1/74
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Centraal zenuwstelsel (CZS)
de hersenen en het ruggenmerg
Perifeer zenuwstelsel (PZS)
Alle zenuwcellen in het lichaam die geen deel uitmaken van het centraal zenuwstelsel. Het perifeer zenuwstelsel omvat het somatisch en het autonoom zenuwstelsel
Neuronen
De basiseenheden van het zenuwstelsel; cellen die informatie ontvangen, integreren en doorgeven. Ze werken via elektrische impulsen, communiceren met andere neuronen via chemische signalen en vormen neurale netwerken
Dendrieten
vertakkingen van de neuron die informatie van andere neuronen waarnemen
Cellichaam
de plek in de neuron waar informatie van duizenden andere neuronen wordt verzameld en geïntegreerd
Axon
een lange, smalle uitgroei van een neuron waarmee informatie van het cellichaam naar de eindknopjes wordt geleid
Eindknopjes
aan de uiteinden van axonen bevinden zich kleine knobbeltjes die chemische signalen van de neuron afgeven aan de synaps
Synaps
de opening tussen de eindknopjes van een ‘zendend’ neuron en de dendrieten van een ‘ontvangend’ neuron, waar chemische communicatie tussen de neuronen plaatsvindt
Actiepotentiaal
Het elektrische signaal dat langs het axon loopt en vervolgens de afgifte van chemische stoffen uit de eindknopjes veroorzaakt
Rustmembraanpotentiaal
De elektrische lading van een neuron wanneer het niet actief is
Relatieve refractaire periode
De korte periode na een actiepotentiaal waarin de membraanpotentiaal van een neuron negatiever is, oftewel hypergepolariseerd, waardoor het moeilijker is om opnieuw te vuren
Alles-of-niets-principe
Het principe dat wanneer een neuron vuren, het dit elke keer met dezelfde kracht doet; een neuron vuurt ofwel wel, ofwel niet, hoewel de frequentie van het vuren kan variëren
absolute refractaire periode
De korte periode na een actiepotentiaal waarin het ionkanaal niet in staat is om opnieuw te reageren
myelineschede
Een vetachtig materiaal dat bestaat uit gliacellen en dat sommige axonen isoleert, waardoor elektrische impulsen sneller langs het axon kunnen worden doorgegeven
knooppunten van Ranvier
Kleine openingen in het blootliggende axon tussen de segmenten van de myelineschede, waar actiepotentialen plaatsvinden
Neurotransmitters
Chemische stoffen die signalen van de ene neuron naar de andere doorgeven
Receptoren
In neuronen: gespecialiseerde eiwitmoleculen op het postsynaptische membraan; neurotransmitters binden zich aan deze moleculen nadat ze de synaps zijn gepasseerd
Reuptake
Het proces waarbij een neurotransmitter wordt teruggenomen in de presynaptische eindknopjes, waardoor de werking ervan wordt gestopt
Broca’s gebied
Een klein deel van de linker frontale kwab van de hersenen dat cruciaal is voor de taalproductie
Elektro-encefalografie (EEG)
Een techniek voor het meten van elektrische activiteit in de hersenen
Positronemissietomografie (PET)
Een methode voor hersenscans waarmee de metabolische activiteit wordt beoordeeld door middel van een radioactieve stof die in de bloedbaan wordt geïnjecteerd
Magnetische resonantiebeeldvorming (MRI)
Een methode voor hersenscans waarbij een krachtig magnetisch veld wordt gebruikt om beelden van hoge kwaliteit van de hersenen te produceren
Functionele magnetische resonantiebeeldvorming (fMRI)
Een beeldvormingstechniek die wordt gebruikt om veranderingen in de activiteit van de werkende menselijke hersenen te onderzoeken door veranderingen in het zuurstofgehalte van het bloed te meten
transcraniële magnetische stimulatie (TMS)
het gebruik van sterke magneten om de normale hersenactiviteit kortstondig te onderbreken, met als doel hersengebieden te bestuderen
hersenschors/cerebral cortex
De buitenste laag van het hersenweefsel, die het gegroefde oppervlak van de hersenen vormt; de plaats waar alle gedachten, waarnemingen en complex gedrag plaatsvinden
Corpus callosum
