termen

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/227

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 6:26 AM on 6/23/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

228 Terms

1
New cards

Crosscultureel onderzoek

Studie van gelijkenissen en verschillen tussen mensen uit verschillende culturen

2
New cards

Experiment

Een vorm van onderzoek waarbij de onderzoeker controle heeft over de gebeurtenissen en deelnemers volkomen toevallig aan condities worden toegewezen.

3
New cards

Fundamenteel onderzoek

Onderzoek met het oog op een beter begrip van menselijk gedrag, voornamelijk door het toetsen van hypothesen die uit een theorie zijn afgeleid

4
New cards

Interactionisme

Er is een dynamische wisselwerking tussen dispositie en situatie, waarbij uitingen van disposities afhankelijk zijn van de situatie

5
New cards

Multicultureel onderzoek

Studie van gelijkenissen en verschillen tussen mensen uit raciale en etnische groepen binnen eenzelfde cultuur

6
New cards

Multilevelanalyse

Analyse die effecten bepaalt van de verschillende hiërarchische niveaus op een uitkomstvariabele, waarbij het individuele niveau het ondergeschikt niveau vormt en de groep, organisatie, of maatschappij het bovengeschikte niveau uitmaakt

7
New cards

Persoonlijkheids-Psychologie

De studie van de structuur en de effecten van stabiele en cross-situationele eigenschappen van individuen

8
New cards

Sociale cognitie

De studie van het waarnemen, onthouden en interpreteren van informatie over onszelf en anderen

9
New cards

Sociale neurowetenschap

De studie van de relatie tussen neurologische en sociale processen

10
New cards

Sociale psychologie

De wetenschappelijke studie naar de wijze waarop gedachten, gevoelens, motivaties en gedragingen van mensen beïnvloed worden door de aanwezigheid van anderen en hoe we zelf invloed uitoefenen op hoe andere personen denken, voelen en zich gedragen

11
New cards

Terugblikvertekening

De neiging om de voorspelbaarheid van een bepaalde uitkomst te overdrijven, nadat de uitkomst optrad

12
New cards

Toegepast onderzoek

Onderzoek met het oog op het verbeteren van onze kennis over natuurlijke gebeurtenissen en het oplossen van praktische problemen

13
New cards

Vooroordelen

Een negatieve attitude tegenover personen, enkel gebaseerd op hun lidmaatschap van bepaalde groepen

14
New cards

Actor- observatoreffect

De tendens om persoonlijke attributies te maken voor het gedrag van anderen en situationele attributies voor zichzelf

15
New cards

Additiefmodel

Dit model veronderstelt dat sociale waarnemers een globale impressie van een persoon vormen door alle positieve en negatieve kenmerken op te tellen

16
New cards

Attributietheorie

Theorie over het proces van het toeschrijven van oorzaken aan gedrag

17
New cards

Attributievertekeningen

Omdat we in een korte tijdsspanne attributies maken, treden er systematische vertekeningen op in het verzamelen of verwerken van informatie over de oorzaken van het gedrag dat we proberen te verklaren

18
New cards

Behoefte aan cognitieve afsluiting

De behoefte om tot snelle en definitieve beslissingen en oordelen te komen

19
New cards

Beschikbaarheidsheuristiek

De neiging om de waarschijnlijkheid van gebeurtenissen te beoordelen o.b.v. gegevens die in het geheugen beschikbaar zijn en vlug en gemakkelijk oproepbaar zijn

20
New cards

Betekenisveranderings-hypothese

Het feit dat, zodra een impressie gevormd is, nieuwe, inconsistente informatie op basis van initiële impressie geherinterpreteerd zal worden

21
New cards

Centrale trekken

Trekken die de aanwezigheid van andere trekken impliceren en daardoor een sterke impact hebben op de resulterende indruk

22
New cards

Confirmatievertekeningen

De tendens om informatie te interpreteren, te zoeken en te vervormen in overeenstemming met de bestaande opvattingen

23
New cards

Consensusinformatie

Informatie over het al dan niet voorkomen van het effect bij andere omstandigheden

24
New cards

Consistentie informatie

Informatie over het al dan niet voorkomen van een effect bij andere omstandigheden

25
New cards

Covariatieprincipe

De stelling dat een gedrag wordt toegeschreven aan de oorzaak die aanwezig is wanneer het gedrag aanwezig is, en die afwezig is wanneer het gedrag niet optreedt

26
New cards

Distinctiviteitsinformatie

Informatie over het al dan niet voorkomen van het effect bij andere stimuli

27
New cards

Fundamentele attributiefout

De neiging om, wanneer we het gedrag van andere verklaren, de impact van persoonlijke factoren te overschatten en de rol van situaties te onderschatten

28
New cards

Geloof in een rechtvaardige wereld

De opvatting dat in deze wereld iedereen krijgt waar hij of zij recht op heeft en dat iedereen uiteindelijk naar verdienste zal worden beloond.

