AIP Week 2, 3.1-3.11,3.13,3.14 4.1-4.8, 5.1-5.7

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/74

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 1:36 PM on 9/12/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

75 Terms

1
New cards

Centraal zenuwstelsel (CZS)

de hersenen en het ruggenmerg

2
New cards

Perifeer zenuwstelsel (PZS)

Alle zenuwcellen in het lichaam die geen deel uitmaken van het centraal zenuwstelsel. Het perifeer zenuwstelsel omvat het somatisch en het autonoom zenuwstelsel


3
New cards

Neuronen

De basiseenheden van het zenuwstelsel; cellen die informatie ontvangen, integreren en doorgeven. Ze werken via elektrische impulsen, communiceren met andere neuronen via chemische signalen en vormen neurale netwerken

4
New cards

Dendrieten

vertakkingen van de neuron die informatie van andere neuronen waarnemen

5
New cards

Cellichaam

de plek in de neuron waar informatie van duizenden andere neuronen wordt verzameld en geïntegreerd

6
New cards

Axon

een lange, smalle uitgroei van een neuron waarmee informatie van het cellichaam naar de eindknopjes wordt geleid

7
New cards

Eindknopjes

aan de uiteinden van axonen bevinden zich kleine knobbeltjes die chemische signalen van de neuron afgeven aan de synaps

8
New cards

Synaps

de opening tussen de eindknopjes van een ‘zendend’ neuron en de dendrieten van een ‘ontvangend’ neuron, waar chemische communicatie tussen de neuronen plaatsvindt

9
New cards

Actiepotentiaal

Het elektrische signaal dat langs het axon loopt en vervolgens de afgifte van chemische stoffen uit de eindknopjes veroorzaakt


10
New cards

Rustmembraanpotentiaal

De elektrische lading van een neuron wanneer het niet actief is

11
New cards

Relatieve refractaire periode

De korte periode na een actiepotentiaal waarin de membraanpotentiaal van een neuron negatiever is, oftewel hypergepolariseerd, waardoor het moeilijker is om opnieuw te vuren

12
New cards

Alles-of-niets-principe

Het principe dat wanneer een neuron vuren, het dit elke keer met dezelfde kracht doet; een neuron vuurt ofwel wel, ofwel niet, hoewel de frequentie van het vuren kan variëren

13
New cards

absolute refractaire periode

De korte periode na een actiepotentiaal waarin het ionkanaal niet in staat is om opnieuw te reageren

14
New cards

myelineschede

Een vetachtig materiaal dat bestaat uit gliacellen en dat sommige axonen isoleert, waardoor elektrische impulsen sneller langs het axon kunnen worden doorgegeven

15
New cards

knooppunten van Ranvier

Kleine openingen in het blootliggende axon tussen de segmenten van de myelineschede, waar actiepotentialen plaatsvinden

16
New cards

Neurotransmitters

Chemische stoffen die signalen van de ene neuron naar de andere doorgeven

17
New cards

Receptoren

In neuronen: gespecialiseerde eiwitmoleculen op het postsynaptische membraan; neurotransmitters binden zich aan deze moleculen nadat ze de synaps zijn gepasseerd

18
New cards

Reuptake

Het proces waarbij een neurotransmitter wordt teruggenomen in de presynaptische eindknopjes, waardoor de werking ervan wordt gestopt

19
New cards

Broca’s gebied

Een klein deel van de linker frontale kwab van de hersenen dat cruciaal is voor de taalproductie

20
New cards

Elektro-encefalografie (EEG)

Een techniek voor het meten van elektrische activiteit in de hersenen

21
New cards

Positronemissietomografie (PET)

Een methode voor hersenscans waarmee de metabolische activiteit wordt beoordeeld door middel van een radioactieve stof die in de bloedbaan wordt geïnjecteerd

22
New cards

Magnetische resonantiebeeldvorming (MRI)

Een methode voor hersenscans waarbij een krachtig magnetisch veld wordt gebruikt om beelden van hoge kwaliteit van de hersenen te produceren

23
New cards

Functionele magnetische resonantiebeeldvorming (fMRI)

Een beeldvormingstechniek die wordt gebruikt om veranderingen in de activiteit van de werkende menselijke hersenen te onderzoeken door veranderingen in het zuurstofgehalte van het bloed te meten

