Business foundations

0.0(0)
studied byStudied by 0 people
0.0(0)
full-widthCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/80

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Study Analytics
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced

No study sessions yet.

81 Terms

1
New cards

Wat is een NV?

Een rechtspersoon met eigen naam bezittingen schulden en verantwoordelijkheid.

2
New cards

Wie is aansprakelijk in een NV?

De NV zelf; privévermogen bestuurders blijft normaal beschermd.

3
New cards

Hoe krijgen oprichters eigendom in een NV?

Door aandelen te ontvangen in ruil voor inbreng.

4
New cards

Wat gebeurt er bij stopzetting van een NV?

Bezittingen verkopen schulden betalen rest naar aandeelhouders.

5
New cards

Wat is het doel van statuten?

Regels bepalen zoals naam doel vertegenwoordiging en werking van de NV.

6
New cards

Wat is eigen vermogen?

Inbreng van eigenaars + opgespaarde winsten.

7
New cards

Wat is vreemd vermogen?

Geld van derden dat moet worden terugbetaald met voorwaarden.

8
New cards

Wat is de balans?

Een financiële foto op één moment van activa en passiva.

9
New cards

Wat zijn vaste activa?

Duurzame bezittingen zoals gebouwen machines installaties.

10
New cards

Wat zijn vlottende activa?

Bezittingen uit de bedrijfscyclus: voorraad klanten cash.

11
New cards

Wat zijn schulden op lange termijn?

Verplichtingen > 1 jaar.

12
New cards

Wat zijn schulden op korte termijn?

Verplichtingen ≤ 1 jaar zoals leveranciers btw lonen.

13
New cards

Wat is een resultatenrekening?

Overzicht van opbrengsten en kosten over een periode.

14
New cards

Wat is winst?

Opbrengsten – kosten.

15
New cards

Wat is bedrijfsresultaat?

Winst uit gewone bedrijfsactiviteiten.

16
New cards

Wat is financieel resultaat?

Kosten en opbrengsten van lenen beleggen bankkosten.

17
New cards

Wat is een factuur?

Document van de verkoper met wat de klant moet betalen.

18
New cards

Wat is een aankoopfactuur?

Factuur die de koper ontvangt.

19
New cards

Wat is een verkoopfactuur?

Factuur die de verkoper opstelt.

20
New cards

Wat is een creditnota?

Correctie op een factuur door een verkoper.

21
New cards

Voorbeeld reden voor creditnota?

Fout btw schade retour foutieve korting.

22
New cards

Moet je btw rekenen op terugstuurbare verpakking?

Nee dat is een waarborg zonder btw.

23
New cards

Moet je btw rekenen op verloren verpakking?

Ja dit is een kost dus met btw.

24
New cards

Wie zijn btw-plichtigen?

Personen/ondernemingen met btw-nummer die btw moeten aanrekenen en doorstorten.

25
New cards

Wanneer is btw verschuldigd?

Op factuurdatum niet op betaaldatum.

26
New cards

Wat is liquiditeit?

Mogelijkheid om korte termijn schulden te betalen.

27
New cards

Wat is solvabiliteit?

Mate waarin onderneming met eigen middelen gefinancierd is.

28
New cards

Wat is rendabiliteit?

Mate waarin onderneming winst maakt t.o.v. omzet of vermogen.

29
New cards

Wat is de bedrijfscyclus?

Bestelling leverancier -> levering -> betaling -> verkoop aan klant -> levering -> betaling klant.

30
New cards

Wat veroorzaakt behoefte aan bedrijfskapitaal?

Het tijdsverschil tussen betaling aan leverancier en betaling door klant.

31
New cards

Wat beïnvloedt de behoefte aan bedrijfskapitaal?

Voorraadrotatie klantenkrediet leverancierskrediet.

32
New cards

Wat is klantenkrediet?

Aantal dagen tot klanten betalen.

33
New cards

Wat is leverancierskrediet?

Aantal dagen dat je mag wachten om leveranciers te betalen.

34
New cards

Wat is operationele cashflow?

Cash die onderneming genereert uit haar eigen activiteiten.

35
New cards

Formule operationele cashflow?

Winst + niet-kaskosten – niet-kasopbrengsten.

36
New cards

Waarom zijn afschrijvingen geen kaskost?

Ze zijn een kost maar geen effectieve betaling.

37
New cards

Waarvoor dient cashflow?

Investeringen en terugbetalingscapaciteit.

38
New cards

Wat is TBC?

Terugbetalingscapaciteit op basis van cashflow.