29
New cards

Gemiddelde model

Dit model verondersteld dat sociale waarnemers een globale impressie va een persoon vormen door het gemiddelde te nemen van alle positieve en negatieve kenmerken

30
New cards

Informatie-integratietheorie

De theorie die stelt dat impressies gebaseerd zijn op een gewogen gemiddelde van de kenmerken van de doelpersoon

31
New cards

Instabiele attributies

Het toeschrijven van het gedrag van een doelpersoon aan factoren die in dit ene geval opgaan, maar op andere momenten wellicht niet geldig zijn

32
New cards

Non-verbaal gedrag

Lichaamstaal in de vorm van gedrag gebaseerd op niet-talige signalen of tekens, zoals gelaatsuitdrukkingen en lichaamstaal

33
New cards

Paraverbaal gedrag

Niet-linguïstische kenmerken van communicatie, zoals de toon, het volume, de intonatie, de articulatie, het timbre en het ritme waarop iets gezegd wordt

34
New cards

Persistentie van opvattingen

De tendens om opvattingen in stand te houden

35
New cards

Persoonsattributie

Het toeschrijven van het gedrag van een doelpersoon aan de actor zelf en zijn/haar interne eigenschappen

36
New cards

Primauteitseffect

De bevinding dat eerdergenoemde informatie meer impact heeft op het oordelen dan later gepresenteerde informatie

37
New cards

Representativiteitsheuristiek

een mentale snelkoppeling van ons brein. We gebruiken deze onbewust om snel te beoordelen of iemand of iets bij een bepaalde categorie hoort

38
New cards

Situationele attributie

Het toeschrijven van het gedrag van een doelpersoon aan factoren buiten de actor, hetzij een andere persoon, hetzij de situatie

39
New cards

Sociale perceptie

Het geheel van processen die aan de basis liggen van het begrijpen van anderen

40
New cards

Stabiele attributie

Het toeschrijven van het gedrag van een doelpersoon aan factoren ie niet enkel nu aanwezig zijn, maar eveneens in de toekomst gelden

41
New cards

Theorie van corresponderende gevolgtrekkingen

De theorie die de voorwaarden omschrijft waaronder een waarnemer uit gedrag persoonsattributies zal afleiden. Deze voorwaarden zijn keuzevrijheid, sociale wenselijkheid en de specificiteit van de gunstige effecten

42
New cards

Treknegativiteits-vertekeningen

Er wordt een groter gewicht toegekend aan negatieve dan aan positieve eigenschappen

43
New cards

Valseconsensuseffect

De neiging om eigen opinies, kenmerken en gedragingen als standaard te gebruiken, waardoor we denken dat deze gedeeld worden met en typerend zijn voor anderen

44
New cards

Zelfvervullende voorspelling

Het fenomeen dat andere personen gedrag stellen conform onze verwachtingen

45
New cards

Assertiviteit

Zich niet inschikkelijk tonen door weigeren in te gaan op direct gerichte verzoeken

46
New cards

Conformiteit

De neiging om percepties, opinies en gedrag te veranderen, zodat ze in overeenstemming zijn met de geldende normen van de groep

47
New cards

Crediteurs

Individuen die vaak wederkerigheid hanteren om instemming te krijgen

48
New cards

Deur-tegen-de-neus-techniek

Iemand doet eerst een veeleisend verzoek (waarop natuurlijk niet wordt ingegaan) en daarna een tweede aanvaardbaar verzoek

49
New cards

Eigenzinnigheidskrediet

Interpersoonlijk krediet dat we verdienen door de groepsnormen te volgen, wat later kan worden ingezet om van de groep af te wijken

