HC6: S-SKS

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/73

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 2:46 PM on 8/19/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

74 Terms

1
New cards

S-SKS

structurele spraakklankstoornis

2
New cards

A-SKS

SKS samengaand met auditieve problemen

3
New cards

Fonologische SKS bestaat uit…

  • vertraagde fonologische ontwikkeling VFO

  • Atypische fonologische stoornis AFS

  • Inconsistente fonologische stoornis FS


4
New cards

Neurogene SKS

  • spraakontwikkelingsyspraxie SOD

  • Dysartrische SKS


5
New cards

welke soorten van SKS heb je allemaal

  • Fonologische SKS

  • Neurogene SKS

  • Structurele SKS

  • Enkelvoudige SKS

  • SKS samengaand met auditieve problemen A-SKS


6
New cards

S-SKS: structurele spraaklankstoornis: onstaan van S-SKS: algemeen

  • er is iets fout gegaan in het vormen van de spraaklankorgenen

  • = een fout in motorische uitvoeringsproblemen

  • de spiergroepen, kunnen de neurale signalen vanuit het brein niet correct uitvoeren als gevolg van structurele defecten in het orofaciaal gebied (mond+ gezicht)

  • de hersenen sturen de spieren wel het juiste signaal, maar de spieren/ structuren in de mond en het gezicht, kunnen dat signaal niet goed uitvoeren omdat er iets lichamelijk/ structureel mis is


7
New cards

S-SKS: velofaryngale stoornissen

  • problemen die zich kunnen voordoen bij velofaryngaal afsluitmechanisme

  • het oorzaak/ structureel & organisch is: spreekt men over velofaryngale insufficiëntie

  • velofaryngale dysfunctie kan blijven bestaan

  • je ziet het harde geheemelte


8
New cards

velofaryngale stoornissen: velofaryngaal mechanisme

  • heffing = resultaat van gecoördineerde actie

  • velum

  • farynxwand


9
New cards

Velofaryngale stoornissen: velofaryngale insufficiëntie

  • = als je een structureel/ organische probleem is aan het geheemelte/ velofaryngaal

  • bv. schisis

  • bv. velofaryngale dysfunctie

  • velofaryngale incompetentie (neurogeen)

  • psychogene VPS (psychologisch)


10
New cards

Schisis

  • = een aangeboren aandoening waarbij er sprake is van een open spleet in de bovenlip, de kaak en/of het gehemelte.

  • te kort verhemelte

  • te diepe farynx

  • kan onstaan na tonsillectomie/ adenoïdectomie, ook doo r gevolg van onderbrekingen/ vertragingen in celmigratie/ in uitgroei van de gehemtelteplaat


11
New cards

velofaryngale dysfunctie

  • = velofaryngaal mechanisme door orofaciale afwijking immers niet correct gebruikt kan worden


12
New cards

velofaryngale stoornissen: schisis wat? indcidentie en erfelijkheid

  • 1 a 2 op 1000 baby’s per jaar

  • 5-15% syndromaal/ 85-95% niet-syndromaal, geïsoleerd

  • geïsoleerde schisis = multifactorieel (complex samenspel tussen genetische factoren en omgevingsfactoren


13
New cards

geïsoleerde schisis

= een aandoening waarbij er sprake is van een lip-, kaak- en/of gehemeltespleet zonder dat er andere bijkomende aangeboren afwijkingen of syndromen zijn.

14
New cards

etiologie/ oorzaak

  • de mediale neus-zwelling

  • laterale neus-zwelling

  • rode zwelling

  • die 3 zwellingen: die gaan aan elkaar groeien, niet helemaal

  • een schisis wordt zelf niet goed gevormd


15
New cards

soorten zwellingen shisis:

  • laterale neus-zwelling

  • mediale neus-zwelling

  • maxilaire zwelling


16
New cards

ontstaan schisis

  • door gevolg van onderbrekingen/ vertraingen in celmigratie of in uitgroei van de gehemelteplaat

  • dus in het palatum (hard en zachte gehemelte: dat scheid de mond-en neusholte), deze moeten dus aan elkaar leren goreien tijdens het eerste semester van de zwangerschap, en als dat dus niet/ tot moeilijk gebeurt —> schisis


17
New cards

verschillende soorten schisis

  • een bilaterale schisis = dubbelzijdige cheiloschisis

  • unilaterale schisis = enkelzijdige cheiloschisis

  • cheilognathopalatoschisis links

  • palatoschisis


18
New cards

bilaterale schisis = dubbelzijdige cheiloschisis

  • een babay heeft 2 spleten in de lip

  • Zowel aan de linker- als aan de rechterkant van de bovenlip is er een opening.


