1/21
Een set oefenkaarten ter voorbereiding op het examen over temperament, breinnetwerken van aandacht, genetica en het Vijffactorenmodel (Big Five) van persoonlijkheid.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Hoe definiëren Derryberry en Rothbart (1997) het begrip temperament?
Temperament wordt gedefinieerd als constitutioneel gebaseerde individuele verschillen in emotionele, motorische en aandachtsreactiviteit en zelfregulatie, die consistentie vertonen over situaties en relatieve stabiliteit over de tijd.
Wat houdt het begrip "reactiviteit" in volgens Rothbart?
Reactiviteit verwijst naar de latentie, stijgtijd, intensiteit en duur van de responsiviteit van een persoon op stimulatie.
Welke vier temperamenttypen onderscheidt de Grieks-Romeinse typologie en aan welke lichaamssappen van Hippocrates zijn ze gekoppeld?
Het melancholische type (zwarte gal), het cholerische type (gele gal), het sanguinische type (bloed) en het flegmatische type (flegma of slijm).
Hoe definieerde Pavlov het onderscheid tussen "sterke" en "zwakke" zenuwstelsels bij honden?
Honden met een "sterk" zenuwstelsel konden de sterkte van een geconditioneerde respons blijven vergroten onder hoge intensiteit of langdurige stimulatie, terwijl honden met een "zwak" zenuwstelsel deze respons snel verloren.
Welke negen temperamentdimensies werden geïdentificeerd in de New York Longitudinal Study (NYLS)?
(1) Activiteitsniveau, (2) Ritmiciteit, (3) Benadering/terugtrekking, (4) Aanpassingsvermogen, (5) Drempelwaarde van respons, (6) Intensiteit, (7) Stemming, (8) Afleidbaarheid, en (9) Aandachtsspanne/persistentie.
Hoe definieert Kagan het begrip "gedragsinhibitie" (behavioral inhibition)?
Gedragsinhibitie wordt gedefinieerd als angstige inhibitie ten opzichte van het onbekende (fearful inhibition to the unfamiliar).
Welke drie brede factoren van temperament worden onderscheiden bij kinderen volgens Rothbart?
Surgency (extraversie/energie), Negatieve Affectiviteit (of Negatieve Emotionaliteit) en Effortful Control (doelgerichte controle).
Welke specifieke kenmerken vallen onder de temperamentfactor "Effortful Control"?
Hoge aandachtsfocus, efficiëntie in het verplaatsen van aandacht, inhibitorische controle, perceptuele sensitiviteit en plezier bij lage intensiteit.
Aan welke Big Five-persoonlijkheidstrekken zijn de temperamentfactoren Effortful Control, Surgency, Angst en Frustratie/Woede gekoppeld bij volwassenen?
Effortful Control is positief gerelateerd aan Consciëntieusheid; Surgency aan Extraversie; Angst aan Neuroticisme; en Frustratie/Woede aan lage Aangenaamheid.
Welke rol spelen de dorsale en ventrale delen van de anterior cingulate cortex (ACC) bij controle?
De meer dorsale delen van de ACC zijn gerelateerd aan cognitieve conflictresolutie, terwijl de meer ventrale delen (en aangrenzende ventrale midfrontale cortex) gerelateerd zijn aan de controle van emotienetwerken.
Wat is het effect van de adenine-substitutie bij het COMT val158met-polymorfisme (rs4680) bij volwassenen?
Adenine-dragers hebben een minder efficiënte afbraak van dopamine, waardoor er meer dopamine beschikbaar is in de prefrontale cortex, wat leidt tot een hogere efficiëntie bij taken die afhankelijk zijn van prefrontale activatie.
Met welke eigenschappen en stoornis is de 7-repeat variant van het DRD4-gen in verband gebracht?
De DRD4 7-repeat variant is geassocieerd met hogere niveaus van Sensation Seeking (zucht naar ervaringen/prikkels) en met Attention Deficit Hyperactivity Disorder (ADHD).
Wat is het biochemische effect van de korte (14-repeat) variant van het 5-HTTLPR-polymorfisme?
De korte variant leidt tot minder eiwitproductie en minder transport van serotonine vanuit de synaps terug naar de presynaptische neuronen, wat resulteert in een hogere concentratie serotonine in de synaps.
Uit welke vijf factoren bestaat het Five-Factor Model (FFM) van persoonlijkheid?
Neuroticisme versus Emotionele Stabiliteit (N), Extraversie (E), Openheid voor Ervaringen (O), Aangenaamheid versus Antagonisme (A), en Consciëntieusheid (C).
Wat stelt de lexicale hypothese als basis voor de Big Five?
De lexicale hypothese stelt dat alle belangrijke individuele verschillen in de menselijke persoonlijkheid uiteindelijk in de natuurlijke taal worden gecodeerd, waardoor een onverkort woordenboek de basis vormt voor een volledige lijst van persoonlijkheidstrekken.
Hoe veranderen de gemiddelde niveaus van de Big Five-dimensies gedurende de levensloop tussen adolescentie en ouderdom?
Gemiddeld nemen Neuroticisme en Extraversie af, terwijl Aangenaamheid en Consciëntieusheid toenemen. Openheid neemt toe tot in de twintiger jaren en neemt daarna langzaam af.
Welke genderverschillen op domeinniveau worden consistent gevonden in cross-cultureel onderzoek met het FFM?
Vrouwen scoren in de meeste steekproeven hoger op Neuroticisme (N) en Aangenaamheid (A) dan mannen.
Wat is de belangrijkste toevoeging van het HEXACO-model van Ashton en Lee ten opzichte van het FFM?
Het HEXACO-model voegt een zesde factor toe, Honesty-Humility (Eerlijkheid-Bescheidenheid), door de FFM-factor Aangenaamheid op te splitsen en de factoren licht te roteren.
Welke twee hogere-ordefactoren stelde Digman (1997) voor boven de Big Five?
Alpha (gedefinieerd door Aangenaamheid, Consciëntieusheid en lage Neuroticisme) en Beta (gedefinieerd door Extraversie en Openheid).
Wat zijn "nuances" in de hiërarchie van persoonlijkheidstrekken volgens McCrae (2015)?
Nuances zijn zeer specifieke trekken onder het niveau van facetten, gedefinieerd door individuele items die unieke, erfelijke, stabiele en interbeoordelaarsconsistente variantie vertonen.
Wat laat onderzoek zien over de nauwkeurigheid van nationale karakterstereotypen in vergelijking met geaggregeerde persoonlijkheidsscores?
Nationale karakterstereotypen zijn vrijwel geheel onnauwkeurig en misleidend; er is essentieel geen relatie tussen het gepercipieerde "typische" karakter van een land en de feitelijke geaggregeerde persoonlijkheidsscores van zijn inwoners.
Welke combinatie van genen laat bij de Attention Network Test (ANT) een grotere verbetering in reactietijd en conflictresolutie zien?
Het 677C-allel van het MTHFR-gen in combinatie met het 158A (Met)-allel van het COMT-gen.