50
New cards

Gehoorzaamheid

Uitvoeren van een bevel van een autoriteit

51
New cards

Het-is-nog-niet-klaar techniek

Er is eerst een groot verzoek; maar door het doen van een aantal concessies kunnen we uiteindelijk instemmen met een tweede, kleiner verzoek

52
New cards

Informationele invloed

Invloed die leidt tot conformiteit omdat we de behoefte hebben om correcte oordelen en opinies te vormen

53
New cards

Instemmen

Gedragsverandering die het gevolg is van een direct verzoek

54
New cards

Kameleoneffect

Het automatisch nabootsen van allerlei gelaatsuitdrukkingen, mimiek en manierismen van interactiepartners

55
New cards

Meerderheidsinvloed

Sociale beïnvloeding die tot stand komt door blootstelling aan de opinie van e meerderheid, of de meerderheid binnen de groep

56
New cards

Minderheidsinvloed

Het proces waardoor dissidenten in een groep veranderingen bewerkstellingen

57
New cards

Norm

Overtuigingen die het gedrag richting geven, gebaseerd op wat de groep als typische of wenselijke gedragingen beschouwt

58
New cards

Normatieve invloed

Invloed die leidt tot conformiteit omdat we de behoefte hebben om aanvaard te worden en sympathiek over te komen, waardoor we afwijkend gedrag vermijden

59
New cards

Private conformiteit

De verandering verwijst niet enkel naar de aanpassing van het gedrag in het bijzijn van anderen, maar ook van de eigen opvattingen

60
New cards

Publieke conformiteit

Een oppervlakkige gedragsverandering veroorzaakt door reële of vermeende groepsdruk zonder dat er een overeenkomstige meningsverandering optreedt

61
New cards

Sociale beïnvloeding

De uitoefening sociale macht dor een persoon of een groep om de attitudes en/of het gedrag van anderen te veranderen

62
New cards

Trotseren

Weigeren om een bevel van een autoriteit uit te voeren

63
New cards

Tweestappen-instemmingstechnieken

Een aantal verzoektechnieken is gebaseerd op twee opeenvolgende verwante verzoeken, waarvan het eerste verzoek slechts de voorbereiding vormt voor het tweede echte verzoek

64
New cards

Voet-tussen-de-deur-techniek

De verzoeker breekt het ijs met en klein verzoek dat moeilijk geweigerd kan worden. Instemming met het eerste verzoek vergroot de kans dat we met een volgend, groter verzoek instemmen

65
New cards

Wederkerigheidsnorm

De norm die voorschrijft dat je voor iemand iets terugdoet wanneer hij of zij iets vr jou heeft gedaan, of dat je iemand behandeld zoals hij jou heeft behandeld

66
New cards

Zodra-de-bal-aan-het-rollen-is-techniek

De tweestappenstrategie waarbij de verkoper eerst een interessante deal voorstelt, maar nadat de koper het engagement is aangegaan, de kosten verhoogd

67
New cards

Attitude

Een aangeleerde algemene evaluatie van een object, die met een bepaalde intensiteit uitgedrukt wordt

68
New cards

Behoefte aan cognitie

Een individuele verschilvariabele die refereert aan het genoegen dat wordt ontleend aan het uitvoeren van cognitieve activiteiten

69
New cards

Centrale weg tot overreding

Het overredingsproces waarbij ontvangers de boodschap systematisch analyseren en hun attitudes vooral door sterke

70
New cards

Cognitieve dissonantietheorie

De theorie die stelt dat dissonante cognities fysiologische opwinding opwekken die we willen reduceren

71
New cards

Elaboratie

De grondige en systematische cognitieve verwerking van een stimulus

72
New cards

Expliciete attitude

Attitudes die door een persoon bewust gerapporteerd worden

73
New cards

Face-ism

Het fenomeen dat media van mannen eerder het gelaat tonen, terwijl van vrouwen meestal net het hele lichaam afgebeeld wordt

74
New cards

Impliciete attitude

Een attitude die zich situeert op het automatische niveau en haar basis vindt in de organisatie van materiaal in het geheugen

75
New cards

Impliciete-associatietest (IAT)

De meest gehanteerde meting van impliciete attitudes die afgeleid worden uit de snelheid waarmee deelnemers aan de test de categorie goed of slecht associëren met categorieën zoals zwart vs. blank, zelf versus anderen

76
New cards

Klassieke conditionering

Een neutrale stimulus die samen met een (on)aangename stimulus voorkomt, wordt op den duur zelf (on)attractief ervaren