19
New cards

unilaterale schisis = enkelzijdige cheiloschiss

  • schisis aan 1 kant

  • Een enkelzijdige spleet in de lip.

  • De opening zit aan slechts één kant van de bovenlip (links of rechts).


20
New cards

cheilognathopalatoschisis links

  • Een volledige, enkelzijdige spleet aan de linkerkant.

  • Deze vorm loopt door: van de lip (cheilo), via de kaak (gnatho) tot diep in het gehemelte (palato).


21
New cards

palatoschisis

  • Een gehemeltespleet.

  • De lip en kaak zijn heel, maar er is een opening in het harde en/of zachte gehemelte in het dak van de mond.


22
New cards

operatieve ingrepen!! belangrijk!!

  • sluiten lip op 3 tot 6 maanden

  • sluiten gehemelte op 9 tot 16 maanden = palatoplastiek (= naam voor chirugische ingreep waar de shisis wordt gesloten)

  • sluiten kaakspleet op ongeveer 8 tot 11 jaar


23
New cards

extra nota operatieve ingrepen

  • soms loop the sluiten neit altijd even goed

  • misschien niet helemaal volledig herstellen

  • de kaakspleet is pas later, omdat dat heel hard moet groeien

  • maar het gaat echt wel heel hard helpen in de big picture


24
New cards

spraakkenmerken voor velofaryngale stoornsissen = schisis

  • problemen primaire mondfuncties (zuigen, slikken)

  • vertraagde & afwijkende STO (vocalisaties, brabbelen, protowoorden…)

  • meer SKS tgv VF-functie, MO- aandoeningen (gehoorverlies) en dentale afwijkingen & molocclussies


25
New cards

extra nota spraakkenmerken

  • sommige kinderen hebben daardoor ook voedingsproblemen

  • je hebt het nodig om te zuigen

  • door je onderkaak te laten zakken, ontstaat er een negatieve druk: dus geen zuigeneffect: want er zit een gat in

  • het voeden gaat dan zo via de positieve druk, die negatieve druk maakt het heel moeilijk

  • klinkt heel nasaal/ hypernasaal

  • het slikken is ook heel moeilijk: soms baby’s met kinderen waar de melk er terug langs de neus uitkomt

  • Geen vacuüm (negatieve druk): Door het gat in het gehemelte is de mond "lek". De baby kan de mondholte niet luchtdicht afsluiten, waardoor er geen zuigkracht (negatieve druk) ontstaat. + tong gaat beneden blijven

  • Wel persen (positieve druk): Omdat zuigen mislukt, moet de melk uit de speen worden geperst. De baby doet dit door de speen met de kaken of tong plat te drukken, of de ouder helpt door in een speciale fles te knijpen.

  • Melk uit de neus: De barrière tussen mond en neus ontbreekt. Bij het slikken wordt de melk omhoog gedrukt en stroomt via de neus naar buiten.

  • Link met spraak: Voor klanken zoals p, t en k moet een kind ook lucht (druk) opbouwen in de mond. Zonder dicht gehemelte lekt die lucht weg via de neus.


26
New cards

spraakkenmerken van S-SKS bij velofaryngale stoornissen

  • resonantiestoornissen: hypernasaliteit

  • neusluctverlies/ nasale emissie, nasofaryngale ruis

  • compensatiebewegingen (overcompenseren, fronzen)

  • retor-articulatie/ schisispraak

  • schisipraak


27
New cards

compensatiebewegingen

  • Spraakkenmerken van S-SKS bij velofaryngale stoornissen bij schisis

  • overcompenseren, fronzen

  • zijn bewegingen die het kind maakt in een poging om die hypernasaliteit tegen te gaan die merken wel dat het een k of een c zeggen, dus ze gaan zaken proberen om de lucht meer oraal te krijgen bv. door te fronsen

  • door bv. spieren samen te trekken


28
New cards

retro-articulatie

  • spraakkenmerken van S-SKS bij velofaryngale stoornissen bij een schisis

  • een kind klanken te ver achterin de mond uitspreekt.

    • De foutieve beweging: Omdat er voorin de mond geen vacuüm of druk gemaakt kan worden door de schisis, went de tong eraan om naar achteren te trekken.

