1/50
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Bewegen (to move)
bewoog / bewogen - hebben bewogen
Bewijzen (to prove)
bewees/bewezen
Blazen (to blow)
blies/bliezen - hebben geblazen
Knijpen (to squeeze/pinch)
kneep/knepen
Spijten
speet/speten
Verstaan (to hear/understand)
verstond/verstonden - hebben verstaan
Verwerpen (to reject)
verwierp/verwierpen - hebben verworpen
Wrijven (to rub)
wreef/wreven - hebben gewreven
Zwerven (to wander)
zwierf/zwierven
Opvangen
ving/vingen op - hebben opgevangen
Bezig zijn
met
Onderscheiden (zich)
van
Ontkomen
aan
Ontwikkelen (zich)
tot
Opmaken
uit
Overtuigd zijn
van
Problemen hebben
met
Schuld geven
aan
Schuld maken (zich)
aan
Spijt hebben
van
Toekomen
aan
Uitgaan
van
Verantwoordelijk voelen (zich)
voor
Voorzichtig zijn
met
Wandelen
met
Zorgen
voor
Het aandeel
the portion/share
Het litteken
the scar
Braaf
obedient
Benadrukken
to emphasize
Gelijkwaardig
equivalent
De gunst
the favor
De naald
the needle
Hoop
a lot
Moeizaam
difficult
Ontkomen aan
to escape/to avoid
Opmaken (zich) uit
to deduce something out of
Ontroerend
moving/touching
Opzichtig
flashy
Overtuigen
to convince/persuade
Opvangen
to take care/to catch
Uitgaan van
to presume
Uitbundig
extravagant
Verdelen
to share/divide
Verpesten
to ruin/to mess up
De Verdeling
the share/the division
Versieren
to flirt/ to decorate
De Versiering
the act of flirt/the decoration
Zielig
sad/depressing
Zwerven
to wander around