Een enorme brug van miljoenen axonen die de hersenhelften met elkaar verbindt en ervoor zorgt dat informatie tussen beide helften kan stromen
Occipitale kwabben
Gebieden van de hersenschors – aan de achterkant van de hersenen – belangrijk voor het gezichtsvermogen
Pariëtale kwabben
Gebieden van de hersenschors – vóór de occipitale kwabben en achter de frontale kwabben – belangrijk voor de tastzin en voor de aandacht voor de omgeving
Temporale kwabben
Gebieden van de hersenschors – onder de pariëtale kwabben – belangrijk voor beweging en hogere psychologische processen die verband houden met de prefrontale cortex
Prefrontale cortex
Het voorste deel van de frontale kwabben, dat vooral bij mensen prominent aanwezig is; belangrijk voor aandacht, werkgeheugen, besluitvorming, gepast sociaal gedrag en persoonlijkheid
Gespleten brein
Een aandoening die optreedt wanneer het corpus callosum chirurgisch wordt doorgesneden en de twee hersenhelften geen informatie rechtstreeks van elkaar ontvangen
Insula
Het deel van de hersenschors dat in de laterale fissuur ligt; belangrijk voor smaak, pijn, de waarneming van lichamelijke toestanden en empathie
thalamus
de poort naar de hersenen; deze ontvangt vrijwel alle binnenkomende zintuiglijke informatie voordat die informatie de cortex bereikt
Hypothalamus
Een hersenstructuur die betrokken is bij de regulering van lichaamsfuncties, waaronder lichaamstemperatuur, lichaamsritmes, bloeddruk en bloedglucosespiegels; hij beïnvloedt ook ons basisgedrag dat door motivatie wordt aangestuurd
Hippocampus
Een hersenstructuur die verband houdt met het vormen van herinneringen
Amygdala
Een hersenstructuur die een cruciale rol speelt bij het leren koppelen van dingen aan emotionele reacties en bij de verwerking van emotionele informatie
Basale ganglia
Een systeem van subcorticale structuren die belangrijk zijn voor het plannen en uitvoeren van bewegingen
Hersenstam
Een verlengstuk van het ruggenmerg; hierin bevinden zich structuren die functies regelen die verband houden met overleven, zoals hartslag, ademhaling, slikken, braken, plassen en orgasme
Cerebellum (kleine hersenen)
Een grote, gegroefde uitstulping aan de achterzijde van de hersenstam; deze is essentieel voor gecoördineerde bewegingen en evenwicht
Somatisch zenuwstelsel (SNS)
Een onderdeel van het perifere zenuwstelsel; het verzendt sensorische signalen tussen het centrale zenuwstelsel en de huid, spieren en gewrichten
Autonoom zenuwstelsel (ANS)
Een onderdeel van het perifere zenuwstelsel; het verzendt sensorische en motorische signalen tussen het centrale zenuwstelsel en de klieren en inwendige organen van het lichaam
Sympathische divisie
Een divisie van het autonome zenuwstelsel; deze bereidt het lichaam voor op actie
Parasympathische divisie
Een divisie van het autonome zenuwstelsel; deze brengt het lichaam terug naar zijn rusttoestand
Plasticiteit
Een eigenschap van de hersenen waardoor deze kunnen veranderen als gevolg van ervaringen of letsel
Genexpressie –
Of een bepaald gen is in- of uitgeschakeld
Bewustzijn
De subjectieve ervaring die iemand van moment tot moment van de wereld heeft
Veranderingsblindheid
Het niet opmerken van grote veranderingen in de eigen omgeving
Endogene aandacht
Aandacht die vrijwillig wordt gericht
Exogene aandacht
Aandacht die onvrijwillig door een prikkel wordt gestuurd
Priming
Een vergemakkelijking van de reactie op een prikkel als gevolg van recente ervaring met die prikkel of een verwante prikkel
Subliminale waarneming
De verwerking van informatie door zintuiglijke systemen, zonder dat men zich hiervan bewust is
Meditatie
Een mentale oefening waarbij de aandacht wordt gericht op een extern object, een interne gebeurtenis of een gevoel van bewustzijn
Hypnose
Een sociale interactie waarbij een persoon, in reactie op suggesties, veranderingen ervaart in de waarneming van herinneringen en/of in vrijwillige handelingen.