    • Klanken verplaatsen: Klanken die je normaal gesproken voorin de mond maakt met de tongtip tegen de tanden of de tandwal (zoals de t, d, s of z), worden nu achter in de mond of zelfs in de keel gemaakt.

    • Het resultaat: Een t klinkt dan bijvoorbeeld als een k, of een s verandert in een schrapend keelgeluid (een glottale stop of faryngeale fricatief).


29
New cards

nasale emissie

  • dat de lucht door de neus ontsnapt, dan krijg je vaak ook een nasofaryngale ruis bv. een snurkje


30
New cards

spraakkenmerken bij een schisispraak

  • moeilijkt te vormen spraakklanken worden weggelaten vervangen door makkleijker te vormen klanken

  • explosieven > glottisslagen

  • fricatieven > faryngaal geruis

  • orale medeklinker > nasale equivalenten

  • aantal medeklinkerverbindingen erg moeilijk


31
New cards

moeiljk te vormen spraakklenken worden weggelaten/ vervangen door makkelijker te vormen klanken

de meest voorkomende fouten zijn:

  • subsitutie door glottissslagen

  • subsituties van fricatieven door faryngaal geruis

  • substituteie van orale medeklinkers door hun nasale equivalenten

  • een aantal medeklinkerverbindingen zijn erg moeilijk te produceren

  • moeite ontwikkeling van fonologisch systeem


32
New cards

spraakkenmerken: schisispraak: explosieven > glottisslagen

  • Om explosieven te zeggen moet je heel veel druk gaan uitoefenen, dus dan wort er gekeken hoe je die druk toch kan maken, dus dan wordt er een plofklank gemaakt met de glottisslag

  • Explosieven: Klanken waarbij je de lucht in je mond kort opsluit en dan laat "ontploffen" (zoals de p, t en k).

  • Glottis: De medische term voor de stemspleet (de ruimte tussen je stembanden in je keel).

  • Omdat de lucht voorin de mond wegvliegt door de schisis, maakt het kind de "ontploffing" (explosief) niet met de lippen of tong, maar door de stembanden (glottis) hard op elkaar te slaan.


33
New cards

spraakkenmerken bij shisis: fricatieven > faryngaal geruis

  • Fricatieven > faryngaal geruis

  • Een kindje zegt yes-h: met een extra h: (faryngaal geruis: dus ze gaat proberen dat niet meer te doen

  • Omdat de lucht voorin wegvliegt, maakt het kind de blaasklank niet bij de tanden, maar achter in de keel. Het woord "yes" klinkt dan als "yes-h" (met een diepe keel-h aan het eind).


34
New cards

spraakkenmerken bij schisis: Orale medeklinkers > nasale equivalenten

  • Orale medeklinkers > nasale equivalenten

  • (t, d > n) (p, b > m) (de p, b vervangen door een m)

  • Orale medeklinkers: Klanken waarbij de lucht alleen via de mond naar buiten mag (zoals t, d, p, b).

  • Nasale equivalenten: De neus-varianten van diezelfde klanken (de n en de m).

  • ij een schisis lekt de lucht door het gehemelte direct de neus in. Omdat de mondholte niet kan worden afgesloten, verandert een mondklank automatisch in een neusklank:

    • De p of b (mond) wordt een m (neus) \(\rightarrow \) "pop" klinkt als "mom".

    • De t of d (mond) wordt een n (neus) \(\rightarrow \) "doek" klinkt als "noek".

    Het kind vervangt de letters dus omdat de lucht ontsnapt via de neus.


35
New cards

spraakkenmerken met aantal medeklinkerverbindingen erg moeilijk bv.

  • Medeklinkerverbindingen: Twee of meer medeklinkers achter elkaar in één woord (zoals straat, klas, of must).

  • Waarom zo moeilijk? Voor klanken zoals de k, t en s moet de mond heel snel achter elkaar druk opbouwen en lucht sturen. Omdat de mond bij een schisis "lek" is, lukt die snelle opeenvolging van letters niet.


36
New cards

ontstaan of oorzaak van velofaryngale stoornissen

  • na tonsillectomie (keelamandelen) of adenoïdectonomogie (neusamandel)

  • per ongeluk wordt er een zenuw aangetast die een permanente hypernasaliteit gaat doen

  • tonsillectomie: Het operatief verwijderen van de keelamandelen. Deze zitten achter in de keel en kun je zien als je je mond ver opendoet.

  • Adenoidectomie: Het operatief verwijderen van de neusamandel (het adenoïd). Deze zit hoog achter de neus, boven het zachte gehemelte, en kun je van buitenaf niet zien.


