1/142
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Diapedese
Het uittreden van witte bloedcellen door de wand van een haarvat heen, bijvoorbeeld tijdens een ontsteking.
Tropocollageen
Tropocollageen ontstaat door het afsplitsen van een eindstukje van procollageen door procollageenpeptidase. Deze moleculen vormen een 3-voudige helix en zijn de basis van collageen.
Tropomyosine
Tropomyosine stabiliseert actinefilamenten. Het bevindt zich in de groeve van de dubbele helix en strekt zich uit over 7 G-actine monomeren.
Stria vascularis
De stria vascularis ligt op de mediale zijde van het ligamentum spirale in de scala media. Het is opgebouwd uit meerdere cellagen, met kubische cellen die veel microvilli bevatten en verantwoordelijk zijn voor de productie van endolymfe.
Cel van Purkinje
Dit zijn de grootste cellen in het cerebellum, met een peervormig cellichaam en een dendrietenboom die in sagittale richting uitbreidt. Ze vormen de Purkinjecellaag.
Stratum granulosum
Dit is een dunne laag cellen in de epidermis boven het stratum spinosum. Het bevat keratohyaliene korrels en membrane-coating granules, die helpen bij de aggregatie van tonofilamenten.
Orthochromatofiele erythroblast
De laatste kernhoudende fase van erythrocytopoëse met een excentrisch gelegen, pycnotische kern en een diameter van 8-10 µm.
Promyelocyt
De promyelocyt is een grote cel in de granulocytopoëse, met een ronde of niervormige kern en basofiel cytoplasma, en bevat azurofiele granula.
Botmanchet
Osteoblasten scheiden een laagje botmatrix af rond de diafyse, wat als intramembraneuze botvorming wordt beschouwd.
Celhof
Het celhof of territoriale matrix is het gebied rondom de lacunes, rijker aan glycosaminoglycanen en armer aan collageen.
Myeloblast
De myeloblast is het 3e stadium van granulocytopoëse met een ovoide tot ronde vorm, een doormeter van 10-15 µm en een licht basofiel cytoplasma.
Stratum lucidum
Gelegen in dikke, haarloze huid, zichtbaar als een heldere band boven het stratum granulosum, met sterk verhoornde cellen.
Vater pacchini
In de diepere hypodermis bevinden zich de lichaampjes van Vaterpacchini, grote structuren verantwoordelijk voor de waarneming van snelle vibraties.
Spinning desk microscopie
Een microscopietechniek waarbij de pinhole apertuur wordt vervangen door een geperforeerde roterende schijf, wat continue beeldverwerking mogelijk maakt.
Lensvezel
Lensvezels zijn gemodificeerde epitheelcellen die zich vermeerderen en verlengen naar lenscellen.
Reticulocyt
Onvolgroeide erythrocyten die ongeveer 1% van de rode cellen uitmaken en RNA en celorganellen bevatten.
Calmoduline
Calmoduline wordt geactiveerd in gladde spiercellen wanneer de intracellulaire Ca2+ concentratie stijgt, en speelt een rol in spiercontractie.
Macula utriculi
Maculae zijn afgeplatte blaasjes gevuld met endolymfe, met haarcellen die verantwoordelijk zijn voor het detecteren van positie in de zwaartekracht.
Cel van Müller
Cellen van Müller verbinden de plasmamembranen van staafsegmenten in de retina, waar ze uitlopers smelten om een membraan te vormen.
Hyponychium
Een structuur onder de vrije boord van de nagel, gevonden aan de uiteinden van vingers en tenen, die het nagelbed verbindt met de nagelplaat.
Kanaal van Volkmann
Kanalen die de kanalen van Havers met elkaar verbinden en bloed- en lymfevaten bevatten.
Centro-acinaire cellen
Spoelvormige cellen in de exocriene pancreas die bicarbonaat afscheiden in reactie op secretine.
Syndesmose
Stevig bindweefsel dat het beenweefsel van botstructuren verbindt, zoals bij de suturae.
Glasmembraan
De voortzetting van de basale membraan van de epidermis waar het epitheel van de haarfollikel op rust.
Sacculus
Een onderdeel van het vestibulum dat open is naar het middenoor en in verbinding staat met de semicirculaire kanalen.
