Sociologie en spychologie hoofdstuk 3 deel 2, emoties hoofdstuk 5, gestructureerd en beïnvloed gedrag hoofdstuk 6, S en P hoofdstuk 4 gezin en school, juridisch veld s en p

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/136

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 1:48 PM on 6/11/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

137 Terms

1
New cards

zelfwaardering

positieve/negatieve waarde koppelen aan zelfconcept

-> gedrag + mentale processen beïnvloeden

2
New cards

Positieve zelfwaardering

- makkelijk contact leggen/ durven veel

- meer kans op succes

- aanvaarden

- tegen een stootje kunnen

3
New cards

negatieve zelfwaardering

- op zichzelf teruggetrokken

- onzeker, angstig

- twijfelen aan zichzelf -> minder kans op succes

- durven minder

- moeilijk aanvaarden

- vermijden ( vaak) contact met andere

4
New cards

Lichaamsbeeld

- geheel van gedachten, percepties, houdingen en gevoelens over eigen fysieke verschijnen en handelen

5
New cards

lichaamsbeeld beïnvloed door:

- reactie anderen

- populaire cultuur -> onrealistisch ideaal beeld

6
New cards

populaire cultuur Man

- y figuur

- smalle taille

- brede schouders

- six pack

7
New cards

populaire cultuur Vrouw

- 90,60,90

- slank

- haarloos lichaam

- lang hoofdhaar

- aantrekkelijke borsten en billen

8
New cards

wat is de reactie van anderen bij het lichaamsbeeld?

- bodyshaming/ fatshaming

9
New cards

negatief zelfbeeld

- schaamte en schuld

- minderwaardig

- camouflage

- ontwijking/ vermijdingsgedrag

10
New cards

extreem negatief lichaamsbeeld

- eetstoornissen

- extreem sporten

- letten op eten

- wat je eet overgeven

11
New cards

Waarom hebben adolescenten vaak een negatief zelfbeeld?

- rijping -> puberteit

- zeer dominant aanwezig

- lichaamsbeeld -> heel belangrijk

- grote invloed totale zelfbeeld

- latere leeftijd -> leren relativeren

- vergelijkt lichaam met schoonheidsidealen

12
New cards

Waarom hebben meisjes vooral een negatief zelfbeeld

- grotere gewichtstoename

- rondere vormen

- vergelijken met westerse schoonheidsideaal

13
New cards

negatief zelfbeeld met jongens

- fysiek vaardig

- atletische mogelijkheden

14
New cards

kenmerken jongens die vroeg rijp zijn

- positiever bekeken

- positiever zelfbeeld

- positiever ingesteld

- makkelijker als leider

- meer kans om op het slechte pad te gaan

15
New cards

kenmerken jongens die laat rijp zijn

- vaker afgewezen voelen

- afhankelijk zijn + meer gedomineerd

- minder kans op succes bij meisjes

- negatief zelfbeeld

- minderwaardigheidsgevoelens

16
New cards

kenmerken meisjes die vroeg rijp zijn

- verlegen

- ongemakkelijk

- verschillen in grootte, gewicht,figuur -> leeftijdsgenoten

- kleding aanpassen/verbergen

17
New cards

kenmerken meisjes die laat rijp zijn

- slecht voelen

- hoe meer afwijken gemiddelde leeftijd -> hoe slechter kans slecht voelen

18
New cards

Zelfeffectiviteit

het geloof in het vermogen om handelingen te stellen om een doel te bereiken maar het niet per se halen

19
New cards

Bandura Albert

- canadese psycholoog

- mensen zijn actieve wezens en handelen in context

- met vaardigheden handelen is essentieel

- onze omgeving is niet stabiel -> aanpassen

- zelfeffectiviteit -> belangrijke rol dagelijks handelen

20
New cards

Hoge zelfeffectiviteit

- sneller moeilijke taak aangaan

- behapbaar/ realiseerbaar beschouwen

- weerbaar tegen obstakels

- vergroot motivatie

21
New cards

lage zelfeffectiviteit

- taak ontwijken/ uitstellen

- taak moeilijker inschatten

- slecht omgaan tegen obstakels

- uitstelgedrag

- weinig motivatie

22
New cards

effect attributie op zelfeffectiviteit

- hoge: externe attributie

- lage: interne attributie

23
New cards

zelfeffectiviteit beïnvloedbaar

- succeservaringen

- modeleren

- aanmoediging

-fysiologische conditie

24
New cards

invloed genetische factoren van persoonlijkheid

- nature

- pedagogisch pessimisme

25
New cards

invloed omgevingsfactoren van persoonlijkheid

- nurture

- pedagogisch optimisme

26
New cards

invloed opvoeding op persoonlijkheid

- bepaalde opvoedingsstijl -> effect op gedrag, psychosociale ontwikkelen en persoonlijkheid