24
New cards

transcraniële magnetische stimulatie (TMS)

het gebruik van sterke magneten om de normale hersenactiviteit kortstondig te onderbreken, met als doel hersengebieden te bestuderen

25
New cards

hersenschors/cerebral cortex

De buitenste laag van het hersenweefsel, die het gegroefde oppervlak van de hersenen vormt; de plaats waar alle gedachten, waarnemingen en complex gedrag plaatsvinden

26
New cards

Corpus callosum

Een enorme brug van miljoenen axonen die de hersenhelften met elkaar verbindt en ervoor zorgt dat informatie tussen beide helften kan stromen

27
New cards

Occipitale kwabben

Gebieden van de hersenschors – aan de achterkant van de hersenen – belangrijk voor het gezichtsvermogen

28
New cards

Pariëtale kwabben

Gebieden van de hersenschors – vóór de occipitale kwabben en achter de frontale kwabben – belangrijk voor de tastzin en voor de aandacht voor de omgeving

29
New cards

Temporale kwabben

Gebieden van de hersenschors – onder de pariëtale kwabben – belangrijk voor beweging en hogere psychologische processen die verband houden met de prefrontale cortex

30
New cards

Prefrontale cortex

Het voorste deel van de frontale kwabben, dat vooral bij mensen prominent aanwezig is; belangrijk voor aandacht, werkgeheugen, besluitvorming, gepast sociaal gedrag en persoonlijkheid

31
New cards

Gespleten brein

Een aandoening die optreedt wanneer het corpus callosum chirurgisch wordt doorgesneden en de twee hersenhelften geen informatie rechtstreeks van elkaar ontvangen


32
New cards

Insula


Het deel van de hersenschors dat in de laterale fissuur ligt; belangrijk voor smaak, pijn, de waarneming van lichamelijke toestanden en empathie

33
New cards

thalamus

de poort naar de hersenen; deze ontvangt vrijwel alle binnenkomende zintuiglijke informatie voordat die informatie de cortex bereikt

34
New cards


Hypothalamus

Een hersenstructuur die betrokken is bij de regulering van lichaamsfuncties, waaronder lichaamstemperatuur, lichaamsritmes, bloeddruk en bloedglucosespiegels; hij beïnvloedt ook ons basisgedrag dat door motivatie wordt aangestuurd

35
New cards

Hippocampus

Een hersenstructuur die verband houdt met het vormen van herinneringen

36
New cards

Amygdala

Een hersenstructuur die een cruciale rol speelt bij het leren koppelen van dingen aan emotionele reacties en bij de verwerking van emotionele informatie

37
New cards

Basale ganglia

Een systeem van subcorticale structuren die belangrijk zijn voor het plannen en uitvoeren van bewegingen

38
New cards

Hersenstam

Een verlengstuk van het ruggenmerg; hierin bevinden zich structuren die functies regelen die verband houden met overleven, zoals hartslag, ademhaling, slikken, braken, plassen en orgasme

39
New cards

Cerebellum (kleine hersenen)

Een grote, gegroefde uitstulping aan de achterzijde van de hersenstam; deze is essentieel voor gecoördineerde bewegingen en evenwicht

40
New cards

Somatisch zenuwstelsel (SNS)

Een onderdeel van het perifere zenuwstelsel; het verzendt sensorische signalen tussen het centrale zenuwstelsel en de huid, spieren en gewrichten

41
New cards

Autonoom zenuwstelsel (ANS)

Een onderdeel van het perifere zenuwstelsel; het verzendt sensorische en motorische signalen tussen het centrale zenuwstelsel en de klieren en inwendige organen van het lichaam

42
New cards

Sympathische divisie

Een divisie van het autonome zenuwstelsel; deze bereidt het lichaam voor op actie

43
New cards

Parasympathische divisie

Een divisie van het autonome zenuwstelsel; deze brengt het lichaam terug naar zijn rusttoestand

44
New cards

Plasticiteit

Een eigenschap van de hersenen waardoor deze kunnen veranderen als gevolg van ervaringen of letsel