77
New cards

Multicomponentenmodel van attitudes

Het model dat stelt dat attitudes bestaan uit cognitieve, affectieve en gedragsmatige componenten

78
New cards

Onvoldoende afschrikking

Wanneer individuen een aangenaam gedrag niet uitvoeren, hoewel er slechts met en milde straf wordt gedreigd, devalueren ze achteraf de waarde van dit gedrag

79
New cards

Onvoldoende justificatie

Wanneer individuen uit vrije wil attitudes inconsistent stellen, zonder er een grote beloning voor te ontvangen, veranderen ze hun attitudes

80
New cards

Operante conditionering

Door belonen of straffen stijgt of daalt de attractiviteit van de stimulus

81
New cards

Perifere weg tot overreding

Het overredingsproces waarbij ontvangers niet zorgvuldig over de boodschap nadenken, maar door uiterlijkheden en oppervlakkige wenken worden beïnvloed

82
New cards

Psychische reactantie

Individuen die denken overtuigd te zullen worden, aanzien dit als een bedreiging van hun vrijheid, waardoor ze moeilijk overtuigd worden

83
New cards

Slapend effect

De neiging om na verloop van tijd de boodschapper te dissociëren van de boodschap, waardoor overtuigende boodschappen van een ongeloofwaardige bron een uitgestelde impact hebben

84
New cards

Subliminaal bericht

Een boodschap die slechts tijdens enkele milliseconden gepresenteerd wordt, waardoor het publiek zich niet bewust is van het feit dat die stimulus aangeboden werd

85
New cards

Theorie van beredeneerd gedrag

De theorie die stelt dat attitudes ten opzichte van een specifiek gedrag samen met subjectieve normen en waargenomen controle het gedrag bepalen

86
New cards

Vaccinatiehypothese

De blootstelling aan een zwakke variant van een overtuigend argument verhoogt de weerstand tegen dat argument

87
New cards

Verwachting-waardetheorie

Theorie die stelt dat de attitude tegenover een object bepaald wordt door de verwachting dat een attitudeobject bepaalde kenmerken vertoont, maar ook door hoe sterk die kenmerken worden gewaardeerd

88
New cards

Aanvaarding van interpersoonlijk geweld

De overtuiging dat gedrag dat fysieke, psychische of seksuele schade berokkent aan een partner in een hechte relatie, aanvaardbaar is

89
New cards

Aanvaarding van verkrachtingsmythes

Foute overtuigingen over verkrachting, verkrachters en hun slachtoffers, waardoor daders van verkrachting vrijgepleit worden voor hun daden en slachtoffers als de schuldigen worden aangewezen

90
New cards

Aggression Questionaire

Het meest gebruikte instrument dat individuele verschillen in agressie meet

91
New cards

Agressie

Gedrag bedoeld om iemand te kwetsen die niet wenst gekwetst te worden

92
New cards

Catharsis

Een afzwakking van agressiviteit als gevolg van het inbeelden, waarnemen of feitelijk stellen van agressief gedrag

93
New cards

Cognitieve hogere-ordeverwerking

Doelbewuste, weloverwogen informatieverwekking

94
New cards

Cognitieve neo-associatietheorie

De opvatting dat onaangename ervaringen automatische associaties oproepen met agressie-gerelateerd materiaal en woede en angst. De gedragsmatige uitkomsten hangen vervolgens ten dele af van cognitieve hogere-ordeverwerking

95
New cards

Criminogene behoeften

De behoeften en noden die door criminele daden worden bevredigd, waarbij sommige direct samenhangen met het delinquente gedrag, maar andere samengaan met de sociale omgeving en de leefsituatie

96
New cards

Cultivering

Het proces waarbij de massamedia voor hun publiek een eigen versie van de sociale realiteit construeren

97
New cards

Drifttheorie

De theorie die stelt dat alle gedachten, intenties en gedragingen ontstaan vanuit aangeboren driften

98
New cards

Emotionele agressie

Iemand schade berokkenen omwille van de schade

99
New cards

Familiale geweldcyclus

De transmissie van huiselijk geweld van de ene generatie op de andere

100
New cards

Frustratie-agressie-hypothese

De stelling dat (1) frustratie altijd tot geweld leidt en (2) dat agressief gedrag altijd het gevolg van frustratie