39
New cards

Wat is eigen vermogen (financiering)?

Middelen via aandelen zonder terugbetalingsverplichting.

40
New cards

Wat is vreemd vermogen (financiering)?

Middelen via leningen of obligaties met interest en terugbetaling.

41
New cards

Wat is een obligatie?

Leningsbewijs met vaste interest en eindvervaldag.

42
New cards

Wat is een aandeel?

Bewijs van eigendom met recht op winst en restwaarde.

43
New cards

Wat is dividend?

Uitkering van winst aan aandeelhouders.

44
New cards

Wat is een kostendrager?

Product of dienst waarvan de kostprijs berekend wordt.

45
New cards

Wat zijn directe kosten?

Kosten direct toewijsbaar aan één kostendrager.

46
New cards

Wat zijn indirecte kosten?

Kosten die verdeeld moeten worden via verdeelsleutel.

47
New cards

Wat zijn vaste kosten?

Kosten die niet veranderen met omzet.

48
New cards

Wat zijn variabele kosten?

Kosten die meebewegen met omzet.

49
New cards

Wat is een kaskost?

Een kost die effectief wordt betaald.

50
New cards

Wat is een niet-kaskost?

Kost zonder betaling zoals afschrijvingen.

51
New cards

Hoe verdeel je indirecte kosten?

Met verdeelsleutels zoals aantal producten uren omzet.

52
New cards

Wat is kostprijsberekening?

Uitzoeken hoeveel een product/dienst werkelijk kost.

53
New cards

Wat is een aflossingstabel?

Tabel met kapitaal + interestbetalingen van een krediet.

54
New cards

Wat is vaste kapitaalsaflossing?

Elk jaar hetzelfde kapitaalbedrag terugbetalen.

55
New cards

Hoe evolueert interest bij vaste kapitaalsaflossingen?

Interest daalt elk jaar omdat saldo kleiner wordt.

56
New cards

Wat is het uitstaand saldo?

Het deel van de lening dat nog moet terugbetaald worden.

57
New cards

Wat is resultaatverwerking?

Beslissen wat er met de winst gebeurt (dividend reserve…).

58
New cards

Wat is overgedragen winst?

Winst die niet uitgekeerd werd en blijft staan naar volgend jaar.

59
New cards

Wat is een reserve?

Winst die definitief in het eigen vermogen blijft.

60
New cards

Wat is autofinanciering?

Investeren met eigen cashflow in plaats van lenen.

61
New cards

Welke drie manieren om geld te krijgen heeft een onderneming?

Bezittingen verkopen geld lenen cashflow genereren.

62
New cards

Wat is een boekjaar?

De periode waarover balans en resultatenrekening worden opgemaakt.

63
New cards

Wat is een handelsvordering?

Bedrag dat klanten nog moeten betalen.

64
New cards

Wat is een handelsschuld?

Bedrag dat je nog moet betalen aan leveranciers.

65
New cards

Wat is voorraadrotatie?

Hoe snel voorraad verkocht wordt.

66
New cards

Wat is een financieel plan?

Document dat aantoont dat de NV financieel leefbaar is bij oprichting.

67
New cards

Wat is een rechtspersoon?

Entiteit met eigen rechten en plichten apart van oprichters.

68
New cards

Wat is een natuurlijke persoon?

Een mens van vlees en bloed.

69
New cards

Wat is een belastingplichtige?

Persoon/onderneming die btw moet aanrekenen en rapporteren.

70
New cards

Wat is brutomarge?

Omzet – kostprijs van verkochte goederen.

71
New cards

Wat is EBITDA?

Operationele cashflow: winst + afschrijvingen.

72
New cards

Wat is een lease?

Huurformule voor activa vaak met aankoopoptie.

73
New cards

Wat is primaire markt?

Markt waar nieuwe aandelen of obligaties worden uitgegeven.

74
New cards

Wat is secundaire markt?

Markt waar bestaande effecten verhandeld worden.

75
New cards

Wat is een broker?

Tussenpersoon voor transacties op de beurs.

76
New cards

Wat is een beurs?

Gereguleerde markt waar financiële instrumenten worden verhandeld.

77
New cards

Wat is kapitaal?

Inbreng van aandeelhouders in een NV.

78
New cards

Wat is interest?

Vergoeding voor het gebruik van geld.

79
New cards

Wat is financiële kost?

Kost ontstaan door lenen of bankdiensten.

80
New cards

Wat is financiële opbrengst?

Opbrengst uit interesten of beleggingen.

81
New cards