MeMe November Spreek, en ik weet wie je bent

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/132

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Deze flashcards dekken de belangrijkste termen en definities uit de cursus sociolinguïstiek, inclusief sociologische groepen, taalvariatie en taalkundige theorieën van Labov, Tajfel en Hudson.

Last updated 9:03 AM on 8/6/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

133 Terms

1
New cards

Taal als taalvermogen

Verwijst naar taal als een abstract, soortgebonden, universeel en tijdloos vermogen (cf. Levinson en de interaction engine).

2
New cards

Taal als “een” taal

Een specifieke taal die geleerd moet worden, historisch gegroeid is, contextgebonden en sprekerspecifiek met verschillende gradaties.

3
New cards

Dialectale kenmerken

Fungeren als een akoestische sonar en een "levende identiteitskaart" waarmee men instinctief peilt wie tot de omgeving behoort.

4
New cards

Sociale constructies

We leren v elkaar hoe we andere taalvariëteiten moeten evalueren

5
New cards

Populatieniveau

Taal deelt ons op in populaties, definieert groepen en heeft duidelijke kenmerken

6
New cards

Balans bevolking – taal

7099 “talen”, 7.8 miljard mensen en 194 officieel erkende landen → evenredig vb. Oceanië minste mensen, maar wel 1313 talen!

7
New cards

Oostkantons

Eupen, Malmedy, Waimers, Bütgenbach, Amel, St. Vith, Burg-Reuland, Raeren, Lontzen, Kelmis (77.000 inwoners)

8
New cards

Peer-group

Levert een schat van informatie op over wie je bent op basis van voorkeuren, afkeuren, levenstraject en keuzes

9
New cards

Social glue

Taal houdt groepen bijeen, schrijft codes en toelatingsvoorwaarden voor en begeleidt het proces vb. omèrta bij maffia of bargoens

10
New cards

Primaire socialisatie

Het eerste sociaal netwerk waarin individuen zich via taal met anderen associëren, meestal binnen het thuisdomein.

11
New cards

Secundaire socialisatie

Het socialisatieproces binnen netwerken die buiten het thuisdomein liggen.

12
New cards

Taal als identiteit

Verklaart de populatie-taal verschillen cf. Hanschrift

13
New cards

Macroperspectief

Een top-down benadering waarbij taal wordt bekeken in haar sociale context op het geaggregeerde niveau van de groep (extern).

14
New cards

Taal X interactie

Taalgebruik kleurt sociale interacties, maar sociale interacties kleuren ook taalgebruik

15
New cards

Culturele perspectief

Tussenniveau tussen evolutionaire en existentiële perspectief

16
New cards

Cultuur (Hogg & Vaughan)

“culture is a set of beliefs, values, roles, symbols and rituals that is shared by a self-identified group. Cultures are perpetuated when they are passed from gen to gen, yet they continually change…”

Een set van overtuigingen, waarden, rollen, symbolen en rituelen die gedeeld worden door een zelf-geïdentificeerde groep en van generatie op generatie worden doorgegeven.

17
New cards

Cultuur als oplossing

Cultuur is een lokale oplossing voor een globaal probleem, en die oplossingen kunnen sterk verschillen van elkaar

18
New cards

Taal als oplossing

Taal is een lokale oplossing voor globaal streven naar communicatie

19
New cards

Culturele adaptatie

Gebeurt veel sneller dan fysieke adaptatie

20
New cards

Taal x cultuur

Taal is zowel een onderdeel van als het middel waarmee we cultuur realiseren cf. Richerson & Boyd

21
New cards

Cryptotalie

Geheimspraak, zoals Kongish, die wordt gebruikt om te vermijden dat boodschappen door buitenstaanders worden gelezen en om de eigen identiteit te versterken.