37
New cards

nog spraakkenmerken

  • open mondgedrag en mondademen

  • hypernasaliteit

  • kinderen die altijd ontstoken neusamandelen heeft —> gaan kinderen open mondgedrag vertonen

  • kaakstructuur wordt daardoor ook aangepast (meer dubbele kin, lelijker)


38
New cards

S- SKS: tonafwijkingen

  • tongankylose

  • macroglossie

  • microglossie

  • aglossie

  • maloclussies


39
New cards

tongafwijkingen: tongankylose

  • tongriempje is te kort/ ziet te strak/ te stevig vast


40
New cards

moeilkijkheden die tongankylose veroorzaakt

  • drinken, slikken, likken, tongontwteken

  • sommig eklanken uitspreken

  • gewoon bewegen met de tong

  • open mondgedrag: want moeilijk tong naar boven houden & moeilijk onderkaak open te houden


41
New cards

spraakkenmerken van tongankylose

  • beperkte verticale beweeglijkheid van de tongpunt

  • voedingsproblemen, interdentaliteit, addentaliteit (t een kind klanken uitspreekt met de tongpunt tégen de achterkant van de tanden.)

  • na chirurgische ingreep: onmiddelijk oefenen


42
New cards

tongafijwkingen macroglossie: wat?

  • wanneer de tong abnormaal groot is


43
New cards

oorzaken macroglossie

  • aangeboren = congenitaal bv. hypertonie bv. door het syndroom van Down)

  • verworven: na de geboorte bv. hypertrofie: vergroot orgaan bv. hier dan de vergrote tong

  • infecties: kunnen zorgen voor pijn, zwelling, bewegingsproblemen, tijdelijke spraakproblemen


44
New cards

wat zijn spraakkenmerken van macroglossie

  • een te lange spierspanning

  • slappere tong-en mondspieren

  • open mondhouding

  • articulatieproblemen, slikproblemen

  • tragere spraakontwikkeling

  • open mondgedrag en mondademen

  • interdentaliteit: tong tussen de tanden


45
New cards

tongafwijkingen: mircoglossie: wat?

  • abnormale kleine tong


46
New cards

mogelijke problemen bij microglossie

  • articulatieporblemen

  • meoite met slikken

  • afwijkende kaakontwikkeling

  • beperkte tongbewegingen


47
New cards

tongafwijkingen: aglossie

  • = iemand zonder tong geboren wordt/ bijna geen tongweefsel


48
New cards

tongafwijkingen aglossie

  • ernstige problemen

  • articulatie

  • slikken

  • eten

  • mondmotoriek


49
New cards

oorzaken aglossie & microglossie

  • aangeboren

  • verworven: door trauma, infecties, chirurgische resectie van tumoren (= operatief verwijderen van tumor in het deel)

  • zeer zeldzaam


50
New cards

S-SKS: maloclussies wat?

  • = dat de tanden en kaken niet goed op elkaar passen, wanneer de mond sluit

  • afwijkende beet

  • = oromyofunctionele stoornissen = afwijkende mondgenoten


51
New cards

nog voorbeelden van afwijkende mondgewoonten

  • zuiggewoonten (speen-of duimzuigen)

  • bijtgewoonten bv. nagelbijten

  • open mondgedrag en mondademen

  • lage tongpositie in rust

  • infantiel slikken


52
New cards

kenmerken van S-SKS bij malocclussies

  • apico-alveolaire klanken kunnen interdentaal/ addentaal geproduceerd worden

  • ook lateraal sigmentisme: (of lateraal slissen) betekent dat de lucht bij het uitspreken van de s of z langs de zijkanten van de tong ontsnapt, in plaats van recht naar voren.


53
New cards

je hebt ook bepaalde vlakken

  • transversaal: horizontaal/ dwarsvlak

  • frontaal/verticale vlak: voorste deel en achterste deel gaan scheiden

  • sagitaal: het linkse en rechtste vlak gaan scheiden


54
New cards

beschrijving in saggitale vlak voor maloclussies

  • labioversie

  • linguoversie


55
New cards

labioversie

  • tanden die naar voren richting de lippen staan gekanteld, de tanden zijn naar buiten gericht (richting de lippen)


56
New cards

linguoversie

  • = tanden zijn naar binnen geplaatst (richting tong, tong staan gekanteld of verplaatst)