27
New cards

verschillende opvoedingsstijlen

- autoritaire opvoedingsstijl

- democratische opvoedingsstijl

- permissief toegeeflijk opvoedingsstijl

- permissief onverschillige opvoedingsstijl

28
New cards

Wie staat er centraal bij autoritaire opvoedingsstijl

- weinig overleg met de adolescent

- ouders vewachten dat de adolescent hun ideëen volgt

29
New cards

mate van controle autoritaire opvoedingsstijl

- veel controle

- veel eisen

bij een overtreding volgt een straf

30
New cards

effecten psychosociale ontwikkeling autoritaire opvoedingsstijl

- gebrek aan initiatief

- niet goed in overleg met anderen

- kan beginnen rebeleren

31
New cards

Wie staat er centraal bij democratische opvoedingsstijl

- veel overleg

- zelfstandigheid wordt aangemoedigd

- ouder gaat met een warme manier om met het kind

32
New cards

mate van controle democratische opvoedingsstijl

- controleren of de gemaakte afspraken worden nageleefd

- stellen grenzen en eisen

33
New cards

effecten psychosociale ontwikkeling democratische opvoedingsstijl

- krijgt zelfvertouwen

- krijgt verantwoordelijkheidsgevoel

- verkrijgt sociale vaardigheden

34
New cards

Wie staat er centraal bij permissief toegeeflijk opvoedingsstijl

- kind mag zijn zin doen

- geluk van de adolescent staat centraal

- ouders zijn emotioneel betrokken bij de jongere

35
New cards

mate van controle bij permissief toegeeflijk opvoedingsstijl

- ouders controleren weinig

- stellen weinig eisen

36
New cards

effecten psychosociale ontwikkeling permissief toegeeflijk opvoedingsstijl

- weinig conflicten, jongeren leert hier niet mee omgaan

- moeilijk aan regels houden

- gebrek aan zelfbeheersing

- moeilijk verantwoordelijkheid nemen

37
New cards

wie staat er centraal bij permissief onverschillige opvoedingsstijl

- kind mag zijn zin doen

- ouders zijn weinig betrokken, weinig geïntereseerd

38
New cards

mate van controle bij permissief onverschillige opvoedingsstijl

- ouders controleren weinig

- stellen weinig eisen

39
New cards

effecten psychosociale ontwikkeling permissief onverschillige opvoedingsstijl

- weinig conflicten, jongeren leert hier niet mee omgaan

- moeilijk aan regels houden

- gebrek aan zelfbeheersing

- moeilijk verantwoordelijkheid nemen

40
New cards

invloed traumatische gebeurtenissen op persoonlijkheid

- schokkende gebeurtenis die niet goed verwerkt is -> kan leiden tot trauma

- niet altijd zelf megemaakt

41
New cards

wisselwerking tussen genetische en omgevingsfactoren

- nature EN nurture -> persoonlijkheid is dynamisch

- interactionele visie

42
New cards

invloed zelfbepaling op persoonlijkheid

- andere ontwikkelingsfactoren -> weinig invloed

- toch ook een eigen verantwoordelijkheid

- derde belangrijke factor

43
New cards

welke 3 begrippen heb je bij het ontvangen van een prikkel

- activatie: actiebereid, emotioneel gedrag, expressie

- fysiologische opwinding

- subjectieve beleving

44
New cards

welke 6 basis emoties zijn er?