Kenmerken interferentiemicroscopie
Gebruikt voor fasecontrast bij dikkere preparaten en grote brekingsindexverschillen, met een 3D-effect.
Golgi cel
Golgi cellen in de korrellaag vertakken zich in de moleculaire laag en hebben een belangrijke rol in het cerebellum.
Kernkettingvezel
Spiercellen waarin de kernen in een rij liggen in het centrale gebied.
Stratum spinosum
Het laagje boven het stratum basale waar keratinocyten tot tonofibrillen bundelen, verbonden door desmosomen.
Calcitonine
Een hormoon geproduceerd in de schildklier dat de calciumspiegels in het bloed verlaagt.
Paraplucel
De meest oppervlakkige laag van het overgangsepitheel bestaande uit cellen die meerdere onderliggende cellen bedekken.
Cel van Merkel
Merkelcellen zijn betrokken bij de tastzin en bevinden zich dicht bij zenuwuiteinden in de epidermis.
Kenmerken fasecontrastmicroscopie
Techniek waarbij kunstmatige helderheidsverschillen ontstaan door faseverschillen, nuttig voor het bekijken van levende cellen.
m. arrector pilli
Glad spierweefsel dat bij contractie de haren doet oprichten, wat isolatie biedt.
Haarcel
Zintuigreceptoren in het gehoor- en evenwichtsorgaan, met stereocilia op het apicale oppervlak.
Desmale botvorming
Directe vorming van botweefsel vanuit primitief bindweefsel, bekend als intramembraneuze verbening.
Dense bodies
Structuren in gladde spiercellen die het equivalent zijn van Z-schijven in andere spiercellen.
Metamyelocyt
Een stadion in de granulocytopoëse met een boonvormige kern en heterochromatine.
Fixatie
Een proces dat het metabolisme van cellen stopt en de structuur voor verdere behandelingen vastlegt.
Plan apo
Correcties in het objectief die lensfouten helpen te minimaliseren.
Antigeniciteit
Het vermogen van een organisme om immuniteit te ontwikkelen.
Condensor
Het element dat het licht op het preparaat bundelt, bepalend voor de kwaliteit en resolutie.
Objectief
Het onderdeel dat de vergroting bepaalt en een tussenbeeld vormt.
Oculair
Verantwoordelijk voor vergroting en projectie van het beeld op de retina.
Resolutie
Het oplossend vermogen, de kleinste afstand tussen 2 zichtbare punten.
Axonema
De structuur van microtubuli in flagellen of cilia, typisch 9x2 + 2.
Membrane coating granules
Granulaten in cellen van het stratum spinosum met lipidenrijke inhoud, ook wel Odland bodies.
Corneocyten
Dode hoorncellen die ontstaan vanuit keratinocyten tijdens de overgang naar stratum corneum.
Keratinisering
Het proces van opstapeling van keratinefilamenten in cellen.
Glycoproteïnen
Complexen van eiwitten en koolhydraten, essentieel voor cel-interacties.
Proteoglycanen
Moleculen in de extracellulaire matrix die glycosaminoglycanen binden aan een kerneiwit.
Perichondrium
Dicht bindweefsel dat kraakbeen bijna volledig omsluit.
Intersistiële groei
Deling van chondrocyten met daaropvolgende matrixafzetting.
Appositionele groei
Chondroblasten aan de rand van kraakbeen die nieuwe matrix afzetten.
Periost
Bindweefselvlies aan de buitenkant van het bot.
Endost
Bedekking van de holten aan de binnenzijde van het bot, rijk aan osteoprogenitorcellen.
Osteoblasten
Cellen die verantwoordelijk zijn voor de vorming van botweefsel.
Osteocyten
Volwassen botcellen die verantwoordelijk zijn voor het onderhoud van botweefsel.
Osteoclasten
Cellen die botweefsel afbreken tijdens het proces van botremodellering.
Lacunes van Howship
Holten waarin osteoclasten zich bevinden na matrixresorptie.
Parallelle lamellen
Lagen van botmatrix waarin collagene vezels spiraalsgewijs lopen.
