2.1 wat zijn psychofarmaca (psychofarmacologie)

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/21

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 7:30 PM on 8/23/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

22 Terms

1
New cards

Psychofarmaca

Zijn stoffen die het gedrag beïnvloeden via een effect op het centrale zenuwstelsel, vooral de hersenen. Bv: cafeïne, alcohol, nicotine ect, maar ook kalmerende middelen, antidepressiva, antipsychotica en ritalin.

2
New cards

Genotsmiddelen

Zelf toegediend vanwege belonend effect, dit belonend effect vergroot de kans op herhaalde inname (nicotine, cocaine, alcohol, cafeïne ect.)

3
New cards

Geneesmiddelen

Gebruikt om problematisch gedrag af te zwakken, te vormen of bij te sturen. Gedrag is problematisch als het (voor de persoon of omgeving) tot disfunctioneren leidt. (Kalmerende middelen, antipsychotica, antidepressiva, ritalin ect)

4
New cards

Sederend effect (genotsmiddelen)

Op een gegeven moment remt het slaapwekkende effect verdere inname af (zelfregulatie)

5
New cards

Snelle verpakking (tablet)

Snelle stijging naar een piekwaarde, gevolgd door een snelle afname (grillig patroon van pieken en dalen)

6
New cards

Extended-release-verpakking (tablet)

Medicijn komt minder snel in het bloed, waardoor een duurzamere, meer constante bloedspiegel ontstaat over een langere periode (bv. 8 uur)

7
New cards

Hormonen

Is een stof die via de bloedbaan een signaal naar een ander deel van de hersenen/lichaam overbrengt, dit verloopt trager (orde van seconden) dan signalering via neurotransmitters tussen zenuwcellen (orde van milliseconden) (bv. Melatonine)

8
New cards

Therapeutisch venster

Een gebied tussen de ondergrens (laagste dosering waarbij gemiddeld enig gewenst effect optreedt), en de bovengrens (dosering waarbij bijwerkingen gemiddeld een onaanvaardbaar niveau bereiken) → hoe ruimer het therapeutisch venster, hoe beter de stof geschikt is voor behandeling van een symptoom/syndroom

9
New cards

Potentie

Hoe weinig van een stof nodig is om al een merkbaar effect te bereiken (bv. Cafeïne is potenter dan alcohol, omdat een veel kleinere hoeveelheid al effect heeft)

10
New cards

Doelmatigheid (efficacy)

De mate waarin het effect toeneemt/groter wordt bij toename van de dosis (bv. Cafeïne is weinig doelmatig, omdat het. Maximale effect al snel bereikt is en verdere dosisverhoging geen groter effect geeft)

11
New cards

Titreren

Het instellen van de optimale dosering

12
New cards

Odds-ratio

Een maat voor hoe waarschijnlijk een bijwerking (of effect) samenhangt met gebruik van een stof. Als de verhouding in beide groepen gelijk is, is hij 1. Bij een klein verschil is de kans dat het gevonden verband op toeval berust vaak >5%, waardoor het verband niet als statisch betekenisvol geldt.

13
New cards

Tolerantie

Het afnemen van een gewenst of ongewenst effect bij chronische toediening (het lichaam/brein wordt minder gevoelig voor de stof) tegengaan door dosis te verhogen, maar dat heeft ook nadelen en kan bijdragen aan verslavingsgedrag.

14
New cards

Open label studie (placebocontrole)

Middel wordt zichtbaar aan iedereen toegediend; onvoldoende om oorzaak-gevolg vast te stellen

15
New cards

Placebogecontroleerde studie

Twee groepen/condities (middel VS. Placebo) worden vergeleken

16
New cards

Dubbelblind (placebocontrole)

Noch de patiënt. Noch proefleider weet wie het middel/placebo krijgt, voorkomt dat verwachtingen het resultaat beïnvloeden

17
New cards

Baseline meting

Meten van klinische parameters voordat de behandeling begint, om a priori-verschillen tussen groepen zichtbaar te maken en de latere uitkomst hiervoor te corrigeren. (Bv. Verandering uitdrukken t.o.v. de baselinewaarde)

18
New cards

Preklinische fase onderzoek

Verklarend onderzoek (vaak dierenonderzoek), dat vooraf gaat aan klinisch onderzoek. Geeft aanknopingspunten voor interventies, en er zit enige overlap in biochemie tussen mens en dier (hersenorganisatie, vooral frontale cortex, verschilt)

19
New cards

Fase 1 (klinisch onderzoek)

Er wordt bij een kleine groep gezonde vrijwilligers onderzocht welke doseringen goed worden verdragen, via een titratieproces, beginnend met minieme doses die langzaam worden opgevoerd. Gedurende dit proces worden allerlei lichamelijke processen gemonitord zoals, hartslag, bloeddruk, ademhaling en spiertrekkingen.

20
New cards

Fase 2 (klinisch onderzoek)

Als fase 1 veilige doseringen heeft opgeleverd start fase 2, hier wordt de therapeutische werking onderzocht bij een relatief kleine groep patienten (met de betreffende aandoening) gebruik makend van een dubbelblind, placebogecontroleerd design. Vaak met meerdere (veilige) doseringen van de stof. In deze controle conditie kan gekozen worden voor een actieve placebo, zelfde bijwerking maar niet dezelfde therapeutische werking als de stof die wordt onderzocht.

21
New cards

Fase 3 (klinisch onderzoek)

Opnieuw dubbelblinde, Placebogecontroleerde studies uitgevoerd. Maar nu onder grote groepen van duizenden patiënten, liefst in verschillende landen. Zulke fase-3 clinical trails duren vaak zo’n 3, jaar en kosten ongeveer 30 miljoen. Zijn de uitkomsten van de fase positief? Dan wordt het betreffende middel geregistreerd, wat inhoudt dat het mag worden voorgeschreven en verkocht.

22
New cards

Fase 4 (klinisch onderzoek)

Hier houden onder andere apothekers en artsen bij welke bijwerkingen er (alsnog) aan het licht komen tijdens het reguliere gebruik van het middel