45
New cards

Genexpressie –

Of een bepaald gen is in- of uitgeschakeld

46
New cards

Bewustzijn

De subjectieve ervaring die iemand van moment tot moment van de wereld heeft

47
New cards

Veranderingsblindheid

Het niet opmerken van grote veranderingen in de eigen omgeving

48
New cards

Endogene aandacht

Aandacht die vrijwillig wordt gericht

49
New cards

Exogene aandacht

Aandacht die onvrijwillig door een prikkel wordt gestuurd

50
New cards

Priming

Een vergemakkelijking van de reactie op een prikkel als gevolg van recente ervaring met die prikkel of een verwante prikkel

51
New cards

Subliminale waarneming

De verwerking van informatie door zintuiglijke systemen, zonder dat men zich hiervan bewust is

52
New cards

Meditatie

Een mentale oefening waarbij de aandacht wordt gericht op een extern object, een interne gebeurtenis of een gevoel van bewustzijn

53
New cards

Hypnose

Een sociale interactie waarbij een persoon, in reactie op suggesties, veranderingen ervaart in de waarneming van herinneringen en/of in vrijwillige handelingen.

54
New cards

Circadiane ritmes

Biologische patronen die zich met regelmatige tussenpozen voordoen als functie van het tijdstip van de dag.

55
New cards

REM-slaap

De slaapfase die wordt gekenmerkt door snelle oogbewegingen, verlamming van de motorische systemen en dromen.

56
New cards

Dromen

Producten van een veranderde bewustzijnstoestand waarin beelden en fantasieën worden verward met de werkelijkheid.

57
New cards

Activatiesynthesehypothese

Een hypothese over dromen die stelt dat de hersenen proberen zin te geven aan willekeurige hersenactiviteit die tijdens de slaap optreedt, door deze activiteit te combineren met opgeslagen herinneringen

58
New cards

Slapeloosheid

Een aandoening die wordt gekenmerkt door een onvermogen om te slapen en die aanzienlijke problemen in het dagelijks leven veroorzaakt

59
New cards

Obstructieve slaapapneu

Een aandoening waarbij mensen tijdens de slaap stoppen met ademen doordat hun keel dichtknijpt; de aandoening leidt tot veelvuldig wakker worden gedurende de nacht

60
New cards

Narcolepsie

Een slaapstoornis waarbij mensen tijdens normale wakkere uren overmatige slaperigheid ervaren, waarbij ze soms slap worden en in elkaar zakken

61
New cards

Traumatisch hersenletsel (TBI)

Stoornissen in het mentale functioneren veroorzaakt door een klap op het hoofd of een zeer scherpe beweging van het hoofd

62
New cards

Sensatie

Het waarnemen van fysieke prikkels en het doorgeven van deze informatie aan de hersenen

63
New cards

Perceptie

De verwerking, ordening en interpretatie van zintuiglijke signalen in de hersenen


64
New cards

Bottom-up-verwerking

Perceptie op basis van de fysieke kenmerken van de prikkel

65
New cards

Top-downverwerking

De interpretatie van zintuiglijke informatie op basis van kennis, verwachtingen en eerdere ervaringen

66
New cards

Transductie

Het proces waarbij zintuiglijke prikkels worden omgezet in neurale signalen die de hersenen kunnen interpreteren

67
New cards

Absolute drempel

De minimale intensiteit van de prikkel die nodig is om een sensatie in de helft van de gevallen waar te nemen

68
New cards

Verschildrempel

De minimale verandering die nodig is om een verschil tussen twee prikkels waar te nemen

69
New cards

Signaaldetectietheorie (SDT)

Een perceptietheorie gebaseerd op het idee dat het waarnemen van een prikkel een beoordeling vereist – het is geen alles-of-niets-proces

70
New cards

Zintuiglijke aanpassing

Een afname van de gevoeligheid bij een constant stimulatieniveau

71
New cards

Netvlies

Het dunne binnenste oppervlak aan de achterzijde van de oogbol, dat de zintuiglijke receptoren bevat die licht omzetten in neurale signalen

72
New cards

Staafjes

Retinale cellen die reageren op weinig licht en zorgen voor zwart-witwaarneming

73
New cards

Kegeltjes

Retinale cellen die reageren op meer licht en zorgen voor kleurwaarneming

74
New cards

Fovea

Het centrum van het netvlies, waar de kegeltjes dicht opeengepakt zitten

75
New cards

Objectconstantie

Het correct waarnemen van objecten als constant in vorm, grootte, kleur en helderheid, ondanks ruwe zintuiglijke gegevens die de waarneming zouden kunnen misleiden