Hoogrisico Neonatologie Flashcards

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/42

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Deze flashcards dekken de belangrijkste concepten van de hoogrisico neonatologie, inclusief reanimatie, respiratoire aandoeningen, circulatiestoornissen, neurologische complicaties en gastro-intestinale pathologie.

Last updated 1:59 PM on 5/21/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

43 Terms

1
New cards

Primaire apneu

De eerste ademstilstand na de geboorte wanneer het ademhalingscentrum onvoldoende zuurstof krijgt.

2
New cards

Gasping reflex

Een primaire reflex van de baby om naar adem te happen wanneer het ademhalingscentrum wegvalt door zuurstofgebrek.

3
New cards

Terminale apneu

De ademhalingsstilstand die volgt na het gaspen wanneer het lichaam geen zuurstof meer over heeft; reanimatie met inflaties is hier noodzakelijk.

4
New cards

Brain sparing

Een fysiologisch mechanisme waarbij het lichaam bij zuurstoftekort de circulatie prioriteert naar de hersenen.

5
New cards

Radiatie

Warmteoverdracht via een stralingsbron boven de baby.

6
New cards

Evaporatie

Warmteverlies door verdamping van vocht op de huid, te voorkomen door het afdrogen van de baby of het gebruik van een plastic zakje bij prematuren <32 weken.

7
New cards

Convectie

Warmteverlies door luchtstroom, te beperken door deuren en zijklepjes van de reanimatietafel gesloten te houden.

8
New cards

Conductie

Warmteoverdracht door direct contact, zoals warme doeken, een warme matras of skin-to-skin contact.

9
New cards

PIP (Positive Inspiratory Pressure)

De maximale druk die tijdens het beademen wordt gegeven om de longen te ontplooien; 30cmH2O30\,cm\,H_2O voor a terme baby's en 25cmH2O25\,cm\,H_2O voor prematuren.

10
New cards

PEEP (Positive End-Expiratory Pressure)

De druk die aan het einde van een uitademing in de longen achterblijft om te voorkomen dat alveoli inklappen; standaard ingesteld op 5cmH2O5\,cm\,H_2O.

11
New cards

Wet van Laplace

De natuurkundige wet P=2×TRP = \frac{2 \times T}{R} die stelt dat de druk (PP) om een alveool open te houden afhankelijk is van de oppervlaktespanning (TT) en de straal (RR).

12
New cards

Type 2 pneumocyten

Gespecialiseerde cellen in de alveolaire wand die surfactant produceren vanaf ongeveer 2424 weken PML.

13
New cards

Atelectase

Het samenvallen of collaberen van de longblaasjes, wat leidt tot een ventilatie-perfusie mismatch.

14
New cards

Hyalijne membraanziekte (HMZ)

De pathologische benaming voor de veranderingen in de longen bij RDS, waarbij fibrine dikke membranen vormt die gasuitwisseling belemmeren.

15
New cards

ROS (Reactieve Zuurstofsoorten)

Toxische vrije zuurstofradicalen die ontstaan bij overmatige zuurstoftoediening en schade kunnen aanrichten aan ogen (ROP), longen (BPD) en hersenen.

16
New cards

Bronchopulmonale dysplasie (BPD)

Chronische longziekte van de premature baby, gedefinieerd door een zuurstofbehoefte die aanhoudt tot 2828 dagen na geboorte of 3636 weken PML.

17
New cards

Meconiumaspiratiesyndroom (MAS)

Een ernstige respiratoire aandoening waarbij de baby meconium heeft ingeademd, wat leidt tot surfactant-deactivatie, stugge longen en PPH.

18
New cards

PPH (Persisterende Pulmonale Hypertensie)

Een toestand waarbij de longbloedvaten na de geboorte niet openen, waardoor de longvaatweerstand hoog blijft en er een rechts-links shunt ontstaat.

19
New cards

Bicarbonaatbuffer

Het chemische systeem H2O+CO2H2CO3H++HCO3H_2O + CO_2 \rightleftharpoons H_2CO_3 \rightleftharpoons H^+ + HCO_3^- dat de zuurtegraad in het lichaam in balans houdt.

20
New cards

SIMV (Synchronized Intermittent Mandatory Ventilation)

Beademingsvorm waarbij het toestel slagen geeft synchroon met de eigen ademhalingsprikkel van de baby, maar een minimale frequentie garandeert.

21
New cards

NAVA (Neurally Adjusted Ventilatory Assist)

Beademingsvorm waarbij de ondersteuning wordt getriggerd door de elektrische activiteit van het diafragma, gemeten via een Edi-sonde.