22
New cards

Sociale groep (2.2.2)

Groep die een sociale betekenis heeft (groep van mensen die allemaal rood haar hebben = aggregates/verzameling)

23
New cards

Sociale groep (Johnson & Johnson)

“two or more individuals in face-to-face interaction, each aware of his or her membership, of the others, and of their positive interdependence as they strive to achieve mutual goals” + “a group exists when 2+ people define themselves as members of it and when its existence is recognised by at least one other group”

Twee of meer individuen in face-to-face interactie die zich bewust zijn van hun lidmaatschap en positieve onderlinge afhankelijkheid bij het streven naar gemeenschappelijke doelen.

24
New cards

In-group favouritism

De voorkeur voor leden van de eigen groep en de bijbehorende afkeer van anderen buiten de groep.

25
New cards

Out-group homogeneity

De perceptie dat leden van andere groepen (niet-leden) collectief hetzelfde of anders zijn.

26
New cards

Common bound groep

Functioneert obv banden en verwantschappen tussen de leden. individuen hebben typische functies bv. familieclans

27
New cards

Common identity groep

Functioneert obv de band die de leden hebben tov de groep. individuen zijn ondergeschikt. de functies zijn minder intrinsiek. De groep kan ontbonden worden als het ontstaansrecht niet langer nodig is.

28
New cards

Entitativiteit

De mate van homogeniteit en interne cohesie van een sociale groep, waardoor deze zich onderscheidt van andere groepen. Hoe hoger, hoe duidelijker je eigen identiteit ( = interne cohesie)

29
New cards

Ingrediënten die entitativiteit versterken

1) Gedeelde sociale normen 2) gedeelde rollen 3) gedeelde status

30
New cards

Sociale normen

We zijn erg gevoelig voor de goedkeuring/afkeuring van anderen

31
New cards

Sociale normen (Sutton & Douglas)

“they are the formal or informal rules unique to specific groups which are adopted to regulate its members’s behaviours”

Formele of informele regels die uniek zijn voor specifieke groepen en bedoeld zijn om het gedrag van leden te reguleren.

32
New cards

Rollen

Worden duidelijker in groepen met hogere entitativiteit

33
New cards

Status

Niet elk lid staat op dezelfde hiërarchische hoogte

34
New cards

interactie

Interpersoonlijk (op individueel vlak), inter-groep (als vertegenwoordiger van groep) of intra-groep (leden van groep)

35
New cards

Causale attributietheorie

De manier waarop we gedrag evalueren: positief gedrag van de in-group wordt toegeschreven aan persoonskenmerken, terwijl dat van de out-group aan de situatie wordt toegeschreven.

36
New cards

Imposter effect

Iemand die ergens duidelijk niet thuis hoort

37
New cards

Underdog positie

Iemand die zichzelf extra hard moet bewijzen

38
New cards

Stereotype threat

Iemand die negatieve stereotypes niet wil bevestigen, maar het uiteindelijk toch doet door stress

39
New cards

Acting white

Iemand uit een outgroup die positief opvalt, wilt mss teveel doen alsof hij deel is van de ingroup, achterban vertrouwt de persoon misschien niet meer.

40
New cards

Social identity theory (Tajfel & Turner)

Henri Tajfel en J. Turner: “persoonlijke identiteit is samengesteld uit individuele identiteit, maar ook onderhandeld via socialisatieprocessen met verschillende referentiegroepen in een collectieve identiteit”

+ “een groep is een verzameling mensen die zichzelf als leden v een afgebakende sociale categorie beschouwen, eenzelfde emotionele betrokkenheid voelen bij hun omschrijving v zichzelf en die daarnaast een zekere mate v consensus hebben over de evaluatie v hun groep”

+belang van categorisatie,identificatie en vergelijking!!!

41
New cards

Identiteit

Open constructie die mensen ook kunnen inzetten als onderhandelende oplossing in interactie met anderen.

42
New cards

Individuele identificatie

Continuïteit stoelt op de manier waarop je je vereenzelvigt met eerdere stadia of versies van jezelf en de manier waarop je referentiegroep die identificatie ook aanvaardt, gepaard met heel wat stabiele kenmerken

43
New cards

Saliency

Tajfel: bepaalde identiteiten vallen meer/minder op in andere omstandigheden; we kunnen ook kiezen om bepaalde persoonlijke kenmerken of net groepskenmerken op de voorgrond te plaatsen.