- Afkeer: iets niet aanstaat

- angst: schrikt of bang

- blijheid: gelukkig

- boosheid: vijand/haatgevoelens

- verbazing: plots

- verdriet: droevig

45
New cards

fysiologische opwinding bij afkeer

- bovenlip gekrult en neus opgetrokken om neusgaten af te sluiten

46
New cards

fysiologische opwinding bij angst

- bloed gaat naar spieren om te kunnen vluchten

- lichaam gaat stokstijf stilstaan om te denken

- je lichaam maakt adrenaline aan: vechten of vluchten

47
New cards

fysiologische opwinding bij Blijheid

- endorfine en serotine worden aangemaakt

- hartslag versnelt en bloeddruk gaat omhoog: energie

- lichaam en geest ontspannen

48
New cards

fysiologische opwinding bij boosheid

- hartslag versnelt en bloeddruk gaat omhoog: energie

- bloed naar handen en spieren spannen op: vechten

- adrenaline wordt aangemaakt: alerter

49
New cards

fysiologische opwinding bij verbazing

- wenkbrauwen naar omhoog en ogen wijd om blikveld te vergroten voor meer info

50
New cards

fysiologische opwinding bij verdriet

- vermindering energie om te rouwen

- tranen ontstaan: opluchting

51
New cards

welke visies zijn er ( emoties en verstand)

- rationalisme

- romantische visie

- darwinistische visie

- huidige visie

52
New cards

wat is het rationalisme

- verstand belangrijker als emoties

- zo min mogelijk bezig emoties

- dualistische visie

53
New cards

wat is het romantische visie

- emoties belangrijker dan verstand

- emoties zijn natuur

- verstand is cultuur

54
New cards

wat is het darwinistische visie

- wisselwerking tussen de twee

- functioneel

55
New cards

wat is het huidige visie

- enkel hersenen

- joseph ledoux

- amygdalae

56
New cards

functies emoties

- waarschuwingsfuncite: info omg: veilig, niet veilig

- aanpassingsfunctie: aanzetten tot handelen, geven energie, onthouden bepaalde ervaringen

- communicatie functie: gevoel gepast?, verbergen -> lichaamstaal

57
New cards

Wanneer emoties uiten goed?

- individu: opluchten, ververken

- relatie anderen verbeteren

- productief

58
New cards

wanner emoties uiten slecht?

- contraproductief

59
New cards

hoe emoties bedwingen of controleren

- emotieregulatie:

- zelfregulatie: controle zelf

- sociale regulatie: impact omgeving

- verstand: meeste voordelen en minste nadelen

60
New cards

Motivatie:

- factoren die je gedrag stimuleren of afremmen

- instrinsieke

- extrinsieke

61
New cards

Motivatie vermijden

- voorkomen ( actief)

- ontlopen (passief)

62
New cards

motivatie toenadering

- nastreven (actief)

- behouden (passief)

63
New cards

Motivatie conflicten

- toenaderings-toenaderings conflict

- vermijdings-vermijdings conflict

- toenaderings- vermijdings conflict

64
New cards

wat is veerkracht?

hoe je omgaat met tegenslagen en veranderingen

65
New cards

welke 2 begrippen heeft veerkracht?

draaglasten en draagkrachten

66
New cards

wat is coping

een bepaalde handeling die je maakt om ervoor te zorgen dat je minder spanning ervaart

67
New cards

welke combinaties kunnen er gemaakt worden bij coping?

- probleemoplossend

- emotiegericht

- actief

- passief

68
New cards

welke coping strategieën zijn er?

- adaptieve coping: opbouwen, aanpassen

- distructieve coping: agressie of disociatie

69
New cards

wat is dissociatie

je loskoppelen van het gene dat je spanning geeft

70
New cards

Sociale positie is:

je plaats tov anderen

71
New cards

sociale rol is:

verwachtingen bij een bepaalde positie

72
New cards

rolset is:

verwante rollen gekoppeld aan 1 specifieke rol

73
New cards

rolrelatie is:

verwachtingen die aan elkaar gekoppeld zijn

74
New cards

sociale structuur is:

- beschrijving

- in overeenkomst/ niet in overeenkomst

- meerdere posities is meer verwachtingen

- norm niet gerespecteerd dan wijk je af en ontstaat er spanning

75
New cards

problemen: rolspanning

geheel van verwachtingen van 1 rol zijn teveel

76
New cards

problemen: rollenconflict

meedere rollen niet gecombineerd krijgen

77
New cards

problemen: oplossingen

- excuus zoeken

- rolafbakening

- organiseren

- roldelegatie

- rol op geven

78
New cards

wat is een sociale status?

een vorm van waardering van je sociale positie die je in de SL inneemt

79
New cards

wanneer heeft je sociale status een hoge waardering?

