1/22
Deze set flashcards behandelt de kernbegrippen van hoofdstuk 8 over onderhandelingen, arbeidsvoorwaarden en loonvorming.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Onderhandelingen
Een proces waarbij onderhandelaars proberen iets te bereiken wat ze zonder dit proces niet zouden kunnen bereiken.
Loononderhandelingen
Onderhandelingen die leiden tot een herverdeling van het werkgevers- en het werknemerssurplus op de arbeidsmarkt.
Verzonken kosten
De kosten van investeringen die niet terugverdiend kunnen worden op het moment dat een bedrijf met een activiteit stopt.
Berovingsprobleem
Een situatie bij speciale investeringen waarbij n van de partijen meer dan de andere wordt benadeeld door het stoppen van de onderhandelingen of het opzeggen van de samenwerking.
Stichting van de Arbeid
Het overlegorgaan waarin de centrale organisaties van werkgevers en werknemers met elkaar overleggen.
Centraal Akkoord
Afspraken tussen de Stichting van de Arbeid en het kabinet over loonontwikkeling en andere arbeidsvoorwaarden die als basis dienen voor nieuwe cao’s.
Collectieve arbeidsovereenkomst (cao)
Een overeenkomst afgesloten door een of meer werkgevers(organisaties) en een of meer werknemersorganisaties (meestal vakbonden) over arbeidsvoorwaarden.
Algemeen verbindend verklaren (AVV)
Een besluit van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) waardoor de gehele branche verplicht is de cao te volgen.
Primaire arbeidsvoorwaarden
Afspraken over kernzaken zoals het loon, de werktijden, de pensioenregeling, de vakantieregeling en het werk.
Secundaire arbeidsvoorwaarden
Overige arbeidsvoorwaarden die niet tot de primaire voorwaarden behoren.
Nettoloon
Het brutoloon inclusief vergoedingen minus de loonbelasting, premies en bijdrage zorgverzekering.
Loonkosten
De brutolonen plus de premies sociale lasten voor werkgevers die de arbeidskosten verhogen.
De wig
Het verschil tussen de loonkosten voor de werkgever en het nettoloon voor de werknemer.
Loonkosten per product
De totale loonkosten gedeeld door de totale productieomvang, ofwel de gemiddelde loonkosten per werknemer gedeeld door de gemiddelde arbeidsproductiviteit.
Prijscompensatie
Een contractloonstijging bedoeld om de stijging van de consumentenprijzen te compenseren.
Initile loonstijging
Een contractloonstijging bovenop de prijscompensatie.
Incidentele loonstijging
Loonstijgingen door individuele factoren zoals promotie en meer ervaringsjaren.
Indexcijfer van het rele loon
Een rekenmethode om te bepalen met hoeveel procent de koopkracht van de lonen stijgt.
Loonruimte
Het percentage waarmee de lonen kunnen stijgen zonder dat de winst ten opzichte van de loonkosten daalt, bepaald door de stijging van de arbeidsproductiviteit en de verkoopprijzen.
Gevangenendilemma bij loononderhandelingen
Situatie waarbij partijen kiezen voor de dominante strategie (hoge looneisen en laag loonbod), wat een slechter resultaat oplevert dan wanneer zij zouden samenwerken.
Meeliftgedrag
Het verschijnsel waarbij werknemers die geen lid zijn van een vakbond toch profiteren van de collectieve afspraken uit een cao.
Wettelijk minimumloon
Het laagste bedrag dat een werkgever wettelijk verplicht is aan een werknemer als brutoloon te betalen.
Loonstarheid (loonrigiditeit)
Het verschijnsel dat lonen traag reageren op veranderde marktomstandigheden, hoofdzakelijk door cao-contracten en het minimumloon.