44
New cards

Talige identiteit

Waar identiteit onder druk staat, kan taal een belangrijke factor spelen vb. Catalonië in Spanje, Oekraïne, Nederlands in Vlaanderen…

45
New cards

Linguistic intergroup bias

De neiging om positieve in-group en negatieve out-group kenmerken abstract te beschrijven, terwijl negatieve in-group en positieve out-group kenmerken concreet worden benoemd. Zij is een uitzondering.

46
New cards

Speech community volgens Wardaugh

“some kind of social group whose speech characteristics are of interest and can be described in a coherent manner” (problematisch: homogeniteit onmogelijk houdbaar als empirisch concept).

47
New cards

Speech community (William Labov)

“not defined by any marked agreement in the use of language elements so much as by participation in a set of shared norms”.

48
New cards

Problematiek van sprekersgemeenschappen

Gelijkstellen met een land? Gelijkstellen met moedertaalsprekers? Alle variëteiten van een taal gelijkstellen?

49
New cards

Sprekersgemeenschappen: oplossing

Interne cohesie (gedeelde normen en waarden) + differentiatie (verschil met andere sprekersgemeenschappen).

50
New cards

Nederlandse taalgemeenschap

Omvat Vlaanderen, Nederland, Aruba, Curaçao, Suriname… =/= unanieme sprekersgemeenschap!

51
New cards

Speech community volgens Gumperz

“any human aggregate characterised by regular and frequent interaction by means of a shared body of verbal signs and set off from similar aggregates by significant differences in language usage”

52
New cards

Speech community volgens Hymes

“a social rather than a linguistic entity. One starts with a social group and considers the entire organisation of linguistic means within it”

53
New cards

Lower East Side

Beperkte geografische unit, historische plaats van migratie, complexe taalsituatie.

54
New cards

Post-factum notie

Een speech community moet eerst worden onderzocht, om daarna vast te stellen wie er deel van uitmaakt (= researcher-category) → werkt enkel in kleine, goed afgebakende gebieden met relatief homogene stabiele groep van sprekers

55
New cards

Problematiek van top-down aanpak

In stedelijke gebieden:

- In stedelijke gebieden: geen homogeniteit

- Afbakenen van gebieden is geen optie meer

- Vaak geen shared norm meer in alle gebruikscontexten

- Voorziet geen analyse van interactie tussen sprekers.

56
New cards

Pijnpunten van speech community volgens Mary Bucholtz

- Het vertrekt vanuit een taal en niet vanuit sociologie

- Het verwijst naar een ideale consensus rond “de” taalnorm

- Het is niet makkelijk observeerbaar (te theoretisch)

- Het is een researcher-categorie en geen gebruikers-categorie

57
New cards

Community of Practice (CoP) volgens Eckert en McConnell - Ginet

“aggregate of people who come together about mutual engagements in some common endeavor… practices emerge in the course of their joint activity around this mutual endeavor” + shared repertoire

Een groep mensen die samenkomen rond een gezamenlijke onderneming (mutual engagement) en waarbij praktijken en een gedeeld repertoire ontstaan.

58
New cards

Standaardtaal

De formele, vastgelegde norm, vb. ABN/AN

59
New cards

Moedertaal

Taal van primaire socialisatie

60
New cards

Casus Aruba

Officieel deel van het Koninkrijk der Nederlanden, maar Nederlands is de facto vreemd voor 80% (meesten spreken Papiamento), standaardtaal ligt dus meestal ver van de moedertaal → problemen op school.

61
New cards

Bottom-up approach

Empirische noodzaak voor de complexe grootstedelijke problematiek van superdiversiteit en super-identiteit.