  • dus tanden die naar de tong toehellen

  • klasse 1, klasse 2 en klasse 3


57
New cards

beschrijving verticale vlak maloclussies

  • open beet

  • kopbeet

  • diepe beet


58
New cards

open beet

  • tanden die niet op elkaar sluiten wanner de mond dicht is

  • er blijft een open tuimte tussen de boven-en ondertanden

  • gevolgen:: bv. kauwproblemen, intedentaliteit: tong tussen tanden


59
New cards

diepe beet wat

  • overlappende boventanden, de ondertanden te veel in verticale richting

  • boventanden bedekken bijna de onderste tanden volledig

  • gevol: ondertanden kunnen tegen het gemelte bijten: slijtage van tanden, kaakklachten, soms spraakproblemen


60
New cards

kuisbeet: beschrijving van maloclosus in het dwarsvlak

  • kruisbeet

  • vorm van maloclussie waarbij de boven- en ondertanden niet goed over elkaar vallen, maar “gekruist” staan

  • vanachter: de tanden onderste tanden komen langs voor, voor de boventanden

  • vanvoor: de boventanden komen voor de onderste tanden

  • gevolgen: scheve kaakgroei, kauwproblemen, spraakproblemen


61
New cards

maloclussies voor elk vlak

  • sagitaal: labioversie, linguoversie

  • verticale vlak: open beet, kopbeet, diepe beet

  • dwarsvlak: kruisbeet


62
New cards

oorzaken maloclusies

  • genetisch, skeletaal

  • functioneel: vorm & functie beïnvleoden elkara

  • verstoring van het evenwicht tussen de orofaciale spieren onderling (lippen, tong, spieren


63
New cards

oorzaken (oro)myofunctionele stoornissen

  • verstoring van het evenwicht tussen de orofaciale spieren onderling (lippen, tong, spieren rond de kin, kauwspieren)

  • aanpassing van de maxilla en mandibula en de stand van de tanden en kiezen


64
New cards

gevolgen van oromyofunctionele stoornissen = afwijkende mondgewoonten, oorzaken + gevolgend

infantiel slikken

  • infantiel slikken = waarbij iemand slikt zoals een baby dat doet, normaal

zuiggewoonten/ bijtgewoonten

  • te lang een tutje in de mond

  • te lang duim in de mond

  • te lang nagelbijten

open mondgedrag/ mondademen

  • door de mond ademen

  • normaal door de neusgaten ademen

lage tongpositie in rust

  • = tong moet plakken aan de alveolaire boog, maar hier is da niet


65
New cards

open mondgedrag/ mondademen

  • door de mong ademen

  • normaal: moet door de neusgaten ademen


66
New cards

infantiel slikken

  • infantiel slikken = waarbij iemand slikt zoals een baby dat doet

  • normaal meoten kinderen bij leeftijd 4- 6 een volwassnen ‘slik’ ontwikkeld hebben

  • hoe ziet het eruit: tong tegen/ tussen de tanden, lippen werken vaak mee/ aangesponnen

  • normale slik: tong tegen het gehemelte, achterste kant van de tong zuigt tegen het achtersten van het gehemelte, geen tongdurk TEGEN de tanden


67
New cards

zuiggewoonten/ bijtgewoonten

  • te lang een tutje in de mond

  • te lang duim in de mond

  • te lang nagelbijten


68
New cards

oorzaak van infantiel slikken

  • kinderen hebben té veel appelmoes/ pap gegeten vroeger: waardoor ze alleen maar zachte, gladde voeding kunnen verwerken


69
New cards

spraakkenmerken van maloclusies

bilabialen

  • labiodentalisme

apico-alveolairen: interdentaliteit, addentaliteit, lateraal sigmatisme

  • interdentaliteit

  • addentaliteit

  • lateraal sigmentisme


70
New cards

interdentalisteit

  • tong komt tussen de tanden terecht

  • è “s” kan dan klinken als een Engelse “th” (lispelen)


71
New cards

addentaliteit

  • De tong komt tegen de tanden in plaats van achter de tanden (te “voor”).
    → klanken worden doffer of minder scherp


72
New cards

lateraal sigmatisme

  • de lucht ontsnapt via de zijkanten van de tong ipv in het midden

  • —>”s” klinkt slissend of “nat”


73
New cards

bilabialen

= klanken waarbij beide lippen worden gebruikt: p,b, m, w (afhankelijk van de context)

  • labiodentalisatie


74
New cards

labiodentalisatie

  • de onderliip komt tegen de bovenste tanden in plaats van tegen de bovenlip

  • p/b/m kunnen verkeerd worden uitgesproken met een f/v-achtig randje