Osteonen/ Systemen van Havers
Cilindervormige eenheden van compact bot, bestaande uit lamellen en omgeven door een kitlijn.
Generale lamellen
Lamellen die evenwijdig lopen aan het botoppervlak, aan de periost en endost grens.
Intersistiële eenheden
Overblijfsels van afbraak van osteon lamellen die ruimte tussen osteonen vullen.
Osteomalacie
Onvolledige verkalking van recent gevormd botweefsel.
Osteoporose
Verhoogd aantal osteoclasten veroorzaakt door oestrogeentekort, wat leidt tot botafbraak.
Osteopetrose
Verminderde osteoclastactiviteit die leidt tot overmatige botgroei en verharding.
Symphysis
Vezelig bindweefsel dat kraakbeenkappen aan botweefsel verbindt.
Triade
Structuur bestaande uit een T-tubulus met aan weerszijden een sarcoplasmatisch reticulum.
Sarcomeer
De functionele eenheid van spiervezels, bestaande uit isotrope en anisotrope banden.
Creatinekinase
Een enzym dat de overdracht van fosfaatgroepen van fosforcreatine naar ADP katalyseert.
Actine
Eiwit waaruit de meeste microfilamenten in spiercellen zijn opgebouwd.
Tropomyosine
Stabiliseert actinefilamenten, gelegen in de groeve van de dubbele helix.
Tredmolenproces
Evenwicht tussen de dissociatie van actine monomeren van het min-uiteinde en toevoeging aan het plus-uiteinde.
Cytochalasine
Verbonden aan het plus-uiteinde en verhindert het verlengen van actinefilamenten.
Phalloidine
Bindt sterk aan actine en voorkomt dissociatie.
Troponine
Een component van dunne filamenten in dwarsgestreept spierweefsel die betrokken is bij spiercontractie.
Ryardodinereceptoren
Calciumkanalen in spier- en zenuwcellen, genoemd naar de stof ryanodine.
Proprioreceptie
Het vermogen van het lichaam om de positie en beweging van lichaamsdelen waar te nemen.
Peeslichaampjes van golgi
Proprioreceptieve receptoren nabij de overgang van spierweefsel naar pees.
Synctium
Een cel of weefsel met meerdere kernen, bijvoorbeeld dwarsgestreepte spiercellen.
Caveolae
Ondiepe instulpingen in gladde spiercellen.
Calmoduline
Activatie door calciumionen leidt tot activering van myosine-light chain kinase, cruciaal voor contractie.
Telodendron
Het sterk vertakte distale uiteinde van een axon dat impulsen overdraagt.
Synaps
De plaats waar neuronen communiceren of contact hebben met effectorcellen.
Depolarisatie
Verandering in membraanpotentiaal waardoor de potentiaal positiever of minder negatief wordt.
Hyperpolarisatie
Het ongevoeliger maken van een zenuwcel door het openen van chloorkanalen.
Neuromodulatoren
Stoffen die de respons van neuronen beïnvloeden via een second messenger systeem.
Mesaxon
Het gedeelte tussen het axon en de Schwanncel.
Stercellen
Kleine cellen in het cerebellum met een remmende invloed op Purkinjecellen.
Korfcellen
Cellen in het cerebellum met axonen die een netwerk vormen rond Purkinjecellen.
Korrelcellen
Kleine neuronen die bijdragen aan het korrelig aspect van de korrellaag.
Golgicellen
Cellen in de korrellaag van de kleine hersenen met een uitgebreid axonaal netwerk.
Glomerulus
Een structuur gevormd door axonen van golgicellen met mosvezels en dendrieten van korrelcellen.
Plexus choroideus
Uitstulpingen van pia mater met veel instulpingen.
Endoneurium
Netwerk van bindweefsel rond individuele zenuwvezels.
Epineurium
Een laag van stevig bindweefsel die zenuwbundels samenbindt.
Ganglia
Opeenhopingen van zenuwcellen buiten het centrale zenuwstelsel.
Preganglionaire zenuwvezels
Zenuwvezels die voor een synaps naar ganglia leiden in het autonome zenuwstelsel.
Postganglionaire zenuwvezels
Zenuwvezels die signalen naar effectoren leiden in het autonome zenuwstelsel.