62
New cards

Nog meer kritiek op speech community

-        Is een interne taalkundige variabele

-        Is meestal erg lokaal en beperkt

-     Is statisch(taalkundig zonder meerwaarde)

63
New cards

Sociale klasse

Manier om groepen te conceptualiseren, ondertussen ook problematisch —> moeilijk om uniform onderscheid te maken + taalkundig probleem.

64
New cards

Legitimate peripheral participation

Het concept waarbij fouten van nieuwkomers in een groep minder zwaar worden aangerekend dan die van ervaren leden.

65
New cards

Voordelen CoP

- Omvat ook niet-talige handelingen (taal niet centraal)

- Blijft erg concreet, authentiek en lokaal

- Is open en flexibel tov het individu

- Leden kunnen hun eigen CoP vaststellen en benoemen

- Micro linguïstisch niveau: participant category!

- Mutual engagement niet noodzakelijk harmonisch

66
New cards

Social Network (Milroy)

“simply the sum of relationships which one has contracted with others”

De som van alle relaties die een individu is aangegaan met anderen.

67
New cards

Slice of life

SN is een idiosyncratische manier om frequentie en densiteit van je SN in kaart te brengen. kenmerken kunnen zich snel en horizontaal verspreiden —> ook participant-gebaseerde categorie + erg lokaal en gericht.

68
New cards

Secondary agents

Secundaire socialisatieprocessen kunnen concreet in kaart w gebracht

69
New cards

Status in SN

Core, secondary & peripheral network members.

70
New cards

Reciprociteit

Zien beide participanten elkaar ook als gelijk qua status?

71
New cards

Contactfrequentie

Varieert van hoog naar laag, onafhankelijk van status

72
New cards

Aard van relaties

Complex/meervoudig (multiplex ties) of enkelvoudig (1 band/rol).

73
New cards

Multiplex ties

Complexe of meervoudige banden binnen een sociaal netwerk waarbij personen meer dan één rol oor elkaar vervullen.

74
New cards

Sociogram

Visualisatie van netwerk, handig om peer pressure in kaart te brengen.

75
New cards

Network Strength Scale

Een maatstaf voor de emotionele verbondenheid en hechtheid binnen een netwerk, nuttig voor het in kaart brengen van taalverandering.

76
New cards

Leaders/brokers

Geen deel v core members, maar genieten prestige en kunnen nieuwe trends verspreiden (hoe hechter het netwerk, hoe minder vernieuwing!!!)

Vb. Piémont: snelle taalverandering in stad, trage verandering in dorpen.

Vb. Clonard vrouwen als early adopters (werkt in groot warenhuis)

77
New cards

Social Network Analysis

Kan interne dynamiek in kaart brengen (conservatisme vs innovatie) + verklaart ook vraagstuk van sociale mobiliteit: vooral in middenklasse want veel losser sociaal netwerk met perifere leden <-> lage en hoge klassen.

Vb. onderzoek Milroy in Belfast: Ballymacarrett, Clonard en The Hammer → The Hammer: lossere netwerken <-> Ballym: typische Ierse tongval

78
New cards

Social network theory

Empirische interpersoonlijke interacties waarvan de frequentie kan w gemeten → specifieke taalgebruik > abstracte sociologische indicatoren! zichtbare participatie en normering cf. Clonard vrouwen

79
New cards

Sociologische groepen

80
New cards

Sociolect

Een taalvariëteit waarmee een in-group zich onderscheidt door gebruik te maken van een specifieke we-code.

81
New cards

Domein (Joshua Fishman)

Theorie van Joshua Fishman, concreter tov CoP: meer criteria

1) De locatie: fysieke plaats heeft invloed op communicatie

2) De participanten: sociale rollen binnen domein

3) De topic: waarover: bepaalde thema’s keren terug

4) De functie: functie van communicatie (formaliteit)

—> zoomt in op communicatieve interacties die wel deel uitmaken van een bredere CoP, maar waarbij specifieke rollen toch een eigen communicatief doel hebben en daarom niet noodzakelijk met iedereen van die CoP interageren

82
New cards

Sociolinguïstiek

Een subdiscipline van de taalkunde die de sociale contextualisering en sociale dimensies van taal onderzoekt.