Circadiane ritmes
Biologische patronen die zich met regelmatige tussenpozen voordoen als functie van het tijdstip van de dag.
REM-slaap
De slaapfase die wordt gekenmerkt door snelle oogbewegingen, verlamming van de motorische systemen en dromen.
Dromen
Producten van een veranderde bewustzijnstoestand waarin beelden en fantasieën worden verward met de werkelijkheid.
Activatiesynthesehypothese
Een hypothese over dromen die stelt dat de hersenen proberen zin te geven aan willekeurige hersenactiviteit die tijdens de slaap optreedt, door deze activiteit te combineren met opgeslagen herinneringen
Slapeloosheid
Een aandoening die wordt gekenmerkt door een onvermogen om te slapen en die aanzienlijke problemen in het dagelijks leven veroorzaakt
Obstructieve slaapapneu
Een aandoening waarbij mensen tijdens de slaap stoppen met ademen doordat hun keel dichtknijpt; de aandoening leidt tot veelvuldig wakker worden gedurende de nacht
Narcolepsie
Een slaapstoornis waarbij mensen tijdens normale wakkere uren overmatige slaperigheid ervaren, waarbij ze soms slap worden en in elkaar zakken
Traumatisch hersenletsel (TBI)
Stoornissen in het mentale functioneren veroorzaakt door een klap op het hoofd of een zeer scherpe beweging van het hoofd
Sensatie
Het waarnemen van fysieke prikkels en het doorgeven van deze informatie aan de hersenen
Perceptie
De verwerking, ordening en interpretatie van zintuiglijke signalen in de hersenen
Bottom-up-verwerking
Perceptie op basis van de fysieke kenmerken van de prikkel
Top-downverwerking
De interpretatie van zintuiglijke informatie op basis van kennis, verwachtingen en eerdere ervaringen
Transductie
Het proces waarbij zintuiglijke prikkels worden omgezet in neurale signalen die de hersenen kunnen interpreteren
Absolute drempel
De minimale intensiteit van de prikkel die nodig is om een sensatie in de helft van de gevallen waar te nemen
Verschildrempel
De minimale verandering die nodig is om een verschil tussen twee prikkels waar te nemen
Signaaldetectietheorie (SDT)
Een perceptietheorie gebaseerd op het idee dat het waarnemen van een prikkel een beoordeling vereist – het is geen alles-of-niets-proces
Zintuiglijke aanpassing
Een afname van de gevoeligheid bij een constant stimulatieniveau
Netvlies
Het dunne binnenste oppervlak aan de achterzijde van de oogbol, dat de zintuiglijke receptoren bevat die licht omzetten in neurale signalen
Staafjes
Retinale cellen die reageren op weinig licht en zorgen voor zwart-witwaarneming
Kegeltjes
Retinale cellen die reageren op meer licht en zorgen voor kleurwaarneming
Fovea
Het centrum van het netvlies, waar de kegeltjes dicht opeengepakt zitten
Objectconstantie
Het correct waarnemen van objecten als constant in vorm, grootte, kleur en helderheid, ondanks ruwe zintuiglijke gegevens die de waarneming zouden kunnen misleiden