22
New cards

Ductus arteriosus (Botalli)

Een foetale verbinding tussen de arteria pulmonalis en de aorta die normaal gesproken binnen 1212 tot 7272 uur na de geboorte sluit.

23
New cards

Steal-effect van PDA

Het fenomeen waarbij geoxygeneerd bloed via de open ductus terug naar de longen vloeit in plaats van naar het lichaam, wat leidt tot hypoperfusie van organen.

24
New cards

Transpositie van de grote vaten

Een aangeboren hartafwijking waarbij de aorta uit het rechterventrikel ontspringt en de arteria pulmonalis uit het linkerventrikel, resulterend in twee parallelle circulaties.

25
New cards

Tetralogie van Fallot

Een combinatie van vier hartafwijkingen: pulmonaalstenose, rechterventrikelhypertrofie, VSD en een overrijdende aorta.

26
New cards

Eisenmenger-syndroom

Onomkeerbare pulmonale hypertensie door een langdurige links-rechts shunt die uiteindelijk leidt tot shuntomkering (rechts-links) en cyanose.

27
New cards

Graad 1 hersenbloeding

Een subependymale bloeding die beperkt blijft tot de plexus choroideus; meestal asymptomatisch met een gunstige prognose.

28
New cards

Graad 4 hersenbloeding

Een intraparenchymateuze bloeding die het hersenweefsel zelf vernielt; geassocieerd met een zeer hoog risico op ernstige psychomotore handicaps.

29
New cards

Periventriculaire leukomalacie (PVL)

Ischemisch hersenletsel bij prematuren waarbij de witte stof rond de ventrikels afsterft door ernstig zuurstoftekort, wat vaak motorische problemen veroorzaakt.

30
New cards

NIDCAP

Een ontwikkelingsgericht zorgprogramma (Newborn Individualized Developmental Care and Assessment Program) gericht op het beperken van stress bij de pasgeborene.

31
New cards

WINDUP fenomeen

Een fysiologisch proces waarbij herhaalde pijnprikkels steeds pijnlijker worden ervaren door een onrijp pijnremmend systeem.

32
New cards

NAS (Neonataal Abstinentiesyndroom)

Ontwenningsverschijnselen bij een pasgeborene van een verslaafde moeder, vaak geobserveerd met de Finnegan-score.

33
New cards

Minimal Enterale Voeding (MEV)

Het toedienen van minimale hoeveelheden voeding (11-10ml/kg/dag10\,ml/kg/dag) om darmhormonen vrij te zetten en de darmmotiliteit te stimuleren zonder nutritioneel doel.

34
New cards

TPN-geassocieerde cholestase

Galstuwing veroorzaakt door langdurige totale parenterale nutritie bij gebrek aan enterale stimulatie van de galblaas.

35
New cards

NEC (Necrotiserende Enterocolitis)

Een levensbedreigende ontsteking en afsterving van darmweefsel, vnl. bij prematuren, gekenmerkt door een opgezette buik en voedingsintolerantie.

36
New cards

Oesofagusatresie

Een aangeboren afwijking waarbij de slokdarm niet doorloopt naar de maag, vaak gepaard gaand met bellenblazen en verslikken direct na de geboorte.

37
New cards

Congenitale Hernia Diafragmatica

Een defect in het diafragma waardoor buikorganen in de borstholte terechtkomen en de longontwikkeling belemmeren.

38
New cards

Omfalocoele

Een navelstrengbreuk waarbij buikorganen in een breukzak bedekt met amnionvlies buiten de buikwand puilen.

39
New cards

Gastroschisis

Een buikwanddefect waarbij darmen onbedekt (zonder vlies) buiten het lichaam liggen, meestal rechts van de navel.

40
New cards

Humorale immuniteit

De afweer door antistoffen; bij prematuren deficiënt omdat de transplacentaire overdracht pas vanaf ongeveer 3434 weken start.

41
New cards

Congenitale sepsis

Een infectie die voor of tijdens de geboorte is opgelopen, vaak door opstijgende bacteriën zoals Groep B Streptokokken (GBS).

42
New cards

Polyglobulie

Een te hoog gehalte aan rode bloedcellen (Hb > 22g/dl22\,g/dl) waardoor het bloed te dik wordt (hoge viscositeit) en de microcirculatie verstoort.

43
New cards

Directe Coombs test

Een bloedtest die wordt gebruikt om de aanwezigheid van antistoffen op rode bloedcellen aan te tonen, cruciaal bij de diagnose van hemolytische anemie door incompatibiliteit.