83
New cards

De situatie

Concrete communicatieve situatie binnen domein en CoP

84
New cards

Waarom sociolinguïstiek

Een taal groepeert ons en die sociale groepsidentiteit geeft ons een talige identiteit.

85
New cards

Wat is sociolinguïstiek

Subdiscipline binnen de taalkunde waarbij de sociale contextualisering en dimensies van taal voorop staan.

86
New cards

Un fait social (de Saussure)

Het idee dat taal wordt aangeleerd via de omgeving en meer is dan toevallige interactie.

87
New cards

Talige socialisatie

Gebeurt in een concrete talige context, waarin die taal wordt gesproken

88
New cards

Taal als inherent variabel

We socialiseren allemaal in verschillende contexten.

89
New cards

“een taal”

Een systeem dat zich historisch heeft ontwikkeld in een specifieke talige gemeenschap, en een relatief gesloten set v tekens gebruikt door geluiden/betekenissen op arbitraire en conventionele manier aan elkaar te koppelen en waarmee mensen doelbewust communiceren of interageren

90
New cards

Standaard Italiaans

Ontwikkeling gebeurde op basis van het culturele overwicht van het Florentijnse dialect (Toscane had economisch, politiek, cultureel en religieus belang) → bleek succesvol door grote schrijvers (D, B, P).

91
New cards

Axioma’s van taal

1. Taal is sociaal: altijd context aanwezig

2. Taal is dialoog: constante co-creatie tussen sprekers

3. Taal is inherent variabel: de norm is slechts een afspraak

4. Taal is ideologie: overtuigingen

92
New cards

Ontstaan van SL

Jaren 1960; daarvoor echter al aandacht naar locatie en externe factoren; eerste publicaties: Haver C. Currie (“officieel ontstaan” in context van structuralisme, maar aandacht voor externe verklaringen; gesproken taal is

OOK gebonden aan sociale status), Eugene Nida en T.C. Hodson

93
New cards

SL en Chomsky

Beweert dat sprekers een interne kennis hebben van de taal van hun homogene sprekersgemeenschap; performance/specifieke uitingen zijn oninteressant want taal functioneert als werking van het menselijke brein

en niet zozeer als venster op een concrete leefwereld.

94
New cards

André Martinet

Schreef een manifest als reactie tegen de interne stelling en homogeniteit; hij schreef dit als voorwoord bij een boek van Uriel Weinreich

—> elke spreker vertoont minieme verschillen; is taal dan niet gewoon

inherent variabel of spreekt iedereen verschillende talen?

95
New cards

Einar Haugen

Behandelt tweetaligheid en taalverschuiving.

96
New cards

SL als institutioneel gegeven

1964: Seminar on sociolinguistics aan Indiana University door de Linguistic Society of America (LSA), beschreven door Thomas Sebeok (“papers on social theory and linguistics, on types of multilingual societies, and on the process of language standardization”) → bracht taalkundigen zoals Charles Ferguson en sociologen zoals Joshua Fishman samen, maar nog steeds grote fundamentele kloof!.

97
New cards

De beginjaren

Sociolinguïstisch onderzoek blijft een taalkundige discipline, waarbij sociologische concepten zeker van pas komen, maar telkens vanuit een specifieke taalkundige vraagstelling of problematiek.

98
New cards

Dialectgeografie

Hoe plaats taalgebruik bepaalt <-> SL: hoe spreken mensen, en welke factoren bepalen hun taalgebruik = intra-spreker microniveau

99
New cards

Socialisatiegolven

Talige periodes die ons lidmaatschap bestendigen of versterken

100
New cards

Yugoslavië

Servo-Kroatisch met deelrepublieken en taalvariëteiten tot 1992

- Bosnië en Herzegovina = Bosnisch

- Kroatië = Kroatisch

- Kosovo = Albaness

- Montenegro = Montenegrijns

- Macedonië = Macedonisch

- Servië = Servisch

- Slovenië = Sloveens