale status een hoge waardering?
- een hoge begerenswaardigheid
- veel verwachtingen
- uitblinkt, er heel goed in bent
wat is een toegeschreven status
zonder iets te doen die status te krijgen
Wat is een verworven status?
de heel hard te werken die status te krijgen
Welke 7 categorieën van sociale groepen
- leetijd
- geslacht/gender
- geaardheid
- fysieke en psychische conditie
- etnische afkomst
- religieuze overtuiging
wat doet een sociale groep
- bepaald welke gedrag we (kunnen) stellen
- gestuurd gedrag
Primaire groepen
- directe communicatie met elkaar
- onduidelijk doel
- samenhorigheidsgevoel is sterk
- kan lang of kort duren
- de leden zijn niet vervangbaar
Secundaire groepen
- indirecte communicatie met elkaar
- duidelijk doel
- samenhorigheidsgevoel is matig of niet aanwezig
- duurt lang
- leden zijn vervangbaar
wat is een referentiegroep
- vergelijkingsgroep
- referentiekader: bepalen of evalueren gedrag
- sterke invloed: kennis, gevoelens, W en N
- niet lid --> imiteren
Wat is een ingroup
- psychisch geïdentificeert als lid
Wat is een outgroup
- psyichisch niet geïdentificeerd als lid
Wat is het gezin
- sociale institutie
- waar je geboren wordt
- waar je opgevoed wordt
- leert functioneren
- belangrijk voor een individu voor later in de maatschappij
soorten gezinnen
- kerngezin
- eenoudergezin
- nieuw samengesteld gezin
- adoptiegezin
- pleeggezin
- holebigezin
- kerngezin met inwonende derde
wie zit er allemaal in het kerngezin
- ouders
- kinderen
hoe is het kerngezin ontstaan
- eerst waren er primaten waar de man beschermer en voorziener was en de vrouw zorgde voor de kinderen
- ze moesten hun voedsel delen om te overleven
- zo moesten ook samenwerken dus de mannen gingen samen jagen voor grotere overlevingskansen en deelde dan hun opbrengst. De vrouwen werden uitgewisselt voor een betere SL en minder conflicten
- zo onstond de primaire huwelijksvorm waar er onderhandelingen werden gemaakt zodat de hechtheid tussen de man en de vrouw verzekerd was. Het waren groepsbeslissingen dus er was weinig keuze
hoe is het kerngezin ontstaan: conclusie
- gezinsstructuur wordt bepaald door maatschappelijke factoren ( invloed SL)
- Kan veranderen door de wijzigende sociale processen
wie zit er allemaal in het eenoudergezin
- 1 ouder
- 2 keer 1 ouder ( co-ouderschap)
wie zit er allemaal in het adoptiegezin
- ouders
- volwaardig nieuw lid van het binnen land of buitenland
wie zit er allemaal in het pleegezin
- ouders
- tijdelijk kind --> problematische opvoedingssituatie
wie zit er allemaal in het holebigezin
- 2 mannen / 2 vrouwen
- 2003: huwelijk
- 2006: juridisch ouder
wie zit er allemaal in het kerngezin met een inwonende derde
- ouders
- kinderen
- familielid
welke functies heeft het gezin?
- voortplantingsfunctie
- economische functie
- opvoedings- en socialisatiefunctie
welke functies heeft het gezin: voortplantingsfunctie
- voortplanten om te blijven bestaan
- geboortecijfer is gedaald sinds 1965
- dentaliteit --> extreme daling geboortecijfer
- babyboom --> extreme stijging
- minimaalreproductiecijfer: 2,1