- een hoge begerenswaardigheid

- veel verwachtingen

- uitblinkt, er heel goed in bent

80
New cards

wat is een toegeschreven status

zonder iets te doen die status te krijgen

81
New cards

Wat is een verworven status?

de heel hard te werken die status te krijgen

82
New cards

Welke 7 categorieën van sociale groepen

- leetijd

- geslacht/gender

- geaardheid

- fysieke en psychische conditie

- etnische afkomst

- religieuze overtuiging

83
New cards

wat doet een sociale groep

- bepaald welke gedrag we (kunnen) stellen

- gestuurd gedrag

84
New cards

Primaire groepen

- directe communicatie met elkaar

- onduidelijk doel

- samenhorigheidsgevoel is sterk

- kan lang of kort duren

- de leden zijn niet vervangbaar

85
New cards

Secundaire groepen

- indirecte communicatie met elkaar

- duidelijk doel

- samenhorigheidsgevoel is matig of niet aanwezig

- duurt lang

- leden zijn vervangbaar

86
New cards

wat is een referentiegroep

- vergelijkingsgroep

- referentiekader: bepalen of evalueren gedrag

- sterke invloed: kennis, gevoelens, W en N

- niet lid --> imiteren

87
New cards

Wat is een ingroup

- psychisch geïdentificeert als lid

88
New cards

Wat is een outgroup

- psyichisch niet geïdentificeerd als lid

89
New cards

Wat is het gezin

- sociale institutie

- waar je geboren wordt

- waar je opgevoed wordt

- leert functioneren

- belangrijk voor een individu voor later in de maatschappij

90
New cards

soorten gezinnen

- kerngezin

- eenoudergezin

- nieuw samengesteld gezin

- adoptiegezin

- pleeggezin

- holebigezin

- kerngezin met inwonende derde

91
New cards

wie zit er allemaal in het kerngezin

- ouders

- kinderen

92
New cards

hoe is het kerngezin ontstaan

- eerst waren er primaten waar de man beschermer en voorziener was en de vrouw zorgde voor de kinderen

- ze moesten hun voedsel delen om te overleven

- zo moesten ook samenwerken dus de mannen gingen samen jagen voor grotere overlevingskansen en deelde dan hun opbrengst. De vrouwen werden uitgewisselt voor een betere SL en minder conflicten

- zo onstond de primaire huwelijksvorm waar er onderhandelingen werden gemaakt zodat de hechtheid tussen de man en de vrouw verzekerd was. Het waren groepsbeslissingen dus er was weinig keuze

93
New cards

hoe is het kerngezin ontstaan: conclusie

- gezinsstructuur wordt bepaald door maatschappelijke factoren ( invloed SL)

- Kan veranderen door de wijzigende sociale processen

94
New cards

wie zit er allemaal in het eenoudergezin

- 1 ouder

- 2 keer 1 ouder ( co-ouderschap)

95
New cards

wie zit er allemaal in het adoptiegezin

- ouders

- volwaardig nieuw lid van het binnen land of buitenland

96
New cards

wie zit er allemaal in het pleegezin

- ouders

- tijdelijk kind --> problematische opvoedingssituatie

97
New cards

wie zit er allemaal in het holebigezin

- 2 mannen / 2 vrouwen

- 2003: huwelijk

- 2006: juridisch ouder

98
New cards

wie zit er allemaal in het kerngezin met een inwonende derde

- ouders

- kinderen

- familielid

99
New cards

welke functies heeft het gezin?

- voortplantingsfunctie

- economische functie

- opvoedings- en socialisatiefunctie

100
New cards

welke functies heeft het gezin: voortplantingsfunctie

- voortplanten om te blijven bestaan

- geboortecijfer is gedaald sinds 1965

- dentaliteit --> extreme daling geboortecijfer

- babyboom --> extreme stijging

- minimaalreproductiecijfer: 2,1